De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Predikant in een verenigde protestantse kerk?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Predikant in een verenigde protestantse kerk?

16 minuten leestijd

Op 6 mei ll. belegde het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond weer de jaarlijkse studieontmoetingsdag voor kandidaten in de theologie (studenten, die hun Dl-examen hebben gedaan) en predikanten, die hun eerste gemeente dienen. Op verzoek van studenten was het thema van de ochtendbijeenkomst 'Predikant in de Verenigde Protestantse Kerk'. Een samenvatting van de inleiding van ondergetekende is hiernaast afgedrukt.

A. Inleiding

Na alle beschouwingen, die ten beste zijn gegeven over het Samen op Weg-proces, is het goed om specifiek aandacht te geven aan de positie van de predikant in de ontwikkelingen naar een Verenigde Protestantse Kerk in Nederland.

Welke consequenties heeft Samen op Weg voor de (aanstaande) predikanten?

De titel van deze bijdrage is van een vraagteken voorzien. Allereerst: het is nog niet zo ver. Er is nog een heel tijdpad te gaan voordat Samen op Weg zijn beslag heeft gekregen. De kerkorde in tweede lezing en de ordinanties moeten nog een heel behandelingstraject volgen.

Dan is er verder de juridische problematiek, wanneer het echt tot vereniging van de kerken komt. Zal dat juridisch zo maar kunnen? Daarover is het laatste woord nog niet gezegd. Ook op zakelijk financieel vlak zijn er nog verschillende hobbels te nemen. We kunnen alleen al denken aan de kwestie van de predikantspensioenen. Deze zijn in de Gereformeerde Kerken voor 70% gedekt, terwijl ze voor meer dan 100% gedekt zijn in de Hervormde Kerk.

Hoe het ook zij, vele dienstdoende en aankomende predikanten moeten er rekening mee houden, dat ze het moment van vereniging zullen meemaken. Welke gevolgen zal dat voor hen hebben? In het hiervolgende is geen sprake van een inhoudelijke verhandeling over Samen op Weg. Daarover is genoeg gezegd. Het gaat nu alleen om de positie van de predikant.

B. De situatie nu

Allereerst staan we stil bij de positie van de predikant binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. Hoe verkrijgt men het testimonium van kandidaat tot de Heilige Dienst?

Na het zogeheten colloquium wordt men toegelaten tot de Evangeliebediening en is men bevoegd om als proponent te staan naar het ambt van dienaar des Woords (ordinatie 7, artikel 18). Als kandidaat is men bevoegd tot de verkondiging van het Woord, de dienst der gebeden, de leiding van de kerkdiensten 'met gebruikmaking van een daarvoor in het dienstboek der Kerk aangegeven orde van dienst'. Dit dienstboek geeft overigens ruime keuzemogelijkheden en keuzevrijheid.

Het testimonium wordt pas uitgereikt, wanneer men

a) Nimmer toevlucht heeft genomen tot enige gift of andere overeenkomst! Dit staat zelfs voorop. Geen simonie, ook geen verkapte simonie in het ambt, ook later niet.

b) Nadat artikel X van de kerkorde is voorgelezen en de volgende vragen bevestigend zijn beantwoord:

'Belooft gij in geheel uw ambtelijke werk Christus Jezus te verkondigen naar uitwijzen van het Heilig Evangelie, daarmee blijvende in de weg van het belijden der kerk? Zijt gij van harte bereid, ijverig en getrouw te arbeiden in de Nederlandse Hervormde Kerk, als openbaring der ene heilige katholieke of algemene christelijke kerk? Zijt gij bereid, u te onderwerpen aan de regels in de orde der kerk voor haar apostolaat en belijden, haar leven en werken gesteld? '

De kern in deze vragen is het verkondigen van Jezus Christus naar uitwijzen van het Heilig Evangelie, in de weg van het belijden der kerk.

De moeite of het probleem ligt in de formulering: de weg van het belijden der kerk; dat wil zeggen: conform artikel X van de kerkorde, waarin over 'gemeenschap met de belijdenis' der vaderen wordt gesproken.

C. De situatie in de Gereformeerde Kerken

Vroeger ondertekenden alle ambtsdragers in de Gereformeerde Kerken de gereformeerde belijdenisgeschriften. Dat gold voor de ouderlingen, de predikanten en de diakenen.

In veel gemeenten is dat overigens al lang niet meer gebruikelijk.

In gefedereerde gemeenten, waar een gereformeerde kerk dus met een hervormde gemeente samengaat, wordt het niet meer gevraagd. De tussenorde voor gereformeerde gemeenten regelt dat niet.

