De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Doorleefd geloof

Een van de kenmerken van hervormd-gereformeerden is altijd geweest dat zij de nadruk leggen op de beleving van het geloof. Het geloof gaat niet op in verstandelijke kennis van het Woord, maar beleefde, bevindelijke kennis van het Woord. Kennis van je zonden en schuld voor God, hetgeen je ootmoedig maakt. Kennis van Christus, in Wie de bevrijding van de last van zonde en schuld gevonden wordt en kennis van de Geest die dit alles bewerkt waardoor je leven nieuw wordt, wedergeboren wordt... Vandaar altijd de nadruk op de bevindelijke prediking. Niet alleen maar uitleg van de Bijbel, niet een dogmatische verhandeling, ook niet een betoog over bevindelijk geloof, maar een bijbels doorleefde prediking, waardoor er beslag op de gemeente komt. Een Geest-doorademde prediking die mensen tot in het diepst van hun ziel raakt.

Deze prediking heeft aantrekkingskracht. Daardoor voelen mensen zich aangesproken, hun existentie wordt doorlicht en geplaatst in het veroordelende en vrijmakende krachtenveld van Woord en Geest.

Terwijl ik diverse kerkelijke en theologische bladen doorblader, blijven mijn gedachten haken bij publicaties over die doorleefde prediking en dat beleefde geloof. Het valt mij op dat het in die pubHcaties niet gaat over hervormd-gereformeerden, maar over anderen.

Laat deze persschouw een luisteroefening zijn naar anderen, zoals zij zich uitlaten over hun (verlangen naar) doorleefd geloof.

Gemeentegroei

Allereerst valt mijn oog op een artikel in een heel nieuw tijdschrift, namelijk Christen - Vandaag. Aad Kamsteeg, de bekende journalist is de hoofdredacteur van dit nieuwe blad. De doelstelling van het blad is: 'Mensen op een positieve, relevante, herkenbare en actuele wijze te betrekken bij het christelijk geloof', aldus de tekst van de colofon. In dit eerste nummer staat een artikel over de groei van de Baptistengemeente te Drachten. In een vraaggesprek met de predikant, ds. Bottenbley komen enkele markante trekken van het leven van deze gemeente naar voren. Ik leg mijn oor te luisteren bij dit gesprek. Ik onderdruk dus de neiging om meteen te denken: o, dit gaat over een baptistengemeente, daarvan valt voor ons gereformeerden niets te leren. Nee, ik luister nu.

Over zijn prediking en de kerkdiensten zegt Aad Kamsteeg het volgende:

'Want de toepassing van de tekst is volgens de baptistenpredikant essentieel. Bottenbley gaat bij die concretisering recht op zijn doel af. Hij noemt de dingen bij hun naam. "Ik preekte onlangs over Romeinen 8 vers 23 tot 30: 'alle dingen meewerken ten goede...'

Ten goede? Maar als je man je nu net heeft verlaten? Of als je kinderen niets meer van het evangelie willen weten? Weet u: er gaat vrijwel geen zondag voorbij of iemand schiet mij aan met de vraag hoe ik wist dat hij zus of zo leefde. Maar vaak wist ik dat helemaal niet."

Bottenbley wekt de gemeente op hem te hulp te schieten. "Ik vraag de mensen mij te schrijven of me thuis te komen vertellen wat hen bezighoudt, waarmee ze zitten."

De predikant schroomt in zijn preek ook niet z'n eigen geloofsstrijd te noemen en zich kwetsbaar op te stellen. Ook de kerkenraad heeft in dat verband een belangrijke functie. "Elke maand vindt een evaluatie van elkaars werk plaats. Drie keer per jaar gaan we samen met de echtgenotes in retraite. De retraite is bedoeld voor studie en onderling gesprek. En aan het begin van elke kerkenraadsvergadering trekken we een half uur uit voor bijbelstudie en gebed voor elkaar".'

Verder vertelt hij over de uitwerking van de kerkdiensten. Hij geeft dan onder andere het volgende voorbeeld, dat me raakt:

'Na afloop komt een van hun kinderen, een jongen van achttien jaar, naar me toe, met inbegrip van al z'n problemen. "Weet u dominee, ik heb gezien dat mijn ouders echt voor de Heere Jezus zijn gaan leven. Mag ik ook een afspraak met u maken? "

Dat is het, die trekkracht, die voorbeeldfunctie. Essentieel! Je moet geloven dat Jezus je verandert. Duidelijk is dat in Drachten de pastorale zorg hoog in het vaandel staat. De kleine kringen spelen een belangrijke rol. Via de leiders van de huisgroepen, wordt de visie van de kerkenraad de gemeente ingedragen. "Men voelt zich nauw met elkaar verbonden. Er ontstaat enthousiasme, warmte, waarvan - opnieuw - uitstraling en aantrekkingskracht uitgaat. Geloof gaat vreugde geven. En dat is te zien".'

