De stad en de tempel in de stad
Op zaterdag 27 september 1.1. werd de Jaarlijkse ambtsdragersvergadering van het Overleg Grote Steden, uitgaande van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, gehouden, ditmaal in de Jeruzalemkerk te Amsterdam West. Ds. C. van Duijn van de Amsterdamse Noorderkerk hield de ambtsdragerspreek en ds. Chr. van Andel van de Jeruzalemkerk sprak over zijn gemeente, onder de titel 'Beleid maken - een opdracht of een on mogelijkheid'. De teksten zullen de komende weken in de Waarheidsvriend worden gepubliceerd. Hiernaast volgt de weergave van wat in de opening door ondergetekende is gezegd naar aanleiding van Lucas 19 vers 28 tot 28, over 'De stad en de tempel in de stad.
Het overbekende hoofdstuk over de intocht van Jezus in Jeruzalem is altijd weer indrukwekkend en voor de kerk appellerend. Waarom?
1. Jezus komt op een ezeltje Jeruzalem binnen. In een gestalte van nederigheid. Zulk een gestalte verdraagt geen triomfantelijke kerk. De kerk zal kerk in nederigheid en ootmoed zijn. In die gestalte is ze vandaag op zich, zeker in de grote steden, al teruggedrongen, omdat ze klein en als tot niet is gekomen in de ogen der mensen. Maar was en is dit altijd de gestalte van de kerk?
2. Jezus wil ook en juist in die nederige gestalte geprezen zijn door Zijn volk; 'Gezegend is de Koning'! (vs. 38) Als dezen, zijn discipelen, niet spreken, zullen de straatstenen het doen. De gemeente van Christus kan niet anoniem zijn. Ze verheft de lof van Christus tot op de straat. Maar we mogen het ook omkeren: nog eerder zullen de straatstenen spreken dan dat het volk Gods zwijgen zal. Gods kinderen kunnen niet zwijgen over wat ze zagen en hoorden.
3. Jezus was bewogen over de stad. Hij weende over haar. Ooit schreef wijlen dominee J. J. Buskes over 'Amsterdam de stad van God'. Ik kruiste daarover met hem de degens. Mag dat namelijk zó maar gezegd worden? Nee, als het zou betekenen, dat geen bekering nodig is. Nochtans ja, als het erom gaat, dat Jezus in Zijn barmhartigheid en bewogenheid de hele stad omvatten en bereiken wil, toen en nu.
4. Jezus vraagt echter wel om erkenning, om 'bekennen'; 'Och of gij ook bekendet, ook in deze uw dag, wat tot uw vrede dient'. Wat tot vrede dient moet toegestemd worden. Zover is het echter nog niet (vs. 42). 'Maar nu is het verborgen voor uw ogen'.
Wat betekent hier verborgen? De nadruk ligt kennelijk op het woord 'nu'. Het is oordeel en schuld als van dat bekennen nu nog niets gezien wordt. Dat zal de kerk dan ook temeer aandrijven tot getuigenis en dienst, vanuit het brandende hart van Jezus. 'Och of gij ook bekendet...'
5. Jezus stelt scherp de tempeldienst onder kritiek: 'Mijn huis is een huis des gebeds, maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaars gemaakt' (vs. 46). In een stad, die Hem niet bekent en erkent, zal de tempel, zal Zijn gemeente een opgericht teken zijn van recht, zuiverheid, heiligheid. Een opgericht teken ook van de vrede, die de stad zozeer behoeft. Dan ligt kennelijk de hoogste concentratie van de roeping van de kerk in het gebed. 'Mijn huis is een huis des gebeds'.
Een kleine gemeente in een grote stad. Nochtans het Woord bewaard. Met gevouwen handen, als teken van Hoop.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's