De generale synode van Haren (1995) heeft in haar zitting van 27 november 1996 echter wijzigingen aangebracht ten opzichte van de oude bepalingen. De deputaten, die de wijzigingen voorstelden, merkten op, dat velen de ondertekening blijkbaar als 'een juridische akte' hebben ervaren, waarmee dan woordelijk instemming met de belijdenisgeschriften wordt vereist.

De termen 'tegenstaan en helpen weren' (wat dit belijden weerspreekt) komt te uitsluitend en marsiaal over ten opzichte van andere tradities'.

Een uitdrukking als 'in eenheid van het ware geloof klinkt menigeen te massief in de oren;

en 'trouw houden aan' wordt uitgelegd als je letterlijk houden aan'.

De nieuwe formulering luidt nu:

'Wij beloven ons gezamenlijk ambtelijk werk te zullen verrichten in verbondenheid met het belijden van de kerk en voor dit belijden op te komen. Het voorgeslacht heeft dit belijden tot uitdrukking gebracht in de drie algemene belijdenisgeschriften (Apostolicum, Nicea, Athanasius, v.d.G.) en in de drie formulieren van Enigheid'. Dan wordt de volgende tekst ondertekend: 'Wij ambtsdragers verbonden aan de Gereformeerde Kerk te X verklaren met onze ondertekening, dat wij de Heilige Schrift erkennen als het Woord van God, de gezaghebbende openbaring van het Evangelie Gods in Jezus Christus, en daarom als enige regel van geloof en leven'.

Wat hier opvalt is, dat de handtekening wel door iedere ambtsdrager persoonlijk, maar niet individueel wordt gezet. Er wordt gesproken over wij (gezamenlijk) in plaats van ik.

Kennelijk krijgt ook hier nu belijden in plaats van belijdenis de nadruk.

Als het om de belijdenisgeschriften gaat, wordt er overigens vooral de nadruk op gelegd, dat het voorgeslacht zó en daarin het belijden tot uitdrukking heeft gebracht. In feite vindt hier ook een gelijktrekking plaats met wat in de Hervormde Kerk heet de weg van het belijden van de kerk.

De synode van de Gereformeerde Kerken van Middelburg had al eerder uitgesproken, dat de Gereformeerde Kerken geen binding meer kennen aan de gereformeerde belijdenis. Ze hebben deze binding omgezet in een dynamische binding. Dynamische binding (wat een term!) spoort met 'gemeenschap met de belijdenis' in artikel X van de hervormde kerkorde.

De gereformeerde belijdenis is ook in gereformeerde kerken niet meer echt spreekregel voor de kerk. Dan moet zelfs worden opgemerkt, dat 'gemeenschap met de belijdenis', waarover in de hervormde kerkorde wordt gesproken, een meer bijbels woord is dan 'dynamische binding'. Het woord koinonia (gemeenschap) uit Handelingen 2 is in ieder geval nog gelijk te stellen met de religie van de belijdenis

D. De Verenigde Kerk

Hoe zal het nu verder gaan in een verenigde kerk? Welnu, de gereformeerde belijdenis is, zowel in de Nederlandse Hervormde Kerk als in de Gereformeerde Kerken, sterk gerelativeerd. De drie kerken hebben elkaar dan ook gevonden in die relativering van de gereformeerde belijdenis.

In de vijftiger jaren was Samen op Weg nog niet mogelijk. Men zie daarover het geschrift over het hervormd gereformeerde gesprek, dat in de vijftiger jaren, na aanvaarding van de hervormde kerkorde, is gevoerd.

De Hervormde Kerk zat in de beklaagdenbank bij de Gereformeerde Deputaten, die het gesprek voerden. Dit vanwege het ontbreken van tucht en het niet gebonden zijn aan de belijdenis in de Hervormde Kerk. De Hervormde Kerk was een kerk, waar alles mocht en alles kon. Artikel X van de kerkorde werd als te ruim gezien.

Nu wordt in de concept-kerkorde voor de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland gesproken over gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht. Wat nu gemeenschap met de belijdenis betekent, wordt echter duidelijk als we bedenken, dat alle belijdenisgeschriften bij elkaar worden genoemd, ook wanneer deze niet met elkaar corresponderen. De opname van de Konkordie van Leuenberg als mogelijke leesregel voor Dordt bevestigt dat 'de weg van het belijden' de belijdenissen zelf relativeert of zelfs conflicteert.

En dan nu de nieuwe ondertekening voor de aanstaande predikanten. Deze vindt plaats na het colloquium en wordt verleend door gedelegeerden voor de toelating tot het ambt. De gedelegeerden voor de toelating bestaan uit evenveel predikanten als ouderlingen.