Wanneer je dit leest, komt er een verlangen in mij op. Wat zie ik er naar uit dat ook onze gemeenten, waarin juist dat bevindelijke, doorleefde geloof altijd zo sterk benadrukt wordt, iets mogen kennen van deze doorwerking van het Woord. Hoe vaak zien we niet alleen maar neergang, polarisatie, individualisme, lauwheid in het getuige zijn van Christus?

Ik blader in de luisterhouding verder en kom bij een ander, meer wetenschappelijk blad Wapenveld, het tijdschrift van de RRQR, een reünistenvereniging van CSFR (studentenvereniging). Het is het onlangs verschenen septembernummer.

Congres 'De evangelikaalslag van het gereformeerde leven'

In dit nummer staan enkele artikelen over het Evangelisch Werkverband, een beweging van evangelische christenen die niet buiten de kerken actief zijn, maar die juist binnen de kerken bezig willen zijn. Hun motivatie is ten diepste ook een vernieuwing van de gemeente door Woord en Geest. Tegenover verwarring, verstarring, pluralisme en uniformiteit zoals allerwege aanwezig, is er het verlangen naar een doorleefd geloof, als een gave van de Heilige Geest.

Drs. W. H. Dekker schrijft in een artikel onder de titel De onstuitbare opmars der evangelicalen het volgende:

Evangelisch Werkverband

'Kerkelijk wordt de opkomst der evangelicalen vooral zichtbaar in de oprichting van het Evangelisch Werkverband binnen de SoW-kerken. Het Evangelisch Werkverband trad op 31 mei 1995 naar buiten met een evangelisch manifest waarin de zorg verd uitgesproken over de situ­atie in de kerken. Opgeroepen werd tot verootmoediging voor God en uitdrukking werd gegeven aan een vurig verlangen naar geestelijke vernieuwing in de traditionele kerken. Het bijzondere van dit manifest is dat het zich expliciet richt op de traditionele kerken en getuigenis geeft van loyaliteit aan die kerken. De evangelische beweging stelt zich niet langer tegenover de kerken op, maar wil daarbinnen loyaal, maar ook georganiseerd functioneren.

Enkele typerende citaten uit het Evangelisch Manifest: "Wij beseffen dat wij hier (secularisatie en terugloop van kerken) mede schuldig aan zijn en gevoelen de behoefte om ons hierover te verootmoedigen."

"Wij belijden dat ook bij ons vaak sprake is van lauwheid. We moeten erkennen: het bruist en sprankelt vaak niet in onze kerk; de 'vonk' ontbreekt. Als we zoeken naar oorzaken daarvan, vragen we ons af: is er niet een diepgaand gebrek aan spiritualiteit, namelijk het ervaren van een persoonlijke relatie met de Heere Jezus Christus en een ontmoeting met de levende God? "

"Wij geloven dat de gemeente van Jezus Christus primair een gemeenschap is van mensen die Hem aanvaarden als de Heer en Heiland van hun leven. De gemeente is het huisgezin van God, waarin wij groeien in geloof en onze geestelijke gaven ontdekken en leren gebruiken".'

Het Evangelisch Werkverband kent een zgn. 'Missionstatement', namelijk: 'het opbouwen van een evangelische modalitaire beweging binnen de Verenigde Protestantse Kerk i.w., die biddend wil zoeken naar en meewerken aan een geestelijke vernieuwing voor de gehele kerk, opdat zij gericht op Gods heerlijkheid, in gehoorzaamheid aan haar Heer Jezus Christus en in de kracht van de Heilige Geest haar roeping in de wereld kan vervullen', aldus informatie uit een ander blad. Dekker schrijft ook over de doelstellingen die het Evangelisch Werkverband binnen vijf jaar hoopt te verwezenlijken. Het gaat dan om de volgende punten:

'-Plaatselijk gebedsgroepen starten en begeleiden.

- Proeftuin-gemeente starten, waarin evangelische gemeenteopbouw in de praktijk gebracht wordt.

In elke provincie een intervisiegroep voor predikanten.

- Ondersteuning voor ambtsdragers en gemeenteleden door bemoedigingsavonden en cursussen.

Ontwikkelen van een evangelisch-theologische opleidingslijn voor studenten en gemeenteleden.

- Uitgeven van een evangelische liederenbundel voor gebruik naast het Liedboek voor de kerken.'

