Een verwaarloosd element? (4)
Een vorig keer wees ik erop dat de reformatoren geen leer van de eschatologie hebben opgesteld. Eschatologie is: leer der laatste dingen.
Hoewel zij sterk en krachtig op het grote einddoel betrokken waren - Luther sprak zelfs over de lieve jongste dag - toch zal men én bij Calvijn én bij Luther tevergeefs een hoofdstuk vinden dat expliciet handelt over de komst van Jezus en wat daarmee samenhangt.
Wel wordt er in de commentaren en in de preken veel en graag door hen over gesproken.
Het moet gezegd worden dat zij in een dogmatische bezinning over de Schriftgegevens hier en daar te kort zijn geschoten, maar in de praktische beleving blijven zij ieder kind van God tot een voorbeeld.
Christus alleen
Zowel in het Oude als Nieuwe Testament wordt ons meer dan eens meegedeeld dat de Heere de schuldige geenszins onschuldig zal houden.
Behoud is er alleen in Christus. Zaligheid alleen als men door het geloof zegt: 'Ik zal mijn hand op Jezus leggen', Amen op Zijn offer zeggen.
Christus alleen! Er kan niet genoeg nadruk op Hem en Zijn volbracht werk worden gelegd. Er is - zoals Petrus in Handelingen 4 zegt - geen andere Naam onder de hemel gegeven dan die van Jezus Christus. En de evangelist Johannes horen wij in Johannes 3 zeggen: 'Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven'. Alleen in de Gezondene des Vaders is er leven. Buiten Hem niet en nergens!
Er zijn twee redenen om juist in onze tijd hierop alle nadruk te laten vallen. Wij leven niet alleen in een multiculturele, doch niet minder in een multireligieuze samenleving.
Wij worden met allerlei religies geconfronteerd. Ons wordt wel voorgehouden dat het er niet toe doet welke religie men aanhangt. Uiteindelijk komt het toch met allen wel goed. Kies maar die religie die het beste bij je past.
Hetzelfde trof men in het begin van onze jaartelling in Rome aan. Er stond in die stad een geweldige tempel. Daarin hadden vele godenbeelden een plaats gekregen. Van alle door Rome onderworpen volken stond er wel een beeld!
Wie als toerist of als wie dan ook deze tempel bezocht, kon die godheid uitzoeken en vereren van wie men dacht het meest te ontvangen. Men kon te kust en te keur te werk gaan.
Hetzelfde trof de apostel Paulus eigenlijk ook in Athene aan. Vele goden en daaronder zelfs een altaar voor de onbekende god.
Zowel in Rome als in Athene was men alleszins godsdienstig.
Maar... nu zegt het Woord Gods ons: Jezus alleen! Geen ander! Er is onder de hemel geen andere Naam gegeven door welke wij zalig móeten worden,
't Moet gezegd worden dat dit bijzonder exclusief klinkt. Toch kan het niet anders gezegd worden. Juist in onze tijd moet het steeds opnieuw een ieder voorgehouden worden dat Jezus is Heere. Hij alleen! Niemand anders! Geen persoon, maar ook geen stelsel.
Ik sluit niet uit dat in de jaren die voor ons liggen het grote geding zal gaan om Jezus alleen! Om Zijn exclusiviteit!
Maar er is nog een andere reden waarom ik onderstreep: Jezus alleen. Het is niet alleen met het oog op andere godsdiensten. Ook niet met het oog op New Age dat sterk in de belangstelling staat.
Ik zeg het ook veeleer naar onszelf toe. Binnenkerkelijk. Met ons verstand wordt het vaak wel beaamd: Jezus alleen, maar in de praktijk wordt er nog wel eens iets naast 'het Jezus alleen' aangetroffen. Zelfs wel iets wat de plaats van Jezus inneemt. Ik denk aan tranen die er geweend worden om de zonde. Ook zijn er wel die het maar geweldig vinden als zij eens ontroerd de kerk uitgaan. Nog weer anderen hebben een tekst of een belofte. Daarmee denken zij voor God te kunnen verschijnen. Ook zijn er wel die leven bij invallende gedachten.
Laat niemand boos worden om wat ik nu ga schrijven, maar er zijn zoveel 'speelpopjes' waarmee men zich kan troosten, maar het is Jezus niet, de enige troost in leven en in sterven.
Van alles wat ik genoemd heb, kan gezegd worden dat het 'niet niets' is, maar als het alles zonder Jezus wordt beleefd, is het te kort om voor de Heere te verschijnen. Het móet - en dat is een Goddelijk móeten - Jezus zijn! De Zoon van God zegt: Ik alleen. Niet de tranen, die ik pleng, kunnen redden. Jezus alleen. Jezus volkomen. Hij heeft een volkomen zaligheid verworven op het kruis. Door Zijn volkomen werk worden wij met God verzoend. Gerechtigheid hebben wij alleen in Hem. Hij heeft de last van de toom Gods tegen de zonde weggedragen.
Daarom: Jezus alleen. Jezus exclusief. Hem ontmoeten wij óf als onze Redder óf als onze Rechter.
Hoe zal Christus komen?
De Heere komt! Wanneer dit precies zal zijn is niet bekend. Zelfs de Zoon weet niets van dit tijdstip. Het is alleen bij de Vader bekend.
