De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Toraja: Kerstening in buitengewest (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toraja: Kerstening in buitengewest (1)

Een studiereis naar Indonesië (5)

9 minuten leestijd

1. Naar Toraja

Wij vlogen van Java door naar Celebes. Wij landden bij de hoofdstad Ujung Pandang. Een busje haalt ons op. Onderweg lezen we uit onze gidsen elkaar iets voor over het eiland Celebes: Sulawesi. Op de kaart lijkt het eiland wel een zwierige letter K. Hier, aan de overzijde van de diepe zeestraat van Makassar, is een heel andere flora en fauna. Sulawesi is zowaar groter dan Java, maar veel minder dicht bevolkt.

Hier in Ujung Pandang deed in de 17e eeuw de islam zijn intree. Hier deed toen ook de VOC zijn intree: Cornells Speelman veroverde het fort van Goa en noemde het fort Rotterdam. Onderweg hebben we een gesprek over zending: waarom de Reformatie daar (helaas) geen oog voor had, maar de Nadere Reformatie wel.

Wij rijden eerst door het gebied van de Boeginezen: we zien de karakteristieke paalhuizen en telkens weer die moskeeën. Wij gaan steeds hoger de bergen in. Na een poort komen wij dan in Tana Toraja. Hier zien we overal op de heuvels nu kerkjes staan.

2. Thuis in Rantepao

Het is alsof we thuiskomen. Wij herkennen de typische Toraja huizen van de zendingsfoto's. To-ra-ja betekent: mensen-van-de-berg: zo noemden de varende Boeginezen hen. De Boeginezen verachtten hen vroeger: ze gebruikten hen als slaven. De bootvorm van de huizen, de tongkonans, zou eraan herinneren, dat ook de Toraja ooit de rivier waren opgevaren. In 1908 vestigde zich hier het Nederlandse gezag, en in 1913 begon hier toen de GZB. Wij worden eerst ondergebracht in het 'gastenverblijf' van de Torajakerk, even buiten Rante Pao in het bos. Moeten we hier logeren? Wat een primitieve toestand! Geen behoorlijk sanitair. Toen hoorden we dat hiertegenover zendeling Van der Veen had gewoond, die de Bijbel had vertaald in de Torajataal. Hier woonden ook andere zendelingen. Dit barakkencomplex bleek een historische plek, die nodig gerenoveerd moest worden. De Torajakerk vroeg de GZB om steun daarvoor, maar dat ging niet door, want de GZB legt de prioriteit bij echte zending. (De steun van het ICCO sprong ook af na het conflict met minister Pronk met president Soeharto.) We kregen direct een beter onderkomen: hotel Maria, met het uitzicht op Rante Pao en de bergen. Onze gastvrouw (Doortje) was een toegewijde christin. Haar vader had met de comministische coup in 1965 meegedaan, maar had in de gevangenis leren bidden. Zij had in Jakarta kinderwerk gedaan.

Samen met de 1e voorzitter ds. Lambe en zijn vrouw gingen we in een mooi restaurant bij een vijver dineren. De dominee vroeg het personeel of de tv even uitmocht en ging voor in gebed. Ds. Lambe vertelde, dat de Torajagemeente in Ujung Pandang die naam laten vallen, maar hij was het daar beslist niet mee eens: 'God heeft de Toraja uitgekozen'. Wat een verschil: in Java is de kerk een minderheid, hier een meerderheid, volkskerk, Gereja Toraja. We aten heerlijke vis: maar anders dan de Toraja lieten we de kop links liggen... Wie was onze gastheer? Ds. Lambe had in Duitsland gestudeerd en was in Jakarta gepromoveerd op de 'sjofet' (richter) in Israël. (Later bleek: zijn ouders waren nog analfabeet!) Hij vond het gereformeerde presbyteriaal-synodale stelsel heel geschikt voor Indonesië. Het lutherse systeem had in de Batakerk geleid tot machtsstrijd: iedereen wil daar bisschop worden! grapte hij. Maar bottom-up is beter. Intussen bleek ons, dat het synodebestuur van de Torajakerk toch nog veel meer macht heeft dan bij ons. Het moderamen is dan ook geheel vrijgesteld. Zo worden dominees hier niet beroepen door kerkenraden, maar benoemd door de synode. Uit zorg voor arme gemeenten. Dit voorkomt ook dat predikanten levenslang in een dorp moeten blijven (maximaal 8 jaar). Wel kunnen kerkenraden een benoeming weigeren.

