De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

NOORDELOOS EN OVERSLINGELAND

9 minuten leestijd

Kerk en toren

Wanneer je Noordeloos binnenkomt, is het eerste wat je ziet de toren van de hervormde kerk. Het is goed te zien dat de kerk op een zandrug is gebouwd. Bij vroegere overstromingen was zij een toevluchtsoord voor mens en dier. In oude documenten staat herhaaldelijk vermeld, dat er geen dienst kon zijn, omdat er koeien in de kerk stonden.

De kerk is genoemd naar Sint Bonifacius. Als bisschop werd hij belast met het bisdom Utrecht, waartoe ook Noordeloos behoorde. Waarschijnlijk is men begonnen met de bouw van de kerk in de periode 1300-1325. We weten dat in het jaar 1511 de kerk in de vuurlinie van Utrechtse troepen stond en dat toen het koor is afgebrand. Het huidige koor is van later datum. Het schip van de kerk dateert in ieder geval uit de eerste helft van de 14e eeuw. Verder kunnen we nog goed zien dat het een kruiskerk is geweest. Een gedeelte van het noorderkruis is nog aanwezig, terwijl het zuiderkruis in de I7e eeuw is afgebroken. In het jaar 1846 vond een grote restauratie plaats. De kerk verkeerde in een zeer bouwvallige staat en een gedeelte van de koormuur dreigde in te storten. In 1966 vond een algehele restauratie plaats van kerk en toren.

De toren zelf dateert uit de 13e of 14e eeuw. Ze heeft een achtkantige spits. Boven de deur zien we het jaartal 1613. Toen vond de eerste restauratie plaats, omdat de toren was scheef gezakt. In 1877 is het bovenste gedeelte van de toren opnieuw opgetrokken. In 1935 heeft men de cementlaag van de toren hersteld en in 1949 het metselwerk. Tenslotte heeft met in 1976 de torenspits gerepareerd.

Een wetenswaardig feit is, dat in de toren nog een gevangenis te vinden is. Deze bestaat uit een afgetimmerd hok met een dikke deur en een luik.

Momenteel is de toren weer aan restauratie toe. Sinds kort heeft de burgerlijke gemeente vastgesteld dat de klok niet meer mag worden geluid, vanwege de slechte staat van de toren.

De vroegere luidklok is in 1943 door de Duitsers weggehaald. In 1949 werd een nieuwe klok geschonken door de laatste ambachtsvrouwe van Noordeloos, mevrouw M. J. Veder-van Hoboken uit Zeist.

In de kerk is veel te zien. Allereerst twee predikantenborden met daarop de namen van de predikanten, die na de Reformatie in Noordeloos hebben gestaan. De eerste predikant was Wilhelmus Vink, gekomen van Voorschoten in 1581 en vertrokken naar Valkenburg in 1585. Een ander bord in Rococo-omlijsting is gedateerd in 1750-1770, gemaakt door een plaatselijke timmerman, Isaac van Nes. Hierop staat een uiteenzetting van De Godsdienst. Dan is er een Tiengebodenbord, aangeboden door 'de Jonckheit in Overslingelant in het jaar 1607', zo staat onderaan vermeld.

De herenbank dateert uit het begin van de 18e eeuw. Bij de restauratie in 1966 werd een exacte kopie gemaakt. Hier zaten de heren en vrouwen van Noordeloos, die op het slot woonden. Dat slot is pas in 1968 afgebroken.

De graftombe in het koor springt het meest in het oog. Daarachter zit een overwelfde grafkelder De tombe is van één van de ambachtsheren van Noordeloos: Martinus van Barnevelt. Hij leefde van 1691-1775. Tijdens zijn leven was hij een rijk koopman in wijnen en had hij in Noordeloos zijn buitenhuis. Hij en meerdere familieleden staan daar opgebaard. De kisten staan bovengronds. De graftombe zelf is van wit marmer (uit Italië afkomstig) en bestaat uit een baldakijn met een marmeren sarcofaag. Aan beide zijden zijn zeer fijn gemetselde bakstenen muren. Verder is de tombe versierd met doodskoppen en gevleugelde zandlopers. In een protestantse kerk een vreemd gezicht. Bezoekers van de kerk hebben daar zo hun bedenkingen bij. Een ijzeren hek sluit het grafmonument af. Boven op de graftombe prijkt het borstbeeld van Martinus van Barnevelt. Hij kijkt in de richting van het voormalig slot.

