De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk of afscheiding (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk of afscheiding (4)

9 minuten leestijd

Afscheiding

De kerkvader Augustinus nam een bijzonder uitgesproken standpunt in als het ging om een afscheiding van de kerk. Hij meende dat het 'nu de tijd van de afscheiding niet is, maar van het verdragen'. De onontkoombare en gerechtvaardigde afscheiding komt eerst op de Oordeelsdag, en niet eerder! Israels profeten geselden de zonden van het volk, maar zij verlieten het niet. En hetzelfde geldt voor 'Christus, de apostelen en de heiligen'. Zelfs liet Christus onder 'de twaalf een verrader toe 'en liet hem zelfs toe tot het sacrament van zijn lichaam en bloed'. Augustinus bracht zijn uitgesproken standpunt dan ook als volgt onder woorden; 'Wie zich van de kerk afscheidt, scheidt zich af van Christus; wie haar eenheid verbreekt, breekt Christus zelf in stukken'. Zelfs zegt hij dat dan de zonde tegen de Heilige Geest wordt bedreven!

Uiteraard moet dit worden geplaatst in het raam van de bekende uitspraak van Cyprianus: 'Buiten de kerk geen zaligheid'.

Zoals er na het bedrijven van de zonde tegen de Heilige Geest geen zaligheid meer mogelijk is, zo evenmin wanneer men buiten de kerk is terechtgekomen! Dat is een uitspraak, welke het overwegen meer dan waard is en te zijner tijd dan ook de nodige afweging behoeft.

Luther was zich deze augustiniaanse gedachtegang terdege bewust en zag de Roomse kerk dan ook als de afscheiding van de kerk der eeuwen (ecclesia catholica). Een valse kerk is geen kerk en dus bevindt deze zich eigenlijk buiten de kerk, en buiten de kerk is er geen zaligheid. En aldus verdisconteerde Luther zowel het gedachtegoed van Augustinus als van Cyprianus bij zijn positiebepaling omtrent het kerk-zijn in de tijd van de Reformatie. Voortaan zou de ene algemene christelijke kerk zich voortbewegen in de bedding van de kerk van de Reformatie als kerk der Hervorming. En ook op dit punt sloot Calvijn zich aan bij Luther, al zag hij in die valse kerk van Rome toch nog hier en daar 'vonkjes' en sloot hij de mogelijkheid niet uit dat die valse kerk ooit nog weer eens ware kerk zou worden. En daarmee is dan tegelijk de pijn aangegeven, waarmee de Reformatie gepaard ging!

Maar het zal duidelijk zijn dat er zó niet meer gesproken kan worden van 'kerk én afscheiding', maar dat de begripsbepalingen zich nu toespitsen op het dilemma 'kerk óf afscheiding'.

En dat het dan om een uitermate ernstige en delicate zaak gaat, behoeft geen betoog!

Afscheidingsbewegingen in de vorige eeuw en in deze eeuw waren zich van dit dilemma terdege bewust. Men groepeerde zich rondom het 'ware kerk' zijn, en verliet de ander als 'valse kerk'. Of het daarbij om dezelfde zaken ging en gaat als ten tijde van de Hervorming, dat was en is een andere zaak.

In ieder geval raakt het 'inter-kerkelijk gesprek' op dit punt altijd in een onontkoombare impasse. Uiteraard! De aard der zaak brengt hier altijd wezenlijk met zich mee, dat het hier alleen maar kan gaan om 'óf - óf en nooit om 'én - én'.

Kohlbrügge

In ieder geval was de bekende H. F. Kohlbrügge zich pijnlijk (en profetisch) bewust van dit uiterst scherpe dilemma, getuige zijn 'beruchte' brief (25 juli 1839) aan A. Brummelkamp, predikant bij de Christelijke Afgescheiden Gemeente.

Kohlbrügge woonde, sinds zijn schorsing als proponent bij de Hersteld Lutherse Kerk te Amsterdam, als ambteloos burger te Utrecht, waar hij als gepromoveerd theoloog uit overtuiging niet aflatend toegang zocht tot de Hervormde Kerk, welke hem echter 'willekeurig werd belet'.

Brummelkamp verzocht hem een beroep in overweging te willen nemen bij een afgescheiden gemeente.

Kohlbrügge antwoordde hem schriftelijk: Zeg aan die mannen, Brummelkamp! zeg aan die mannen des Heeren Woord:1. De akker waarop, en de zaaier, door wie de afscheiding het eerst gezaaid werd, en gelijk zij gezaaid werd, zijn vervloekt van de Heere Zebaoth, de sterke en geweldige God, Die met Zijn getuigenis niet laat spotten. Die woont bij degene, die van een verslagen en verbroken geest is, en die voor Zijn Woord beeft. Die de nederige uit het stof verheft, maar de verwachting der huichelaars doet vergaan en de afvalligen doet wonen in het dorre. 2. De leer van uw gemeente is niet de leer van Christus, is niet een wandelen naar de Geest, maar naar vlees (Rom. 7 : 14), en de geest, die nog onder u is uitgegaan, is een leugengeest in de mond van al uw profeten, en uw werken zijn niet vol bevonden voor God; maar gij lieden hebt des Heeren Wet verlaten en loopt goden na, die geen goden zijn, maar Baal Peors... Ontbindt de gehele Afgescheiden Gemeente als zodanig, onderwerpt u aan de leer van Christus in waarheid... En voor zover gij Leraren van die Gemeente zijt, zo zet u zelf nog eens af en onderzoekt des Heeren woorden, en onderwerpt u aan Zijn getuigenis, want, zo waarachtig als de Heere leeft, zoals gij nu bestaat, leert, werkt en bezig zijt, gij zijt Zijn apostelen niet, maar bedriegt uzelf en anderen en wordt bedrogen, door leringen, die wel een schijn der waarheid hebben, maar gij zult er geen vrijmoedigheid mee hebben voor de Heere, als Hij geopenbaard zal worden, de waarachtige Getuige.

