Jeugdevangelisatie - voor én door jongeren
Toerusting
Al meer dan 20 jaar wordt vanuit 'De Windroos' (samenwerkingsverband tussen IZB en HGJB) veel gedaan op het terrein van toerusting voor evangelisatiewerk.
In dit artikel denken we na over de vraag hoe jongeren vanuit de toerusting die ze op welke manier dan ook ontvangen een plek kunnen krijgen in het evangelisatiewerk binnen en vanuit de plaatselijke gemeente en wat de (eigen)waarde is van de inzet van deze jongeren.
Ze zijn er wel!
Honderden jongeren zijn beschikbaar voor de dienst van het Evangelie! Dat positieve geluid mogen we met vreugde en dankbaarheid laten horen! Negatieve verhalen over de kerk worden overal verteld. En over jongeren zijn de negatieve verhalen ook niet van de lucht. Buiten de kerk en erbinnen niet! Verhalen over jongeren die sterk consumptief zijn ingesteld, termen als de patatgeneratie en de generatie (n)iks doen de ronde. Er zit (helaas) in al die verhalen een grote kern van waarheid. Maar het is goed om ook een ander verhaal te vertellen. Er is ook een andere kant aan het verhaal rond jongeren. Honderden, duizenden jongeren zijn beschikbaar voor de dienst in het Evangelie. En ze gaan, daadwerkelijk. Ook deze zomer weer zijn er bijna 600 jongeren in het kader van DABAR volop actief. Eén en meestal twee weken van hun vakantie geven ze, met veel inzet, enthousiasme en toewijding. En dat is dan nog maar één stukje van het werk. Daarnaast zijn er al die jongeren die meegaan als kampleiding of die in het kader van allerlei andere organisaties actief zijn in ons land en ver daarbuiten.
Bemoedigend is het, om zoveel jongeren te zien die werkelijk beschikbaar zijn en er ook op uit gaan. Een teken van hoop voor de kerk vandaag! Prachtig is het, om zulke jongeren in je eigen gemeente te ontmoeten. Jongeren die willen gaan voor de zaak van het Evangelie. Je bent begenadigd als je zulke jongeren in je gemeente tegenkomt. Dat geeft tal van mogelijkheden! De vraag is of we die benutten en hoe dat zou kunnen...
Waar zijn ze?
Die vraag komt tegelijk ook op! Waar zijn de honderden jongeren die actief zijn in allerlei projecten die georganiseerd worden? Waar zijn ze te vinden binnen hun eigen plaatselijke gemeente? Wie eerlijk rondkijkt in eigen gemeente of in andere gemeenten ontdekt dat in het plaatselijke evangelisatiewerk (als dat al functioneert) vaak niet of nauwelijks jongeren actief zijn. In gemeenten waar jongeren zitten die meedoen met wat wordt georganiseerd vanuit allerlei organisaties kom je diezelfde jongeren niet tegen in het eigen evangelisatiewerk.
Merkwaardig eigenlijk. Waar zijn ze? Waar blijven ze? Het is goed om als gemeente die vraag kritisch te stellen aan onszelf. Niet als beschuldiging bij voorbaat. Aan ons eigen adres niet en ook aan het adres van die jongeren niet. Want er zijn allerlei redenen te bedenken die verklaren dat die jongeren daar niet te vinden zijn. Jongeren studeren buiten hun eigen woonplaats, zijn daar actief in studentenwerk, jongeren doen soms actief mee in het (kerkelijk) jeugdwerk.
Allemaal oorzaken die 'staan' en mogen blijven staan. Maar het is goed om de kritische vraag te stellen of daarmee alles is gezegd. We moeten ons, lettend op zoveel beschikbare jongeren, ook maar afvragen of wij als gemeente voldoende gericht zijn op het inschakelen van (deze) jongeren, juist ook in ons eigen evangelisatiewerk.
Is het ons beleid, onze keuze, onze prioriteit om juist die jongeren die waar dan ook of hoe dan ook actief zijn te vragen voor het evangelisatiewerk vanuit de eigen gemeente? Zijn we erop gericht, niet om te wachten tot ze zichzelf melden en dan te kijken of ze ingeschakeld kunnen worden; nee, de vraag is of we erop gericht zijn om zelf het initiatief te nemen en bij deze jongeren op de stoep te staan? En als we dat (nog) niet doen, waarom doen we dat dan niet? Misschien hebben we er nooit eerder aan gedacht, misschien ook omdat we andere motieven hebben om dat niet te doen. Hoe dan ook... in dit artikel zou ik een warm pleidooi willen voeren om dat wel te doen. Een pleidooi voor een actief beleid als het gaat om het inschakelen van actieve en betrokken jongeren in het eigen plaatselijk evangelisatiewerk.
