Globaal bekeken
De heer J. IJsselstein, lid van een hervormde wijkkerkenraad in Papendrecht, zond ons 'een metaforisch getint stuk', waarvan hij hoopt 'dat de betekenis voor zich spreekt'. De vorm is niet de meest gebruikelijke, merkt hij zelf op. Het vraagt enig nadenken. Hier volgt het stuk, dat hij de titel gaf 'De tuin'.
'Het is reeds lang geleden, dat Lord Grace op zekere dag besloot zijn botanische tuinen, die tot in wijde omtrek geprezen waren, te verdelen onder zijn trouwste dienaars. De betrouwbaarste van hen viel te beurt een deel van de prachttuinen te bewerken te bevochtigen en te beplanten. Eén opdracht kregen ze slechts: draag zorg voor de tuinen en zorg dat de roem ervan niet zal tanen.
Hoewel de botanische inzichten van de dienaars verschilden, probeerden sommigen aanvankelijk bewerking gezamenlijk te doen. Zij, die weinig inzicht hadden, gingen al snel hun eigen weg. Het land werd herverkaveld en tenslotte had iedereen zijn eigen tuin. Het was de bedoeling wel niet geweest, maar het kon niet anders.
Nu, tientallen jaren later, nu de dienaars van de eerste tuin allang vergeten zijn, mengde ik mij onder de bezoekers van Lord Grace's mooiste tuinen. Hoewel de landheer zichzelf nooit laat zien, is hij er wel, daarover geen twijfel. Maar, zo liet hij ooit weten in de beschrijving van zijn erve: de tuin geeft - zij het heel gering - een voldoende beeld van wie ben. Sinds ik dat weet is mijn interesse gegroeid tot een geprikkelde nieuwsgierigheid.
Toen ik de tuin binnenliep viel me direct op, dat er in de tuin nog actief werd herverkaveld, hoewel ik dacht dat dat proces allang voltooid was.
Als eerste zag ik een viertal bosrijke tuindelen, waar men blijkbaar planten had vervangen door bomen. Maar toen ik nieuwsgierig dichterbij kwam, zag ik door de bomen en het bos nu ook de tuin. Echt gluren moest ik door de bomen om de echte tuin te ontwaren. De stijl was keurig. Wel onkruid maar apart, alsof het ook gekweekt werd. Ik probeerde binnen te komen, maar dat lukte niet. Er werd volop gekweekt, zag ik. De tuinman woond zelf ook in de tuin. Op zijn luxe verblijf zag ik wat plakkaten, met boodschappen en waarschuwingen. Buiten de tuin lagen wat dode planten, onkruid, maar ook gewone planten. Beide waren bezig we wortel te schieten, in andermans tuin.
Terwijl ik dacht aan de bedoeling van de landheer liep ik verder.
Ik zag een viertal andere tuinen, groter en vlakker en omgeven door een enkele heg. Hier kon je de tuinders tenminste zien. Ze waren druk in de weer. De heggen werden geknipt en geschoren en vielen ook hier, merkwaardig genoeg, direct in het oog. Toen ik bleef kijken, zag ik tot mijn verbazing, dat de hoveniers, deels op gedempte, deels op luid toon, onenigheid hadden over de hoogte van de heg. Onderwijl letten zij niet op, want ik zag een deel van de bezoekers dwars door de perken lopen. Sommigen namen planten mee, anderen vertrapten ze.
De dienaren verschilden blijkbaar nogal van mening. De een stelde voor de heg te verwijderen, om dat twee verenigde tuinen meer botanische waar zouden hebben dan de twee afzonderlijk. Terwijl wortels van de heg werden doorgenomen, hield één van de hoveniers nog een gloedvol betoog over de historische waarde van zijn tuin, de ondertussen verwelkende heg verrijkend met een open brief aan alle planten. Hij riep donateurs op zijn nobele doelen te steunen. Weer viel mij op hoe mager de tuin erbij lag. Het onkruid tierde welig en vormde - onder de heg door - inmiddels één geheel met het kruid daarbuiten. Ik moest al maar denken aan de landheer. Zou het dan toch gaan om de heg. Die ondoordringbare aan het begin? Deze twisthaag hier? Waren het niet botanische tuinen? Ging het niet om de planten, de bloemen, de vruchten?
Eén tuin was ik nog niet gepasseerd. Weinig opvallend, doorzichtig, met een eenvoudige voorraadschuur: open voor het publiek. Vergeefs zocht ik naar plakkaten, boodschappen en brieven. Een blik stond er, zaaiwerk. Een hark, een schoffel, en een gieter met een briefje: als de landheer zijn regen inhoudt. In kleine perken stonden nog kleinere plantjes. Het meest opvallend was een kleine druivenstronk, waarin nieuwe takken waren geënt. Een heg zag ik niet eens, want mijn oog werd gefascineerd door dat ene, die stronk, die enten. Die eenvoud deed mij en de andere bezoekers zwijgen. Even vroeg ik me af: waar is de landheer? Hij zou me hier iets over kunnen zeggen, misschien. Maar ik bedacht me. Dit moest het beeld van hemzelf zijn.
