Een verwaarloosd element? (8)
Een vorige keer zagen wij dat de Woordbediening feitelijk al tuchtoefening is. Ik attendeerde erop dat de prediking altijd iets doet. Nooit gaat iemand de kerk uit zoals men is binnengekomen. Wanneer men de kerk verlaat is het óf dichter naar God toe óf verder bij Hem vandaan.
Zo eenvoudig is het! Men kan weliswaar hele diepzinnige verhalen hierover houden, maar ten diepste komt het hierop neer: dichterbij de Heere óf verder bij Hem vandaan.
Een ieder weet precies, hoe men voor God staat! Bij alle onduidelijkheid die er kan bestaan weet men toch: Ik ben rechtvaardig voor God óf ik ben het niet. Hoewel het eigenlijke gericht nog gaat komen, wordt toch al iets van dat gericht vernomen in de prediking. Met dit verschil dat zij die door de prediking buiten het hemelrijk worden gesloten altijd worden opgeroepen zich tot God te bekeren. Bekering en geloof openen de deuren van het Koninkrijk der hemelen. Kortom: Wie zijn zonde belijdt én laat zal barmhartigheid verkrijgen.
Verborgen
Er zijn zonden die verborgen blijven. Behalve de Heere, weet niemand er verder van. Wanneer dit het geval is kan er logischerwijze geen tucht geoefend worden. Het is de kerk en een kerkenraad niet gegeven om over de harten te oordelen. Wie ons oordeelt is de Heere. Van eikaars innerlijk móeten wij afblijven.
Er kan in ons leven veel zijn waarvan uiteindelijk gezegd móet worden dat het niets is, maar er kan zo weinig zijn dat het voldoende is om voor God te bestaan.
Om die reden moeten wij - wie wij dan ook zijn - nooit over de geestelijke staat van iemand oordelen. Helaas komt dit wel voor in de zin dat men van de één zegt dat men bij het Koninkrijk Gods behoort. De ander wordt buitengesloten, omdat hij aan bepaalde kenmerken niet zou voldoen.
Wij oordelen niet over de harten. Dat doen wij van niemand. Wij praten dus de één de hemel niet in en een ander er niet uit. De Heere is Rechter die beslist! Wat voor ons verborgen is, laten wij verborgen. De Heere zal alles wat verborgen is eens openbaren.
De leer
Het bovenstaande wil niet zeggen dat de kerk nooit handelend mag optreden. Zoals er in een gezin orde en regel behoort te zijn, zo ook in de gemeente Gods. Een ieder kan maar niet leren wat hij wil. Een ieder kan ook maar niet leven zoals hij wil. Wanneer in een gezin een ieder doet waar men zelf zin in heeft wordt het er al heel snel een chaos, een huishouden van Jan Steen.
Maar zo is het in de kerk niet anders. In de preken die door verschillende voorgangers worden gehouden kunnen nuanceringen zijn. In een van de vorige artikelen vertelde ik al iets van de eenzijdigheden en de stokpaardjes van dominees. Welnu, nuanceringen op zich zijn niet zo erg! Dat geldt ook voor accenten die gelegd worden. De ene dominee laat het één wat sterker naar voren komen, de andere dominee het andere. Wat dat één óf het andere ook mag zijn! Echter... dat alles geeft niets. Als het maar blijft binnen de kaders van de Schrift. Daaraan voeg ik toe: binnen het belijden van de kerk. Dan denk ik aan de belijdenisgeschriften.
Ik denk niet dat het geoorloofd is om de Schrift en de belijdenisgeschriften op één lijn te zetten. Ook is het ten strengste verboden om de belijdenisgeschriften boven de Schrift een plaats te geven.
Het gaat daarentegen wel te ver als iemand zegt dat de belijdenisgeschriften behoren tot een tijdperk dat wij voorbij zijn. Vurig zou ik willen pleiten voor wat ons aan geloofsgoed in de belijdenisgeschriften wordt aangereikt. Het gaat om de religie van de belijdenis! Het zal duidelijk zijn dat deze niet bestaat zonder de belijdenisgeschriften.
Laten wij maar beducht zijn voor allen dié ons voorhouden dat de belijdenisgeschriften in een museum van oudheden moeten worden bijgezet. Zij hebben hun actualiteit voor het heden niet verloren!
Van de belijdenisgeschriften kan men zeggen dat zij er zijn om de leer zuiver te houden. Hoe minder zij worden gekend, hoe minder het daarin onder woorden gebrachte geloof wordt beleefd, des te groter de dwaling!
Het is mij niet onbekend dat er in onze tijd een zekere aversie is tegen de leer. De leer wordt zo taai gevonden. Wie dat meent, kan nog iets van Miskotte leren. Hij heeft eens gezegd: 'Leer is taai, maar men loopt het beste wanneer er leren zolen onder de schoenen zitten. Zo zal men zich ook niet snel vergissen als men gefundeerd is in de leer van de kerk. Met andere woorden: voor diverse dwalingen zal men juist vanwege "de stevige leer" voor dwalingen bewaard blijven'.
Wie dwaalt in de leer op de kansel, doet mensen dwalen. Wanneer de leer afwijkt van de Schrift, indruist tegen de Schrift, dan is dat veel erger dan een onchristelijk leven. Een afwijkende leer brengt een op vele punten afwijkend leven. Om een voorbeeld te geven. In sommige kringen hoort men wel zeggen dat Jezus niet de wet heeft vervuld, maar déze heeft afgeschaft. Het gevolg van deze afwijkende leer is dat men een heilig leven mijdt. Naar de wet behoeft niet meer geleefd te worden, want eigenlijk bestaat zij niet meer, zo meent men.
