Uit de pers
Deze vaste rubriek van de Waarheidsvriend wordt gewoonlijk verzorgd door ds. J. Maasland. Aangezien hij door ziekte dit werk tijdelijk niet kan doen, zal ik trachten gedurende deze tijd zijn werkzaamheden waar te nemen.
Deze week wil ik graag aandacht vragen voor het werk in de gemeente, dat voor velen, hetzij beroepsmatig, hetzij op vrijwillige basis weer begint.
Hoewel de kerk geen seizoen-kerk is en het werk het hele jaar doorgaat, is het toch wel zo dat in september allerlei specifieke werkzaamheden weer beginnen. Ik denk bijvoorbeeld aan het kinder-en jongerenwerk, aan catechese en noem maar op. De kerk wordt wel genoemd de grootste vrijwilligersorganisatie en dat is dunkt me terecht. Daar zit iets moois in. God wil mensen van allerlei soort en slag gebruiken in Zijn koninkrijk. Vaak is het werk niet eenvoudig. Je ziet er tegenop maar je wordt er ook zelf door gezegend. Dat zie je vaak later pas.
Sommige mensen roept God op een speciale manier om in Zijn gemeente een taak te verrichten. In verschillende kerkelijke bladen van de afgelopen tijd las ik daar iets over. Graag laat ik eens het licht schijnen op enkele van die werkers, voor wie de taak in de gemeente wel een bijzondere plaats in hun leven inneemt.
Een organist
In het blad De Wekker van vrijdag 15 augustus jl. stond een vraaggesprek met Bert Visser te 's-Gravenzande, die als organist wekelijks de gemeentezang in de christelijke gereformeerde 'Maranathakerk' begeleidt.
Bert die aanvankelijk weg-en waterbouwkunde in Delft studeerde brak deze studie af en ging naar het conservatorium. Hij vertelt over deze harte-keus het volgende:
'Van jongsaf aan ben ik sterk geïnteresseerd geweest in zowel muziek als techniek. Een studie aan de TH leek ook voor de hand te liggen, mede gezien het feit dat het muziekvak als middel van bestaan toch behoorlijk onzeker is. De studie in Delft was echter dermate theoretisch en zo ' weinig gericht op de praktische kant van de techniek dat ik daar toch maar mee gestopt ben. Met het geven van muzieklessen was ik inmiddels al een poosje bezig en dat beviel me zodanig dat ik daar toch verder in wilde. In die tijd ben ik als leerling bij Koos Bons in Maassluis terechtgekomen en die heeft me gestimuleerd om hierin door te gaan. Hij heeft mij ook helemaal opgeleid voor de Staatsexamens orgel en piano.
Enkele jaren geleden ben ik een studie koordirectie begonnen die ik inmiddels afgerond heb en zo is er een mix van dirigeren, lesgeven en uitvoeren ontstaan die me uitstekend bevalt.'
In het interview vertelt de organist over verschillende aspecten van zijn taak in de eredienst.
Op de vraag of het orgelspel veel lijkt op dat van zijn mede-organist (de gemeente vergelijkt graag!) antwoordt hij: 'Onze manier van spelen en registreren lijkt inderdaad nogal op elkaar. Beiden nemen we als uitgangspunt bij de begeleiding de tekst van wat er gezongen wordt en proberen dat mede vorm te geven in ons spel. Dat neemt niet weg dat er ook verschillen in stijl zijn, zodat de gemeente toch wel direct hoort welke organist op de orgelbank zit, maar die verschillen zijn niet zo groot dat er sterke sympathieën of antipathieën door ontstaan. Uiteraard zullen er best gemeenteleden zijn die liever de één horen spelen dan de ander Dat is denk ik onverbrekelijk verbonden met het muziek maken op zich, want wat de een aanspreekt spreekt niet automatisch ook een ander aan.'
Over zijn voorkeur voor het genre muziek zegt hij:
'Ik denk dat mijn belangrijkste argument is dat je volgens mij muziek moet maken vanuit je hart, zoals je zelf bent. Als de muzikale taal die je spreekt niet overeenkomt met je karakter en je aard dan klinkt het onecht en niet erg overtuigend.
