De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tussen oefenaars en ringdominees

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tussen oefenaars en ringdominees

B. Marijs (84) en de hervormde gemeente van Arnemuiden

12 minuten leestijd

Van tijd tot tijd willen we in ons blad een vraaggesprek publiceren met iemand die gedurende een langere periode van betekenis mocht zijn voor een hervormd-gereformeerde gemeente. Het motief hierbij is niet een mens centraal te stellen, maar het werk van God, zoals dat gestalte krijgt in het dagelijkse leven van de gemeente, te belichten. Vandaag deel 3: na Aartje Boon uit Molenaarsgraaf en D. Dekker uit Nunspeet, nu de heer B. Marijs uit Arnemuiden.

Dankbaarheid over het heden overheerst in het gesprek met de 84-jarige B. Marijs. Vroeger, toen was de gemeente Arnemuiden weliswaar rechtzinnig maar waren de preken 'vaak dorretjes'. Als de bejaarde visser terugdenkt aan de jaren dertig en veertig, spreekt hij de belijdenis uit dat God wonderlijk goed is, 'getrouw aan Zichzelf en aan Zijn Woord, boven bidden en denken. Dan kom ik zelf altijd beschuldigd onder de prediking vandaan, omdat de Heere nog zoveel bemoeienissen met de gemeente Arnemuiden wil hebben. Het Woord mag al vele jaren verkondigd worden, zoals het Woord Zelf spreekt'.

Blaas Marijs ('tegenwoordig noemen de mensen hun kinderen liever Bennie', vertelt de visser, een pruim achter de kiezen, als we laat op de avond nog door het dorp lopen) werd in 1913 in Arnemuiden geboren. Vader viste, moeder ventte. Blaas en zijn vier broers waren op school of thuis. 'Mijn vader was een godvrezende man, die op een wonderlijke wijze tot de ontdekking gekomen was dat hij bloot stond aan de rechtvaardige toorn van God vanwege zijn zonden. Hij was een sterk natuurmens, driftig ook. Als je hem tijdens het werk op zee in de weg liep, zou hij je als het ware overboord kunnen gooien, maar had er dan direct erg spijt van. Ik heb een goede vader gehad. Hij ging in mijn jonge jaren veel naar de gereformeerde gemeente van Middelburg, omdat het in Arnemuiden vaak maar dorretjes was.

Tijden lang is de gemeente hier vacant geweest, onder andere van 1874 tot 1901. De kerkenraad beriep wel dominees van de Gereformeerde Bond. Die wij sterk begeerden, lieten het voortdurend afweten en dan zakte het gehalte ook wel weer eens wat af. De reden van die bedankjes is waarschijnlijk het lage traktement en de slechte behuizing.

Van ringpredikanten wilde Arnemuiden niet weten, daar gingen weinig mensen naartoe. We hadden ook veel godsdienstonderwijzers. "Die waren goed, hoor." Ringpredikanten of godsdienstonderwijzers, hét probleem voor Arnemuiden van de eerste helft van deze eeuw.

Gevangenis

'Mijn moeder was het tegenovergestelde van vader, zij was uiterst kalm. Vader kon niet lezen of schrijven, dus moeder las op zondagmiddag altijd een preek of uit een kerkelijk blad. Arnemuiden had toen drie keer kerk, 's ochtends en 's avonds een godsdienstonderwijzer en 's middags kwam de ring.

Ik groeide op in een normaal gezond gezin. We waren met vijf broers, omdat twee zusjes en nog een broertje heel jong overleden. Vader ging op maandagmorgen om vijf over twaalf uit bed, om zich klaar te maken voor zee. Hij heeft vanuit Veere gevist en moest dan van Arnemuiden naar Veere toe lopen. Later, toen hij vanuit Vlissingen viste, heeft hij een fiets gekocht. Hoewel vader niet vooruitstrevend was, had hij als een van de eersten op het dorp een fiets. Hij kocht die fiets, omdat hij op zondagavond niet in de trein wilde. Hij was heel de week van huis.­

In Middelburg en Vlissingen ventte moeder overdag met vis en garnalen, terwijl ze 's avonds naar het station moest, waar de vis verdeeld werd. Je was als kind dus veel op jezelf aangewezen. We hadden het goed, hoor, maar het was geen leven zoals we nu kennen. Gebrek was er echter thuis nooit, want moeder heeft in haar trouwdag ook wat meegebracht, zoals dat heet. Vader is van heel arme afkomst. Ik heb hem nog horen vertellen dat als ze thuis erwtensoep aten, ze dat met mosselschelpen deden.

