Uit de pers
Preken
Ook al neemt de kerkgang in ons land schrikbarend af en zijn er steeds minder mensen die zich onder de prediking begeven, toch houdt het verschijnsel 'preek' nog steeds heel veel mensen bezig.
In het afgelopen voorjaar hield het dagblad Trouw een zogenaamde preekwedstrijd. Er kwamen, ondanks kritiek van allerlei aard op dit initiatief, toch maar liefst 270 inzendingen binnen en de Grote Kerk in Naarden zat afgeladen vol toen de vijf genomineerden een tweede preek over een aan hen opgedragen bijbelgedeelte hielden. Op mijn netvlies staat het stralende gezicht van de winnares drs. J. Geel, zoals te zien was op een foto in Trouw. Spoedig verscheen een boekje bij Kok in Kampen over deze preken.
Als het over preken gaat komen onze tongen los. We hebben allemaal onze eigen ervaringen aan preken die we gehoord hebben. En we hebben allemaal ook onze eigen mening over wat een goede en wat een slechte preek is.
Laten we eerlijk zijn: in ons oordeel over preken spelen allerlei persoonlijke vooroordelen een rol. Wat was het nu precies wat ons aansprak? Wat ons raakte of wat ons vervreemdde of ergerde? Het is soms een kwestie van heel diepe gevoelens, die niet uit te spreken zijn.
Ds. Boersma, scribent in De Wekker schreef in het nummer van vrijdag 22 augustus een boeiend artikel over preken. Hij had namelijk een bezoek gebracht aan de bekende tentoonstelling in het Catharijnen-convent in Utrecht over 'Vier eeuwen domineesland'. Deze tentoonstelling geeft een indruk van het leven en werken van dominees van allerlei slag en soort zoals zij geleefd hebben in de achter ons liggende vier eeuwen. Een onderdeel van deze tentoonstelling wordt gevormd door een ruimte waarin men kan plaatsnemen, een koptelefoon kan opzetten om vervolgens fragmenten van preken te horen zoals deze zijn gehouden door bekende predikers in het verleden. Zo zijn de preken te horen van de volgende personen: prof. G. Wisse, ds. A. Klamer, ds. M. v. d. Ketterij, prof. dr. K. H. Miskotte, ds. H. G. Abma, ds. G. Toornvliet, dr. J. J. Buskes en prof. dr. K. Schilder.
Over elk van deze acht preken schrijft ds. Boersma een kort commentaar. Het is bijzonder leerzaam wat hij als predikant met een gerijpt oordeel daarover zegt.
Prof. K. H. Miskotte
Over de preek van prof. Miskotte schrijft hij het volgende:
'Wie kwam er voor mij als derde? (nl. in waardering, W.V.) Dat wordt moeilijk. Misschien toch professor Miskotte. Niet omdat ik inhoudelijk zo veel kritiek had, maar omdat ik hem toch moeilijk vond. Hij schreef moeilijk, maar hij preekte ook moeilijk. Het ging over het verschil in spreken over de wil van God. Wilde God een ongeluk of een ziekte bijvoorbeeld? En hoe verhoudt zich dat tot de wil van God in de zin van Gods bevelen? Hij kwam bij de wet van God terecht, allicht niet ten onrechte, maar ingewikkeld. En toen hoorde ik wel de wet maar toch weinig evangelie. Dat kwam misschien verderop in de preek: het was ook telkens maar vijf minuten.'
Het is bekend dat Miskotte moeilijk preekte. Toch zijn er preken van hem die diep zijn ingeslagen. Zoals de preek bij de bevrijding op 9 mei 1945 in Amsterdam over Gods vijanden vergaan. Ooit las ik van iemand die bij Miskotte naar de kerk ging dat zij dat deed omdat zij aan één zin van de preek genoeg had.
Ds. M. V. d. Ketterij
Een heel andere preek en preektoon beluisterde ds. Boersma toen hij de koptelefoon opzette waardoor hij onder het gehoor van ds. M. v. d. Ketterij te Urk geplaatst werd. Daarover schrijft hij het volgende:
'Dan kom ik bij ds. Van de Ketterij. Een oudej aarsavonddienst in Urk over Hebr. 13: Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid, met aansluitend gemeentezang uit Psalm 90. Wat moet ik hiervan zeggen? Als ik niet sinds mijn jeugd gepokt en gemazeld was in de tale Kanaans, had ik er, hoewel er uitsluitend Nederlands werd gesproken, geen zin van begrepen. De voordracht was bijzonder galmend, maar daar ga ik nu even aan voorbij. Erg was, dat er geen verkondiging in was. Wat moet iemand die ook als buitenstaander de koptelefoon pakt, hier toch van denken? Dus kreeg hij van mij helaas geen hoger cijfer dan Alje Klamer. De zang van de psalm was, voorzover ik het mij herinneren kan, nog langzamer dan ik het in de oorlogsjaren in Driebergen gewend was, maar daar moet men overheen kunnen stappen.