Toch zijn er wel tekenen waaruit opgemaakt kan worden dat Hij komt. Ik heb in één van de vorige artikelen erop gewezen dat vooral gelet moet worden op de verkondiging van het Evangelie en de weg die de Heere gaat met Zijn volk in Israël. Wanneer echter de Heere komt, weten wij niet! Wel is het ons in de Schrift meegedeeld hóe Hij zal komen. De Heere Jezus komt uit de hemel lichamelijk en zichtbaar. Direct na Zijn hemelvaart zijn er getuigen (engelen) die zeggen: Deze Jezus, Die van u opgenomen is ten hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien henenvaren' (Handelingen 1 : 11).
De Zoon van God komt met grote heerlijkheid en majesteit. Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid des Vaders met Zijn engelen' (Mattheüs 16 : 27).
En in Mattheüs 24 : 30 lezen wij dat alle volken der aarde zich op de borst zullen slaan als Jezus terugkeert en dat zij de Zoon des mensen zullen zien komen op de wolken des hemels met grote macht en heerlijkheid.
Bij Calvijn lezen wij in zijn Institutie II XVI 17 onder andere het volgende: 'Christus geeft de Zijnen wel allerminst onduidelijke bewijzen van Zijn zeer tegenwoordige kracht; maar omdat Zijn rijk onder de nederigheid van het vlees enigszins verborgen is, wordt het geloof met het volste recht geroepen tot het overdenken van die zichtbare presentie (tegenwoordigheid - De K.), die Hij op de jongste dag openbaren zal. Hij zal immers in een zichtbare vorm neerdalen uit de hemel, zoals Hij zichtbaar is opgevaren; en voor allen zal Hij verschijnen met de onuitsprekelijke majesteit van Zijn rijk, met de glans der onsterfelijkheid, met de onmetelijke macht der Godheid, met het gevolg der engelen.' Wat zeker is: een ieder zal vergolden worden naar zijn daden. Wat iemand zich wellicht niet meer kan herinneren, zal in herinnering gebracht worden. Er gaat een boek ter gedachtenis open.
Daarbij zal deze oude wereld in vuur en vlam gezet worden. Het doel daarvan is dat zij gezuiverd zal worden.
De dag des Heeren komt als een dief in de nacht. Op die dag zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan, maar de aarde en de werken daarop zullen overblijven (of gevonden of verbrand worden).
Terecht waarschuwt Calvijn ons om bij zulke uitspraken van de Schrift niet driftig te gaan speculeren. Hoe dit alles zal gebeuren, zal de Heere ons op de jongste dag wel openbaren.
Voor ons is alleen van belang - zo hoor ik Calvijn zeggen - dat dit ons wordt meegedeeld om onze zaligheid met vrezen en beven te werken.
Actueel
Speculaties omtrent de laatste dag zijn er in onze tijd voldoende. Hall Lindsay wordt wat dat betreft soms zelfs overtroffen.
Laten wij ons daarentegen maar houden aan wat Calvijn stelt, nl. om ons voor te bereiden op die grote en doorluchte dag van Jezus' komst.
Zijn wij ermee bezig? Is het de Heere die de zaligheid in ons werkt? Het willen en het werken naar Zijn welbehagen?
Het moet gezegd worden dat het doorgaans ons niet zo op het lijf geschreven staat: Jezus komt. Nog minder in het hart. Het leeft doorgaans meer buiten de kerk dan in de kerk. Anderen zijn op stap gegaan met wat in de kerk een levende zaak behoort te zijn.
Zoals een kind verlangt zijn vader thuis te zien komen, zó moet toch de kerk uitzien naar de Bruidegom die haar kocht met de dure prijs van Zijn bloed.
Ooit was er een jongetje van wie de vader reeds vele maanden op zee zwalkte. Op een dag ging hij voor de foto van zijn vader staan. Al kijkend naar het portret van zijn vader zei hij tegen zijn moeder: 'Ik wilde wel dat hij er eens uitkwam'.
Het is toch niet zo vreemd als ik stel dat de kerk behoort te gelijken op dat jongetje. Want wat is dat voor een bruid die niet verlangt naar haar bruidegom? Zou de bruid dan soms meer houden van een andere bruidegom en niet van dé Bruidegom, Koning Jezus?
De Maranathagedachte leeft niet zo sterk onder ons. De oorzaak? Wij hebben de pinnen te vast in deze aarde staan. De aarde trekt meer dan de hemel. Het hier en nu meer dan wat de Heere heeft weggelegd voor allen die Hem in onverderfelijkheid hebben liefgekregen.
Dit kon ook wel eens de oorzaak zijn dat de Maranathagedachte zo weinig in de prediking doorklinkt.
Wie een echte Maranatha-aanhanger is, zal weten van Jezus' komst, maar ook van het gericht dat gepaard zal gaan met Zijn komst. Het gericht dat over allen zal gaan. Wie van dit laatste weet en in eigen leven - door confrontatie met Gods wet - op de hoogte is met het feit dat de Heere de schuldige geenszins onschuldig zal houden, zal zich inzetten om hen die ten dode toe wankelen vast te grijpen. Hoe? Op geen andere manier dan door het Woord (het zaad der wedergeboorte) uit te dragen. (Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's