De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een verwaarloosd element? (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een verwaarloosd element? (5)

9 minuten leestijd

Christus zal eens terugkeren als Rechter! Dit wordt ons in de Schrift duidelijk aangegeven. Wij kunnen onder andere denken aan Johannes 5 : 22. In deze tekst staat te lezen dat de Vader niemand oordeelt, maar dat Hij het gehele oordeel aan de Zoon heeft overgegeven. .

Wanneer Paulus op de Areopagus staat, houdt hij zijn hoorders voor: Omdat Hij een dag bepaald heeft waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen door een mens die Hij aangewezen heeft, waarvan Hij voor allen het bewijs geleverd heeft door Hem uit de doden op te wekken' (Handelingen 17 : 31). En dat móet gepreekt worden, want als Petrus voor Cornelius staat en hem het Woord Gods voorhoudt zegt hij: En Hij heeft ons geboden het volk te prediken en te betuigen, dat Hij het is, Die door God is aangesteld tot rechter voor de levenden en de doden' (Handelingen 10 : 42). Het valt wel op dat Petrus met het gericht begint. Wij zouden zeggen, dat hij beter wat voorzichter had kunnen zijn in z'n eerste preek voor Cornelius en de anderen in diens huis. Het zou de onderofficier en de - anderen maar kunnen afschrikken. Toch begint Petrus zijn intreepreek in het huis van Cornelius niet anders dan met te zeggen dat de Zoon van God door Zijn Vader tot Rechter over de levenden en de doden is aangesteld.

Dat had een bijzondere oorzaak! Over 't algemeen waren de heidenen niet op de hoogte van een gericht. Ook wisten zij weinig van eigen verantwoordelijkheid. Het leven hield voor hen een zekere kringloop in. Maar dat er iemand gericht zou oefenen over hun leven leefde bij hen niet. Om die reden wordt zowel door Petrus als door Paulus gesteld dat Christus Rechter is. Hij, Die door Pilatus veroordeeld is, zal allen oordelen. Hij zal een allesbeslissend vonnis vellen. Hij zal recht doen en alle onrecht wordt gewroken.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis

Het lijkt mij niet verkeerd om ook een ogenblik te kijken naar artikel 20 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. In dat artikel wordt gesproken over de barmhartigheid en de rechtvaardigheid van God bewezen in Christus.

Op een echt bijbelse wijze wordt in dit artikel gezegd dat het gehele verlossingswerk is begonnen bij God. Ook dat dit verlossingswerk vloeit uit de beide deugden (eigenschappen van God), namelijk Zijn barmhartigheid en Zijn rechtvaardigheid. Het is goed om op te merken dat deze beide deugden volkomen zijn. Ik zeg dit zelfs met een zekere nadruk, omdat het wel gebeurt dat deze twee deugden tegen elkaar worden uitgespeeld. De barmhartigheid van God zou zo groot zijn dat Zijn rechtvaardigheid daarachter schuil zou gaan. Ook komt het wel voor dat alle accent valt op Zijn rechtvaardigheid zodat er vrijwel geen sprake meer is dat de Heere barmhartig en groot van goedertierenheid is. In beide gevallen betekent het een verarming van de prediking. Maar dat niet al­leen... De gemeente wordt door een onjuiste voorstelling van de eigenschappen Gods in de prediking niet op het heilspoor gezet, maar van het heilspoor afgebracht. Zowel naar de ene als naar de andere zijde kan men dwalen én anderen laten verdwalen!

Al de deugden Gods zijn volkomen. Zij allen hebben God de Vader bewogen om Zijn Zoon te zenden tot redding van ons mensen. De eigenschappen in God zijn één. En ook al zijn ze te onderscheiden dat wil niet zeggen dat wij ze van elkaar moeten scheiden.

Hoe paradoxaal (tegenstrijdig) het voor ons verstand moge zijn, maar de Heere is in Zijn rechtvaardigheid barmhartig en in Zijn barmhartigheid rechtvaardig. Alles in God is barmhartig, want Hij is een barmhartig God. Maar ook is alles in God rechtvaardig, want Hij is een rechtvaardig God.

Waaruit blijkt nu dat de Heere barmhartig is? Ja, dat Zijn barmhartigheid geen grenzen kent, eindeloos is?

Zijn grondeloze barmhartigheid komt hierin tot uiting dat Hij naar reddelozen de hand uitstrekte. Wat een onmetelijke schuld laadden wij op ons, toen wij in het paradijs ons losmaakten van God. Moedwillig en vrijwillig! Niettemin... de Heere is innerlijk bewogen over ons. Van eeuwigheid leefde het reeds bij Hem om schuldigen genade te bewijzen. Vrij vertaald wil barmhartigheid zeggen: Die met ons lot is bewogen geweest!

Niet te ontkennen valt dat de Heere dan ook in het zenden van Zijn Zoon volkomen en rechtvaardig is.

Zijn rechtvaardigheid eiste dat onze rebellie ons aangerekend zou worden. Maar dat niet alleen... ook dat wij de straf zouden ondergaan die de Heere gesteld had vanwege onze ongehoorzaamheid. Zijn rechtvaardigheid eiste onze dood, een drievoudige dood: tijdelijk, geestelijk en eeuwig. Aan het recht Gods behoorde te worden voldaan.

Daaraan is voldaan! Zelfs volkomen voldaan! Het gaat ons verstand te boven, doch in Zijn onbegrijpelijke liefde voor zondaren heeft God Zichzelf recht verschaft. Hij heeft Zijn Zoon gezonden. De Zoon heeft Zich - om zondaren te verlossen van de straf op de zonde - in de Vrederaad aangeboden. Hij heeft méér dan David in Psalm 40 gezegd: 'Toen zeide Ik: Ik kom; in de rol des boeks is van Mij geschreven. Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden van mijn ingewand'.

