Zegevieren de alternatieve relaties?
Onlangs verscheen een boek van de hand van dr. C. F. G. E. Hallewas, evangelischluthers predikant in Zuid-Limburg. Het is getiteld Zegen vieren - zegeningen van levensverbintenissen (Boekencentrum, Zoetermeer/SLUB, Woerden 1996, ƒ 34, 90). Dit boek zal ongetwijfeld een grote rol spelen in de voortgaande discussie binnen de 'Samen op Weg-kerken' over huwelijk en andere relatievormen. Ik ben daar niet blij mee, sterker nog: het vervult mij met zorg.
Is het dan een slecht boek? Neen, het is uitstekend geschreven en bevat verscheidene boeiende passages. Maar de spits van het boek is een pleidooi voor wat Hallewas noemt de 'zegenviering', een kerkelijke plechtigheid voor mensen die een relatie van liefde en trouw aangaan. Hierbij vervalt het onderscheid tussen huwelijk en samenwonen, tussen heteroseksuele en homoseksuele relaties geheel. De overheid mag administratief onderscheid maken tussen enerzijds het huwelijk en anderzijds alternatieve vormen (overigens zonder te discrimineren), de kerk zou dat niet meer moeten doen. Dit is een verregaande stellingname.
Prof. dr. C. H. Lindijer spreekt in zijn 'Woord vooraf' van een rustig, gedocumenteerd (maar ook beslissende keuzes makend) betoog, wat uitloopt op een duidelijk, hem zeer aansprekend standpunt. Ik neem die kwalificatie over, maar vervang het woord 'mij zeer aansprekend' door 'voor mij volstrekt onaanvaardbaar'.
Opbouw in vogelvlucht
Ik geef eerst in vogelvlucht een overzicht van de inhoud van het boek. Hoofdstuk 1, 'Een eerste oriëntatie', beschrijft de veranderende relatiepatronen in onze cultuur en maatschappij. De vanzelfsprekendheid van het huwelijk is voorbij: 'ook in kerkelijke kring kijkt niemand er meer van op wanneer een meisje en een jongen bij elkaar in trekken' (12; Hallewas blijkt dus de orthodox-protestantse kerkelijke kringen niet te kennen! Samenwonen zonder huwelijk komt inderdaad ook daar meer en meer voor, maar is allerminst een geaccepteerd verschijnsel. Het is voor veel ouders een bron van verdriet en voor veel kerkenraden een zaak van pastorale bezinning). Mensen gaan steeds meer hun eigen weg in hun zoektocht naar menselijk geluk. Het huwelijk is een optie onder vele anderen. Kenmerkend voor de ontwikkeling is dat de eigenheid van ieder van de partners voorrang heeft gekregen boven de veel geroemde twee-eenheid van het traditionele huwelijk. Homoseksualiteit wordt meer en meer gezien als een in alle culturen voorkomende variant van menselijke gevoelsen gedragsleven. In verschillende burgerlijke gemeenten zijn homo en lesbische paren officieel ingeschreven in 'samenlevingsregisters'. Hoe gaat de kerk hier mee om? De kerk zou de ontwikkelingen in de samenleving kritisch moeten volgen en er pastoraal op moeten inspelen.
Hoofdstuk 2 geeft een bijbels-theologische verkenning inzake het huwelijk. Het derde hoofdstuk van het boek is een bijbels-theologische verkenning inzake homoseksualiteit. Op deze beide hoofdstukken kom ik terug.
Brede aandacht is er voor historische ontwikkelingen: het ideaal van de maagdelijkheid in de vroege kerk, het huwelijk in de rooms-katholieke traditie, voorbeelden van levensverbintenissen van seksegenoten die door de kerk werden ingezegend (opmerkelijke gegevens, maar niet is bewezen dat het hier om seksuele relaties gaat! Hallewas spreekt dus ten onrechte van 'homoseksuele paarvorming en de riten waarmee deze relaties in de vroege en middeleeuwse kerk werden bevestigd', 93), en een belangrijk hoofdstuk over 'Het huwelijk onder invloed van de Reformatie' . De schrijver acht, met prof. dr. H. W. de Knijff, de vraag gerechtvaardigd of bij Luther de verering voor het celibaat niet gewoon plaats gemaakt heeft voor een verering van de huwelijkse staat. Wanneer we echter de uitingen van Luther, Calvijn, Bucer en anderen zorgvuldig op een rij zetten, kunnen we mijns inziens wel spreken van een zeer hoge waardering van het huwelijk, maar niet van een doorschieten naar een overwaardering.
