De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

IJZENDOORN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

IJZENDOORN

6 minuten leestijd

Rijdend over de Waaldijk zie je op grote afstand al de gotische kerk van IJzendoorn staan. Het is een opvallend grote kerk voor zo'n klein dorpje.

In 1384 werd een parochiekerk gesticht op de plaats, waar daarvoor een kapel stond. Deze kapel werd destijds door de pastoor van Echteld bediend. Deze kerk werd niet alleen gesticht ter ere Gods, 'schepper hemelrijcx ende aertrijcx', Maria, 'zijnde gebenedijden moeder', 'Sinte Catharina, ende voorts alle Godts heyligen' en tot uitbreiding van de godsdienst, maar ook, 'omme groote noodsaeke wille'. De kerk te Echteld lag te ver van IJzendoorn af, zodat mensen stierven zonder gebiecht te hebben en zonder van de heilige sacramenten bediend te zijn.

Op het einde van de zestiende eeuw komt IJzendoom in de belangstelling te staan. Op de synode in 1593 werd besloten dat de pastoor 'in ordeninge dirigeere' moest, dat wil zeggen vertrekken, wanneer hij bij zijn geloof blijft, of zich reformeren. Twee jaar later blijkt dit nog niet doorgezet te zijn. Dit komt waarschijnlijk doordat er in IJzendoorn het streng katholieke geslacht Pieck leefde. Een lid ervan is drie eeuwen later heilig verklaard. In 1598 is de kerk overgegaan tot het protestantisme. De eerste predikant kwam in 1621.

In 1714 heeft het bouwwerk ernstige stormschade opgelopen, doch deze werd hersteld. Een restauratie volgde in 1829. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kerk zwaar beschadigd. Van het koor en het schip bleven slechts de muren gespaard en de toren werd van zijn spits beroofd. De kerk en de toren zijn in de jaren 1949-1955 hersteld. De kerk behoort aan de hervormde gemeente, terwijl de toren in eigendom is van de burgerlijke gemeente.

Het kerkgebouw

Het gebouw is samengesteld uit een eenbeukig bakstenen schip met een, door drie zijden gesloten bakstenen koor en toren. Schip en koor hebben een houten overwelving. De toren is in drie delen opgebouwd, waarvan de onderste door een bakstenen waterlijst in tweeën wordt gedeeld. Aan de zuidzijde verrijst een uitgemetselde, rechthoekige traptoren met een bedekking van leien. De gevelwanden worden ingenomen door drie lange, ondiepe spitsboogspaarvelden met rechte dagkanten, waarvan die van de onderste geleding iets spitsere bogen hebben dan de bovenste. Aan de westzijde is één diepe nis met rechte dagkanten, waarin een ingang is. In de bovenste geleding bezitten de middelste spaarvelden gekoppelde galmgaten. De toren wordt door leien gedekt.

Tijdens de restauratie kreeg het koor weer zijn oude leliekruis op het dak. Een nieuwe houten tongewelf dekt het schip en vervangt de vroeger vlakke zoldering, waarvan de balken om de vier neerkwamen op de korte muurstijlen. Bij herstelwerkzaamheden van het koor zijn in de noordmuur twee dichtgemetselde doorgangen aan het licht gekomen. De meest oostelijke zal vermoedelijk de oudste toegang tot de sacristie zijn geweest, die buiten gebruik werd gesteld, toen de vloer werd verhoogd en er een nieuwe toegang gemaakt diende te worden. Deze nieuwe toegang verbindt het koor met de consistoriekamer. Hoog in de koormuren komen vijf groepen van drie zogenaamde klank-of kogelpotten voor. Deze klankpotten dienden ervoor om de akoestiek te verbeteren.

Inrichting

De kerk bezit een preekstoel waarvan de zeszijdige kuip toogpanelen heeft met ebbehout langs de randen, waarboven een rand met ranken en verder getorste zuiltjes op de hoeken. De onderste lijst van de kuip is met knorren (blaasvormig siermotief) en acanthusbladeren versierd. De koperen lezenaar bestaat uit een rad met spaken tussen takken en knoppen op arm met veermotief.

In de kerk bevindt zich een eenvoudige eikehouten herenbank, waarvan de kop gesteund wordt door twee, zich naar boven verjongende zuilen. Op de kap is er het gekroonde alliantiewapen van Wijhe en Echteld-van Brakell. In de kerk bevinden zich verder noch drie grafzerken uit de zestiende eeuw.

De klok heeft een diameter van 76, 5 centimeter. Op de bovenrand staat: TER EEREN GODS BEN IK GHEGOTEN IN 'T lAER ONS HEEREN MCCCCCXXVI (1526). Op het lijf een wapenschild van 12 centimeter hoog; gepaald van drie palen met een hartschildje, waarop een eenkoppige adelaar. Aan weerszijden medaillons, links Maria met een kind in stralenkrans op halve maan, rechts het Laatste Avondmaal. Het uurwerk is achttiende-eeuws. De klok is afkomstig van de in 1837 afgebroken Oosterkaaypoort te Edam en werd in 1856 met het uurwerk voor ƒ 600, - door de toenmalige gemeente van IJzendoorn gekocht. De klok werd door de Duitsers weggevoerd, maar kon na de oorlog worden opgespoord en teruggebracht.

Doopvont

De schaal midden in de doopvont wordt omgeven en gedragen door vier dierfiguren (vier wezens). Deze zijn ontleend aan het visioen van Ezechiël 1, vers 5-11, ofwel aan het aanverwante beeld uit de Openbaring van Johannes (Openb. 4 : 6-9). Het meest bekend zijn deze wezens als de symbolen van de vier evangelisten, Mattheüs de Mens, Markus de Leeuw, Lucas het Rund en Johannes de Adelaar.

Ook kunnen deze opgevat worden als de werken van Gods Zoon. De Leeuw beduidt dan het sterke, vorstelijke en koninklijke, dat Hem eigen is; de Stier wijst óp Zijn priesterdom en offer; de Mens herinnert aan Zijn Menszijn; de Adelaar wijst erop, dat Hij van de Hemel is nedergedaald en wederom daarheen is teruggekeerd.

Deze vier wezens kunnen ook opgevat worden als de vertegenwoordigers van de schepping. Ze staan voor de troon samen met de 24 ouderiingen, deze laatste als vertegenwoordigers van de Kerk. Ze zingen voor de troon van het Lam (zie de geopende monden van de vier dieren van het doopvont): Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was. Die is en Die komen zal' (Openb. 4 : 8b).

We mogen wel klein van verwondering worden, daar we mogen zien dat het de Heere is, die Zijn kerk in stand houdt. Zijn Woord mag in dit aloude bedehuis nog steeds gehoord worden. Ook anno 1997 is er hier weer een nieuwe dienstknecht, de 33ste, door de Heere ingewonnen om hier de herdersstaf op te nemen en die Gods woorden door mag geven.
Het is God de Vader, die Zijn Kerk in stand houdt.
Het is God de Zoon, die de straf heeft gedragen en voor de Kerk bidt.
Het is God de Heilige Geest, diè dit werk ook nu nog toepast in zondaarsharten.
Gij Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen (Openb. 4 : 11).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

IJZENDOORN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's