Men wordt toegelaten tot het colloquium na een verklaring over belijdenis en wandel door de kerkenraad. Op zich een goede zaak. De vraag is dan echter wel, welke criteria daarbij door een kerkenraad zullen móéten worden of kunnen worden aangelegd.

Vervolgens: na verklaring van het seminarie, dat naar genoegen is voldaan aan de verplichting inzake het .leervicariaat, in de seminarieweken.

Vervolgens ook: na een overgelegde verklaring met betrekking tot de geschiktheid tot het ambt van de zogeheten geschiktheidscommissies;

en: na overlegging van een preek, vergezeld van een orde van dienst.

Dan wordt letterlijk geformuleerd: 'Het testimonium wordt uitgereikt na het afleggen en de ondertekening van de belofte, dat betrokkene de roeping tot de openbare prediking van het evangelie, de bediening van de sacramenten en de herderlijke zorg aanvaardt en bereid is in al het ambtelijke werk te getuigen van het heil in Jezus Christus, zal blijven in de weg van het belijden van de kerk en zich zal houden aan de regels, gesteld in de orde van de kerk'.

Hier wordt niet meer gesproken van voorlezing van het grondslagartikel. Het zal echter duidelijk zijn, dat men pas instemming kan betuigen na kennisname van een dergelijk artikel. Ook hier wordt weer gesproken over 'de weg van het belijden' der kerk. In afwijking echter van datgene, wat in de hervormde kerkorde is geformuleerd, namelijk 'de verkondiging van het heil in Jezus Christus naar uitwijzen van het Heilig Evangelie', wordt nu slechts gesproken over 'het getuigen van het heil in Jezus Christus'. Op zich is deze formulering een vermagering ten opzichte van de hervormde kerkorde.

E. De consequenties

In grote lijnen wordt hier evenwel voor dezelfde formuleringen gekozen als in de kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk. Dat betekent, dat 'de weg van het belijden' gelijk is aan 'gemeenschap met de belijdenis der vaderen', hetgeen dus niet betekent 'overeenstemming met de belijdenis der vaderen'. De praktijk in de Nederlandse Hervormde Kerk is overigens, dat ieder, die zégt in te stemmen met artikel X, ook geacht wordt daarmee in te stemmen. Hervormd gereformeerden hebben artikel X van de kerkorde altijd geïnterpreteerd als een binding aan de gereformeerde belijdenissen; hoewel niet louter rationeel, ook bevindelijk: 'wij geloven met het hart en belijden met de mond'. In de breedte van de Nederlandse Hervormde Kerk is die interpretatie echter veel ruimer geweest. Dat dienen we ons wel te realiseren in de Samen op Weg-discussies. De kerkorde van 1951 is niet heilig en zeker ook niet de interpretatie ervan. Artikel X is anders, pluraler aangenomen dan door hervormd-gereformeerden is geïnterpreteerd.

De gekozen formuleringen, zowel in de hervormde kerkorde als in de nieuwe kerkorde, zijn prachtige formuleringen, maar ze sluiten, om een voorbeeld te noemen, Schriftkritiek niet uit maar in. Schriftkritiek behoort, evpnals in de Hervormde Kerk vandaag, oolk tot 'de weg van het belijden van de kerk'. Op die weg van het belijden heeft de kerk nieuwe inzichten verworven. 'Wij weten méér dan Paulus'.

In genoemde formuleringen binden de aanstaande predikanten zich niet ondubbelzinnig aan de verkondiging van Jezus Christus naar uitwijzen van het Heilig Evangelie, bijvoorbeeld ten aanzien van de verzoening, overeenkomstig wat Paulus zegt: 'Wij wensen niemand anders te weten dan Jezus Christus en Dien gekruisigd'. En wanneer hij oproept: 'Wij bidden u van Christuswege laat u met God verzoenen'.

Het heil in Jezus Christus verkondigen biedt ruimte voor alle modaliteiten. Genoemde formuleringen behoeven niet te leiden tot de prediking van de verzoening door voldoening. We denken hier aan de geruchtmakende boeken van prof.dr. C. J. den Heyer, waarin de verzoening door voldoening wordt weersproken.

Verder kunnen er ethische beslissingen worden genomen, die wel door de kerk worden geacht in de weg van het belijden van de kerk te zijn, maar niet zijn naar de norm van de Schrift als alleen gezaghebbende bron van Gods openbaring.

Alle formuleringen zijn zodanig gekozen, dat ze passen bij de weg van het belijden. De kerk kent als het goed is een wettige pluriformiteit, binnen de grenzen van Schrift en belijdenis. 'De weg van het belijden' leidt echter in de praktijk tot een kerk, met een verregaande principiële tolerantie.