En wat dat galmen betreft: het is niet eerlijk om dat te beoordelen als je vanuit een wereldlijke omgeving plotseling zo'n stem hoort. Die stem behoort namelijk bij het kerkgebouw en bij de dienst en bij het beleven van een preek. Ik herinner me, dat ik vroeger eens als kerkganger noodgedwongen veel te laat in de kerk kwam, terwijl de preek al aan de gang was. Binnenkomend hoorde ik het galmende spreken en de overgang was voor mij groot. Maar wie de dienst meemaakt van het begin af, ervaart dat anders. Je wordt meegenomen in het geheel en de preektoon hoeft helemaal niet zo storend te zijn: die kan zelfs de werking van de preek versterken. En hoewel ikzelf probeer om gewoon te spreken, weet ik wel dat er bij mij ook wel eens een galm tussendoor komt.'
Wat Boersma hierboven schrijft is heel herkenbaar onder ons. De Génestet schreef eens: 'Verlos ons van de preektoon Heer, geef ons natuur en waarheid weer'. Maar ik kan me ook herinneren dat ik vroeger tijdens een dienst op oudejaarsavond thuis eens moest oppassen op de jongsten van ons gezin, terwijl de anderen in de kerk zaten, die pal naast ons huis stond. Op een gegeven moment hoorde ik de stem van de voorganger galmen, vol vuur en vol geestdrift. Dat was niet een op effect berekende preektoon, maar ontlading van een gemoed waarvoor woorden te kort schoten om zich te uiten. Het had iets van tongentaal. Ik vergeet het nooit. Het maakte diepe indruk op me.
Prof.G.Wisse
Dan komt prof. Wisse, alom vermaard o.a. vanwege zijn tijdpreken over de kunstmaan en andere onderwerpen. Over hem is Boersma toch wat teleurgesteld. Meer retorica dan boodschap? Hij schrijft:
'Nu kom ik bij professor Wisse. Vele jongeren zegt zijn naam niets meer. Hij is immers in 1921 van Gereformeerd predikant Christelijk Gereformeerd geworden, en was in het hele land bekend als een geweldig spreker en redenaar. Van 1928 tot 1936 was hij hoogleraar in Apeldoorn en werd daarna weer dominee, in Amsterdam-Oost en in Middelburg. In 1957 is hij overleden. Vele preken heb ik in mijn jeugd van hem gehoord en er waren ook enkele persoonlijke contacten. Ik herkende zijn stem onmiddellijk, maar was toch verbaasd over de jeugdige klank van zijn stem. Hij preekte over de uitgevaren onreine geest volgens Lukas 11 en over de zeven andere boze geesten die in het opgeruimde lege huis met hem terugkeren. Een inderdaad indrukwekkende voordracht, al zou je het tegenwoordig bepaald zo niet meer moeten doen. De lang aangehouden rollende rrr's deden het goed. Maar ik probeerde door de retorica heen de boodschap te horen, en, ik moet het eerlijk zeggen, die viel voor mij toch wat magertjes uit. Ik weet het, het was maar een fragment, maar het viel me niet echt mee.'
Ds. H. G, Abma
Dan komt Boersma bij de preek van ds. Abma, die hij een hoge waardering geeft. De preken van Abma, zoals ik me die zelf herinner, waren gespeend van alles wat naar populariteit zweemde, altijd gericht op diepgang, geladen en ernstig. Ook Abma had een eigen preekstijl. Ik ken iemand die hem vroeger precies kon nadoen. Over de preek die Boersma van hem hoorde lezen we het volgende:
'Abma preekte in Delft over Johannes 19 : 38 en 39; de begrafenis van Jezus door Jozef en Nicodemus. Wel een erg zalvende stem, maar zie daarover wat ik hierboven schreef. Maar inhoudelijk: en ernstige en diepgravende nodiging en verkondiging van de Christus. Bij de uitlegging stond: en klassiek-gereformeerde prediking in bevindelijke zin. Dat was wel zo; als je door de manier van voordragen heen kon luisteren, werd je wel meegenomen.'