Wat de Zoon op Zich nam in de Raad des vredes, heeft de Vader daarin besloten. De barmhartigheid van God verschaft recht en de gerechtigheid van God betoont barmhaitigheid in de Zoon.

In Christus kan de Vader ons barmhartigheid bewijzen met behoud van Zijn recht. Geen van Zijn deugden wordt daardoor geschaad. Wanneer wij dit bedenken - het is veeleer een geloven - roepen wij verwonderd uit: 'God met God voldaan, wie kan dat verstaan'.

Staande bij het kruis en door het geloof ziende, hoe én de barmhartigheid van God én Zijn rechtvaardigheid bewezen wordt in Christus, zeggen wij met de prins der dichters Joost van den Vondel: Geen liefde komt Gods liefde nader; géén liefde is zo groot'. Of zoals wij zingen: Dan wordt gena van waarheid blij ontmoet. De vrede met een kus van 't recht gegroet' (Psalm 85 : 4 berijmd).

Redden en Rechter

Laat het maar voluit worden gepredikt dat Jezus Christus is Redder. Laat dit tot een ieder gezegd worden. Zonder enig onderscheid mag ieder horen dat Jezus Christus in de wereld is gekomen om zondaren zalig te maken.

De slechtste dienst die een kerk de wereld kan bewijzen is dat zij het reddend Evangelie voor zich houdt. Laat het maar frank en vrij verkondigd worden: Jezus neemt de zondaars aan!

Wel stel ik zoals ik dat reeds een enkele keer eerder deed dat daarbij niet vergeten mag worden dat het gericht aan Jezus als Redder is toevertrouwd. Hij is Heiland en Hogepriester, doch niet minder Rechter.

Wie het Nieuwe Testament goed leest en met name de brieven van de apostelen zal meer dan eens lezen dat er sprake is van 'de toorn des Lams'. Dat houdt in dat Christus het gericht zal oefenen over allen die het Evangelie naast zich neergelegd hebben in de mening dat het geen enkele waarde bevatte. Ook zal de toorn van het Lam gaan over allen die op een eigenzinnige manier uit het Evangelie geleefd hebben. Anders gezegd: die geleefd hebben uit wat hen beviel in het Evangelie of hen het meest aanstond. Zij waren wel gekant tegen de Schriftkritiek, maar in de grond der zaak pleegden zij Schriftkritiek door in het leven te laten zien dat zij voldoende hadden aan een halve Jezus. Zij stelden hun eigen gedachten niet onder de kritiek van het Woord.

Een pastorale notie

Het zal ons intussen wel duidelijk zijn geworden dat juist vanuit het Evangelie gewezen moet worden op het gericht dat door de Zoon geoefend zal worden. Ik bedoel daarmee wel te zeggen dat het dan moet gebeuren zoals Petrus dit in Handelingen 10 heeft gedaan. Immers, wanneer hij tot Cornelius heeft gezegd dat Jezus Christus de levenden en de doden zal oordelen, zegt hij onmiddellijk dat er bij deze komende Rechter in het hier en nu vergeving der zonden is door Zijn Naam. Dit laatste wil zeggen: op grond van alles wat Jezus Christus op het vloekhout heeft ondergaan. Wanneer in juiste dosering in de prediking wordt gesproken over de rechterstoel van Christus, komt daarin óók duidelijk naar voren dat er geen verdoemenis is voor degenen die in Christus Jezus zijn; die niet wandelen naar het vlees, doch naar de Geest. Het 'naar de Geest wandelen' hoort er volledig bij.

Soms ontmoet men in het pastoraat wel gemeenteleden die hun mond vol hebben over het 'in Christus zijn'. Dat is prachtig met name als dit door de Heere in het leven is gewerkt. Maar helaas komt het dan ook wel voor dat het bij het 'in Christus zijn' ophoudt. Er wordt driftig gewandeld naar het vlees. Van een heilig leven naar de Geest weet men niet. Laten wij ervoor oppassen en niet geen scheiden wat de Heere heeft samengevoegd. De rechtvaardiging en de heiliging van het leven staan hier in één en dezelfde tekst. Dat wil zeggen: wij onderscheiden ze, maar wij scheiden ze niet.

Op dit alles ga ik nu niet uitvoeriger in, omdat ik dit in het derde artikel reeds heb gedaan. Ik vermeld het hier echter nog eens, opdat de klip van eenzijdigheid vermeden zal worden. Het geloof door God gewerkt is van Hem uit gezien eenzijdig. Daarop kan niet voldoende nadruk gelegd worden. Terecht zegt een lied: 'Alle roem is uitgesloten'. En de dichter van de oude dag horen wij zingen: 'Ik roem in vrije gunst alleen...'. Echter het geloof zelf heeft meer dan één zijde. Het geloof is - goed verstaan - veelzijdig. Het kent die wonderlijke vrijspraak, maar het weet ook van een heilige levenswandel als een vrucht van het ingeënt zijn in Christus.

Na dit kleine uitstapje dat pastoraal bedoeld is, keer ik weer terug tot wat ik hierboven schreef dat de toorn van het Lam rust op allen die door het geloof niet op Christus betrokken en door Zijn lijden en sterven met God verzoend zijn. Buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf!

Ernst

Wie er diep van overtuigd is als ambtsdrager dat de toorn van het Lam zal gaan over allen die buiten Christus zijn, zal ook iets weten van de schrik des Heeren zoals de apostel daarover schrijft in 2 Korinthe 5 : 11: Wij dan wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof'. Met grote ernst zal men de ambtelijke arbeid verrichten, omdat het eeuwig welzijn ervan afhangt. Kostbare mensenzielen! (Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een verwaarloosd element? (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's