Het Koninkrijk Gods niet van deze wereld
De kerk in de wereld
Op maandag 28 april 1.1. hield ondergetekende in het kader van een jaarlijkse lezingenserie in Hongarije, op uitnodiging van de Hongaarse Hervormde Kerk, een lezing aan de theologische Radaifaculteit in Boedapest over het thema 'De Kerk in de wereld'. Om deze lezin was door de studenten in de theologie gevraagd i.v.m. de plaats van de kerk in de samenleving na de Wende in Oost-Europa en de (politieke) ontwikkelingen in dit opzicht de laatste jaren. Bijgaand treffen de lezers een samenvatting van het gesprokene.
Het thema De kerk in de wereld en in verband daarmee ook over de christen in de wereld, is een omvangrijk thema, dat van vele kanten te benaderen valt. Ik spits het thema echter toe op het Koninkrijk van God. Gesproken zou kunnen worden over het Koninkrijk der hemelen, zoals dat in vele aspecten in de gelijkenissen van Jezus aan de orde komt. Ik wil echter slechts enkele aspecten van dit Bijbelse thema belichten.
B. Centrale tekst
Graag wil ik met u spreken over één centrale plaats in de Bijbel ten aanzien van het Koninkrijk Gods. Wanneer Jezus voor Pilatus staat vraagt deze hem: Zijt Gij de Koning der Joden? ' Als Pilatus gezegd heeft, dat Jezus' eigen volk en de overpriesters Hem aan hem hebben uitgeleverd, vraagt hij: Wat hebt Gij gedaan? ' Dan spreekt Jezus het bekende woord (Johannes 18 : 36): Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik de Joden niet zou zijn overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.'
Wanneer Jezus een aards Koning zou zijn geweest, zouden zijn dienaren zich voor Hem hebben ingezet. Ze zouden hebben voorkomen, dat Hij voor Pilatus kwam. Maar zijn Koninkrijk is niet van deze wereld.
De oude kerk heeft het nodig geacht om in het Apostolicum op te nemen, dat Jezus onder Pontius Pilatus geleden heeft en gekruisigd is. De Heidelbergse Catechismus merkt daarover op, dat het lijden ook hierin bestond, dat Hij onschuldig onder de wereldlijke rechter veroordeeld is gewor
Intussen hebben we hier dan óók een beeld van de kerk. Ik noem enkele aspecten.
1. Een dienaar is niet meer dan zijn heer! Wanneer Jezus geleden heeft tot voor Pontius Pilatus toe, zal ook Zijn volgelingen het lijden niet bespaard blijven.
2. Christus zegt: 'Ik zend u als schapen temidden van de wolven'. Hij zegt dit tot Zijn discipelen. Zijn apostelen. Met deze boodschap worden zij de wereld ingezonden.
3. Christus heeft ook gezegd, in de wereld zult gij verdrukking hebben.
Eén en ander betekent, dat het getuigenis aangaande Jezus Christus in de wereld martelaarschap betekent. Getuige zijn en martelaar zijn is in feite hetzelfde. Het gaat terug op hetzelfde grondwoord. In Nederland heeft de theoloog prof. dr. A.A. van Ruler altijd sterk de nadruk gelegd op de betekenis van de naam van Pontius Pilatus in het Apostolicum. Jezus heeft tegenover Pontius Pilatus betuigd, toen deze zei macht te hebben hem vrij te laten: Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven ware' (Joh. 19:11).
Zoals nu Jezus vrijmoedig getuigenis gaf tegenover Pontius Pilatus, zo zou de kerk in de loop van de eeuwen ook vrijmoedig getuigenis geven tegenover de overheden, dat Jezus Kurios is, Heere van de wereld. Dit werd al duidelijk in het leven van de heidenapostel Paulus. Toen hij stond voor de stadhouder Felix (Handelingen 24) getuigde hij van de opstanding, van rechtvaardigheid en matigheid en van het toekomende oordeel. Felix werd er bevreesd van en zei tenslotte: ga maar weg. Toen Paulus voor koning Agrippa stond (Handelingen 26), getuigde hij, dat de Christus lijden moest en dat Hij, de Eerste uit de opstanding der doden zijnde, een licht zou verkondigen aan het volk van de Joden en aan de heidenen.
