Een verwaarloosd element? (9)
Een vorige keer stelde ik dat de zonde tegen het ene gebod niet minder ernstig genomen moet worden dan die tegen het andere gebod.
Wat wordt er doorgaans druk gesproken in de gemeente als iemand incest heeft gepleegd óf zijn vrouw in de steek heeft gelaten. Maar dat velen bij warm weer de zondag doorbrengen op het strand en daardoor de kerkgang nalaten wordt blijkbaar niet zo erg gevonden. Het vierde gebod weegt blijkbaar minder zwaar dan het zevende gebod.
Echter... het ene gebod weegt even zwaar als het andere. Dit moeten wij niet vergeten!
Trouwens, er is nog een zaak waarvoor ik aandacht wil vragen. In een vorig artikel heb ik duidelijk laten uitkomen dat tuchtmaatregelen nodig kunnen zijn. Wanneer er sprake is van een onchristelijke leer óf leven kan het nodig zijn dat een kerkenraad handelend optreedt. Zeker als er ook nog van onboetvaardigheid sprake is en men zich niet wil bekeren.
Toch moet men niet vergeten dat de tucht nooit bij de kerkenraad begint. Er wordt soms heel gemakkelijk gezegd dat de kerkenraad naar dit of dat eens moest kijken. Ook hoor men wel zeggen: die kerkenraad laat alles maar gaan! Waarvoor zitten zij eigenlijk als kerkenraad vooraan in de kerk?
Wie zo redeneert, heeft blijkbaar nog niet door dat tucht niet begint bij de kerkenraad, maar dat zij altijd begint bij onderlinge tucht. Als wij Mattheüs 18 goed lezen zal men er eerst zelf alles aan doen om de zaak recht te krijgen. Gelukt dat niet, zo is het geoorloofd naar de kerkenraad te stappen. Wanneer na vele besprekingen blijkt dat er van een openbare zonde geen afstand wordt gedaan, kan de kerkenraad tucht oefenen.
Let wel: de gehele kerkenraad. Dit om de tyrannie in de gemeente tegen te gaan. Ambtsdragers zijn mensen, hele gewone mensen. Ook zij hebben hun voorkeur, maar niet minder hun antipathie. Wanneer de tucht door een paar kerkenraadsleden wordt geoefend, bestaat het gevaar dat óf de sympathie óf de antipathie een rol speelt tengevolge waarvan er veel kan worden bedorven in de gemeente. Het gevolg daarvan is dat er soms vele jaren voor nodig zijn om alles weer goed te krijgen.
Misschien dat de volgende opmerking overbodig is, toch schrijf ik hem neer. Als er tucht geoefend wordt gaat het over openbare zonden. Er moet geen tucht geoefend worden over futiliteiten. Het gebeurt wel dat bijzaken meer aandacht krijgen dan hoofdzaken. Laten wij als het om futilititeiten gaat elkaar enige vrijheid gunnen en als het om hoofzaken gaat - en dan bedoel ik de gereformeerde leer - de gelederen sluiten.
De wereld wordt jaloers als zij ziet hoe de Heere en Zijn dienst ons alles waard is. Zij zal zich daarentegen korzelig van ons afwenden wanneer wij met elkaar over de straat rollen, omdat wij het in kleinigheden niet met elkaar eens zijn.
De wederdopers hadden eertijds de gewoonte bij de uitoefening van tucht om mensen uit te sluiten van de handel en van het huwelijk. Duidelijk zal zijn dat een kerkenraad op die wijze geen tucht oefent. En als er tucht wordt geoefend dan altijd met het oog hierop dat men zich van de dwaling zijns weegs zal bekeren. Wanneer dit laatste gebeurt, zal de gemeente met vreugde de boetvaardige weer in haar midden opnemen. Van de oude Novatianen is bekend dat zij de tucht nooit ophieven. Eens gestraft, bleef men gestraft. Maar alzo zal een kerkenraad ten onzent niet doen. Bij gebleken berouw zullen én kerkenraad én gemeente blij zijn dat men de zondaar weer in haar midden kan opnemen. De oude Novatianen waren streng. Zelfs strenger dan de Heere. Zo móeten wij maar niet zijn. 't Is ook niet nodig!
Goede werken
Wij zullen niet alleen geoordeeld worden naar het zijn of niet-zijn in Christus. Het gericht zal ook gaan over wat wij gedaan hebben. Anders gezegd: de werken zullen aan de aandacht van de Heere niet ontsnappen.
Tijdens Zijn omwandeling op aarde heeft de Zaligmaker meer dan eens gewezen op de heiliging van het leven. Ook de apostelen hebben niet nagelaten om daarop nadruk te leggen.
Wij zullen naar onze werken geoordeeld worden! Wanneer dit element in de prediking met de regelmaat van de klok terugkeert, zal dit ertoe aanzetten om ijverig te zijn in goede werken.
Weliswaar zijn die goede werken geen vruchten van ons. Zij zijn uit Hem Die zegt: 'Uit u geen vrucht meer tot in der eeuwigheid, maar uw vrucht worde uit Mij gevonden'.
