Globaal bekeken
'Vloekverzachten in trek bij christenen', meldt de Nieuwsbrief ('Kort en bondig) van de Bond tegen het vloeken:
'"Vloeken? Nee, dat doe ik niet", - zegt menig keurige kerkganger. Toch klinkt regelmatig een bastaardvloek uit zijn mond. Is een bastaardvloek even afkeurenswaardig als een voluit uitgesproken vloek? Verbasteringen van de namen van God en Jezus komen in veel variaties voor in onze taai. Enkele voorbeelden: Jasses, jesses, jakkes, jee, jeetje mina, tjee en jemig zijn stuk voor stuk afgeleid van "Jezus". Woorden als gat, get, gut, gatsie, getsie, gos, gossie of goh komen van "God". De klanken van de meest bekende bastaardvloeken - zoals verdorie of getverderrie - lijken meestal op die van echte vloeken. Toch klinkt het minder hard als een echte vloek. Het is een verdoezelde vloek.
"Uit religieuze schroom worden vloeken van hun scherpe kantjes ontdaan", zegt professor P. G. J. van Sterkenburg in zijn onlangs verschenen taalkundig standaardwerk over vloeken. In vroegere eeuwen trotseerden vloekers niet alleen de toorn van God, maar riskeerden ze ook een vreselijke (lljf)straf Om dergelijke straffen - bijvoorbeeld het doorpriemen van de tong - te ontlopen, kozen de mensen woorden waarmee ze vloekten zonder écht te vloeken, in de strikte zin van het woord.
Vandaag de dag gebruiken de meeste sprekers zulke woorden niet met de opzet om échte vloeken te omzeilen. Hoewel? Veel christenen zien bastaardvloeken als geschikte alternatieven voor échte vloeken. Want als bij vloeken klanken weggelaten of aangepast worden, is de eigenlijke vloek ongeldig, zo redeneert men.
Het woordenboek noemt een bastaardvloek: "Een vloek die opzettelijk verminkt is en daardoor onschuldig klinkt". Een bastaardvloek is een onkenbaar gemaakte vloek, maar daarmee verliest deze niet de eigenlijke betekenis. Zoals een bastaardkind een kind blijft. Een bastaardvloek is in feite en gecamoufleerd misbruik van Gods naam. Hoewel de meeste christenen zich dat niet realiseren en het ook niet als zodanig bedoelen.
God eist van ons een eerbiedige toewijding aan Hem. En daar hoort ook bij dat we in ons taalgebruik - in alle opzichten - eerbaar spreken over onze Schepper die onze Verlosser wil zijn. Menigeen ervaart bastaardvloeken als kleinigheden vergeleken met échte vloeken. Bedenk evenwel dat in de strijd tegen milieuvervuiling zowel het grote gat in de ozonlaag onze aandacht verdient als die ene lege batterij in het chemisch afval. Zo is het ook met de taalvervuiling.'
Hoe de 'nazi-jager' Simon Wiesenthal ontsnapte aan Auschwitz staat te lezen direct aan het begin van zijn memoires (uitgave Van Reemst, Houten) in het hoofdstuk 'Polen 1994 - de terugkeer van een overlevende':
'De datum Is 20 oktober 1994; de treurende is Simon Wiesenthal, op dat moment vijfentachtig jaar oud. Hij hoefde niet herinnerd te worden aan het lijden op deze plaats. Deze man gelooft onwrikbaar dat de mensheid kan worden geleerd de ergste wandaden te schuwen en heeft daarom al zijn jaren vanaf het einde van de laatste oorlog aan dit doei gewijd. Hij houdt de mensheid de herinnering aan de holocaust voor en leert haar de volledige omvang daarvan te bevatten.
Bovendien was hij al eerder op deze plaats geweest - bijna op de dag af vijftig jaar geleden. Toen echter, In 1944, bevond hij zich in een veewagen, zo platgedrukt tussen andere mensen, dat hij nauwelijks wist wie leefde en wie niet. Drie dagen lang stonden ze vast op een rangeerspoor aan het eind van de lijn. Ze vroegen zich alleen maar af wanneer, en niet of, ze in een van de gasovens zouden worden gelost.
Een van de kampbewakers, Pery Broad, beschreef het tafereel in een rapport dat kort na het einde van de oorlog Is geschreven: "Alle vier de crematoria werkten op vol vermogen. Dagelijks arriveerden er gemiddeld tienduizend mannen en vrouwen. Sommigen waren gedurende de reis gek geworden van dorst of angst. Keer op keer brandden de ovens door en scheurden de schoorstenen doordat ze te lang gewerkt hadden. Er zat niets anders op dan de open vuren weer aan te steken en de achterstand van opeengehoopte lichamen achter de muren van de crematoria te verbranden. De gaskamers werden alweer geopend als het laatste gekerm nog maar pas was opgehouden en de lijken waren nog maar net naar bulten gesleept als de volgende groep naar binnen werd gedreven."
Hoewel de nazi's nog steeds naar de Endlösung streefden - de elimlnarie van alle joden en alle andere ais inferieur omschreven mensen - besloot een onzichtbare kampcommandant dat de capaciteit van Auschwitz om mensen te vergassen en verbranden overbelast was. Hij stuurde de wagons door naar een ander dodenkamp, om zich daar van Wiesenthal en de paar honderd anderen te ontdoen. Zo werden de slachtoffers naar Gross-Rosen gebracht, en weer verder in een afgrijselijke odyssee van kamp naar kamp kwam Wiesenthal uiteindelijk meer dood dan levend terecht In Mauthausen: een Oostenrijks kamp, kleiner dan Auschwitz, maar net zo weerzinwekkend.
De oorlog liep ten einde en Wiesenthal slaagde erin te overleden tot zijn bevrijding door de Amerikanen in mei 1945.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's