Hoofdstuk 8 handelt over de invoering van het burgerlijk huwelijk. Dit was een uitvloeisel van het door de Verlichting nagestreefde ideaal van een scheiding van kerk en staat. Niettemin kwam dit overeen met de goed reformatorische gedachte dat het huwelijk gesloten wordt door de partners zelf en vervolgens bevestigd door de wereldlijke overheid als dienaresse Gods. Door toch te blijven spreken van 'huwelijksbevestiging' en 'inzegening' heeft de kerk nooit ten volle de consequentie getrokken uit de invoering van het burgerlijk huwelijk in de Franse tijd. Het is beter de trouwdienst te omschrijven als 'een zegen vragen over het gesloten huwelijk'. Hallewas informeert vervolgens over de actuele ontwikkelingen rond 'kerkelijke viering van levensverbintenissen'. Internationaal is er veel in beweging: wat in het ene land al geaccepteerd is, wordt in het andere land volstrekt afgewezen. Nederland, ook kerkelijk Nederland, bevindt zich zonder twijfel in de progressieve kopgroep.
Dan volgen twee hoofdstukken met bezinning op bijbelse grondwoorden: zegenen, vrede, liefde, trouw en verbond. Het slothoofdstuk behelst het al vermelde pleidooi om in 'zegenvieringen' allerlei levensverbintenissen in de kerk Gods zegen mee te geven. Enkele liturgische modellen bieden suggesties voor de invulling van zo'n 'zegenviering'. Bij Hallewas zegevieren de alternatieve relaties. Het huwelijk heeft bij hem de monopoliepositie verloren: het is gewoon een relatievorm naast vele andere geworden. De 'zegenviering' naar zijn inzicht is een onderstreping van dit zegevieren van een nieuwe moraal.
Het huwelijk in de Bijbel
Nu zoom ik zoals beloofd in op de beide bijbels-theologische hoofdstukken over huwelijk en homoseksualiteit. Direct al wordt een wissel gepasseerd wanneer Hallewas op blz. 31 beweert dat in Genesis 2 : 18-25 aan de hand van de man-vrouw relatie het meer algemene thema mens-medemens aan de orde wordt gesteld. Met andere woorden, het gaat om de medemenselijkheid en niet om het begin van het huwelijk als heilzame ordening van God. Het zou gaan om de medemens die 'hulp tegenover' is en dat kan voor een man net zo goed een man zijn als een vrouw, voor een vrouw net zo goed een vrouw als een man. Ten onrechte en zonder onderbouwing wijst de schrijver de opvatting af dat dit bijbelgedeelte spreekt over de stichting van het instituut huwelijk.
Uitvoerig wordt ingegaan op polygamie (een man heeft meerdere vrouwen) en patriarchale verhoudingen (waarbij de vrouw als minderwaardig en ondergeschikt aan de man wordt beschouwd) in het O.T. Hij gaat voorbij aan de impliciete kritiek die op verschillende plaatsen tussen de regels door te lezen is op deze misstanden. Wanneer de profeten de huwelijksrelatie gebruiken om de verhouding van God met Zijn volk Israël te karakteriseren, dan kan het niet anders of er wordt uitgegaan van een exclusief monogame huwelijksrelatie. Helaas laat Hallewas in het midden 'of hier aan het monogame dan wel polygame huwelijk gedacht moet worden' (35). Maar God heeft toch in het O.T. geen twee of meer uitverkoren volken?
Belangrijk is de signalering dat in Israël het huwelijk een wat wij tegenwoordig zouden noemen 'burgerlijke' aangelegenheid is geweest, die niet door een bepaalde godsdienstige handeling werd bekrachtigd. De aanwezigheid van een priester was dus bij een huwelijkssluiting niet noodzakelijk.
Ook in het Nieuwe Testament zouden zeer uiteenlopende opvattingen over het huwelijk naast elkaar voorkomen. Zo zou Openbaring 14 : 4 het ideaal van de maagdelijkheid propageren en denigrerend spreken over mensen 'die zich met vrouwen hebben bevlekt'. Dit is echter volgens vele uitleggers een symbolische uitdrukking voor afgodendienst. Onbevangen lezing van het N.T. moet er toch toe leiden dat men hier de lijn van Genesis 2 ziet terugkomen: e exclusieve relatie van één man en één vrouw in het huwelijk. Een nieuwe element is wel de positieve aandacht voor het ongehuwd blijven met het oog op het dienen van de Heere en het nabije einde der tijden (1 Korinthe 7). Deze lijn is in de protestantse kerken onderbelicht gebleven.