Dat pleidooi wil ik doen met het oog op het werk: er zijn meerdere positieve voorbeelden te noemen vanuit gemeenten die deze keuze maakten. Die stap werkte vernieuwend en verfrissend voor het evangelisatiewerk, niet zozeer omdat allerlei dingen 'om' moesten of er bestaand werk verdween, maar juist omdat de inbreng van jongeren echt iets toevoegde. Er kwam ruimte voor nieuwe initiatieven maar ook in het bestaande werk was de eigen inbreng van deze jongeren verrijkend.
Ik zou het pleidooi ook willen doen, met het oog op deze jongeren. De eerste roeping van gemotiveerde jongeren ligt in hun eigen plaatselijke gemeente. Daar ligt ook de eerste roeping van de gemeente in de wereld: niet via allerlei acties en projecten, hoe positief en zegenrijk die ook zijn. Het is allereerst de plaatselijke gemeente die een roeping heeft in de wereld. Wat kun je dan beter doen dan de jongeren die enthousiast zijn binnen die plaatselijke gemeente een plek geven. Daardoor kun je met elkaar die roeping gestalte geven, bovendien is het een heel goede mogelijkheid om juist deze betrokken jongeren vast te houden en ze te (ver)binden aan de eigen gemeente, zodat ze daar hun plek vinden. Ook hun eerste roeping ligt binnen de eigen gemeente en het is heel goed om ze te helpen om daar ook hun plek in te nemen.
(Jeugd)evangelisatie, je wordt er een ander mens van
Die ervaring is kenmerkend voor heel veel jongeren die actief zijn in het jeugdevangelisatiewerk. Je bent in het werk gericht op anderen, maar dat betekent bepaald niet dat het werk buiten jezelf omgaat. In de ontmoeting met niet-gelovige jongeren (en ouderen) gebeurt er ook altijd iets met jezelf. Die ontmoeting laat soms op een heel bijzondere en concrete manier de leiding en de nabijheid van God zien: er gebeuren ongedachte dingen waarvan je echt het gevoel hebt dat die van de Andere kant komen! Die ontmoeting confronteert je soms ook met heel directe en concrete vragen die te maken hebben met je eigen geloof en je eigen leven, vragen die voor jezelf soms echt nog een vraag zijn. Of vragen waarover je nog nooit zo hebt nagedacht.
Die ontmoeting betekent soms ook de confrontatie met de hardheid, de onverzettelijkheid of de verdraagzame onverschilligheid van de ander ten opzichte van het geloof. Je voelt je met de rug tegen de muur gezet door de reactie van de ander.
Allemaal ervaringen die je opdoet in de ontmoeting met niet-gelovige jongeren in de praktijk van het jeugdevangelisatiewerk. Ervaringen die natuurlijk niet aan je voorbijgaan. Ervaringen die iets doen met jezelf. Die je confronteren met je eigen geloof, je eigen leven, je eigen vragen, je eigen krachtbron of het ontbreken daarvan. Belangrijke dingen blijken opeens heel betrekkelijk en andere dingen worden opeens heel concreet en heel belangrijk.