Zo is de kerk in de loop van de geschiedenis getuige geweest van Jezus Christus. Daarbij was ze vaker kerk onder het kruis dan kerk in glorie. Een kerk in glorie (een triomfantelijke kerk) stond bovendien spoedig bloot aan verval. Juist onder het kruis bloeide de kerk vaak op.
In (de Hongaarse gemeente) Kecskemet trof ik op verschillende plaatsen het bekende woord: crescit sub pondere palma; de palm groeit onder de druk.
C. Het Koninkrijk van God is allereerst geestelijk
Als Christus zegt, dat Zijn Koninkrijk niet van deze wereld is, betekent dat allereerst, dat dit Koninkrijk niet zich manifesteert volgens de schema's van de wereld. Het Koninkrijk van God is allereerst geestelijk. Daarom klinkt ook het vermaan tot de christenen in Romeinen 1: 'Wordt aan deze wereld niet gelijkvormig, maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw gemoed'.
In Lukas 17 vers 20 en 21 lezen we, dat het Koninkrijk Gods niet met uiterlijk gelaat komt. Men kan het niet hier en daar aanwijzen. 'Het Koninkrijk Gods is binnen ulieden', zegt Jezus (Lukas 17 : 21). Soms is dit Schriftwoord verinnerlijkt, gemystificeerd. Het Koninkrijk Gods zou zich letterlijk binnen de mens voltrekken. De vraag is echter, of wel vertaald moet worden: 'Het Koninkrijk Gods is 'binnen' u. Een andere vertaling lijkt beter: Het Koninkrijk Gods is bij u, nabij u. Dat betekent, dat in Jezus' woorden en werken, het Koninkrijk Gods present geworden is bij de mensen.
Intussen is het opvallend, dat in het Onze Vader Jezus de zijnen laat bidden: 'Uw Koninkrijk kome'.
Hoewel het Koninkrijk in Hem gekomen is en in Hem nabij gekomen is, is het er toch ook nog niet. Het is er reeds en het is er nog niet. In Christus is het Koninkrijk Gods in principe gekomen. Het kruis is zo centrum van de geschiedenis. Maar het is ook nog komende in volle heerlijkheid. Daarom bidt de kerk: 'Uw Koninkrijk kome'.
De Heidelbergse Catechismus zegt daar vier dingen van.
1. Met deze bede bidden we of God door Zijn Woord en Geest ons wil regeren. Door Zijn Woord en Geest. Dat duidt op het geestelijk karakter.
2. Vervolgens bidden we of God Zijn kerk wil bewaren en vermeerderen, uitbreiden. De kerk heeft dus alles met het Koninkrijk Gods te maken. Ze is er een opgericht teken van in deze wereld.
3. Vervolgens bidden we of God de werken van de duivel wil verbreken en alles krachteloos wil maken, wat zich tegen God en Zijn heilig Woord verzet. Er zijn geestelijke tegenmachten en tegenkrachten tegen het Koninkrijk Gods.
4. En tenslotte bidden we of het rijk van God in volkomenheid, in volmaaktheid komen zal. In de gebrokenheid van deze wereld is het er al wel, maar er komt een tijd, dat God 'alles en in allen zal zijn'.
Uit dit alles mogen we verder de conclusie trekken, dat dienaren van het Woord afzonderlijk en de kerk als geheel geroepen zijn het Evangelie van het Koninkrijk te verkondigen. Jezus deed dat zelf in Marcus 1 vers 14. Daar lezen we van Hem, dat Hij het evangelie van het Koninkrijk verkondigde. Dit wordt van Hem gezegd ter inleiding op de roeping van de discipelen. Zij worden ook geroepen om het Evangelie van het Koninkrijk te verkondigen. Dat Koninkrijk is allereerst geestelijk. Daarom worden ze de wereld ingezonden met de opdracht om op te roepen tot bekering en geloof in het Evangelie (Markus 1 vers 15).
