Globaal bekeken
'Met andere woorden' (kwartaalblad over bijbelvertalen van het Nederlands Bijbelgenootschap) bevat een artikel van P. J. Kievit, getiteld 'Wat is "goed" bijbelvertalen? 'Hieronder laten we volgen het gedeelte, onder het opschrif 'Het vertalen van de bijbel in de protestantse traditie':
'Van de geleerden die in het verleden een visie op het vertalen hebben geformuleerd, is het merendeel de mening toegedaan, dat de vertaler zich niet woord voor woord aan zijn origineel hoeft te houden. Dit inzicht vinden we al bij de Romeinse redenaar Cicero, en hij wordt met instemming geciteerd door de vierde-eeuwse kerkvader hiiëronymus, die zelf de bijbel in het Latijn heeft vertaald. Wanneer in het begin van de zestiende eeuw Luther de bijbel in het Duits vertaalt, doet hij dat beslist niet letterlijk. Deze mening blijkt echter niet overal gemeengoed te zijn, althans niet waar het het vertalen van de bijbel betreft. De Reformatie legt grote nadruk op het sola scriptura, de bijbel als enige bron van Gods openbaring. Niet de kerkelijke traditie, het Woord alleen is de bron van het geloof. Een consequentie hiervan is, dat de Reformatie benadrukt dat iedere gelovige de bijbel moet kunnen lezen en raadplegen. Vertaling van de bijbel is dus nuttig, zelfs noodzakelijk! Het bijbelvertaalwerk neemt dan ook in de protestantse landen een hoge vlucht.
Anderzijds heeft de nadruk op het sola scriptura tof gevolg, dat de leer van de Heilige Schrift sterk wordt uitgewerkt. Vooral in de calvinistische traditie vindt een hernieuwde bezinning plaats op de inspiratieleer. Voorop staat dat de bijbel geen mensenwerk is, maar dat God zelf de eerste auteur van de bijbel is. De Heilige Geest heeft de bijbelschrijvers bestuurd, zodat ze schreven "in opzichte van saken / woorden / en stijl door den Heyligen Geest bestiert wordende". In de zeventiende eeuw stellen sommige theologen (onder wie Voetius), dat zelfs de vocalen en accenttekens van de grondtekst van de bijbel geïnspireerd zijn. Zo ver gaat lang niet iedereen, maar in ieder geval geldt de bijbel tot in detail als Woord van God. Niet alleen de zaken die beschreven worden zijn van belang, ook de manier waarop ze beschreven worden is niet toevallig, zoals het citaat hierboven al aangeeft. A Brakel spreekt van de "nettigheyt / klaarheyt / en gepastheyt van den styl op het alderkraghtigste de saken yeder op sich selven / en in haren t'samenhangh uytdruckende..., "en van de "wonderbare kracht/deftigheyt / hoogheyt en cierlijkheyt die inde stijl van het Woordt is / by welke de cierlijkste orateurs redenen maar boere- en kinder-taal is."
A Brakel gaat hierin verder dan Calvijn, die het heeft over "die ongepolijste en schier ruwe eenvoud" van de Schrift, en die de kracht van de Schrift juist niet zoekt in haar sierlijke stijl, hoewel hij anderzijds erkent "dat sommige profeten een fraaie en schone, ja zelfs schitterende manier van spreken hebben".
Deze eerbied voor de vorm van de Schrift is ook tegenwoordig nog te vinden. In het behoudende deel van de protestantse kerken, waar de traditie van Reformatie en Nadere Reformatie voortleeft, bestaat nog altijd een zekere huiver ten opzichte van nieuwere bijbelvertalingen, vertalingen die meer nadruk leggen op verstaanbaar Nederlands dan op behoud van de vorm. Voor een deel komt deze houding wellicht voort uit onbegrip ten opzichte van nieuwere vertaalmethoden, maar een belangrijke factor is toch zeker het geloof in de verbale inspiratie van de Schrift. Omdat ook de woorden door God zijn ingegeven, mogen we niet zomaar afstand doen van de manier waarop in de grondtekst zaken worden geformuleerd.
Het ontzag voor de Schrift heeft in de calvinistische traditie belangrijke gevolgen gehad voor de manier waarop men de bijbel vertaalde. De bijbel mag vertaald worden, de bijbel moet zelfs vertaald worden, maar wel op de goede manier. Omdat de grondtekst door God is ingegeven, moet een goede vertaling ook de grondtekst als basis hebben. Dit was voor de Synode van Dordrecht in 1618 een van de redenen om te besluiten tot een nieuwe vertaling. Bestaande vertalingen waren ofwel uit het Latijn vertaald, ofwel een vertaling van Luthers vertaling in het Duits. De Statenvertaling was de eerste Nederlandse vertaling die direct van de grondtekst was afgeleid.
Omdat de Schrift tot in detail door God is ingegeven, moet een vertaling de grondtekst zo dicht mogelijk volgen. De eis dat een vertaling natuurlijk moet klinken in de doeltaal, staat op tiet tweede plan.
Dit principe is in de Statenvertaling duidelijk gevolgd. Het titelblad van de Statenvertaling vermeldt dat de tekst "getrouwelijk" is overgezet; welnu, voor de statenvertalers betekende dit een streven naar maximaal behoud van de vorm. Dit impliceert onder andere, dat idiomatische uitdrukkingen letterlijk werden vertaald.
We moeten hierbij niet vergeten, dat het Nederlands in de zeventiende eeuw heel wat flexibeler en kneedbaarder was dan nu. Grote delen van het volk waren nauwelijks geletterd, terwijl degenen die wel geletterd waren meer Latijn dan Nederlands lazen Er bestond nog weinig Nederlandse literatuur, en het proces van de ontwikkeling van een standaar taal was nog in volle gang. Wanneer de vele hebraïsmen en graecismen die de statenvertalers hebben ingevoerd nu zouden worden geïntroduceerd, zouden ze heel wat moeilijker ingang vinde dan toentertijd.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1997
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1997
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's