Een verwaarloosd element? (6)
Bekend zijn de woorden: buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf. Wie als prediker hiervan existentieel (met z'n hart) op de hoogte is, zal het een en ander weten van wat de apostel Paulus aan de gemeente van Korinthe schrijft: Wij dan wetende de schrik des Heeren bewegen de mensen tot het geloof' (2 Kor. 5 : 1).
Wat houdt deze schrik des Heeren in. Onder meer het volgende: Een ieder van ons zal eens voor de rechterstoel des Heeren verschijnen. Dan zal de toorn van het Lam gaan over allen die Hem ongehoorzaam zijn geweest. Het gericht zal gaan over allen die het Woord niet gehoord (gehoorzaamd) hebben. De schrik des Heeren wijst op het verschrikkelijke dat dan van de triomferende Christus zal uitgaan.
Over deze schrik des Heeren wordt meer dan eens gesproken in de Schrift. Ook Jezus Christus Zelf heeft meer dan eens hierop gewezen.
Om die reden mag in de prediking niet over het gericht gezwegen worden. Dat dit in een juiste dosering behoort te gebeuren zal duidelijk zijn. Daarbij zal niet alleen gelet moeten worden op de tekst, maar ook op de context waarin de tekst voor de preek staat.
De prediking
Als er door ons terecht wordt opgemerkt dat in de prediking het gehele Woord aan het woord dient te komen, zal dit óók door de leden van de gemeente opgemerkt móeten worden.
Het 'tota scriptura' (het gehele Woord) verbiedt een dienaar des Woords om eenzijdig te zijn. Om allerlei oorzaken is dat nog niet altijd zo eenvoudig! Wie als predikant z'n gemeente leert kennen door middel van trouw huisbezoek, weet maar al te goed dat er allerlei wensen bij de gemeenteleden leven. De één wil dat er zus, de ander wil dat er zó gepreekt wordt. Smaken verschillen! Dat geldt ook in de gemeente. Door allen wordt het 'sola scriptura' beaamd, doch niet allen vallen het 'tota scriptura' altijd bij.
Die verschillende wensen kunnen het een predikant wel eens erg moeilijk maken als hij op de studeerkamer zijn preek voorbereidt. Nu eens ziet hij deze gemeenteleden met hun bepaalde wensen voor ogen, dan weer die. Meer dan eens komt de vraag naar boven: 'Doe ik die niet tekort óf zeg ik voor die nu niet teveel? ' Men kan als dienaar des Woords meer overlast van mensen en hun wensen hebben dan menigeen denkt. Het is een wonder van God als alleen de Schrift openvalt en bij de voorbereiding de overlast van mensen wegvalt.
Met dit alles heb ik niet willen zeggen dat de voorbereiding van de prediking niet in relatie behoort te staan tot de gemeente. Wanneer dit niet het geval is, is de prediking een steriel gebeuren. Zij blijft boven de hoofden van de gemeente zweven. De voorbereiding van de prediking is gericht op de gemeente, maar dan op die manier dat niet nu eens deze groep gemeenteleden door het hoofd van de predikant speelt en dan weer die. De voorbereiding van de prediking is relationeel, maar dan naar het geheel van de gemeente toe en daarbij het 'tota scriptura' in het oog houdend.
Echter... niet alleen bepaalde wensen van mensen kunnen in de weg staan bij de voorbereiding van de verkondiging van het Woord. Ook de dienaar van het Woord kan zelf 'een sta in de weg' zijn om het 'tota scriptura' uit te dragen. Anders gezegd: Om al de raad van God te verkondigen.
Dominees denken wel eens heel wat te zijn, doch het zijn maar heel 'gewone' mensen. Calvijn heeft terecht van ze gezegd dat het maar 'mannetjes uit het stof verrezen zijn'. Wanneer het goed is, leven óók zij alleen van genade.
Toch is het goed als zij zich steeds bewust zijn dat zij mensen zijn. Mensen met vele beperkingen. Hiervan weten niet alleen de gemeenteleden, maar ook zij zelf.
Een van die beperktheden is dat ieder dienaar des Woords zijn voorkeuren heeft. Met dit laatste bedoel ik volstrekt niet: voorkeuren in de gemeente. In de gemeente behoort ieder mens voor de dienaar des Woords gelijk te zijn. Het is daarom zeer zeker af te keuren als er voor het ene gemeentelid een bepaalde voorkeur uitgaat door er bijvoorbeeld veel te komen en voor de ander niet. Het is geen beste zaak als er in de gemeente wordt gezegd dat dominee bij die of die dag en nacht zit, maar bij een ander nooit komt. Als predikant moet men daar komen waar het nodig is. En verder moet men met vriendschappen voorzichtig zijn.
Geen voorkeur in de gemeente! Maar welke voorkeur heeft een predikant dan wel? Hij kan een voorkeur hebben voor bepaalde Schriftgedeelten, waarin steeds opnieuw het bekende stokpaardje door hem wordt bereden.
Ook kan het zijn dat hij zich alleen maar beperkt tot geschiedenissen, want zij liggen bij de gemeente goed in het gehoor en de voorbereiding vraagt niet zoveel tijd. Het gevolg is wel dat de gemeente nooit hoort preken uit de brief aan de Romeinen óf andere geschriften van de hand van Paulus óf van die van Petrus.
Het zal juist zijn als iemand mij voorhoudt dat het o zo moeilijk is om de klip van eenzijdigheid te omzeilen. Toch eist de Schrift dit van ons. Juist vanwege de veelzijdigheid!
Bij een continue (doorlopende) lezing van de Schrift komt men er wel achter, hoe veelzijdig de Schrift is. En het kon wel eens een motief van Calvijn zijn geweest om bijbelboek na bijbelboek in de prediking te behandelen.