En zult gij u hieraan niet onderwerpen, zo zult gij het met schade en schande moeten ondervinden, dat des Heeren Woord des Heeren Woord is, en hoe gij ook moogt bouwen, het einde zal 'dood' zijn. Zie, Ik breek af, spreekt de Heere, - waarom? Omdat zij Mij verlaten hebben, elkander en hun ijdelheden nahoereren en nóg zeggen: Wij hebben alles verlaten om Uws tempels wil, - waarin hebben wij gezondigd? Daarin, dat gij niet verstaat en leert, dat gehoorzaamheid beter is dan offeranden en opmerken dan het vette der rammen; daarin, dat gij, toen de Heere u een huis bouwde, hetzelve om zijn heiligheid verwierpt en uzelf een huis bouwde, om het Hem aangenaam te maken'. Een eventueel beroep naar een afgescheiden gemeente? Het antwoord van Kohlbrügge luidt: 'Ik kan er niet komen, zonder de Afgescheiden gemeente als zodanig af te breken met het getuigenis van Jezus... want uw bestaan als zodanig is zonde'.

Zonder dit met zoveel woorden te zeggen, grijpt Kohlbrügge hier terug op de gulden grondregel van het katholieke denken ten aanzien van de kerk, zoals verwoord door Cyprianus: 'Buiten de kerk geen zaligheid'. Daarbuiten kan eigenlijk alleen maar zijn: vloek! Vandaar deze vervloeking. En niet dan met huiver horen wij haar opnieuw.

Dit is 'denken van boven af! Voor het 'denken van beneden af

zijn dit soort woorden een gruwel.

Waar het Woord is...

Tenslotte moge het duidelijk zijn, dat Kohlbrügge, zonder in deze direct naar Luther en Calvijn te verwijzen, uitgaat van eenzelfde 'kerk-verstaan' als tijdens de Hervorming: 'Waar het Woord is, daar is de kerk'.

Kohlbrügge verstond als geen ander in zijn tijd, dat de ecclesiologie (kerkleer) ten nauwste samenhangt met de theologie en dat zijn 'theologie van de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen' alleen maar kon 'floreren' binnen de ruimte van 'de volkskerk van Jan Rap en z'n maat'.

In één van zijn brieven horen wij het hart kloppen van zijn persoonlijk doorworstelde theologie: 'In mijn boek over Rom. 7 kunt gij zien, hoe het met het 'ik ellendig mens' staat, dat wat dieper gaat dan de gewone och's en ach's - daar gaat het om God en om Zijn wet... Ik heb lang volgehouden om met de wet in mijn hand tot de volmaaktheid te komen en te strijden tot den bloede toe. Ik zonk er daarbij al dieper in en waar ik niet dieper kon, maar ver beneden de duivel verzonken lag, daar, in mijn verlorenheid en radeloosheid is de Heere mij ontmoet en heeft mij gezegd: Zoals gij zijt, zo zijt gij Mij heilig; daar niets af, daar niets toe! Dat was mij onverwachts en ongedacht. Ik zag een Lam ter rechterhand der heerlijkheid, en daar heb ik afstand gedaan van de wet, van alle heiligheid, van al mijn weten van goed en kwaad, van mijn wedergeboren, bekeerd, vroom zijn, van mijn God kennen. God beschouwen, van alle godsvrucht, van alles wat vlees heeft en geeft en werkt, en nu is mijn enig heil in de hoogte en in de diepte: Met ons God, en dat Hij is, is mijn eeuwige, enige vreugde en vrede en leven, en blijdschap en Evangelie en wet en gebod, - al het andere acht ik, gelijk mijzelf, stof en nul... Dat had mij toch dronken gemaakt van troost, dat, toen ik vanwege mijn ongerechtigheden niet zien kon, toen zij méér waren dan de haren mijns hoofds, en mijn hart mij verlaten had, toen mijn melaatsheid met haar plagen tot op het hoogste gestegen was, de Heere tot mij zei: Gij melaatse zijt rein!'

Deze woorden vormen niet anders dan 'pit en merg' van de Hervorming! Waar het Woord zo 'ongehoord' gehoord wordt, daar is de kerk! Of daar 'komt' de kerk weer.

Vandaar dat Kohlbrügge aan H. de Cock kon schrijven: 'Passief moeten wij zijn in alles... Een stenen kerk, daartoe lang gebruikt, kan een barak, stal, hoerhuis of zwijnenkot worden, en een zwijnenkot of iets anders, maar een plaats, waar men vergadert in 's Heeren Naam, en waar de Heere in het midden is. Alle mensen zijn leugenaars, ik ook, Christus alleen is de waarheid... De Heere heeft voor ons geprotesteerd...'.

Deze doorgaans niet verstane passiviteit impliceert de hoogste activiteit, nl. van God. God zal het doen! Gelóven we dit? !

In dezelfde geest nam Kohlbrügge 'afscheid' van Kuyper, die 'van alles' meende te moeten(!) 'doen'.

De theologie van 'de rechtvaardiging van de goddeloze door het Woord alleen en alleen door het geloof en alleen uit genade' behoort wezenlijk tot en in de Kerk der Hervorming, waarbij dan tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat de theologie van de rechtvaardiging van de vrome met een innerlijke noodzakelijkheid kenmerkend is voor iedere 'afscheidingstheologie' en 'afscheidingsbeweging'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kerk of afscheiding (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's