Bij de uitleg van Jezus' woorden over de echtscheiding (Marcus 10) stelt Hallewas dat het te betwijfelen valt of Jezus met Zijn interpretatie 'naar onze maatstaven' wel helemaal recht doet aan het scheppingsverhaal (40). Zo'n opmerking zegt meer over 'onze maatstaven', dan over de Schriftuitleg van onze hoogste Profeet en Leraar! De voornaamste conclusie die de schrijver trekt op grond van zijn overzicht is: 'Het is onjuist om enkele bijbelteksten te citeren en daarmee een norm te scheppen waaraan een hedendaagse huwelijkspatroon zou moeten voldoen. De cultuurverschillen zijn dermate groot dat het ons onmogelijk geworden is een rechtstreeks beroep op de bijbel te doen' (46). Hiertegenover stel ik dat er in het bijbels getuigenis constante lijnen zijn te ontdekken temidden van variabele uitwerkingen inzake het huwelijk. Op grond van die continue gegevens is te spreken van 'het unieke en bijzondere karakter van het huwelijk' als 'een heilzame inzetting van God', zoals dat bijvoorbeeld gedaan wordt in het door Hallewas bekritiseerde verkiezingsprogramma van de SGP (maar ook in die van GPV en RPF).
Homoseksualiteit en Bijbel
Hiervoor heeft Hallewas slechts 13 blz. nodig. Hij kiest voor het standpunt dat de Bijbel homoseksualiteit niet kan veroordelen 'omdat de bijbelschrijvers de voorstelling van een onveranderbare homoseksuele gerichtheid of geaardheid niet kennen' (50). Bij de 'gruwel-teksten' (Lev. 18 : 22 en 20 : 13) wordt als uitleg gegeven dat heterofielen niet datgene mogen doen waarvan zij gruwen, namelijk homoseksueel geslachtsverkeer. In afgeleide zin zou dan evenzeer kunnen worden gezegd dat homofielen als schepselen naar Gods beeld en gelijkenis niet mogen doen waarvan zij zullen gruwen: heteroseksueel geslachtsverkeer, dat immers tegen hun aard ingaat. Je zou hierbij de vraag kunnen stellen: waarom moet er zo krachtig gewaarschuwd worden tegen iets waarvan men toch vanzelf al gruwt? Hier wordt het gruwelen van God over de zonde en daarmee 'de huiver van Leviticus' (drs. J. Noordam), gesubjectiveerd tot een louter menselijke afkeer van wat tegen eigen geaardheid ingaat. Op dezelfde manier wordt ook Romeinen 1 verklaard. Het zou Paulus bij zijn veroordeling van homoseksuele personen alleen gaan om homoseksuele daden bedreven door heteroseksuele praktijken, niet om homoseksuele personen die hun eigen aanleg volgen. Ik kan mij niet aan de indruk onttrel^en dat we zo de Bijbel laten buikspreken om onze eigen moderne opvattingen veilig te stellen. Overigens verwijs ik voor de discussie over deze bijbelteksten naar de onder redactie van ds. A. Kool verschenen bundel Homoseksualiteit en kerk (Boekencentrum, Zoetermeer 1995). Op blz. 58 komen we nog weer eens de redenering tegen dat het inconsequent is om enerzijds met een beroep op teksten uit Levicitus homoseksualiteit te veroordelen en anderzijds het eten van varkensvlees of het gebruik van anticonceptiva te accepteren. Dergelijke opmerkingen zijn toch beneden niveau! Alsof het N.T. niet duidelijk maakt dat de spijswetten niet meer gelden voor de christenen en alsof de Bijbel ergens zou voorschrijven dat echtgenoten het maximale aantal kinderen dat biologisch mogelijk is, zouden moeten voortbrengen. Op deze wijze wordt een serieuze hermeneutische en exegetische discussie (dus een gesprek over de uitleg en de regels die daarbij gelden) bij voorbaat onmogelijk gemaakt. Ik betreur dat bijzonder en had van een integer man als Hallewas anders verwacht! Heeft hij dan nooit kennis genomen van de zorgvuldige uiteenzettingen van dr. J. Douma en dr. W. H. Velema over het Schriftberoep in de ethiek? Hallewas wil gewoon uitkomen bij de stelling die hij aan het einde van hoofdstuk 3 poneert: homoseksuele relaties zullen op hun kwaliteit beoordeeld dienen te worden, waarbij principieel geen andere criteria aangelegd kunnen worden dan bij heteroseksuele relaties. Bijbelse gegevens die een andere richting uitwijzen, worden uitgerangeerd.
Al met al moge duidelijk zijn dat het boek van Hallewas naar mijn overtuiging om uiterst kritische beoordeling vraagt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's