Hij heeft ook wel eens in de gevangenis gezeten, toen hij een broodje gestolen had, of een appel van een wagen. Een zwager van hem was ook naar Middelburg opgebracht. Ze kwamen onder 't stadhuis in een celletje. Die oom riep mijn vader: "Kees, ik heb zo'n pijn in m'n buik". Vader riep met een grote stem: "Dan moet je maar een beetje wrijven". Zulke dingen blijven je je hele leven bij. In de winter werd er nauwelijks wat verdiend. Maar we hebben het altijd goed gehad.'

Ongeletterd

'Hoewel de gemeente in het begin van deze eeuw rechtzinnig was, ging het vaak niet goed. Tijdens de lange vacaturetijd waren we afhankelijk van de predikanten die van elders kwamen. Er er waren leespreken. Als er een dominee uit de ring voorging, kwam er uit Arnemuiden bijna niemand in de kerk. De toren was van de burgerlijke gemeente en eens liet men de mensen met een ladder via de toren in de kerk, want de kerkvoogdij hield de kerk gesloten. Naar onze mening waren de kerkvoogdij en de notabelen rechtzinniger dan de kerkenraad. Hoe dat kwam, weet ik niet. Mensen met een wat meer behoudende inslag, durfden het niet aannemen als ze tot ouderling gekozen werden. Die schroom is wel te begrijpen, maar aan de andere kant is het zo dat als de gemeente je roept je mitsdien van God geroepen bent. Ach, we waren toen eigenlijk allemaal ongeletterde mensen hier.'

'Ik kan niet direct zeggen door welke dienaar ik het meest gevormd ben, misschien toch wel door de dominee van Middelburg. Die heeft ons op de catechisatie goed onderwezen. Ik weet zijn naam niet meer. We waren in die vacaturetijden afhankelijk van Middelburg.

Vanaf mijn kinderjaren ging ik mee de zee op. Als jongetje wilde je elke vakantie mee, maar dat mocht niet van mijn vader. Een keer ben ik vanwege de zeeziekte voor dood thuisgebracht. Later, toen ik van school af was, moest ik mee. Ik was eenjaar of elf, twaalf. Alleen in de schooljaren heb ik catechisatie gehad.'

Blaas Marijs was 21 jaar, toen bij belijdenis deed. 'Ik kan niet zeggen dat ik bewust ging meeleven. Je groeide toe naar de leeftijd dat je belijdenis zou doen. Dat lag vroeger toch wat anders dan nu. Toen was het meer: Als je ouder wordt en je gaat trouwen waarna er kinderen kunnen komen, dan doe je belijdenis. Dat is niet zoals het wezen moet; nu is men daarin bewuster.'

Ds. Vervt'eij

'Ik heb ook in mijn jonge jaren veel gelezen. Mijn vader had boekjes die mijn moeder voorlas, voornamelijk van mensen van de gereformeerde gemeenten. Oude schrijvers hebben me altijd aangetrokken. Ik mag dankbaar zeggen dat ik een redelijk bevattelijk verstand heb gekregen, zodat ik mocht onderscheiden wat naar het Woord was.

Sinds ds. M. Verweij mogen we als gemeente van Arnemuiden heel dankbaar zijn. Heeft u die gekend? Hij is in 1982 in Benschop overleden. Ds. Verweij was een eenvoudige en eerlijke man. Hij had niet bijzonder veel gaven, maar was wel een rechtzinnige prediker. Naar menselijk inzicht is het een wonder geweest dat die man het aandurfde naar Arnemuiden te komen. Ik ben later ook nog ouderling geweest en je hoorde in de gemeente steeds over ds. Verweij spreken.