Dat dit een geweldige dwaling is, zal duidelijk zijn. Dit wordt ons nergens in de Schrift voorgehouden. De Zaligmaker zegt ons Zelf dat Hij de wet vervult, niet dat Hij déze afschaft.
Een onbijbelse leer heeft altijd repercussies (gevolgen) voor het leven. Een afwijkende leer is om deze reden het meest strafbaar. Tuchtmaatregelen gelden daarom dan ook eerst de herders die de kudden brengen op weiden, die van de grazige weide van het Woord afvoeren. Zij misleiden zichzelf en anderen. Een afwijkende leer met een afwijkend leven als gevolg doet én de voorgangers én zij die volgen het hemelrijk uit het oog verliezen en uiteindelijk in Belials nare streken ronddwalen, omdat het hemelrijk voor hen gesloten is.
Het zal duidelijk zijn dat er zeer voorzichtig met de christelijke ban omgegaan moet worden. Maar... als het nodig is, moet de kerk niet bang zijn om die te hanteren, opdat alles wat het belijden van de kerk weerspreekt geweerd zal worden.
Het leven
Terecht wordt ons door de Heidelberger (zondag 31) voorgehouden dat een onchristelijk leven ook bestraft dient te worden.
Als er gesproken wordt over een onchristelijk leven gaat het natuurlijk niet om futiliteiten. Wij moeten de dingen altijd in juiste proporties zien. In het middelmatige laten wij elkaar vrij en in de hoofdzaken zijn wij het van harte met elkaar eens. Dat wil dus zeggen dat wij het middelmatige niet gaan opblazen noch dit tot een hoofdzaak gaan maken. Zeker in onze tijd moeten wij de gelederen sluiten en elkaar niet opeten noch uit elkaar gaan om zaken die het voornaamste niet zijn. Laat de liefde een grote plaats onder ons hebben, want ook dit staat er geschreven: 'Waar liefde woont, gebiedt de HEERE de zegen'.
Ook behoeft er geen tucht geoefend te worden als het gaat om een éénmalig vergrijp. Of zoals ons doopformulier dit zegt: over een struikelen en vallen in de zonde. Zo'n openbare zonde kan een indicent zijn. Misschien dat een vermaning dan op zijn plaats is, maar verder behoeft en mag men niet gaan.
Laten wij wat dat betreft niet neerzien op hen die somtijds in zonde struikelen en vallen. Wij moeten maar altijd bedenken wat de apostel Jakobus ons voorhoudt als hij zegt: 'Wij struikelen allen en dagelijks in velen'. En ook: 'Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen'.
Het antwoord kan eenvoudig zijn: Op allen die onboetvaardig zijn en door wie een onchristelijk leven wordt gevoerd. Dan is de kerk schuldig tucht te oefenen.
Wanneer men voor God op z'n plaats is, doch ook voor de naasten, kan men zich niet anders dan verwonderen dat er op hem geen regen van stenen is gevallen. De vreze Gods leert ons niet alleen ons te verootmoedigen, maar leert ons ook ootmoedig te zijn! Maar... op wie wordt dan de tucht geoefend als het niet is op allen die hierboven genoemd zijn?
Let wel: de kerk zal dit niet op een juridische manier doen, doch altijd op de wijze van een arts. Laatstgenoemde kijkt eerst naar de kwaal en dan gaat hij er iets aan doen. Dat wil zeggen: er volgt doorgaans een operatie met de bedoeling dat de patiënt weer zal herstellen.
De tucht van de kerk is niets anders dan helend en genezend bezig zijn. Ik kan het ook anders omschrijven: de kerk is verzoenend bezig; zelfs in het hanteren van de christelijke ban, want dan is er bij de kerk de bede en de hoop dat er betering en bekering zal volgen. Niet alleen met het doel dat iemand weer in de kerk zal terugkeren, maar vooral dat men terug zal keren tot God en in het bloed van Jezus Christus gereinigd zal worden van alle zonden. Kort samengevat: Het christelijk leven is vervat in de heldere geboden van God. Wat tegen de geboden zondigt, dient bestraft te worden. Onder tucht gezet: Afgeweerd van de beide sacramenten. Tenslotte - als niets helpt - afgeweerd van de gemeente. Wanneer men dit alles goed tot zich laat doordringen zal men zeggen: 'Dit is verschrikkelijk'. Want het afsnijden van de gemeente houdt niet minder in dan dat men wordt afgesneden van het Koninkrijk der hemelen.
Niet vergeten
Bij alles wat ik in dit artikel heb opgesomd, moeten een paar dingen niet vergeten worden. Men zal de zonde tegen het ene gebod niet zwaarder aanrekenen dan die tegen het andere. Over de zonde tegen het zevende gebod weet de gehele gemeente doorgaans te spreken. Avonden kunnen er mee worden gevuld. Maar dat iemand de middag-of avondkerkgang nalaat óf helemaal niet meer naar Gods huis gaat, daar hoort men niemand over, terwijl het toch gaat om de heiliging van Gods dag c.q. het vierde gebod. Tegen welk gebod ook, maar iedere zonde daartegen is ernstig. De eerste tafel van de wet is van even groot belang als die van de tweede. Daarom moge het gewicht én van de eerste én van de tweede tafel ons op het hart gebonden zijn. Alle geboden Gods zijn goed. Zij zijn tot ons welzijn gegeven! (Slot volgt)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's