Enigheid
Woorden van Leven
Even zeldzaam als de zaak in deze wereld lijkt te zijn is dit woord in de Bijbel: enigheid. Slechts twee keer vinden we het, beide plaatsen in één hoofdstuk, Efeze 4. Allereerst is er de oproep van Paulus, de 'gevangene in den Heere' aan het adres van de gemeente van Efeze. Hij herinnert de gemeente aan de roeping om elkaar te verdragen in liefde, 'met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid en lankmoedigheid'. Liefde is met oprechte zelfverloochening, vanuit een edele vriendelijkheid en in onuitputtelijk geduld elkaar vasthouden. Dat het zelfs in de gemeente van Christus, waar Christus immers nog altijd met zondaren samenwoont, niet vanzelf gaat bewijst de oproep die de apostel laat klinken: U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door den band des vredes' (Ef. 4 : 3). De enigheid kost inspanning. De ijver waarmee de enigheid moet worden bewaard, hier 'benaarstigen' genoemd, draagt de notie in zich van een haast. Wij kunnen er dus niet op ons gemak vanuit gaan dat de eenheid vanzelf wel zal blijven. Enigheid is immers een door onze zondige neiging tot verdeeldheid altijd een bedreigde gave. Er moet voortdurend een heilige beduchtheid zijn om de enigheid maar niet te verliezen!
Enigheid is een gave, geen gegeven. We hebben die alleen uit de Geest. Die geeft het door de band des vredes. Het is de vrede met God in de verzoening door Christus Jezus vanwege de Geest geschonken in het geloof, die de eenheid vervult. Dan vloeit daar ineens uit de volheid van het apostolische gemoed de uitbundigheid van een zevenvoudige lof der enigheid: Eén lichaam is het, en één Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot één hoop uwer roeping; Eén Heere, één geloof, één doop, Eén God en Vader van allen. Die daar is boven allen, en door allen, en in u allen' (Ef. 4 : 4-6). De eenheid met de Heere geeft de enigheid met elkaar. Zoals dat in de gemeenschap der heiligen wordt beleefd, die gemeenschap is met Christus en al Zijn weldaden en zo ook met elkaar. Dan is de verscheidenheid, die er in de gemeente ook is, geen bedreiging van de enigheid, maar alleen maar meer reden tot vreugde.
De tweede keer dat Paulus het woord 'enigheid' gebruikt is in vers 13 van Efeze 4: Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van de Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus'. Hier is de enigheid ook de uitkomst van de verschillende geestelijke gaven en bedieningen. Het doel van de verscheidenheid is uiteindelijk de enigheid des geloofs. Is dit wel een haalbaar doel? Dat is hier niet de vraag. Paulus wil de gemeente oproepen om dit doel in heel het leven en streven van het geloof voortdurend ter harte te nemen en voor ogen te houden. Zolang we nog op aarde leven blijft de enigheid aangevochten, en dreigen we haar soms zelfs te verspelen. Als we het doel uit het oog verliezen is er geen groei maar stilstand. Dan vallen de dingen droevig uiteen. Daarom moet het 'totdat' van de enigheid in Ef. 4 : 13 ons voortdrijven in een vurig verlangen naar de uiteindelijke vervulling van deze genadegift. Ook hiervan geldt wat Paulus elders zegt: Niet dat ik het airede gekregen heb, of alrede volmaakt ben; maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben (Fil. 3 : 12).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's