Aangezien ik mij thuisvoel in de romantische muziek en de bijbehorende speelstijl maak ik ook muziek op die manier Daarnaast is het denk ik wel van groot belang dat je je ook in andere muziekstijlen verdiept en' zo je horizon verbreedt, zodat je bijvoorbeeld oude muziek ook stijlgetrouw kunt weergeven al zal dat altijd vanuit mijn eigen persoonlijke invalshoek gebeuren. Dat er nogal eens neerbuigend over de romantische speelstijl gedaan wordt is denk ik vooral een gevolg van de overdreven uitwassen die je op dit terrein nog wel eens aantreft waarbij alles zonder enig onderscheid met een zwaar romantische saus wordt overgoten, de effecten je om de oren vliegen en het geheel inderdaad in sentimentaliteit ontaardt. Dat is echter iets heel anders dan een gezonde romantische speelstijl.
Overigens is het heel opvallend dat de onderwaardering voor de romantische muziek en deszelfs speelmanier bij geen enkel instrument zo sterk is als wel bij het orgel. Als een bepaalde pianist als Chopinspecialist of een dirigent als Brahmskenner wordt geafficheerd vindt men dat normaal maar een organist die zich op muziek uit die periode toelegt wordt wat meewarig aangekeken. Heel merkwaardig!'
Tenslotte pleit Visser voor meer waardering in de gemeente voor de professionele zijde van het werk van de organist:
'Ik denk dat het al een hele verbetering is als er wat meer begrip zou zijn.
Begrip bijvoorbeeld voor wat een muziekvakstudie inhoudt. Zo'n studie omvat namelijk heel wat meer dan alleen maar wat muziekstukken instuderen of een zekere vingervlugheid ontwikkelen. Begrip vooral ook voor de functie van de muziek in de eredienst.
Als we de Bijbel er op naslaan dan zien we dat de Heere veel waarde toekent aan de muziek voor Zijn dienst, meer dan wij doorgaans plegen te doen. Zo lezen we bijvoorbeeld in Kronieken over de instelling van een tempelkoor van tweehonderdachtentachtig mensen, zangers en speellieden, "die geleerd waren in het gezang des Heeren, allen meesters".
In Numeri lezen we over de instelling van de twee zilveren trompetten die o.a. geblazen moesten worden bij de feesten over de brand-en dankoffers "u ter gedachtenis voor het aangezicht uws Gods".
Als we de zaken eens wat meer in dit perspectief plaatsen moeten we dan niet concluderen dat juist voor de eredienst professionele musici van veel waarde kunnen zijn? Zouden we ook op dit terrein niet moeten zeggen: voor de dienst des Heeren is het allerbeste nog niet goed genoeg?
Hiermee wil natuurlijk geenszins gezegd zijn dat in de eredienst alleen maar vakmusici werkzaam zouden kunnen zijn, maar we zullen mijns inziens toch naar het hoogste niveau moeten streven en daar hebben we toch vakmensen voor nodig, juist ook om anderen op te leiden.
In het licht van het bovenstaande zou ik er ook voor willen pleiten om onze diensten wat meer tot echte erediensten te maken. Daartoe leent zich vooral de samenzang maar bijvoorbeeld ook de koorzang. God heeft de gaven van muziek en zang geven opdat we Hem ermee zouden eren en daar dienen onze erediensten toch ook toe? Dat is voor mij de mooiste manier van muziek maken: samen Gods grote Naam bezingen en zo Zijn lof verkondigen.'
Ik denk dat het goed is het wekelijks terugkerende werk van de organist niet te onderschatten. Vaak is er kritiek op hun spel. Ze kunnen het natuurlijk niet alle gemeenteleden naar de zin maken. Het is goed om aan hun taak in het gebed in de eredienst te denken. Tegelijk mag van organisten verwacht worden dat zij de diensten zorgvuldig voorbereiden, zodat hun taak echt dienstbaar is aan de zang van de gemeente. Die gemeentezang is toch het mooiste wat er op aarde gebeurt?