Daarom is in de brochure 'Voor de goede orde' de grondslag voor de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland als 'onaanvaardbaar' aangemerkt. Ze is ook zwakker dan de kerkorde van de Hervormde Kerk van 1951. Desalniettemin hebben we op de kerkenradendag van 21 september 1996 in Amersfoort gezegd, dat we ons geroepen weten op onze post te blijven en evenals in de Hervormde Kerk te blijven strijden voor het recht van de hervormde gezindheid, dat is de gereformeerde belijdenis.

Het onaanvaardbaar is principieel uitgesproken. De profeten in het Oude Testament hebben zo vaak het onaanvaardbaar uitgesproken. De apostelen in het Nieuwe Testament hebben ook vaak het onaanvaardbaar uitgesproken. Groen van Prinsterer heeft in de deplorabele situatie van de vorige eeuw, toen er slechts van twee aangenomen formulieren sprake was, (de Dordtse Leerregels waren daar niet bij) ook het onaanvaardbaar uitgesproken. En hervormd-gereformeerden hebben in feite, door zich tegen de kerkorde van 1951 te verklaren, ook in 1951 het onaanvaardbaar uitgesproken.

Zo zeggen we ook in de ontwikkelingen van vandaag, dat de voorliggende kerkorde onaanvaardbaar is. Maar onaanvaardbaar betekent niet, dat we weglopen van onder de schuld en van onze verantwoordelijkheid. De kerk is gereformeerd, om telkens weer gereformeerd te worden. Niemand zal toch ook de aanstaande predikanten kunnen beletten, dat zij 'gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht' ook straks naar 'verbondenheid met' en 'gebondenheid aan' de belijdenis interpreteren en daarnaar hun prediking en catechese inrichten? ! Dat hebben de dienstdoende predikanten gedaan ten aanzien van het artikel X van de kerkorde. Zo zal het, naar het mij voorkomt, ook toegaan met de interpretatie van het grondslagartikel van een verenigde kerk. Voor de prediking in de gemeente zal er niets veranderen.

F. De grenzen van de tolerantie

Bij alles wat tot heden principieel is gezegd, volgen hier nu nog enkele opmerkingen gericht op de praktijk. Wij pleiten niet voor een oeverloze tolerante kerk, maar voor een gereformeerde belijdende kerk. Het laatste betekent, dat vrijzinnige prediking en ook midden-orthodoxe prediking ook vandaag op hervormd gereformeerde kansels niet worden toegelaten. Een moeilijk probleem in de Hervormde Kerk is steeds geweest, dat anderen artikel X, wanneer het ging om het ruimte geven aan andere modaliteiten van prediking, ruimer hebben kunnen interpreteren dan hervormd gereformeerden. Dat heeft consequenties gehad voor de vorming van buitengewone wijkgemeenten en deelgemeenten. Wij vroegen ruimte in minderheidsposities, maar konden diezelfde ruimte niet geven. Daar ligt een spanningsveld.

Intussen behoeft men tolerantie niet bij voorbaat te veronderstellen bij diegenen, die een plurale kerk voorstaan. Er dient zich meer en meer een onverdraagzaamheid aan bij het niet aanvaarden van moderne visies, met name inzake ethische kwesties.

Ik noem enkele voorbeelden:1. De hervormde synode nam ooit de beslissing om tuchtoefening rondom het Heilig Avondmaal inzake homoseksualiteit onmogelijk te maken. Hoewel deze zaken nauwelijks speelden in de praktijk van het gemeentelijke leven bracht één en ander grote commotie teweeg. Vanwege die commotie is de zaak teruggebracht tot een aantal zorgvuldigheidscriteria, waaraan bij toepassing van tucht moet worden voldaan. In de praktijk, in de interpretatie van 'de weg van het belijden', wordt echter 'het heil in Jezus Christus' hier doorvertaald naar aanvaarding van homoseksuele praktijk op grond van nieuw verworven inzichten.

Op dit punt ontstaat intussen een wederkerige intolerantie, waarbij visies op het Woord en op de 'weg van het belijden' botsen.

Overigens moeten we ons hier goed realiseren, dat het vooralsnog gaat om een hervormde kwestie. Deze zaak speelde in de Hervormde Kerk. We moeten oppassen voor schrikverhalen, waarbij alles in verband wordt gebracht met Samen op Weg. Zeker, alle zaken zullen in de nabije toekomst met Samen op Weg te maken hebben, maar er zijn tal van ontwikkelingen binnen Samen op Weg, die al lang ook ontwikkelingen zijn binnen de Nederlandse Hervormde Kerk.

