Dezelfde!
'Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in eeuwigheid.' Hebr. 13 : 8
De tekst uit de Hebreeënbrief die hierboven staat afgedrukt heeft hoogstwaarschijnlijk in de eerste christengemeenten gegolden als een belijdenisuitspraak. De gemeente beleed haar geloof in Jezus Christus als Degene die gisteren en heden Dezelfde is, ja zij beleed haar geloof en hoop dat Hij Dezelfde is tot in eeuwigheid. Zo verwacht zij Hem ook: Dat ik in alle droefenis en vervolging met opgerichten hoofde even Dezelfde Die Zich tevoren om mijnentwil voor Gods gericht gesteld en al de vloek van mij weggenomen heeft, tot een Rechter uit de hemel verwachte.
De gemeente wordt door de apostel vermaand zich niet door aan het Evangelie vreemde theorieën in de war te laten brengen. Veeleer zal zij zien op de kracht van het geloof, die openbaar gekomen is in het getuigenis van de voorvangers, die hen het woord Gods gepredikt hebben. Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde. Hij was het voor de predikers van het Woord Gods en Hij is het ook vandaag voor hen.
Zoals we vorige week zagen, dat de Heere Jezus roept tot de belijdenis van Zijn Naam temidden van strijd en aanvechting, zo is het ook hier. De gemeente wordt bedreigd door allerlei wind van leer. Men tracht haar af te brengen van de eenvoud van het geloof in de Heere Jezus. Of er sprake is van heidense ascese of een terugkeer tot joodse offerhandelingen is niet duidelijk, maar wel dat het ene offer van de Heere Jezus niet als genoegzaam tot vergeving der zonden wordt gezien. En daardoor wordt de gemeente bedreigd. In die nood komt nu de apostolische belijdenis hen tegen: Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde. Opdat de gemeente zal beleiden: en tot in eeuwigheid.
In de openbaring aan Johannes lezen we dat de Heere Jezus zijn discipel komt bemoedigen met woorden van gelijke strekking. Als de Heere zich openbaart aan Zijn verbannen dienstknecht, maar Hij Zich bekend door Zijn Naam: Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, Die is, en Die was en Die komen zal, de Almachtige. Ook zegt Hij: Vreest niet; ik ben de Eerste en de Laatste. De apostel Johannes, verbannen om het Woord Gods en om het getuigenis van Jezus Christus, mag horen dat Die Heere Jezus, Die Hem geroepen heeft om te zijn een visser der mensen, Dezelfde is van toen Hij Johannes riep. De omstandigheden zijn wel zeer veranderd. De toekomst van het Koninkrijk Gods lijkt wel ten einde door de macht van de overheden dezer wereld, maar vreest niet: Ik ben levend in alle eeuwigheid.
De toekomst van de gemeente is alleen gewaarborgd in de persoon en het werk van haar Heere en Heiland, Jezus Christus. Dat moet de gemeente bedenken, ja dat moet zij belijden. Bij deze belijdenis te blijven, volhardend in het geloof, is ook vandaag noodzaak. Ook vandaag wordt de gemeente bedreigd door allerlei wind van leer, door allerlei inzettingen en gebruiken van mensen. Ze zijn aan de Schrift niet ontleend, ze hebben de ere Gods niet op het oog en het geloof van de christen wordt er niet door gebouwd. De verleiding is groot om er een aantal te noemen. Maar welke ketterij of menselijke lering er zich ook aandient, ons is allermeest nodig te blijven bij de belijdenis dat Jezus Christus, gisteren en heden Dezelfde is, en tot in eeuwigheid. Calvijn schrijft: 'De enige manier waardoor wij volharden in een waar geloof is te blijven bij het fundament en daar niet op de geringste wijze van af te wijken. Eenieder die niet blijft bij Christus, ook al bevat hij hemel en aarde, heeft enkel kennis die niet anders is dan louter ijdelheid. Alle schatten van hemelse wijsheid zijn in Christus begrepen'.
Als de toekomst van de gemeente alleen in Christus is gewaarborgd, dan zal ook niets haar van dat fundament kunnen losmaken, zo zij op dat fundament blijft staan. Daarom is het nodig elkander op te wekken deze belijdenis vast te houden. Vaak verontrusten wij ons over wat mogelijkerwijs de gemeente bedreigen kan, en haar in verwarring brengen kan. Daar ons op blind staren is echter precies wat de grote tegenstander wil. Hoe meer we ons verdiepen in hetgeen uit de ketterij en dwaalleer bovenkomt, hoe meer we ons fundament vergeten en loslaten. Juist daarom zal de gemeente ook vandaag staan blijven bij haar fundament. Ja vaststaan in de belijdenis van Hem Die haar fundament is, Jezus Christus. En hoe doet Deze Heere der gemeente Zich kennen. In en door het Woord. Zo komt Hij tot haar, zo onderwijst Hij haar. In het eeuwigblijvende Woord. Daarom niet versaagt in het horen van het Woord en in het blijven in de leer. De Heere heeft beloofd dat Hij Dezelfde is en zijn zal.
Betekent dat rust. Nee! Dat is ons ook niet beloofd. 'In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed. Ik heb de wereld overwonnen.'
Zien we dan ook de grote troost die er ligt in dit tekstwoord, voor hen die bestreden worden het geloof in haar Heere en Heiland te belijden. Zullen wij kunnen staande blijven in de strijd? Zullen onze kinderen niet meegezogen worden door alle wind van leer? Zal de gemeente niet langzamerhand afglijden van het Fundament?
Vragen te over. Die kunnen ons soms benauwen. We mogen horen dat de Heere, Dezelfde is als gisteren en eergisteren. Die God, die Daniël niet alleen liet in Babel, die Simeon deed hopen onder een verwettiseerde kerk. Die God, die in Christus, waar de hel reeds lachte, dood en graf overwon. Die is ook vandaag Dezelfde. Ik heb eens de begrafenis mogen leiden van een mevrouw die onze tekst als belijdenistekst in haar jeugd had meegekregen. Zij en haar man hadden wat wel genoemd wordt een 'gedwongen huwelijk'. Haar ouders besloten dat zij niet bij haar man mocht wonen. 12 jaar lang hebben ze gescheiden van elkaar geleefd. Toen de ouders stierven kon ze pas bij haar man gaan wonen. Zij heeft geleefd bij de troost uit de tekst: Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid. In haar leven mocht iets ontdekt worden van de kracht van de belofte van de Heere en de waarheid van Zijn Woord.
De dichter van Psalm 102 ziet enkel nood en dood, hij is geworden als een eenzame mus op het dak. En Toch, Nochtans, Gij zijt Dezelfde!
Maar nu komt de vraag op ons af, is dat ook uw, ook jouw belijdenis?
Gij, evenwel. Gij blijft dezelfd', o HEER'.
Gij zijt van ouds mijn toeverlaat, mijn Koning
Die uitkomst gaaft, en uit Uw hemelwoning.
Voor ieders oog Uw haat'ren gingt te keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's