Het werk van een evangelist
Anton Verstoep, Polsbroeker van geboorte is de afgelopen vijf jaar als evangelist werkzaam geweest in een van de nieuwbouwwijken van Ede. Aan het eind van vijf jaar werken kijkt hij terug op dit mooie, maar ook weerbarstige werk in Gods koninkrijk. In Tijding, contactblad van de IZB, zomer 1997, staat een interview met hem. Ik citeer daaruit het volgende:
'Vijf jaar geleden, in september 1992, is Anton Verstoep als evangelist begonnen in de wijk De Rietkampen in Ede. Nu, aan het eind van het project van vijf jaar waarvoor hij werd aangesteld, kijkt hij met gemengde gevoelens terug. Hoewel hij volgend jaar voor een aantal jaren samen met vrouw en kinderen - uitgezonden door de GZB - in Kenia gaat werken, had hij hier best nog zijn taak willen voortzetten.
Anton werkt parttime in Ede als evangelist en opbouwwerker in dienst van de IZB. Daarnaast is hij voor de andere 50% als pastoraal medewerker aangesteld in Ochten door de hervormde gemeente in die plaats. Wat was de startopdracht waar je als evangelist mee begon?
"De wijk De Rietkampen is een nieuwbouwwijk, die vijf jaar geleden nog in opbouw was. Hier zou een negende predikantsplaats gesticht worden en ik was aangesteld om alles wat nodig was voor een eigen gemeente van de grond te krijgen. Op zichzelf zou dit haalbaar moeten zijn met de 10.000 inwoners van de wijk, maar financieel bleken er nogal wat haken en ogen aan te zitten. Nu, aan het eind van de vijf jaar, is er helaas nog steeds geen eigen voorganger en gebouw.'"
Over enkele van zijn activiteiten om mensen met het Evangelie te bereiken vertelt Verstoep:
Actieweek
'Dat de wijk jong en dynamisch is, blijkt uit de kindvriendelijke uitstraling van De Rietkampen en de inzet van de inwoners tijdens de actieweek onder het motto: "Kerk in uitvoering". Deze evangelisatieweek wordt al jaren georganiseerd. Dit jaar is er voor het eerst een grote tent neergezet, waarin de activiteiten plaatsvonden. Ook werden hier op zondag de diensten gehouden. Anton: "Je merkt dan duidelijk hoe laagdrempe lig zo'n tent is. Je ontmoet er mensen die je normaal nooit in de kerk ziet. Kinderen gaan naar de creatieve middagen, waar ze worden opgehaald door ouders, die op die manier nieuwsgierig worden en in contact komen met de activiteiten vanuit de wijk".
Dit jaar was het thema "De Tien Geboden". Dit lijkt misschien een moeilijk thema, maar de mensen uit de wijk De Rietkampen hebben er een mooie en creatieve ingang voor gevonden. De kunstenares Anneke Kaai exposeerde haar serie schilderijen van de tien geboden en er werd een musical opgevoerd. Naast de behandeling van het thema tijdens de catechisatie en de lange voorbereiding gedurende het voorgaande jaar, is een groep de gehele winter bezig geweest met het voorbereiden van deze musical, die op woensdagmiddag voor de kinderen werd opgevoerd.'
Open kring
'Bij het luisteren naar het enthousiaste verhaal van Anton, heb ik het gevoel dat hij deze activiteiten het komende jaar gaat missen. Met een tweede kop thee en na het bewonderen van het ijsje van dochterlief, vertelt hij vol verve verder over een van zijn dierbaarste projecten: de open kring.
Het reguliere kringwerk is opgezet voor en door mensen uit de gemeente. Al gauw is Anton gestart met open kringen voor randkerkelijken. Het bleek dat mensen best over geloven wilden praten, maar dat de drempel van de kerk - om welke reden dan ook - vaak te hoog was. Deze open kringen bestaan uit een bont gezelschap van mensen met heel verschillende achtergronden en in uiteenlopende omstandigheden. In een huiskamersfeer wordt er uit de Bijbel gelezen, gebeden en gezongen. Anton kan bij deze kringen werken op de manier die hem het liefst is: interactief. Mensen zelf de weg laten zoeken, de discussie aangaan en ze vooral de tijd gunnen om tot eigen conclusies te komen. Als ze zelf kunnen meedenken en er niets wordt voorgekauwd, komen ze ook zelf tot antwoorden.