Dat geldt bijvoorbeeld ook de kwestie van de vrouw in het ambt. Ooit nam de hervormde synode met 26 tegen 22 stemmen het besluit, dat de vrouw tot de ambten zou worden toegelaten. Daarop ging een brief van de visitatoren generaal naar de gemeenten, waarin werd verzocht de gevoelens van de bezwaarden te ontzien. De tolerantie in deze is echter afgenomen, vanwege het opkomende feminisme. Een door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond bepleitte pastorale brief, enkele jaren geleden, werd onmogelijk geacht, omdat dan het hele feminisme te hoop zou lopen.

Welnu, ethiek lijkt vandaag belangrijker te zijn dan dogmatiek. De druk van ethische beslissingen binnen de kerk zou wel eens kunnen toenemen en zou de tolerantie wel eens kunnen doen afnemen. De Engelse evangelikale predikant John Stott uit de Anglicaanse Kerk heeft gezegd, dat men in de grote kerken het best kan opereren, het best de netten kan uitwerpen, omdat men in de verkondiging van het Evangelie niet wordt belemmerd. Hij acht blijven in de grote kerken moeilijker dan gaan, ook al brengt 'gaan' soms psychisch lijden met zich mee. Hij toont zich echter tegelijkertijd beducht voor de dwang van ethische beslissingen. Hij noemt in dit verband de gelijkstelling van niet-huwelijkse relaties met het huwelijk (zie Globaal bekeken d.d. 17 april 1997).

In verband met Samen op Weg moeten we hierbij ook rekening houden met twee verschillende culturen, die samen komen. In de hervormde cultuur is van meer geduld met elkaar sprake dan in de gereformeerde cultuur, waarin datgene, wat vandaag wordt besloten, morgen ten uitvoer moet worden gelegd. Hoe groot zal dan ook de tolerantie zijn binnen de verenigde kerk?

G. Ter afsluiting

Het zou niet goed zijn in de (vaak deplorabele) praktijk van het kerkelijke leven te eindigen. De vraag is: Hoe staan we in de kerk? Geloven we in de kracht van het Woord en de overmacht van de Heilige Geest? Bedoelen we verder nog een kerk voor heel het volk?

Kohlbrugge heeft gezegd: 'Werp het Woord er maar in en gij zult zegen hebben'.

Wilhelmus a Brakel wist, dat de prediking van het Woord beslissend zou zijn, ook in een situatie, waarin hij zijn gemeente niet als gemeente des Heeren kon aanspreken. In Hongarije zei één van de kerkelijke bisschoppen: Kerkleidingen wisselen, instituten veranderen, maar 'Die Kirche bleibt in die Gemeinde'. In de gemeente klopt het hart van de kerk. We moeten het ook: de situatie, die zich aandient, wagen met het Woord in de volmacht van de Heilige Geest; met het oog ook op de jongere generatie, die aan Samen op Weg nauwelijks een boodschap heeft, maar schreeuwend verlegen is om een bevrijdend woord.

Ds. J. T. Doornenbal heeft ooit geschreven, dat de kerkorde ten diepste de kerk niet bepaalt. In de Nederlandse Hervormde Kerk heeft de Heere wonderen gedaan. Hij is ondanks onze ontrouw aan Zijn verbond trouw gebleven. Dat wijst de praktijk in tal van gemeenten en regio's uit. Zou Zijn arm dan nu verkort zijn? In Amersfoort hebben we twee teksten genoemd. In de eerste plaats Jeremia 45, waar de profeet tegenover Baruch in Gods Naam zegt: 'Wat ik geplant heb, ruk Ik uit'. Nochtans was Baruch niet zonder belofte. 'Ik zal uw ziel tot een buit geven overal waar gij heen zult trekken'.

En dan Jeremia 29 : 7, de brief van Jesaja aan het volk in ballingschap. Dan zegt de profeet: Zoek de vrede van de stad, waarheen Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren en bidt voor haar tot de Heere, want in haar vrede zult gij vrede hebben'.

Het gaat om de verkondiging van de vrede van de Vredevorst. En dan sluit ik toch maar aan bij de formulering van de hervormde kerkorde, namelijk dat predikers geroepen zijn tot de verkondiging van Jezus Christus naar uitwijzen van het heilig Evangelie. Als men dat echt naar uitwijzen van het Heilig Evangelie doet, zou de Geest dan ook het heil in Christus niet doen oplichten en herstel van de kerk kunnen geven?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Predikant in een verenigde protestantse kerk?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's