Juist vanwege de veelzijdigheid mag alles aan de orde in de prediking worden gesteld en moet er tegen eenzijdigheid ingegaan worden.
Op grond van die veelzijdigheid mag in de bediening van het Woord het gericht niet ontbreken. Ik sluit niet uit dat men er soms liever over zou zwijgen. Maar juist vanwege het 'tota scriptura' kan en mag dit niet. Men moet niet vergeten dat dit gericht eens over ons allen heel persoonlijk zal gaan.
Voor één ding zullen wij daarbij moeten oppassen. Het kan zijn - en die mogelijkheid is niet uitgesloten - dat het gericht alleen wordt gezien als een toekomstige zaak. In het heden raakt ze ons niet. Het ligt nog ver bij ons vandaan. Wie dit denkt, vergist zich deerlijk.
Het gericht is ook nu in de wereld en onder ons mensen. Terecht merkt J. van Sliedregt in 'Naar Schrift en belijdenis' op dat de gerichten in de wereld en onder ons mensen wijzen op het toekomstig gericht. Wat dienaangaande op aarde gebeurt, is een afspiegeling van wat er dadelijk finaal en totaal zal gebeuren.
Wat er in Romeinen 1 : 18 en 19 staat geschreven geldt daarom niet zozeer voor de toekomst als wel voor het heden. Gemakshalve schrijf ik over wat er in die teksten staat geschreven: Want de toorn Gods wordt geopenbaard van de hemel over alle goddeloosheid, en ongerechtigheid der mensen, als die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden. Overmits hetgeen van God kennelijk is, in hen openbaar is; want God heeft het hun geopenbaard' .
Persoonlijk
Er is sprake van een persoonlijk gericht! Daarmee is niet bedoeld het eindgericht dat over allen zal gaan, maar het gericht dat in het hier en nu wordt ondervonden door een ieder die door de Geest op de zondaarsbank wordt gebracht en met de tollenaar leert bidden: 'O God, wees mij, de zondaar genadig'.
In de confrontatie met Gods wet, ondervinden wij dat wij voor God niet kunnen bestaan. De wet Gods eist! Zij blijft eisen! Wanneer er aan haar niet betaald wordt, komen wij om in het gericht.
Dat gericht wordt min of meer gezien. Dat gaat door de ziel heen. Opzettelijk schrijft ik: min óf meer. Een juiste maat is hiervan niet aan te geven. Ook is er niet altijd sprake van een bewuste vierschaarbeleving. Hoewel... ik heb ze wel ontmoet in het pastoraat met name in Huizen (N-H) die dit hebben meegemaakt. Met grote zekerheid konden zij spreken over die wonderlijke en vreemde vrijspraak. Zij meenden voor altijd in het gericht te moeten omkomen, maar tot hun verwondering mochten zij beleven, ondervinden dat Christus voor hen de last van de toorn Gods tegen de zonde had weggedragen. Het kruis werd zo'n werkelijkheid voor hen dat zij konden zingen: 'In het kruis zal ik eeuwig roemen; en geen wet zal mij verdoemen. Christus droeg de straf (het gericht) voor mij'.
Maar let wel: Zo'n bewuste vierschaarbeleving hebben niet altijd allen. Zoals er geen twee blaadjes aan een en dezelfde boom gelijk zijn, zo worden er geen twee mensen op dezelfde manier geleid. Op de kruispunten van ellende, verlossing en dankbaarheid komen zij elkaar tegen, maar tussen die drie kruispunten ligt er ook nog wel het een en ander. Als ik het
zo mag zeggen: dwarswegen die nu eens door die en dan weer door die worden bewandeld.
In de weg die God met ons gaat, behoren wij Hem vrij te laten. Hij is God en wij zijn mensen. God is onmetelijk groot en wij zijn nog minder dan een mug (G. Boer). God God te laten, ook in de wegen die Hij met de Zijnen gaat, daarom gaat het. En dan zal de één kunnen spreken over een bewuste vierschaarbeleving, terwijl de ander ervan weet dat de Heere in zijn óf in haar leven is begonnen en hem óf haar geleidelijk heeft gebracht naar het kruis waar men evenals christen in Bunyans Christenreize het pak van zonde zal wegvallen en - rollen in het lege graf.
Ook kan het zó zijn dat men van jongsaf aan gelooft dat de vreze Gods in het hart wordt gevonden. Ik denk aan een Samuel, Jeremia én Johannes de Doper.
Nu doet zich vanzelfsprekend de vraag voor óf de hier - boven - genoemden dan niet met de Wet en het gericht in aanraking zijn geweest. Zijn zij in hun leven nooit in aanraking geweest met de Wet? Dat zou ik niet durven ontkennen! Want let wel: er is niet alleen een confrontatie (min óf meer) met de Wet aan het begin van de weg des geloofs maar ook als wij de weg des geloofs bewandelen.
Steeds opnieuw komt de Heere met Zijn Wet ons tegen. Zij mag in het geloof een regel der dankbaarheid zijn en er kan óók zo'n hartelijke lust en begeerte zijn om naar al Gods geboden te leven, doch helaas... dat is bepaald niet alle dagen het geval. Er zijn in het leven van de kinderen Gods dagen dat zij er lustig op los zondigen. Zo erg zelfs dat zij anderen daardoor tot een aanstoot kunnen zijn. Maar het ergste is nog wel dat zij de Heere daarmee zo onteren. Zal Hij als de Rechtvaardige dit niet bezoeken? Hij zal het doen! Hoe zal Hij dit doen in het leven van Zijn kerk? Daarover een volgend keer! (Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's