De doopvont is uit de Middeleeuwen, en werd na de Reformatie gebruikt als voet voor de preek­ stoel. Bij de restauratie in 1966 werd dat ontdekt en de doopvont is vanaf die tijd weer in ere hersteld. De preekstoel dateert uit 1634. De lezenaar uit het einde van de 17e eeuw. Ze stond vroeger op het doophek. Voor het herengestoelte hangt een kroon uit 1681. Het opschrift luidt: Willem Leendertszoon vereert de kerc van Noordeloos dese kroon met zijn wapen. Op diverse banken staan kandelaars uit de 17e eeuw. In de kerk Uggen nog verschillende zerken. Voor de preekstoel ligt de grafsteen van de Noordelose schoolmeester Willem Verweerd. Naast schoolmeester was hij ook koster, voorzanger, voorlezer, klokkenluider, grafdelver, aanplakker, gaardermeester en dorpelwachter Zijn wens was onder het Woord begraven te worden en dat is ook gebeurd!

Het orgel

Het orgel is een geschenk van de familie Van Dam van Noordeloos. Deze familie woonde op het voormalige slot. Het orgel is gebouwd in 1873 koor K. M. van Puffelen uit Zaltbommel. De fa. Scheuerman uit Rotterdam heeft enige tijd geleden het orgel opnieuw geïntoneerd en het 24-tonig aangehangen pedaal vervangen door een zelfstandig 27-tonig pedaal met Subbas 16'. Het orgel heeft 1 klavier en 11 stemmen. Het resultaat is dat het een bijzonder mooi instrument is met een romantische klankkleur Hoewel het slechts één klavier heeft, biedt dit orgel vele mogelijkheden om er met genoegen naar te luisteren.

Historie

Tenslotte wil ik u een klein stukje kerkgeschiedenis niet onthouden. Daarbij heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het boek van M. W. Schakel, Geschiedenis van de Hoge en Vrije Heerlijkheden van Noordeloos en Overslingeland. Schakel is jaren burgemeester van Noordeloos, Hoornaar en Hoogblokland geweest en heeft bekendheid gekregen als oud-verzetsstrijder en kamerlid voor de A.R.P.

Vanaf de Reformatie hebben 51 predikanten de gemeente gediend. De eerste predikant was ds. Wilhelmus Vink uit Voorschoten in 1581. De eerste predikant van wie we in de kerkelijke stukken gegevens kunnen vinden is Lucas Bosch (1687-1721). Deze predikant had andere zorgen dan de huidige predikanten. Het blijkt uit de telkens en telkens weer opduikende klachten over ergerlijke openbare dronkenschap, vooral in de kermistijd.

Voorkomen is beter dan genezen. Op 23 juni 1715 wordt aan predikant en ouderlingen opgedragen 'in de huisbezoeking alle de Jongeluyden, Ledemaaten, vriendelijk en beleefd te willen versoeken en ernstelijk vermaanen, dat sy haar dog op d'aanstaande kermistijd en Feest willen onthouden, om haar op die tijd en dagen in de herbergen te laaten vinden'. De 30e juni brengen zij rapport uit: 'en dat 't selve bij alle med dank was aangenoomen en beloovd t'selve seer gaarne te sullen opvolgen'.