Toen ik de oude wijnstok zag, blikte ik even achterom en zag - 't leek wel een visioen - hoe opeens bomen en hagen en dienaars verschrompelden tot kleine wezens. Planten leken het, kleine stekjes. Ja, zo moest het zijn, zei ik in verrukking tegen mezelf. Mijn eigen schreeuw: "ja, zo moet het zijn", maakte me wakker, toen ik, terugkijkend naar de wijnstok dacht: nu lijk ik ook wel zo'n heggenier.
Er viel een druppel in de tuin, bij de wijnstok, maar bij de heg, naast de regenboog, was het droog. Met je ogen kan je het zien, kan je hem zien, fluisterde een man naast me. We hurkten, sloten de ogen en zagen de landman. Hij zei iets. Over de... - nee, niet over de heg - over de tuinen. Wat? Ach, u weet het wel. Groeien er nog wel stekken in uw tuin? En de wijnstok? '
Vorige week meldde ik in mijn 'Dagboek in Jeruzalem' dat de PLO na de zesdaagse oorlog van 1967 werd opgericht. Dat was niet geheel juist. Na de zesdaagse oorlog werd wel het Palestijns Nationaal Handvest aangenomen, tijdens het Nationaal Congres van de PLO in Cairo in juli 1968, waarin wordt uitgesproken dat het 'vanuit Arabisch gezichtspunt' een nationale plicht is Palestina te bevrijden en het zionisme uit Palestina te verdedigen. Hier volgt de passage over het ontstaan van de PLO uit 'De strijd om het beloofde land' van David Dalan, dat ons door een lezer werd aangereikt: ,
'In 1964 hielp Nasser een organisatie op te richten die later een van de belangrijkste partijen in het Arabisch-lsraëlische conflict zou worden. Op de eerste officiële topconferentie van de Arabische Liga, in januari in Cairo, besloot men om steun te geven aan de oprichting van een organisatie, die alle Palestijnse Arabieren moest vertegenwoordigen "de strijd om Palestina te bevrijden". In mei hielde Palestijnse vertegenwoordigers een congres in oost-Jeruzalem om het besluit van de Liga ten uitvoer te brengen. Het resultaat was de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO).
De eerste PLO-leider, Ahmed Shukeiri, beloofde het congres dat de PLO de Arabische landen zou helpen om de Israëli's de zee in te drijven. De PLO moest een overkoepelende organisatie worden van verschillende Palestijnse paramilitaire en civiele groepen, waarvan de meeste gesteund werden door het Kremlin en zijn bondgenoten. Yasser Arafat, de leider van de grootste gewapende groep, Fatah" (Arabisch voor "de overwinning" en teven de naam van het hoofdstuk in de Koran dat Mohammeds overwinning op Mekka beschrijft) werd 1969 leider van de PLO.
De Arabische staten vlogen elkaar regelmatig in de haren. Zij zetten hun rivaliteit voort door verschillende de groepen in de PLO te steunen. Egypte steunde de oprichting van het marxistische Volksfront voor de Bevrijding van Palestina van George Habash. De Syriërs steunden het Palestijns Bevrijdingsfront geleid door Ahmed Jabril, dat korte tijd samenging met de groep van Habash. Irak wilde niet achterblijven en steunde het Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina van Naif Hawatmeh. De verschillende partijen binnen de PLO hadden regelmatig gewelddadige botsingen met elkaar, en nog vaker met Arafats Fatah-beweging.'
Dezer dagen overleed op 92-jarige leeftijd de dichteres Ida G. M. Gerhardt. Bladerend in het tweedelig verzameld werk met al haar gedichten stuitten we op hetzelfde gedicht, dat Hans Werkman in het Nederlands Dagblad doorgaf. Genesis:
Oud worden is het eindelijk vermogen
ver af te zijn van plannen en getallen;
een eindelijke verheldering van ogen
voordat het donker van de nacht gaat vallen.
Het is een opengaan van vergezichten,
een bijna van gehavendheid genezen;
een aan de rand der tijdeloosheid wezen.
Of in de avond gij de zee ziet lichten.
Het is, allengs, een onomstotelijk weten
dat gij vernieuwd zult wezen en herschapen
wanneer men van u schrijven zal: 'ontslapen'.
Wanneer uw naam op aarde is vergeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's