De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Want ik schaam mij het Evangelie van Christus niet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Want ik schaam mij het Evangelie van Christus niet

6 minuten leestijd

'Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.' Mattheüs 10:32

Dit woord van de Heere Jezus wordt doorgaans betrokken op de openbare belijdenis van het geloof. Het is een van de teksten die in het eerste hoofdstuk van de meeste boekjes voor de belijdeniscatechese staan te lezen. En daaraan kan een zeker recht niet ontzegd. Maar het gevaar is niet denkbeeldig dat we menen dat de betekenis van de tekst daarmee ten volle is gepeild.

Misschien hebt u de verzen die voorafgaan al wel gelezen in uw Bijbel, anders zou u dat eerst eens moeten doen.

De Heere Jezus zendt Zijn discipelen uit om te prediken: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Zij mogen gaan onder de belofte van de Heere: 'zijn brood wordt hem gegeven, zijn wateren zijn gewis'. In het daarop volgende gedeelte spreekt de Heere Jezus over de ontvangst van hun prediking. Hij bereidt hen voor op tegenstand en smaad, ja op het martelaarschap. Het zij de discipel genoeg, dat hij wordt gelijk zijn meester. Maar, zonder uw Vader zal niet één van de musjes, die per twee voor een heitje worden verkocht, ter aarde vallen. Vreest hen niet; gij gaat vele musjes te boven.

In dit verband staat ons tekstwoord geschreven. Dus niet de stille en eerbiedige ruimte van een kerk, met een luisterende gemeente. Nee, hier is sprake van tegenstand en weerwoord. Hier zijn de mensen (vs. 17) die hen overleveren in de handen van de machthebbers, opdat de mond van de discipelen des Heeren gestopt wordt. We moeten wel goed verstaan, dat men meent dat die mond gestopt moet worden, omdat zij predikt: 'het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen'. Niet omdat er predikers zijn die hun opvattingen over bepaalde zaken ten beste willen geven. Ieder mag immers denken wat hij wil, als hij het maar privé houdt. Misschien vind ik het zelfs wel interessant om erover te discussiëren.

In deze situatie spreekt de Heere Jezus dit woord: Ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Een oude uitlegger tekent bij mensen aan: Hier is in het bijzonder sprake van vervolgers. En het woordje 'voor' moeten we verstaan in de meest letterlijke betekenis: in aanwezigheid van, of in het aangezicht van de mensen. Zij moeten er dus bij aanwezig zijn.

Nu lijkt me, dat een en ander duidelijk is geworden. Het gaat om de belijdenis van de Heere Jezus in aanwezigheid van, ten overstaan van de tegenstanders. Het Evangelie op de Areopagus, dat is op het Binnenhof, of de Erasmusuniversiteit. Dat is in de media en voor het forum van de wereldopinie. Maar wij zijn doorgaans maar gewone, kleine mensen. Onze stem reikt niet zo ver. Maar op de Areopagus betekent ook: op de werkvloer en op het kantoor. Misschien ook soms in de keuken, op school. Kortom, daar waar de Heere ons geplaatst en geroepen heeft. En als we lezen dat de Heere Jezus zegt: 'in hun synagogen zullen zij u geselen', kon het ook wel eens betekenen dat er tijden kunnen zijn dat zulks in de kerk geschieden moet. Dan is er tijdens de openbare belijdenis van het geloof, een gemeente die vol dankbaarheid en vreugde de nieuwe belijdende leden begroet, maar tegelijkertijd weet van de bestrijding die hun belijdenis ontmoet in eigen huis.

Waar gaat het nu om? Dat de Heere Jezus beleden wordt door u, door jou op de plaats waar de Heere ons roept! Met de mond belijden, dat Jezus Christus de Heere is tot eer van God de Vader. We hebben ons leven lang onderwijs nodig om te verstaan wat die belijdenis betekent. Daarom zal er ook onderscheid in die belijdenis zijn tussen kinderen en vaders. Wij zijn allen op een verschillende plaats geroepen. Daarom zal er ook verschil zijn in die belijdenis tussen vaders en moeders, tussen professoren en timmerlieden, tussen schoolgaande en werkende jeugd, tussen computerprogrammeurs en varkenshouders. Maar ten diepste gaat het om dezelfde belijdenis: Jezus Christus is Heere tot eer des Vaders.

Ook de wijze waarop die belijdenis gedaan wordt verschilt. In de stilte van de kamer kan rustig worden gesproken. Maar te midden van het gedaver van machines is een niet vloekende en betrouwbare arbeider reeds een belijder. Juist ook waar de hele levensrichting van zo'n man of vrouw, zijn of haar doen en laten in de gewone, dagelijkse dingen iets openbaar maakt van de belijdenis: mijn troost is dat ik niet van mezelf ben, maar het eigendom van Jezus Christus.

Hier komen dan al onze bezwaren: Immers:

Zal ik wel staande kunnen blijven in het aangezicht van die tegenstanders?

In eigen kracht niet! Houd ik dat wel uit? Zonder de Heere nooit!

Zal ik niet besmet worden met het vuil en de zonde van de wereld?

Indien de HEER', die bij ons is geweest.
Indien de HEER', die ons heeft bijgestaan.
Toen 's vijands heir en aanval werd gevreesd,
Niet had gered, wij waren lang vergaan.

Maar de Heere Jezus zegt: die zal ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Hij roept nooit zonder daarbij Zijn belofte te geven! En wat is dat een heerlijk vooruitzicht. Ik zal u belijden, ik zal het voor u opnemen. Dat is: Ik zal zeggen tot Mijn Vader: voor haar, voor hem heb ik de schuld geboet en de straf gedragen. Maar het betekent ook en misschien wel allereerst: terwijl gij Mij belijdt voor de mensen, zal Ik u belijden voor Mijn Vader! Tegelijkertijd!

In die belofte van de Heere Jezus ligt de kracht van de belijdenis van de gelovige. Het is niet zozeer voorwaarde als wel be­ moediging. Temidden van uw strijd. Niet te kunnen zwijgen van de Heere Jezus, niet meer anders te willen weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd. Maar onderwijl zoveel strijd en moeite te ondervinden. Staande op uw plaats, waar Ik u geroepen heb Mijn Naam te belijden, verzeker Ik u: Ik zal uw naam belijden voor Mijn Vader in de hemelen. En als onze naam bij de Heere in de hemel bekend wordt door de Middelaar Gods en der mensen, dan zal de Vader horen en Zijn engelen gebien.

Mijn tent staat veilig in den felsten slag, want hebt Gij niet Uw engelen bevolen dat aan geen steen mijn voet zich stooten mag?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Want ik schaam mij het Evangelie van Christus niet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's