Ik maakte eens een zendingsmiddag mee bij ds. Doomenbal in Oene, waar ook ds. W. L. Tukker sprak. Hij moest de samenkomst openen en mensen welkom heten. Toen zei hij: "En ik zie ook onze geachte collega ds. Verweij zitten, dat is nu de enige dominee die zonder brokken door de kerk gelopen is". Begrijp je? Het was een recht mannetje. Hij kwam voor ds. J. G. Abbringh, die in 1967 wegging. In 1969 is ds. G. Post gekomen.

Voor de komst van ds. Verweij zaten we met de classis In Middelburg in de clinch, omdat de godsdienstonderwijzers niet meer mochten komen preken, wanneer de gemeente niet bij de ringpredikanten kwam. De gemeente als zodanig wilde zelfs een evangelisatie worden, om van de ringdominees af te zijn. Er waren onder de godsdienstoefenaren godzalige mensen, die niet altijd bevoegd waren om te spreken, maar wij als gemeente waren er wel mee gediend. De classis wilde die mensen niet meer. Het is gebeurd dat er een ringpredikant moest preken en er één man in de kerk zat. In die moeilijke tijd is ds. Verweij gekomen. Hij heeft de gemeente gebouwd in het Woord. Toen is alles opgeleefd.'

Afgezet

In deze jaren is Marijs zelfs door de synode als ouderling afgezet. 'Het was een moeilijke tijd. Wat was er gebeurd? We moesten naar een vergadering van de PKV in Middelburg komen, omdat we de ringpredikanten niet meer wilden aanvaarden, nadat zij verschillende godsdienstonderwijzers voor het blok zetten. Het ging helaas hard tegen hard. De voorzitter zei tegen ons dat we in het ongelijk stonden. Ik antwoordder "Het is goed dat u dat zo opmerkt, maar wij hebben een andere wet dan u. Er is Boven ook een wet, en daarnaar hopen we te leven". Toen gaf die man me nog gelijk ook, maar eem paar dagen nadien kreeg ik een schrijiven van de synode dat ik als ouderling afgezet was. Vijf jaar lang mocht ik geen kerkelijke functie meer vervullen. Een stuk of wat anderen werden ook geschorst, We kregen twee vervangers uit Middelburg in de kerkenraad. In die periode is ds. Verweij gekomen.

Toen ik opnieuw gekozen werd, wilde de kerkenraad voor mij dispensatie aanvragen, maar ik zei tegen ds, Verweij: "Nee, niet doen: ik ben afgezet al vond ik bet niet eerlijk, maar ik wil nu wel mijn tijd afwachten". In de tijd van ds. Abbringh ben ik weer ouderling geworden. Na de stemming kwam heel de kerkenraad aan de deur om het hier te zeggen, '

Psalm 9S

'En toen is er in mijn leven een keerpunt gekomen, dat ik het heil niet alleen zocht voor mijn le^ven, maar dat het ook tot de beleving kwam. Ik kwam op een punt dat mijn leven verloren was en ik het ook verloren gaf. Het kon niet meer. Ik heb me heel mijn leven aan het Woord vastgeklemd, ook toen. De Heere is vrijniachtig en in Zijn welbehagen weet Hij tijd en wijze van onze verlossing. Ik kreeg oog voor de bede "Uw wil geschiede", want ik was gaan denken: "Als de Heere nu net zo gewillig is als ik, dan komt het goed". Ik wil hier beslist mezelf niet op de voorgrond brengen, maar midden op de dag mocht ik in december Ï966 vanuit Psalm 98 bleven: "Zingt, zingt een nieuw gezang de Heere", Ik was toen magazijnmeester, werd overdag overweldigd door de woorden van deze psalm. Ik kende hem wel, maar ik kende hem ook niet. Ik zag in dat de Heere Jezus Zich in de eeuwigheid gewillig heeft gegeven en tegen Zijn Vader heeft gezegd: "Zie, Ik kom om Uw wil te doen". Ik kon het uitzingen. Ik moest in het magazijn allerlei mensen helpen, maar heb niemand gezien.