Met al die ervaringen, bemoedigingen en vragen staan jongeren in hun eigen gemeente. Of komen ze na één of twee weken terug in hun eigen gemeente. Dat zijn heel spannende momenten. Wat gebeurt er dan? Is er ruimte binnen onze gemeente voor deze jongeren, voor hun verhaal, voor hun vragen? Wat doen we met jongeren die na twee weken evangelisatiewerk in de zomer terugkomen in hun gemeente en deze vragen en ervaringen een plek willen geven en daarmee iets willen doen? Wat doen we met de vragen en de ervaringen die jongeren en ouderen die meedoen in het evangelisatiewerk in de eigen gemeente stellen vanuit de praktijk van hun werk? Is er ruimte voor die vragen, voor een open en eerlijk gesprek daarover? Dat zijn geen vrijblijvende vragen. Immers, we weten vanuit de Bijbel dat de gemeente per definitie een gemeente is die geroepen is in de wereld! Wie die roeping serieus wil nemen zal ook de vragen die vanuit het vervullen van die roeping voortkomen uiterst serieus nemen. Dat kan voor de gemeente alleen maar tot zegen zijn en een bijdrage om nog meer te kunnen beantwoorden aan die hoge roeping! Natuurlijk zijn die vragen soms wat eenzijdig, wat gekleurd of wat kritisch. Dat is vanuit de heel directe ervaring in de praktijk van het evangelisatiewerk begrijpelijk. Maar ze zijn vaak wel heel authentiek en heel wezenlijk. Voor een gemeente die werkelijk gemeente in de wereld wil zijn kan het niet anders of je neemt de vragen die vanuit de praktijk van het (jeugd)evangelisatiewerk komen uiterst serieus. Dat betekent niet dat je alleen de verhalen aanhoort en vervolgens overgaat tot de orde van de dag. Werkelijk serieus nemen van wat vanuit de praktijk van het jeugdevangelisatiewerk tot ons komt betekent de signalen horen, je als gemeente en persoonlijk laten verrijken door de positieve ervaringen en openstaan voor het appèl wat vanuit het jeugdevangelisatiewerk uitgaat op de gemeente. Een appèl om werkelijk gemeente in de wereld te zijn!
Voor de gemeente is het goed om op deze manier met de praktijkverhalen om te gaan; daarnaast is het ook voor de jongeren die hun vragen aan de orde stellen belangrijk. Het helpt hen om hun vragen een plek te geven in hun eigen (geloofs)leven en in hun bezig-zijn in en hun betrokkenheid op de gemeente. Het moet (helaas) gezegd worden: er zijn maar al te veel voorbeelden van jongeren die volkomen gedesillusioneerd afgehaakt zijn omdat er voor hun verhaal, hun ervaringen en hun vragen ten diepste geen enkele ruimte was binnen de gemeente. Dat kan niet anders dan verlies zijn voor de gemeente!
Jeugdevangelisatiewerk betekent een uitdaging voor de gemeente: de uitdaging en de roeping om deze ontmoeting aan te gaan. Om werkelijk naar elkaar te luisteren en plek te geven aan jongeren en aan hun verhaal, hun ervaringen, hun vragen, hun twijfel en hun zegeningen. Wat betekenen hun verhalen voor de voortgang van het evangelisatiewerk in de eigen gemeente en wat betekenen ze voor onze manier van gemeente-zijn? Om die wezenlijke vragen gaat het!
Mogelijkheden voor de praktijk
Tot slot van dit artikel een aantal mogelijkheden om in de praktijk van de plaatselijke gemeente bezig te zijn met ervaringen vanuit de praktijk en een aantal mogelijkheden om gemotiveerde jongeren in te schakelen in nieuwe of bestaande vormen van jeugdevangelisatie vanuit de plaatselijke gemeente. We zetten een aantal aandachtspunten op een rij:
1. Stimuleer jongeren tot actieve deelname aan evangelisatorische projecten
Vanuit het voorgaande is duidelijk dat de ervaringen die jongeren opdoen in allerlei (bovenplaatselijk) evangelisatorische projecten en activiteiten heel verrijkend kan zijn voor henzelf en voor de gemeente.
Daarom is een belangrijke taak van de gemeente om jongeren te stimuleren om actief deel te nemen aan projecten zoals het DABAR-werk, het vakantiewerk van de HGJB, evangelisatorisch-diaconale projecten van andere jongerenorganisaties etc.
Het is belangrijk om dat te stimuleren vanuit de overtuiging dat die ervaringen inderdaad positief zullen zijn voor de jongeren zelf en voor de gemeente. Dat betekent dat een positieve stimulans geven aan jongeren (bijvoorbeeld door hen attent te maken op mogelijkheden of informatieve avonden te organiseren) per definitie ook betekent dat je als gemeente er wilt zijn voor de jongeren en iets wilt doen met hun ervaringen. Het kan niet zo zijn dat je jongeren wel stimuleert tot deelname aan deze activiteiten maar dat je niet bereid bent om ook als gemeente van hen te leren.