Dr. J. J. Buskes
Het laatste verslag betreft een preek van de bekende ds. Buskes, de man van het volk, die tegelijk theoloog was. Hij vertelde ons als studenten in de collegezaal in Utrecht eens dat hij ooit als kandidaat in de gereformeerde kerk te Benschop moest preken. In de consistoriekamer ging toen een bejaarde ouderling van dienst voor in gebed. Hij bad voor de jonge kandidaat met de volgende woorden: 'Ach Heere, U hebt ons vanmorgen een jongsken gezonden met vijf broden en twee visjes. Wilt u ze vermenigvuldigen, opdat de gehele schare er door mag worden gevoed'. In zijn reactie op de preek van Buskes toont Boersma heel eerlijk dat hij geraakt is door de kern van Buskes' preek. Hij luistert niet als theoloog, maar als gewoon mens die brood voor het hart nodig heeft en schrijft:
'En dan kom ik tenslotte bij Buskes. Ja, Buskes, die uit het "Hersteld Verband" afkomstige hervormde dominee, die in 1946 met de "Doorbraak" meeging naar de Partij van de Arbeid. Goed, laat het allemaal waar wezen, maar ik moet zeggen, dat hij mij helemaal meesleepte.
De preek was uit Efeziërs 5: Ontwaakt, gij die slaapt, en staat op uit de dood, en Christus zal over u lichten. Niks geen politiek op de preekstoel; heerlijke Christusverkondiging en ernstige oproep om niet in de dood te blijven. Zijn Utrechtse accent verloor hij nooit. De Schrift ging open; het Evangelie ging open. Van de acht was hij eigenlijk de enige die mij werkelijk blij en dankbaar kon maken. Hij had ook wel een preektoon, maar dat hoort er op een gegeven moment bij.'
De anderen... de velen?
Het is interessant om de stemmen, de preken van bovengenoemde predikers te horen. Zij spreken nadat zij zijn gestorven. Preken hebben een cultureel-historische waarde. Maar daarin ligt toch niet hun eigenhjke betekenis. Uiteindelijk gaat het er niet om of we een preek mooi, goed, slecht of beneden de maat vinden, maar of het Woord van God erdoor bediend wordt en of we als hoorders dat Woord horen en bewaren. Dan noemt Jezus ons zalig. De vrucht van de prediking wordt uiteindelijk niet bepaald door de originaliteit van gedachten, de mate van redeneerkunst of de excellente voordracht, maar door de werking van de Heilige Geest, Die het Woord in ons hart brengt. Dat zij gezegd tot troost van de vele, vele predikers die nooit 'in de prijzen vallen' als het gaat om preken. Er schuilt in menig domineeshart een onbestemd gevoel van teleurstelling en verdriet omdat mensen hun preken gericht acht(t)en.
Toch zijn het vaak juist deze preken die de gemeente bij het Woord hebben bewaard en die als de vloed van de zee telkens een laagje slib achter lieten.
Blijf bij mij Heer
Van een Engelse dominee las ik eens dat hij heel zijn leven op één plaats gestaan had, omdat hij nooit een beroep kreeg naar een andere gemeente. Toen hij met emeritaat ging preekte hij afscheid voor een handjevol mensen. Het vervulde hem met verdriet. Thuisgekomen zocht hij zijn studeerkamer op en ging achter zijn bureau zitten en gaf door middel van het volgende gedicht uiting aan zijn gevoelens:
Abide with me; fast falls the eventide;
The darkness deepens. Lord with me abide;
When other helpers fail and comforts flee,
Help of the helpless, O abide with me.
De moedeloze man wist toen niet dat zijn lied, waarvan dit het eerste couplet is, wereldwijd bekend zou worden, zodat hij voor meer mensen tot zegen zou worden dan hij ooit had kunnen dromen.
Joh. de Heer vertaalde als volgt:
Blijf bij mij Heer als 't zonlicht niet meer straalt.
Blijf met mij Heer, als straks de avond daalt.
Als vrienden henen gaan in stormgetij.
Blijf Gij ter hulp gereed, o blijf met mij.
W. Barnard vertaalde:
Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt,
De nacht valt in, waarin geen licht meer straalt.
Andere helpers. Heer, ontvallen mij.
Der hulplozen hulp, wees mij nabij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's