De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Religie in de polder

Onze 'Lage Landen' oftewel de 'polder' schijnen wereldwijd model te staan als het gaat om de gezondmaking van de economie. Dat is een pluim waard, zeker. We zijn eeuwenlang een volk van kooplieden geweest. De Hollandse zuinigheid is thema van vele grappen in het buitenland. Maar hoe staat het met de 'religie' onder ons volk? Zijn we daarin ook een voorbeeld voor heel de wereld? Dit voorjaar tijdens de Boekenweek (thema: Mijn God) zou je het even gedacht hebben. Was er sprake van een nieuwe religieuze golf in Nederland? Er werd druk gespeculeerd en naar achteraf is gebleken gefantaseerd. Het Sociaal Cultureel Planbureau haalde hen die nog droomden wreed uit de roes met een rapport 'Secularisatie en alternatieve zingeving in Nederland'. Het Nederlands Dagblad van 20 juni meldde: 'Vraag van de onderzoekers was of geruchten over een nieuwe religieuze golf gestaafd worden door de cijfers. Ze vonden die bevestiging niet'. De bloei van de evangelische beweging wordt hoofdzakelijk bepaald door een hergroepering van christenen en doordat deze christenen zich actief manifesteren naar buiten. De christelijke orthodoxie kent ook in de grote kerken geen herleving, aldus het ND. Wel gaat intussen de ontkerkelijking met rasse schreden en in forse aantallen door. In 1994 is 60% van de bevolking onkerkelijk. Dat zal in 2020 oplopen tot 73%. Onze eigen Hervormde Kerk tuimelt van 9 naar 4 procent. Kortom, met de religie is het in de 'polder' niet best. Dat betreft eveneens de alternatieve ideeën en bewegingen die hier en daar de kop opsteken.

In het christelijk literair tijdschrift 'Woordwerk juni 1997, nr. 58 jr. 15) blikt Dirk Zwart terug op de Boekenweek van maart jl.

'Niet eerder had ik met zoveel spanning uitgezien naar een Boekenweek en zo intensief deelgenomen aan de voorbereidingen ervan als dit jaar. Bij het thema "Mijn God" voelde ik mij - hoe kan het anders - zeer betrokken en mijn nieuwsgierigheid naar en openheid voor wat er allemaal met het thema gedaan zou worden was groter dan mijn scepsis daarover. Ik verwachtte wel spot en blasfemie, maar ook veel interessants en lezenswaardigs. Zowel uit christelijke als uit seculiere hoek.'

Zwart schrijft vervolgens eerst over wat vanuit christelijke hoek metterdaad is gebeurd en gedaan in reactie op het thema Mijn God. Ronduit teleurstellend is de oogst geweest. Er is nauwelijks iets van de grond gekomen. Zwart acht ook de Boekenweekkrant van de SoW-kerken een misser. Men is blijven steken in oppervlakkigheid en gebabbel.

'Hoe zijn niet-christenen omgegaan met het thema van de Boekenweek? Wat mocht er verwacht worden van de CPNB? Geen verkondiging van het Evangelie, natuurlijk. Wel: aandacht voor de godsdiensten en de goden die in onze samenleving vereerd worden. Waaronder de God van de bijbel. Met respect, lijkt mij, voor het (veelsoor­ tige) geloof van toch nog zo'n paar miljoen Nederlanders in die God.

Renate Dorrestein als schrijfster van het Boekenweekgeschenk vond ik een interessante keuze, gezien de vele bijbelverwijzingen in haar werk (zie bijvoorbeeld mijn essay over Verborgen gebreken in Bloknoot 16), maar haar boekje viel tegen - en dat is de mening van de meeste critici geweest. Wat het veel méér dan een cynische ontmaskering van enkele "goden" van onze tijd: de lichaamscultuur en de maakbaarheidswaan? De titel Want dit is mijn lichaam zal door Dorrestein zeker ironisch bedoeld zijn, maar de opmerking van prof. A. Th. van Deursen in zijn "Hollands dagboek" in de NRC van 22 maart dat onze cultuur waardigheid mist, lijkt me ook in dit verband terecht geplaatst.

Er vallen voorts allerlei conclusies te trekken uit het feit dat de CPNB juist aan Gerrit Komrij om een Boekenweekessay heeft gevraagd, en dat er in het CPNB-Boekenweekmagazine Mijn God zo goed als geen aandacht is besteed aan het traditionele christendom, laat staan aan de literaire productie van christenen. In de overvloed aan informatie ontbreekt die over de christelijk literaire tijdschriften of over hedendaagse christen-auteurs. Het overzichtje "Schrijvers over God", waarin nota bene het blasfemische Ave verum corpus van Désanne van Brederode is opgenomen, is treurigmakend onvolledig. Maar om ook eens iets vriendelijks te zeggen: mooi is de bijdrage van A. van den Beukel in het magazine, en aardig is het om te lezen, hoe Rutger Kopland zich in een interview (terecht, lijkt mij) verzet tegen een soort religieuze annexatie van zijn cyclus "G".

