De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een verwaarloosd element? (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een verwaarloosd element? (1)

9 minuten leestijd

Onlangs ontmoette ik een gemeentelid die mij vertelde dat hij vroeger meer over het gericht van God in de prediking hoorde dan in onze tijd.

Naar zijn zeggen werd er in het verleden meer gesproken over de komst van Jezus op de wolken des hemels en over het oordeel dat gaat over de levenden en de doden dan in het hier en nu.

Ook meende het gemeentelid dat er meer gewaarschuwd werd tegen het gericht! Eigenlijk hoorde hij nu alleen nog op oudejaarsavond dat er eeuwige vreugde voor de kinderen Gods zal zijn en eeuwig wee voor de goddelozen.

Kort samengevat wilde het gemeentelid zeggen dat hemel en hel schijnen te verbleken in hun felle tegenstelling.

In een aantal artikelen wil ik op het bovenstaande ingaan en mij afvragen of het gericht inderdaad een verwaarloosd element in de prediking is. Wanneer het antwoord bevestigend is, zal de vraag beantwoord móeten worden welke plaats het gericht dan wel in de prediking behoort te hebben.

Oorzaken

De opmerking van mijn gemeentelid is niet nieuw. In 1952 verscheen er een boek van de hand van K. Dijk dat hij als titel meegaf: Het gericht Gods in de prediking. Daarin schrijft hij onder meer dat het gericht van God in de prediking niet meer zo wordt vernomen als in vroeger eeuwen. De schrijver ziet dit als een gemis in de prediking. Ik val K. Dijk daarin bij en maak direct de kanttekening dat het vijfenveertig jaar na het verschijnen van zijn boek er niet beter op is geworden.

Als men mij vraagt naar de oorzaken zijn er een aantal te noemen.

Als eerste noem ik de visie op de gemeente. Het maakt wel enig verschil of de gemeente wordt gezien als verbondsgemeente die wederomgeboren moet worden of als verbondsgemeente die uitsluitend bestaat uit gelovigen.

Wie de Schrift leest, zal het duidelijk zijn dat het niet alles Israël is wat Israël wordt genoemd. Om met I. Kievit te spreken: er zijn tweeërlei kinderen van het Verbond. Zó opgevat, zal het waarschuwend element van het gericht Gods in de prediking niet ontbreken.

Gaat men er echter van uit dat allen, die in het Verbond zijn opgenomen, behouden zijn, dan zal dit element ontbreken.

Een bijbelse visie op de verbondsgemeente doet ons altijd met twee woorden spreken: zonde en genade, hel en hemel, gericht en vrijspraak.

Er is echter nog een andere oorzaak. Er zijn allerlei theologische voorstellingen. Een van die voorstellingen wordt omschreven als 'de triomf der genade'. Nu is er geen bezwaar als wij spreken over de triomf der genade. Voor allerlei uitdrukkingen behoeven wij niet altijd koudwatervrees te hebben. Wat is er heerlijker én rijker als men in eigen leven ervaart dat de genade triomfeert over de zonde. En dat niet slechts één keer, maar telkens op­ nieuw. Wat is het ook geweldig als men ziet dat dankzij de triomf van Gods genade Zijn Koninkrijk zich uitbreidt. Nog niet zolang geleden heb ik daarvan iets gezien in Zimbabwe. De triomf van genade won het van het kwaad, de zonde. Waar geen gemeente was, kwam dankzij de triomf van de genade een bloeiende gemeente.

Anders wordt het als men de triomf der genade anders gaat uitleggen dan ik zojuist deed. Er zijn theologen die de triomf der genade zo groot achten dat het werk van Christus door hen gezien wordt als voor allen volbracht. Wel wordt er één restrictie (beperking) aangebracht dat men zegt dat nog niet een ieder daarvan op de hoogte is. Verloren gaan is naar de mening van deze theologen een 'onmogelijke mogelijkheid'. De genade triomfeert over alles en allen. Is het niet in dit leven, dan wel na dit leven, wanneer God alles zal zijn in allen.

Ik denk dat deze gedachtengang te ver gaat. In de Schrift komt men die zo niet tegen. Wel kan het hart van een prediker zo met de liefde Gods vervuld zijn dat hij de genade van God aan een ieder gunt en ook metterdaad spreekt dat iedere hoorder van het Woord Gods behouden kan worden. Echter... dat is iets anders dan dat men zegt dat het uiteindelijk met een ieder wel goed komt.

Een derde oorzaak waarom het gericht in de prediking niet meer gevonden wordt is een reactie. Er zijn tijden geweest waarin in sommige preken vrijwel alleen het gericht ter sprake werd gebracht. In iedere preek steeds hetzelfde thema: het gericht. Zelden of nooit werd er gesproken dat er zaligheid voor een ieder in Jezus Christus is. Het woord van Jezus zelf dat Hij niet is gekomen om mensenzielen te verderven, doch om die te behouden werd niet gehoord. Dat God in Christus de hemelse Ontfermer is evenmin.

Let wel: het is niet verkeerd als van tijd tot tijd het gericht in de prediking ter sprake komt. Ik sluit het zelfs niet uit dat dit een hoofdthema kan zijn in de preek. Met name dan als de zonden van Gods gemeente tot de hemel opklimmen. Maar als er niet meer gezegd wordt dan alleen het gericht, schiet de prediker van het Evangelie zijn doel voorbij. Een preek mag nooit in het gericht alleen opgaan.