Uiteindelijk hopen jullie dat de mensen van de open kringen doorstromen naar het reguliere kringwerk en de kerkdiensten gaan bezoeken. Is dit niet moeilijk?
Anton: "Er wordt in de kerk wel eens te veel naar rendement gestreefd. We moeten mensen de tijd en de ruimte geven. Wat wij doen tijdens de open kring is net als in de kerk. Natuurlijk hopen we op een doorstroming, maar alsjeblieft niets forceren. De stap naar de kerk is vaak heel moeilijk. Ik probeer deze zo goed mogelijk te begeleiden".
Anton nodigt de mensen die de stap zetten meestal uit als hij zelf voorgaat, om ze zo een beetje extra aandacht te kunnen geven. Als ze de kerk uitgaan moeten ze kunnen denken: Hé, hij heeft het ook over mij gehad! Dit is ook een van de redenen dat de wijk zo graag een eigen gebouw en voorganger zou willen hebben. "Het hoeft geen prestigieus kerkgebouw te zijn. We willen een functioneel gebouw dat een eigen plek in de wijk krijgt. Noem het een missionair diaconaal centrum.'"
Aan het eind van het vraaggesprek volgt een korte samenvatting van zijn werk in de afgelopen periode:
'Met de jongste zoon van zeven maanden op schoot vertelt hij nog hoe hij het evangelist-zijn zou willen samenvatten: "Als evangelist ben je er voor je doelgroep en ben je dus niet bezig met binnenkerkelijke zaken. Soms moet ik de gemeente de doelgroep laten zien. Het gevaar bestaat dat de evangelist samen met een commissie een kopgroep vormt, waarbij de gemeente als peleton ver achterblijft of afhaakt. Dan moet de kopgroep weer terug en contact zoeken om ze weer mee te nemen. Op die manier heb je als evangelist een rol als koploper en zo heb ik mij ook gevoeld". Na het gesprek met Anton Verstoep heb ik de indruk gekregen werkelijk met een koploper gesproken te hebben. Jammer voor Ede dat er een eind aan zijn werk komt. Aan de andere kant heeft de familie Verstoep nu de mogelijkheid gekregen om, met al de ervaring opgedaan in Ede, een boeiende tijd in Kenia tegemoet te gaan.'
De laatste zin geeft aan wat de nieuwe taak van evangelist Verstoep zal zijn: missionair werk in Kenia. We wensen hem en zijn gezin daarin van harte Gods nabijheid toe en veel vreugde in dit voortreffelijke werk.
De vrijwilligers
Ik kom nog even terug op het werk van de vele vrijwilligers in de gemeente. Je kunt er naar uit zien, je kunt er ook erg tegenop zien. Je kunt het gevoel hebben dat je er niet gekwalificeerd voor bent. Ter bemoediging geef ik aan al die mensen een gedicht door van Heinie de Bruin, zoals ik dat aantrof in het Centraal Weekblad van 15 augustus:
Kerkewerk
Ja Heer, U roept ons telkens weer
om voor uw Kerk te werken.
Maar, ijverig zijn wij meestal niet;
dat zut U ook wel merken.
Wij hebben 't druk; de tijd is schaars;
er zijn zoveel problemen...
't Is eigenlijk niet zo 'n goed idee
om ons in dienst te nemen.
U hebt het ook aan mij gevraagd
(dat was wel even schrikken);
omdat ik, denk ik, in dat werk
al spoedig zal verstikken...
Want, Here, wat presteer ik nu?
'k Ben niet zo goed in 'praten',
en al mijn stuntelig gedoe
zou immers niemand baten? !
Uw antwoord is: Kom op mijn kind!
Ik zoek geen krachtfiguren,
maar mensen met eenvoudig hart
die Ik op pad wil sturen.
'k Vraag geen diploma 's, geen brevet;
die zijn echt overbodig.
Wees in het kleine maar getrouw!
Want, dat heb Ik hard nodig!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's