Een opvallende gang van zaken was dat de Heer van Noordeloos bij het beroepingswerk werd betrokken. Ook toen dat met de Franse Revolutie werd afgeschaft, ging met dat in de 19e eeuw toch weer uit eigen beweging doen. Zijn rol was echter vanaf 1811 zeer beperkt. De ambachtsheer stelde wel een drietal, van waaruit de kerkenraad een keuze maakte. In 1833 zorgde dit voor grote problemen, als in de kerkenraad geen van de drie genomineerde kandidaten de absolute meerderheid krijgt. De classis heeft toen gekozen voor één van de drie, nl. kandidaat H. A. Matthes. De achtergrond van deze stijfkoppigheid van de kerkenraad was, dat men een orthodoxe predikant had willen beroepen en het oog gevestigd had op ds. Gezelle Meerburg te Almkerk. Deze predikant is later met de Afscheiding meegegaan. U begrijpt welke gevolgen het zou hebben gehad als deze predikant wel beroepen was. Was het grootste gedeelte van de gemeente niet met deze predikant meegegaan? Dat de toestanden ook in Noordeloos rond de Afscheiding gespannen blijven, blijkt uit de kerkenraadsnotulen van die tijd. Daarin staat o.a. dat op d.d. 3 oktober 1834 de nieuwe predikant ds. Matthes een synodale boodschap voorleest. Deze boodschap spreekt van 'de tegenwoordige staat van onderscheidene gemeenten', bezweert alle predikanten en met name de jongeren onder hen 'om zich met bedachtzaamheid te onthouden van alles, wat de zuiverheid hunner belijdenis en Evangelieprediking eenigzins in verdenking zoude kunnen brengen' en draagt alle kerkelijke instanties op toe te zien 'op alle woelingen van onruststokers en geheime opruyers of van openbare klagers zonder genoegzamen grond' en door tijdige maatregelen te treffen 'de scheurziekte' te voorkomen of de kop in te drukken. Reeds vrij spoedig (op d.d. 27 maart 1835) komt echter toch het eerste verzoek om afscheiding in de kerkenraad. Er zullen van afzonderlijke gemeenteleden al spoedig meerdere verzoeken volgen. De reactie van de kerkenraad blijkt zeer nuchter. Telkens 'wordt besloten genoemde lidmaten uit het lidmatenboek te schrappen'. Opvallend is dat men de kinderen niet uit het doopboek wil schrappen! Maar ondanks dat is de Afscheiding dan ook in Noordeloos een feit.

Van 1881-1890 is de hervormde gemeente lange tijd vacant. Met de komst van ds. R F. van den Steen uit Wilnis komt daaraan een einde. Hij overlijdt echter vrij plotseling op 26 december 1891. Aan het begin van deze eeuw heeft lange tijd ds. H. K. Wolfensberger de gemeente gediend (vanaf 1897 tot 1930). Aan de pastorie is nog altijd een aanbouw te zien, waar zijn paard stond gestald. Na hem volgden deze eeuw nog 12 predikanten en vanaf 1995 is ondergetekende predikant van de gemeente Noordeloos en OversUngeland.

Door een stop op de woningbouw heeft de burgerlijke gemeente te maken met een sterke vergrijzing. Dat werkt ook door in de kerkelijke gemeente, want o.a. door een tekort aan woningen trekken jongeren helaas naar elders. Het beleid van de overheid is nu eenmaal het 'hart groen te houden'. Dat heeft echter ook een mooie kant, want het dorp kan elk jaargetijde velen bekoren.

Dankbaar zijn we dat de kerkelijke gemeente door de eeuwen heen bewaard is gebleven bij Gods Woord. Op de kansel ligt een opengeslagen Bijbel. Het hart van heel het kerkelijk leven ligt in het Woord van God. Die kanselbijbel is al heel oud, maar het Woord van God blijft altijd weer nieuw en verrassend. Daarom vertrouwen en verwachten we dat de Heilige Geest Zijn werk in onze gemeente zal voortzetten tot de jongste dag.

De kerk met een kleine letter is vaak maar stukwerk. De Kerk met een hoofdletter is het werk van haar Koning, Die de gemeente van het begin van de wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt door Zijn Geest en Woord (H. Cat. v.a. 54).
ds. G. Lustig
(met dank aan de heer A. Horden, Noordeloos)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's