Globaal bekeken
Kerkinformatie diepte 'Uit de archieven' het volgende stuk op uit vervlogen jaren van de Gereformeerde Kerken:
Vragen, die door de Ouderlingen der Geref. Kerk van Utrecht, bij het bezoeken van de leden der Gemeente aan hunne huizen, behoorden gedaan te worden.
1. Uit hoeveel en uit welke leden het huisgezin bestaat (ouders, kinderen, dienstboden, andere inwonenden);
2. of alle leden des gezins den Heiligen Doop hebben ontvangen;
3. of alle leden des gezins zich gesteld hebben onder het toezicht van den Kerkeraad;
4. wie hunner al en wie nog niet tof het Heilig Avondmaal werden toegelaten;
5. of al de leden des gezins getrouw tot de samenkomsten der Gemeente komen, in 't bizonder op den Dag des Heeren, en ook, zooveel mogelijk, door de week; of er toeneming in kennisse der waarheid valt te bespeuren en of het hoofd des gezins zich daarvan, vooral op den Dag des Heeren, ook overtuigt;
6. of de kinderen, die in de schooljaren vallen, wel op een school met den Bijbel gaan, en, zoo niet, welke daarvan de redenen zijn;
7. of de leden des gezins, die nog niet tot des Heeren Heilig Avondmaal werden toegelaten getrouw ter catechisatie komen; of het hoofd des gezins toeziet op hunne voorbereiding voor de catechisatie, en of hij zich vergewist van de vruchten van het onderwijs;
8. of, wie toegelaten werden tot het Heilig Avondmaal, van dit genademiddel ook een getrouw gebruik maken, en of de vader en de moeder des gezins daarin de hunnen voorgaan;
9. Hoe gecensureerden onder de tuchtsoefening van de Kerke Gods verkeeren; (Men behandel dezen afzonderlijk en, althans bij stille afhouding, niet in tegenwoordigheid van de overige leden des gezins.)
10. of het hoofd des gezins getrouw is in het voorgaan in den gebede en in de onderwijzing uit het Woord;
11. of de kinderen en de dienstbaren wandelen in gehoorzaamheid aan het vijfde gebod;
12. of er ook kinderen buitenshuis zijn, en, zoo ja, in welke omgeving ze verkeeren; of ze reeds belijdenis deden van hun geloof; of ze de genademiddelen getrouw gebruiken en of ze daarin geenerlei belemmering ondervinden van de zijde dergenen, die over hen gesteld zijn;
13. hoe het hoofd des gezins waakt en zorgt voor de geestelijke belangen der dienstbaren in zijn huis;
14. of er geen twist is onder de huisgenooten en of men in geen oneenigheid leeft met buren, familieleden of leden der gemeente;
15. op welke wijze men den Dag des Heeren doorbrengt;
16. of men naar vermogen de armen en den Kerkedienst helpt onderhouden;
17. of men ook in eenig opzicht geestelijken raad of bestier behoeft.
Aldus vastgesteld door den Kerkeraad der Geref. Kerken van Utrecht op den 29sten Juni 1898.
K. Fernhout, h.t. Praeses P.J.W. Klaarhamer, h.t. Scriba
…...
Wie in de zomertijd Israël bezoekt krijgt voor enkele maanden weerbericht: warm tot zeer warm, droog tot zeer droog. En nu: 'Regen in Augustus'. 'Christenen voor Israël' berichtten erover. We maakten zelf dit ongewone weer in augustus mee.
'Een uitzonderlijke gebeurtenis begin augustus in Israël: regen. Niemand kan zich herinneren dat het ooit in augustus, in de warmste periode van het jaar, geregend heeft.
Enkele jaren geleden vielen de vroege regens tot begin juli en ook werd al eens waargenomen dat de late regens al half september begonnen. Algemeen werd dat gezien als uitzonderlijke gebeurtenissen die in Israël de aandacht trokken. Tegelijkertijd met de regen die begin augustus viel daalde ook de temperatuur en kwam er tijdelijk een einde aan de zomerhitte die temperaturen tot boven de dertig graden Celsius had gegeven. Het kwik daalde snel naar aangename waarden van rond de 22 graden.
Dat was overigens maar tijdelijk. De afkoeling duurde niet langer dan enkele dagen. Daarna brak de zomerse hitte weer aan en menigeen zocht verkoeling aan de stranden. De meeste regenbuien vielen in het midden van het land. Aan de kust viel een enkele lichte bui, in het uiterste noorden en in de Negev-woestijn bleef het droog.
Meteorologen in Israël hebben de regel in augustus "uitzonderlijk" genoemd, maar ze vinden het nog te vroeg om te zeggen dat het te maken heeft met de extreme weersomstandigheden die overal ter wereld merkbaar zijn en die worden toegeschreven aan een klimaatswijziging.'
…..
. 'Liever Turks dan Paaps? .' Dat is de titel van een boek met vertaalde stukken van de 17e eeuwse theologen Johannes Coccejus, Gisbertus Voetius en Adrianus Relandus, waarin ze hun visie op de islam geven. De vertalers (dr. J. van Amersfoort en dr. W. J. van Asselt) geven een toelichting op de titel:
'"Liever Turks dan Paaps? " Deze titel is niet ingegeven door ons streven om de stof die in de verhandelingen van Coccejus, Voetius en Relandus geboden wordt op een of andere wijze te populariseren. De titel is door ons gekozen naar aanleiding van de tendens die duidelijk in de drie geschriften zelf naar voren komt. Deze behelst de gedachte dat het rooms-katholieke instituut van het pausdom met zijn machtsaanspraken een grotere bedreiging werd geacht voor het voortbestaan van de protestantse kerken in Europa dan het optreden der Turken. De herinnering aan de dertigjarige oorlog (1618-1648), toen het lot van het protestantisme In Europa aan een zijden draadje hing, lag nog vers In het geheugen. Coccejus beschouwde de opmars van de Turken in Europa als een instrument in Gods hand om de antichrist - het pausdom - ten val te brengen. Relandus' geschrift over de Islam werd om die reden op de pauselijke index geplaatst. Voetius tenslotte heeft zich aan het slot van zijn disputatie uitdrukkelijk met de uitspraak "Liever Turks dan Paaps" beziggehouden. Uit zijn opmerkingen daarover kunnen wij opmaken dat deze uitspraak afkomstig was van zeelieden en militairen uit de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en betrekking had op het feit dat de vrijheid van godsdienst onder het Turkse Imperium beter gewaarborgd bleek dan in landen die gebukt gingen onder "de pauselijke tirannie". Voetlus heeft dan ook geen bezwaar tegen de uitspraak, mits daarbij niet gedacht wordt aan een absolute tegenstelling, maar aan een gradueel verschil. Als er tussen beide machtsfactoren gekozen moet worden, dan geldt: "Liever Turks dan Paaps!" Om misverstanden te voorkomen moet de titel van dit boek tegen deze achtergrond worden bezien.'
• Hier volgt de genoemde passage van Voetius zelf;
'Een vijfde probleem betreft de vraag of de uitspraak of raad van Luther verdedigd kan worden, namelijk dat de Duitse keizer eerder tegen de paus dan tegen de Turkse een oorlog zou moeten beginnen. Dit wordt hem door de pausgezinden vele malen voor de voeten geworpen. Hierop moet het antwoord luiden: ik zie niet in, waarom dit niet op he juiste moment en zeer goed gezegd zou zijn, wanneer men tenminste de absolute macht beschouw die de paus zich aanmatigt tegenover de christelijke religie en Kerk in het algemeen en in het bijzonder tegenover het Duitse Rijk.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's