D. Het Koninkrijk Gods in de wereld
Heeft het Koninkrijk van God dan niets met de wereld van doen. Is het louter geestelijk? Ooit ontmoette ik op de West Bank in Israël prof. dr. Baramki, de rector van de Bir Zeit Universiteit. Ook hij noemde het woord 'het Koninkrijk Gods is niet van deze wereld', maar verbond daaraan direct de conclusie: dus horen de Joden niet in dit land thuis. Hij wilde in feite zeggen, dat met de komst van Jezus Christus het Koninkrijk Gods in haar geestelijk karakter van kracht is geworden. De Joden hebben geen taak meer. Als straf voor de verwerping van Jezus zijn ze zelfs verstrooid onder de volkeren. Het Koninkrijk Gods is voortaan geestelijk, heeft ook met het Joodse volk niets meer van doen.
Soms is het Koninkrijk Gods, zoals al gezegd is, louter verinnerlijkt, gemystificeerd. Het Koninkrijk Gods is binnen in u. Wat betekent het echter als Christus zegt, dat Zijn Koninkrijk niet van deze wereld is. Christus zegt in de evangeliën ook tegen zijn discipelen, dat ze niet 'van de wereld zijn' (Johannes 17:16). Dat betekent toch niet, dat ze uit de wereld weg zijn? Ze hebben toch voluit hun plaats en roeping in de wereld! De apostelen zijn juist de wereld ingezonden. Staat zo de kerk ook niet in een apostolaire opdracht? Ze is gezonden in de wereld. In de wereld zal de kerk dan ook getuigenis ervan geven, dat Jezus Christus Heere is. Ze zal er getuigenis van geven, dat Jezus Christus de machten heeft overwonnen.
Trefzeker vinden we de twee aspecten van het Koninkrijk Gods in Kolossensen 2 : 14, 15. Daar lezen we allereerst, dat Christus het handschrift, dat tegen ons was, heeft weggenomen, aan het kruis heeft genageld. Ons doodvonnis was in een brief ondertekend, maar Christus heeft door die handtekening een streep gehaald. Het kruis staat garant voor schuldvergeving. Dat is de geestelijke kant van het Koninkrijk Gods. Maar direct in verband daarmee lezen we, dat Christus op het kruis de overheden en de machten publiekelijk ten toon heeft gesteld, over deze heeft getriomfeerd. Dat is de wereldlijke kant van Koninkrijk Gods.
Op grond van dit laatste heeft de kerk ook alles met deze wereld te maken. Christus is Hoofd van Zijn gemeente, maar Hij is Heere van de wereld. En de ten hemel gevaren Christus regeert van daaruit de wereld. Pas bij de wederkomst zal hij het Koninkrijk aan Zijn Vader teruggeven. Tot zo lang is de kerk geroepen de twee kanten van het Koninkrijk Gods in deze wereld uit te zeggen. In Openbaring 21 vers 24 lezen we zelfs over de volken, die zalig worden, over Koningen, die eer en heerlijkheid der volkeren in de stad van God zullen inbrengen. In het volkerenleven zijn kennelijk tekenen, die eeuwigheidswaarde hebben. Alleen God weet hoe.
De conclusie mag zijn, dat de christenen en de kerk wel in de wereld, maar niet van de wereld zijn, omdat het Koninkrijk Gods niet van de wereld is, hoewel het zich wel in de wereld manifesteert.
D. Concreet
De kerk zal de twee kanten van het Koninkrijk Gods in alle duidelijkheid dienen te prediken. Daarmee staat ze in een lange traditie, waarmee ze niet mag breken, noch door de slinger naar de ene kant, noch door de slinger naar de andere kant te laten doorslaan.