Ik mocht vanuit het welbehagen Gods mijn leven overzien. De tegenstand van mijn kant viel helemaal weg. Een mens wordt niet zalig, omdat hij dat zelf wil, maar dankzij de gewilligheid van de Borg. Ik zag dat Christus Zichzelf aan de Vader gegeven heeft, zag de dierbaarheid en noodzakelijkheid ervan en mocht in verwondering zeggen: "Heere Jezus, hebt U dit nu ook voor mij willen doen? " Aan die belijdenis is heel wat voorafgegaan. Ik was toen ouderling. Ds. Abbringh deelde vanaf de kansel mee dat de week erna het avondmaal zou wezen. Toen leefde er vijandschap in mijn hart: "Weer al avondmaal? "

Op 1 december 1966 kwam die doorbraak en op 4 december was het avondmaal: "Doet dat tot Mijn gedachtenis". Het leefde in mijn hart; Mijn hart, o Hemelmajesteit, is tot Uw lof en dienst bereid. De dag erna kwam mijn vriend ds. Doomenbal bij ons logeren, die de zondag in Sint-Maartensdijk gepreekt had. Zo'n week of zes leefde ik vanuit een vastigheid die in mijn ziel lag.'

'Wat ik nu zeg, zoveel jaren later? Dat ik het er slecht heb afgebracht, niet voor de mensen, wel voor de Heere. "Zij zullen zich al den^ dag in Uwen naam verblijden", zong ik met Psalm 89, maar ik kon de Heere niet vasthouden. Ik weet echter ook dat de Heere getrouw is, dat Hij Zijn werk afmaakt. Ook na de lokstemmen en de roeping van God die je inwendig gehoord hebt, , kun je in de diepten komen, dat je geen vat meer op de genade hebt. Als je ouder wordt, is het in je eigen leven niet beter, maar ik mag weten dat de Heere Zijn Woord bevestigt, '

Jongeren

Arnemuiden is een vissersdorp. Is dat merkbaar in het geloofsleven? 'Jazeker Je was zeer afhankelijk van de leiding en besturing Gods, ook in het gewone leven. De weersgesteldheid was van belang. Dat werd naar het Woord beleefd. Tegenwoordig is de mens hierin, menen ze, ook onafhankelijker. Door de machinatie is de Heere minder nodig, al zijn er mensen die het nu nog sterk ervaren dat Gods zegen nodig is.

In het geloofsleven zie je dat ook. In de gemeente waren vroeger echt godzalige mensen, over wie met eerbied en achting gesproken werd, nu nog trouwens. In de boerendorpen zal dat niet anders zijn, waar de mens een natuurlijk beroep heeft. Als ik de kerkelijke gemeente vanaf de jaren dertig, veertig overzie, kan ik niet anders zeggen dan dat God wonderlijk goed is, getrouw aan Zichzelf en aan Zijn Woord, boven bidden en denken. Dan kom ik zelf altijd beschuldigd onder de prediking vandaan, omdat de Heere nog zoveel bemoeienissen met de gemeente Arnemuiden wil hebben. Het Woord mag vekondigd worden, zoals het Woord Zelf spreekt.

Het valt me op dat ds. Voets - en dat is een voornaam punt - de jeugd meeneemt in de prediking. Dat is van belang. Vroeger zat je er als kinderen bij alsof je er niet bij hoorde. Ds. Goudriaan is daar trouwens mee begonnen, om de jeugd bij de prediking te betrekken. De jongeren horen er toch echt bij? '

'Ik kan niet zeggen dat import de gemeente veranderd heeft. Natuurlijk gaat de invloed van de wereld ook ons niet voorbij, maar de gemeente staat gelukkig tot op deze dag naar een gezonde prediking. De eenparigheid die er nu in de kerkenraad gekomen is, maakt me heel blij. Verschillende opvattingen over de benadering van de prediking, over de bedoeling Gods in het leiden van Zijn volk waren er ook tijdens de synode van Dordrecht, Helaas is het uit elkaar groeien in de gereformeerde richting in onze kerk erger geworden, maar dan is het voor mij temeer een wonder dat het nu zo gaat in Arnemuiden. Vanuit het Woord kan ik alleen maar zeggen dat er toekomst is voor de kerk. De Heere zorgt ervoor dat er niet één klauw achter zal blijven. De omstandigheden kunnen verschillen, maar dan vraag ik: Dragen we eraan mee en gaan we eronder gebukt? '

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Tussen oefenaars en ringdominees

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's