Het gericht mag ernstig gepreekt worden, doch nooit zal vergeten worden dat de Heere een mogelijkheid heeft geboden om het gericht te ontvlieden. De vrij stad is Jezus Christus! Immers, er staat geschreven: 'Zo is er dan geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn; die niet wandelen naar het vlees, doch naar de Geest'.

Eeuwige straf

De vraag doet zich in onze tijd voor of er wel een eeuwige straf is. Wanneer die niet bestaat is het ook niet nodig om het gericht een plaats in de prediking te geven.

Bij de verantwoording van de vraag naar de eeuwige straf komt men tot verschillen­ de antwoorden.

Wie uitgaat van de alverzoening zal een eeuwige straf ontkennen. Een ieder en alles zal worden behouden.

Ik moet zeggen dat er nog niet zoveel theologen van een alverzoening in het algemeen uitgaan. Althans niet van een alverzoening waarin het kruis van Christus geen rol zou spelen.

Maar ook al wordt er niet gepleit voor alverzoening, sommige antwoorden komen toch wel heel dicht daarbij. Ik denk aan prof. dr. H. Berkhof. Hij heeft al weer wat jaren geleden een indrukwekkend boek geschreven dat de titel draagt: Christelijk Geloof. Met veel wat hij daarin geschreven heeft stem ik in. Toch zijn er passages in dit boek te lezen waarvan ik mij afvraag of zij niet meer bepaalde gevoelens van ons mensen weergeven dan wat er geschreven staat in het Woord van God.

Wanneer het gaat over de vraag van de eeuwige straf, schrijft Berkhof onder andere: 'De nieuwtestamentische geschriften waarin deze vraag nergens aan de orde wordt gesteld suggereren meer dan één antwoord, wat in de christelijke kerken tot uiteenlopende opvattingen heeft geleid.

Maar in de officiële kerkleer is de gedachte overheersend dat de hel eeuwig is. Enkele bijbelwoorden zeggen dat duidelijk. Er valt voor of tegen Christus immers een beslissing van eeuwig gewicht. Toch is men er steeds afkerig van geweest om deze verschrikkelijke overtuiging dieper te doordenken. Dan moet men immers aannemen dat de volstrekte Godverlatenheid voor eeuwig haar plaats in een vernieuwde schepping behoudt. Vandaar dat volgens sommigen de veroordeling in het gericht in een totale vemieting zal bestaan. Anderen dachten en denken aan een kans op bekering in het hiernamaals. En weer anderen geloven, dat eenmaal allen die naar het beeld van God geschapen zijn, naar het beeld van Christus herschapen zullen worden; deze geloven dus in de alverzoening (apokatastasis).

In de geloofsleer worden we krachtens haar aard en methode in eerste instantie gedrongen tot het antwoord: wij weten het niet. Wij hebben de mensen in dit leven te roepen tot bekering; en wat God in eeuwigheid met hen doet is niet onze zaak. Verscheidenen zeggen gaarne: we laten dit vol vertrouwen over aan God die tegelijk de hoogste rechtvaardigheid en de hoogste liefde is. Maar met dit op zichzelf juiste antwoord is meer gezegd dan dat wij het niet weten. Het woord "vertrouwen" en de twee-eenheid van gerechtigheid en liefde in God wijzen al naar een positief antwoord' .

Berkhof besluit dan deze passage als volgt: 'De duisternis van verwerping en Godverlatenheid kan en mag niet weggeredeneerd worden, maar kan en mag evenmin vereeuwigd worden. In Godsnaam hopen wij dat de hel een louteringsweg zal zijn'.

Ik heb opzettelijk een lang citaat weergegeven om te laten zien dat men toch wel tot eigenaardige redeneringen kan komen. Zelfs zeer menselijke redeneringen die zeker niet in overeenstemming zijn met Gods Woord.

Op een vraag of er een eeuwige straf is, zullen wij alleen antwoord kunnen geven vanuit het Woord van God.

Wat duidelijk is: wanneer wij niet eerbiedig buigen voor het Woord van God en wij geen Schrift met Schrift vergelijken dan komt men tot een gedachte als van een louteringsweg. Over dit laatste wordt nergens in de Schrift gesproken. De kerk der eeuwen heeft een dergelijke gedachte ook altijd van de hand gewezen, In navolging van haar hebben wij dit eveneens te doen.

Oproep tot bekering

Al wijs ik de gedachtengang van Berkhof van de hand, toch wil ik uit het citaat dat ik aanhaalde onderstrepen dat predikers hebben op te roepen tot bekering. Als gezant van Christuswege zal iedere prediker de boodschap van de verzoening uitdragen en het uitroepen: laat u met God verzoenen. De twee wegen zullen duidelijk voorgesteld moeten worden. Dit zal des te meer klemmen als een prediker zich er van bewust is wat in Ezechiël staat geschreven, namelijk dat het bloed van de schapen van hem als herder zal worden afgeëist.

Niemand mag door middel van de prediking in slaap gewiegd worden door de gedachte dat het uiteindelijk wel zal goedkomen. De Bijbel zegt duidelijk: er is een eeuwige straf. Dat wij ons dan haasten tot het kruis van Christus. Het bloed van Christus reinigt ons van alle zonden en verlost ons van de eeuwige straf.

Een volgende keer luisteren wij naar de Schrift en de belijdenis met name wat daarin staat over het gericht (wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een verwaarloosd element? (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's