Dr. Attila Kalman, de wereldlijke voorzitter van de Generale Synode van de Hongaarse Hervormde Kerk, heeft recent bij zijn inauguratie gezegd: 'Ik ben hier in conservatief, dat ik gebonden ben aan een tweeduizend jaar oude christelijke cultuur en aan de traditie van een vijfhonderd jaar oude Reformatie'. Dat is me uit het hart gegrepen. Conservatief: Gebonden aan een tweeduizend jaar oude cultuur. Omdat Jezus Christus gisteren en heden Dezelfde is. Dat Hij Dezelfde is, betekent niet dat Hij hetzelfde is. Culturen en situaties veranderen. Maar Hij gaat als de Onveranderlijke Persoon, als de Levende met Zijn kerk mee de geschiedenis door, haar leidend in telkens nieuwe situaties.
Zo zal de kerk haar verantwoordelijkheid ook voor de wereld tonen. Allereerst in haar missionaire taak, zal zij dat ook doen in diaconaal opzicht. Men leze de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. Men leze daarbij vooral ook de commentaar, die Johannes Calvijn geeft bij deze gelijkenis. Daaruit blijkt, dat hij hier heel duidelijk de diaconale roeping van de kerk voor alle mensen in de wereld benadrukt. Mensen zijn met elkaar verbonden, omdat ze gezamenlijk schepsel van God zijn. Daarom heeft de kerk niet alleen een diaconale taak voor haar eigen leden, maar voor de hele wereld.
Maar vervolgens heeft de kerk een profetische roeping naar het volk en naar de overheid toe, om te betuigen, dat Jezus Christus Heere is en ook om te betuigen, dat de machten zijn overwonnen. Dit alles betekent ook, dat de kerk zich nooit zal mogen verzwageren met welke machten en ideologieën dan ook. De kerk zal zich ook niet mogen verzwageren met politieke machten, ook niet met christelijke politieke machten. Ze zal zich nooit mogen vereenzelvigen met politieke partijen, ook niet met christelijke politieke partijen.
In Amsterdam is een klein straatje tussen de historische Nieuwe Kerk en het stadhuis. Dat straatje heet de Mozes en Aaronstraat, symbool van de kerkelijke en wereldlijke overheid. Door dit straatje gingen deze bij elkaar op bezoek. Maar ze woonden niet in hetzelfde huis. De kerk heeft ten opzichte van de overheid de handen vrij te houden in haar profetische roeping.
De kerk zal ook ten opzichte van de overheid getuigen van recht en gerechtigheid. Helaas moeten we zeggen, dat de kerk in sommige situaties niet altijd vrij gebleven is van verzwagering met politieke machten of ideologieën. Hier valt niet te generaliseren, maar met enkele voorbeelden wil ik hier afsluiten. In Zuid-Afrika was er de verzwagering van de kerk met de christelijke politiek en intussen met de ideologie van het racisme.
In Latijns Amerika verzwagert de kerk zich met het kapitalisme van de grootgrondbezitters.
In landen van Oost-Europa heeft de kerk zich verzwagerd met het communisme. In de Tweede Wereldoorlog bleef de kerk in bepaalde delen van Europa niet vrij van verzwagering met het fascisme.
Is er vandaag in de landen van Oost-Europa niet het gevaar, dat de kerk zich verzwagert met nieuw opkomend nationalisme!
De kerk is niet geroepen politiek te bedrijven, maar politiek heeft wel te maken met polis, de stad van God. Zo is de kerk geroepen om het politieke leven profetisch bij te lichten, ook al zou het het leven kosten, ook al zou het lijden met zich mee brengen. De christenen afzonderlijk hebben hierin ook een eigen verantwoordelijkheid in de samenleving, met het Woord als inspiratiebron.
Conclusie
Het Koninkrijk Gods is niet van de wereld, maar wel in de wereld. Dat betekent allereerst nadruk op de geestelijke kant van het Koninkrijk Gods. Geen verinnerlijking en geen kloosterideaal echter, maar staan met het getuigenis aangaande Jezus Christus midden in deze wereld.
Ik sluit af met het prachtige woord uit Micha 6 vers 8 'Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is; en wat eist de Heere van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God? ' Ligt hierin niet de hele roeping van kerk en christenheid verwoord?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's