2. Maak ruimte voor het proces van ontmoeting, uitwisseling en gezamenlijke bezinning
Deze 'tip' geldt heel breed! Ongeacht of het jongeren of ouderen betreft die ergens anders zijn geweest of dat het medewerkers in welke vorm van evangelisatie binnen de plaatselijke situatie betreft. Maak ruimte voor de ontmoeting en het gesprek met elkaar. Dat is de enige manier om ervaringen, vragen en zegeningen op een goede manier een plek te geven, zowel voor mensen persoonlijk als ook binnen de gemeente als geheel. Niets is funester dan praten over de ander zonder de ander. Dat geldt altijd en overal, het geldt zeker ook in dit kader. Als we zonder elkaar praten over elkaar hebben we het binnen de kortste keren over lastige jongeren die altijd iets anders willen, over evangelisatiemedewerkers die vernieuwing willen vanuit onvrede. Of we hebben het over onwillige ouderen die alleen willen dat alles hetzelfde blijft of over behoudende kerkenraden waar het aan visie ontbreekt. Beelden, beelden en nog eens beelden. Eén ding is duidelijk: die beelden kloppen niet! Immers ze zijn ontstaan zonder de ontmoeting met elkander. En daarom zijn het bij voorbaat karikaturen. Het gaat juist om de open ontmoeting met elkaar. Een ontmoeting waarin je naar elkaar luistert, waarin je elkaar bevraagt op motieven, op achtergronden van waaruit je denkt, bepaalde conclusies trekt of juist niet trekt en ga zo maar door.
Die ontmoeting is best heel spannend.
Want als je die ontmoeting eerlijk aangaat zou weleens kunnen blijken dat de vraag om verandering eerder voortkomt vanuit eigen onvrede van jongeren dan vanuit de echte praktijk van het evangelisatiewerk. En het zou ook weleens kunnen blijken dat je als oudere of als kerkenraad vooral vasthoudt aan bestaande gewoonten vanuit angst of zonder echt na te denken. Dat kan inderdaad! In een echte ontmoeting is ruimte om dat te erkennen en daar vervolgens iets mee te doen. Juist in de christelijke gemeente is de plek waar die ontmoeting, op dat 'hoge niveau' er zou moeten zijn. Maar tegelijk kan die echte ontmoeting ook andere dingen aan het licht brengen: de vraag om bezinning op hoe we het doen vanuit werkelijke bewogenheid die is gegrond in de ontmoeting met mensen die zonder Jezus leven en verloren gaan. Of het blijkt dat de keuzes die binnen de gemeente gemaakt zijn veel meer doordacht zijn dan in eerste instantie leek.
Ook voor die positieve correctie mogen we openstaan. Om van daaruit een weg verder te zoeken. Nee, dat betekent niet dat we het altijd eens zullen worden. Een echte open ontmoeting kan ook duidelijk maken hoe verschillend we tegen dingen aankijken. Hoe verschillend we dingen inschatten ook. Vanuit welke verschillende achtergronden en ervaringen we dingen zien.
Het gaat er ook niet om dat we het eens worden over allerlei dingen. Het gaat er ook niet om dat we over alles hetzelfde gaan denken en dat alles hetzelfde moet worden. Vanuit de echte open ontmoeting met elkander ontstaat ook ruimte. Ruimte voor elkaar. Ruimte voor een stuk verscheidenheid. Is de gemeente niet per definitie een plek waarin we vanuit onze eenheid in Jezus Christus ruimte geven aan de verscheidenheid die er is? Wanneer we vanuit dat bijbelse uitgangspunt met elkaar in gesprek raken mogen we verschillend blijven, willen we ruimte bieden aan de ander en weten we ons uiteindelijk één in de naam van Jezus!
3. Mogelijkheden voor concrete activiteiten
Wanneer we zo met jongeren die zich betrokken weten op het evangelisatiewerk omgaan zullen we ook intensief op zoek gaan naar mogelijkheden om hen binnen de eigen gemeente actief te laten zijn. Met hun eigen ervaringen en enthousiasme, vanuit een stuk gezamenlijkheid in visie en beleid. Daarvoor zijn allerlei mogelijkheden. Steeds meer blijkt dat een heel unieke en goede invalspoort voor het evangelisatiewerk op plaatselijk niveau ligt in het werken met kinderen en jongeren. Jeugdevangelisatiewerk als invalspoort voor de uitbouw van het evangelisatiewerk vanuit de plaatselijke gemeente. En we zeggen het: vuur wordt aan vuur ontstoken; de beste manier om jongeren te bereiken is via jongeren zelf.