Op 15 november a.s. wordt er door RRQR een congres over de evangelikaalslag van het gereformeerde leven georganiseerd in Ede. Allerlei inleidingen, workshops en ook een forum zullen worden gehouden. In verband met dit congres citeer ik uit dit artikel het volgende:

'De oprichting van het Evangelisch Werkverband heeft de aandacht gericht op de snelle groei van de evangelicale stroming binnen en buiten de gevestigde kerken in Nederland. De hoofdstroom van deze beweging wordt gekenmerkt door de nadruk op de persoonlijke relatie met de Heer en de daarbij horende individuele (individualistische? ) beleving, de opdracht tot getuigen, het vasthouden aan de onfeilbaarheid van het Woord, de geringe band met de kerkelijke traditie en de sterke scheiding tussen Gods Koninkrijk en de wereld.

Deze evangelicale hoofdstroom dient onderscheiden te worden van de pinkstergemeenten, waar het accent meer ligt op het werk van de Geest en van de charismatische beweging waar het accent meer ligt op de gaven. Tegelijkertijd is er sprake van veel dwarsverbanden. Het is deze hoofdstroom die centraal zal staan tijdens het congres van de RRQRJ

Werelds of kerkelijk?

Ik blader al lezend en luisterend verder en stmt op een artikel van A. A. Spijkerboer in het blad In de Waagschaal van 19 juli Jl. In dit nummer wordt ook aandacht besteed aan de evangelische beweging binnen de kerken. Nadat R. J. Perk geschreven heeft over datgene wat de beweging bezielt, reageert Spijkerboer kritisch op dit artikel. Hij vindt het prijzenswaardig wat men wil, maar het gaat toch uiteindelijk om de praktijk en daarin gaat het om het ethisch element. En dan brengen we er met z'n allen maar zo bitter weinig van terecht.

Spijkerboer gaat met name in op de doelstellingen van het Evangelisch Werkverband. Hij vraagt zich af of de methoden niet meer werelds dan kerkelijk zijn. Luistert u met me mee:

'Nu kom ik tot het moeilijkste: bij de doelstellingen van het Evangelisch Werkverband onder punt 2 zijn mij de koude rillingen over het lijf gelopen. Wat is dat voor een wereldse behandeling van kerkelijke zaken! Dat een supermarktketen zo te werk gaat kan ik begrijpen, maar een kerk''. Vanwaar telkens die 50% en waarom niet meteen 100%? Als je door de Heilige Geest gedreven wordt, kun je met minder niet toe! Waarom die eigen "evangelisch-theologische opleidingslijn"? Wat is er aan te merken op de kerkelijke hoogleraren van de hervormde kerk en op de hoogleraren van de Vrije Universiteit en Kampen? Vanwaar die vreselijke plannen voor een "evangelische liederenbundel"? Het is waar, in het Liedboek voor de kerken ontbreken een paar goede opwekkingsliederen: "Ik wandel in het licht met Jezus" had er van mij best in gemogen. Het is mijn versje niet, maar er staat wel meer in het Liedboek dat ik echt liever niet zing. Maar de teksten van de meeste opwekkingsliederen zijn zo vlak en de melodieën gaan zo gauw vervelen! Nee, dan de psalmen en de liederen van Paul Gerhard en Revius. Als ik lees over de eigen evangelische opleidingslijn en de eigen evangelische liederenbundel, denk ik: is het misschien de bedoeling een kerk in de kerk te gaan vormen? Als dat de bedoeling is, hangt ons een ramp boven het hoofd. Wat een aandrift tot organisatie, wat een zelf in de hand nemen - wat is het allemaal werelds!'

Ik vind dat Spijkerboer terecht waarschuwt voor een activisme, waarbij wij als gemeenteleden menen te kunnen beschikken over de Heilige Geest. Dat is trouwens een gevaar dat altijd en overal in de gemeente op de loer ligt. Toch vraag ik me af of Spijkerboer hiermee de diepste intentie van het Evangelisch Werkverband wel recht doet. Namelijk het verlangen naar echte geestelijke vernieuwing in een kerk waarin het vaak zo schraal, zo doods, zo dor toegaat.

Tot ons zelf inkeren

Een doorleefd geloof, een prediking die overtuigingskracht uitstraalt, een passie om de rijkdom die je in Christus hebt gevonden door te geven, een sociale bewogenheid met de reddelozen om je heen, is daar iets van te zien in mijn leven? In mijn werk in de kerk? In onze gemeenten? Het is m.i. zo legitiem, zo bijbels dat naar deze bevindelijke kant van het gemeente-zijn gehunkerd wordt. Is het ten diepste ook niet te bespeuren in het boekje van prof. J. Blaauwendraad, Het is ingewikkeld geworden, dat een dezer dagen verscheen?

Ik heb geluisterd, ik laat het gelezene tot me doordringen. Ik vraag me af wat ik hiervan kan leren. Daar ben ik nog niet mee klaar. Het brengt me op de knieën en doet me bidden: Och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij neerkwaamt' (Jes. 64 : 1). Ook bij ons, die dat heel hard nodig hebben. Ik weet ook van Gods belofte. Daar worstel ik mee. Voor heel de kerk en ook... voor heel het volk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's