Ik stel niet teveel als ik schrijf dat het element van de heiliging van het leven met daarin de goede werken een goede plaats in de prediking mag én moet hebben. Ooit eens heeft prof. Velema in een lezing gezegd dat wij een goede en zuivere leer kunnen hebben, maar als daarbij de ethiek ontbreekt stort alles ineen. Ik wil met dit alles maar zeggen: leer én leven gaan samen.
Ernst
Op allerlei manier heb ik in deze artikelen proberen aan te tonen dat het gericht een plaats in de prediking moet hebben. Wanneer men als prediker daarvan voor zichzelf overtuigd is, zal dit element niet uit het oog worden verloren. In grote ernst zal dit de gemeente worden voorgehouden!
Het is mij bekend dat dit element in de verkondiging niet het meest aantrekkelijke is.
Daarvan wordt wel gezegd: 'Wat was de dominee vanmorgen somber in zijn preek'. Toch doet men de waarheid geweld aan als men erover zwijgt. Dat heeft ook de Zaligmaker niet gedaan. Hij heeft de steden die het Evangelie tegenstonden met grote ernst gewaarschuwd voor het gericht. Ook de Farizeeën heeft Hij niet ontzien. Het was echter altijd Zijn doel dat mensen daardoor tot bekering zouden komen.
Op geen andere wijze en met geen andere bedoeling mag het gericht een plaats in de prediking hebben. Het heeft als doel om jongeren en ouderen uit te drijven naar Jezus Christus: de Redder.
Met klem schrijf ik dat de prediking van het gericht niet zo mag zijn dat jongeren en ouderen bang óf angstig worden. Nog nooit is er iemand door de angst bekeerd. De angst brengt niemand tot Christus! In de prediking behoort men zich dus ver te houden van 'bangmakerij'. Het gaat erom dat men door het element van het gericht in de prediking voelt dat het onverantwoord is om nog langer onbekeerd voort te leven.
Ingetogen
Wanneer er over het oordeel wordt gesproken behoort dit ingetogen te gebeuren. Het moet gepaard gaan met een bepaalde soberheid.
Het schijnt in het verleden wel te zijn voorgekomen - met name in de boeteprediking van Rome - dat het gericht zeer realistisch werd geschilderd. Het gericht vormde trouwens het een en al in de prediking.
Het zal duidelijk zijn dat dit zó niet moet. Ik moet zeggen dat ik het in de preken uit de tijd van de Reformatie en Nadere Reformatie ook niet zo sterk ben tegengekomen.
Wel kan een prediking waarin het oordeel het hoofdelement vormt een verontrust geweten geven. Maar daarin schuilt wel een gevaar. Het kan namelijk een zekere voldoening geven aan een mens die zondige wegen gaat.
Een duidelijk voorbeeld dienaangaande is Herodes. Hij luisterde heel graag naar Johannes de Doper. Zo'n prediker had hij nog nooit gehoord! Echter... Herodes liet Johannes wel gevangen nemen. Uiteindelijk werd de profeet onthoofd.
Om kort te gaan: de meest realistische schildering van het oordeel doet het niet. Ook niet als men op allerlei manieren de hellevlammen uitschildert. Bekering, waarachtige bekering wordt er niet door gewekt. Hoogstens - zoals W. Kremer terecht schrijft - een gewetensreligie. Soms bindt dit de mensen enigszins. Dat wil zeggen: men wordt bewaard voor veel uiterlijk kwaad. Dat dit evenwel niet altijd het geval is, zien wij aan Herodes.
Troost
Het element van het gericht in de predi king zal ook tot troost zijn. Zowel in de Heidelberger Catechismus als in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (artikel 37) wordt daarover gesproken. Wanneer de Zaligmaker komt ten gerichte zal het voor de gelovigen een troostvolle dag zijn. Het zal voor hen zijn een dag van blijde boodschap, een dag vol troost.
Dan zal blijken dat de genade meer is dan het rechtvaardig verdiende oordeel. Alle tranen, ook de tranen van verdrukking die zij in dit tranendal moesten ondergaan zullen van hun ogen worden afgewist. God zal alles in allen zijn!
Verwondering en aanbidding zal er zijn tot in der eeuwen eeuwen. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest krijgen volmaakt de lof en de eer die zij waard zijn te onvangen. Ongestoorde vreugde zal er zijn. De gelovigen zullen eindigen in het eeuwig welbehagen.
Slot
Zelf denk ik dat het element van het gericht in de prediking niet mag ontbreken. Soms bekruipt mij de vrees dat dit element onder ons voorheen meer ter sprake in de prediking naar voren kwam dan in het heden.
Daarom is zelfonderzoek wat dit betreft niet verkeerd. Men let er wel op dat het gericht slechts een element in de prediking is. Het mag zeker niet het hoofd-of enige element in de prediking zijn. Het voornaamste is de prediking van het Evangelie die wervend en winnend moet uitgaan. Christus heeft Zijn dienaren erop uitgezonden met de opdracht om het Evangelie te prediken. En dan zeggen de Dordtse Leerregels zo mooi: met bevel tot bekering en geloof. Dat houdt niet in dat wij het element van het gericht als predikers dan maar moeten nalaten. Wanneer men het één doet, behoeft men het andere niet na te laten. Het element van het gericht kan ons de toevlucht doen nemen tot de Heere!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's