De seculiere kranten, weekbladen en uitgevers hebben zich - evenals de christelijke media, gelukkig - vol vuur gestort op het Boekenweekthema. In wat ik daarvan gelezen heb, valt mij op dat de kreet van Annie M. G. Schmidt "Lachen mag van God" in de praktijk vaak verwordt tot: "Lachen moet: om God". Want terwijl er enerzijds weer van alles "mag" op het vlak van zingeving, ook "God", is er anderzijds een grote respectloosheid jegens en zelfs aversie tegen het belijdende, traditionele of orthodoxe (hoe men het maar wil noemen) christendom. Niet alleen bij atheïsten als Kousbroek, maar ook bij vrijzinnigen als Kuitert, die daar in zijn boekje Aan god doen heel duidelijk over is: "van de EO als verdediger van achterhaalde geloofsvoorstellingen verwacht de auteur weinig goeds, nog minder trouwens van de aanmatigende manier waarop ze het geloof aan de man wil brengen". En zie ook de fel-negatieve reacties die Antoine Bodar - naast instemming - heeft opgeroepen met zijn "Open brief aan God" in Trouw. Of de korte, denigrerende bespreking van Willy Wielek in dezelfde - voorheen toch christelijke - krant van Het negende uur van Pieter Nouwen.

"Vrolijke blasfemie" noemde de NRC wat er op het boekenbal gebeurde en ook in veel artikelen en boekjes blijkt het christendom steeds weer voorwerp te zijn van vrolijkheid en spotternij. En als ik Kousbroeks Hoger honing lees, vind ik die spot ook nog wel eens terecht, maar de meeste van deze schrijfsels hebben niet méér te bieden dan gebakken lucht: Jaap Goedegebuure die in HP/De Tijd een kleine bloemlezing presenteert van - lachen zeg! - gedichten waarin gespot wordt met God, het absurde bijbelcommentaar van Maarten 't Hart, de simplificerende benadering van Gerrit Komrij, de interessantdoenerij van Michael Zeeman... Het getuigt allemaal van intellectuele onbenulligheid en vooral van schaamteloze onkunde.

Michael Zeeman

Een voorbeeld uit het boekje van laatstgenoemde: Zeeman beschrijft de zang van een lied tijdens een rouwdienst. Hij schrijft dan: Heer die mij ziet zoals ik ben, diehieper dan ik mijzelf ook ken"; van je ene, tweeë, afwisselend lange en korte noten, driekwartsmaat [...]". Hier kloppen vier dingen niet. 1. De tekst van de tweede regel moet luiden: Dieper dan ik mijzelf ooit ken". 2. Dat "diehieper" slaat nergens op. In de berijming van psalm 139 die hier gezongen wordt (uit het Liedboek voor de Kerken), staat er op "die" maar één noot, en wordt het nooit "diehie". 3. "Van je ene, tweeë", is muzikaal gezien, geen logische reactie op de relatief trage melodische gang van psalm 139 : 4. Afgezien van de vraag of er überhaupt ooit een driekwartsmaat in de psalmmelodieën voorkomt (nee dus), is de melodie van psalm 139 zo overduidelijk tweedelig, dat de associatie "driekwartsmaat" alleen bij een muzikaal volstrekte onbenul op kan komen. Maar zodra er onder ongelovige intellectuelen godsdienstige en geloofszaken ter sprake komen, mag er de grootste onzin worden gedelibereerd, zonder dat de intellectuele integriteit daarmee in gevaar wordt gebracht. Terwijl men bij literaire aangelegenheden doorgaans uiterst zorgvuldig en respectvol met teksten en contexten omgaat, worden ten aanzien van de bijbel ineens alle normen van zorgvuldigheid en respect overboord gegooid, om toch vooral maar de lachers op de hand te krijgen.'

Wat kun je anders verwachten van een Stichting die het Nederlandse Boek propagandeert louter vanwege de commercie? En christenen blijken er beter in hun verschillen te manifesteren dan om gemeenschappelijk de dienst van God uit te dragen en voor te leven. We zijn in de polder kampioenen van de scheiding en de scheuring. Nergens in de wereld zijn er zoveel soorten christenen als onder ons. Zwart sluit zijn bijdrage als volgt af:

'Niet eerder was ik zo opgelucht dat een Boekenweek weer voorbij was als dit jaar. Dat er een einde was gekomen aan het gekrakeel, aan de stroom artikelen, aan de kakofonie van stemmen en meningen. En ik heb geen enkele reden gehad om mijn reeds voor de aanvang van de Boekenweek geuite mening te herzien, dat de verschijning van Pieter Nouwens roman Het negende uur "de belangrijkste literaire gebeurtenis rond dit Boekenweekthema" is geweest. De kritiek die ik inmiddels van enkele lezers op dit boek heb vernomen (het zou te geconstrueerd zijn; Schneider zou als personage te antipathiek zijn; het boek zou minder goed zijn dan De lichtwachter), heeft mijn enthousiasme over het boek niet getemperd en het uitstekende interview van Enny de Bruijn met Pieter Nouwen (in het Reformatorisch Dagblad van 25 april) heeft mijn bewondering voor en mijn verwachtingen van diens schrijverschap nog vergroot.