Vandaar dat het heel goed is om juist jongeren actief in te schakelen in het jeugdevangelisatiewerk. Daarbij kun je denken aan de volgende activiteiten:
A. De VakantieBijbelKlub (VBK) - Een activiteit tijdens één van de schoolvakanties (meestal de zomervakantie) waarin kinderen een totaalprogramma wordt aangeboden. Hoofdmoot is een ochtend-of middagprogramma rond een bijbelverhaal, met liedjes, werkjes etc. Daarnaast zijn er ook spelactiviteiten. Deze activiteit heeft vaak een groot bereik onder een brede groep kinderen en biedt voor veel gemeenteleden de mogelijkheid om aansluitend bij hun eigen gaven actief te zijn.
B. De KinderBijbelKlub (KBK) - Een aparte club voor rand-en buitenkerkelijke kinderen als vervolg op de VBK. Juist in een aparte nieuwbouwwijk kan het goed zijn om daar in een voor de doelgroep vertrouwde lokatie een club te organiseren die qua opzet lijkt op de VBK. In een kleine dorpsgemeenschap is belangrijk om te overwegen of het clubwerk vanuit de kerk niet meer gericht zou moeten zijn op deze kinderen. Juist in dit soort activiteiten zijn mensen die ervaring hebben in de praktijk van het evangelisatiewerk en daarop visie hebben heel waardevol.
C. Open activiteiten voor tieners en jongeren - Scholierencafés, inloophuizen, een jongerensoos, een gospeltheek, noem maar op. Activiteiten voor jongeren die een open karakter hebben en waar de ontmoeting in een informele sfeer kanaal voor het Evangelie kan zijn komen in steeds meer gemeenten op. Juist bij dat soort activiteiten is belangrijk dat de sfeer en de mensen die de activiteit organiseren en uitvoeren aansluiting hebben bij de jongeren om wie het gaat. Dat betekent dat eigen gemotiveerde jongeren vanuit de gemeente op sleutelposten staan. Daarnaast bieden dit soort gelegenheden ook aan kerkelijke jongeren de mogelijkheid om hun niet-gelovige vrienden mee te nemen.
D. Vakantiekampen - Een kamp blijkt een unieke mogelijkheid om kinderen en jongeren die geen binding hebben met de kerk te bereiken en vast te houden. Juist in een kamp deel je je leven op een heel totale en intensieve manier met elkaar. In het delen van jouw leven als christen deel je ook je geloof. Dat biedt heel goede mogelijkheden om op een natuurlijke en in het geheel passende manier het Evangelie door te geven.
E. Campingwerk - Overweeg eens of er in de buurt geen camping is waar je als gemeente zelf (al dan niet met steun van DABAR) een campingproject zou kunnen opzetten met jongeren vanuit je eigen gemeente. De camping blijkt nog steeds een unieke mogelijkheid voor een stukje jeugdevangelisatiewerk in de praktijk. En zeker waar dat gebeurt vanuit de eigen plaatselijke gemeente is het effect groot en zijn de mogelijkheden vele!
Tenslotte: ook, misschien zelfs juist binnen de plaatselijke gemeente geldt: de meeste en de meest natuurlijke contacten ontstaan via de persoonlijke ontmoeting. Het is heel belangrijk om na te denken over mogelijkheden om jongeren toe te rusten om een leesbare brief van Christus te zijn, juist ook in de ontmoetingen die zij elke dag hebben. Het is van grote waarde, voor jongeren zelf en ook voor de gemeente als geheel als er binnen de gemeente zulke toerustingsplekken zijn!
Vanuit 'De Windroos' denken we graag mee bij de voortgaande bezinning op de thematiek van dit artikel en hebben ook het nodige in huis, zowel aan materiaal als aan toerustingsactiviteiten.
We nodigen kerkenraden, jeugdraden en evangelisatiecommissies uit om een beroep op ons te doen. We zijn er graag voor u, voor de jongeren van de gemeente. In de hoop en in het geloof dat we er op die manier zullen zijn als gemeente voor de wereld!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's