Laat ik eindigen met een prachtig citaat uit dat boek, een citaat met een strekking die tijdens de Boekenweek misschien nauwelijks is doorgedrongen tot niet-christenen, maar die het zinvolle tegenwicht biedt voor al het atheïsme, de vrijzinnigheid, het gelach en de spot: "Ik geloof ook dat Christus als Zoon van God mens is geworden - dat hij tegelijk volledig God en volledig mens was - en dat hij ons door zijn liefdevolle dood van de zonde en de sterfelijkheid heeft bevrijd. '"Aus Liebe will mein Heiland sterben"', zingt de sopraan in de Mattheüspassie. Hiervan kan ik me voorstellen dat ongelovigen het een onbegrijpelijk verhaal vinden want dat is het ook. Theologen noemen het niet voor niks een '"schandaal"'. Maar wat ongelovigen niet kunnen weten - want daar zijn ze nou eenmaal ongelovigen voor - is hoe zeer alles op zijn plaats valt als je precies dat ene aanstootgevende wonder aanvaardt.'

Dit onbegrijpelijke verhaal is de grond van eeuwig leven. Laten we het in allerlei toonaarden blijven bezingen, in bescheidenheid en ootmoed.

Vroege kerk

In de Reflexen van Theologia Reformata  (juni 1997, 40e jrg. nr. 2) geeft prof. dr. W. van 't Spijker aandacht aan de zaak van de religie in onze moderne tijd onder het opschrift Religiositeit van de secularisatie.

'In onze herinnering ligt de boekenweek, onder het thema Mijn God. Het is pijnlijk om op deze manier aan de secularisatie herinnerd te worden. Wat op het eerste gehoor een uitdaging leek te kunnen worden om in ieder geval "God ter sprake te brengen" bleek in werkelijkheid heel iets anders te zijn. Literaire kunst op zijn best in dienst van een uitermate subjectieve religiositeit. Op zijn slechtst als medium voor onverbloemd atheïsme en het spuien van gal en grap tegenover het christelijk geloof.

Mijn God: we kunnen het niet horen zonder te denken aan het kruis van Golgotha, waar Christus verlaten werd. Absoluut verlaten, opdat wij zouden weten wat het betekent om te zeggen: Mijn God. Men kan over de secularisatie in allerlei toonaarden spreken. Er zit ook altijd iets in van de gang van zaken die ons herinnert aan de eerste christenen. Daaraan moeten we denken, wellicht meer dan aan de perioden, die ons van huis uit nog al lief zijn: ik bedoel die van de Reformatie en die van de Nadere Reformatie. Beide hebben hun bijzondere aantrekkingskracht voor ons. We kunnen van beide ook heel veel leren. In veel opzichten kunnen we er niet achter terug. De Nadere Reformatie is ons lief omdat ze aandacht schonk aan een in veel opzichten gezonde behoefte aan ervaring. De Reformatie heeft een spoor getrokken in onze eigen kerkgeschiedenis, dat we niet graag willen verlaten. Het vaste vertrouwen op het Woord van God, de genade van God en de noodzaak en rijkdomvan het geloof in Christus vormen de inhoud van een reformatorische erfenis die we niet kunnen of willen prijsgeven.

De vroege kerk als voorbeeld

Toch hebben we de indruk dat onze tijd nog méér kan leren van die van de vroege kerk. De eerste discipelen van Christus traden niet op in een christelijke wereld. Zij hebben op een wonderlijke manier het evangelie weten te verbreiden. Hun kracht lag in hun geloof en in hun ethiek die tegelijk hun apologetiek inhield. Die twee gingen samen. Voor de rest hadden ze weinig of niets. Hun saamhorigheid was groot. En dit was de overwinning, waarmee zij over de wereld hebben getriomfeerd: hun geloof We kunnen van hun apologetiek vandaag meer leren dan van hetgeen de handboeken sinds de achttiende eeuw ons voorhouden. Het was de gemeente, die koinonia van heiligen was.

Deze vroege kerk genoot geen steun van de overheid, kende geen theorie van theocratie of corpus christianum. Het moest allemaal nog komen. En het is ook allemaal gekomen en weer gegaan. Wég, die theocratie, wég het christelijk gemenebest waarvan de reformatoren nog hebben gedroomd. Het hoogste goed ligt in het humanum van de democratie, een woord dat in de tijd van de Reformatie aanduiding was van een verwerpelijke zaak. Het is nu het ideaal van het vrije Westen: democratisch gaan de dingen toe.'

De vroege kerk als voorbeeld hoe het kan, hoe het zou moeten wellicht in ons tijdsgewricht. De kerk een kleine minderheid die geen enkele bevoorrechting geniet, maar puur leeft uit de boodschap van de Gekruisigde en de Opgestane. Het gaat niet om een imitatie van toen, maar om de navolging van Christus zo als toen werd geprobeerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 1997

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 1997

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's