De andere morgen bezochten wij het synodegebouw: een typisch Torajagebouw in Tongkanonstijl naast de witte zendingskerk-in-Nederlandse-stijl! in de werkkamer van ds. Lambe bekeken we het fotoalbum van het 50-jarig jubileum: groot feest op het plein voor de kerk. De minister van godsdienst was er ook bij. En de traditionele kleding gaf er een eigen kleur aan. Ook de karbouw had niet ontbroken... Aan de muur zagen we een foto van de Raad van Kerken: ds. Lambe zit dus in het bestuur. De 'sjofeet'... Ik herken ook het gezicht van ds. Wismoady, de preses van de Oost-Javaanse synode. Zo ontmoetten kerken van Nederlandse hervormde zending elkaar nog eens...

Ds. Lambe vroeg naar onze wensen en organiseerde ter plekke een program. 'Improviseren' hoort bij onze cultuur, zei hij... We troffen het. Er was juist 'n 'dodenfeest'!

3. Bij een dodenfeest

Juli is de maand van de begrafenissen, vertelde ds. Lambe. Hoe kan dat? ! vragen wij. Wel, na een sterfgeval wordt de dode gebalsemd tot voldoende geld gespaard is en de familie verzameld is in de 'zomervakantie' ! Even buiten Pante Pao komen wij in een typisch Torajadorp. Rond het plein (grasveld) zijn tenten ingericht voor de gasten. We zien een net gedode karbouw: de kop eraf, bezig geslacht te worden... Andere buffalo's worden aangevoerd. Varkens worden aan stokken aangedragen, schreeuwend als magere varkens. Wij mogen op de eretribune zitten, naast de dominee-met-witte-boord: het bleek voor hem al de derde begrafenis deze maand. Een oude Toraja, die nog Nederlands sprak, beantwoordde onze vragen. Kijk, daar komt de zwartgeklede familie lang. Kijk! de kist staat daar achteraan op een hoge stellage. Ze was al bijna een jaar geleden gestorven, 80 jaar oud. Ze wordt nu hier in haar geboortedorp begraven. We condoleerden de zoons, tweede-generatie-christenen. Overtuigd, zo te horen. Moeder was als kind op school christin geworden. Telkens worden nieuwe gasten per microfoon aangekondigd en schrijden in vol ornaat binnen. Prachtig geklede dames komen ons koffie of thee brengen. Wat beleven we nu? ! Zelf was ik bij het zien van de slachtpartij wat onpasselijk geworden. De koffie deed er ook geen goed aan. Maar collega Visser was ronduit verbijsterd: een feest bij de dood!? Was de dood niet de bezoldiging der zonde? En ik: was men dan niet verdrietig? ! Dat men dankbaar is dat oma zo lang mocht leven, kan ik me voorstellen, maar is er ook een feest bij jonggestorvenen? ! Antwoord: dat hang ervan af, hoe rijk men is... Nieuwe verbijstering. Maar zijn jullie dan nog niet bedroefd!! Ja, bij de eigenlijke begrafenis wordt er gehuild. Wij hadden het nu wel gezien. Ik bestelde nog even een cola, voor wij weggingen. We zouden 's avonds terugkomen: voor de 'kabaktian', de dienst van woord-en-gebed. Daar vestigen we nu onze hoop op. Maar 's avonds regende het pijpenstelen. Er was niemand. De hele kabaktian viel in het water. Wij spraken er nog lang over na. Collega Lucas zei: maar hoe zijn vele begrafenissen in het Westen? Totaal verzakelijkt. Hier is nog gemeenschapsgevoel, hier neemt men nog tijd voor de dood. En de kerk heeft uit de cultuur toch het heidense uitgezuiverd.

Later bezochten we buiten Rante Pao ook de bekende rotsgraven: kisten vol beenderen hoog aan de rotsen opgehangen. Balkons met dodenpoppen: sprekende afbeeldingen van de overleden geliefden. De voorouders bleven het leven dus beïnvloeden. Obsessie voor de dood? Of... juist verbrogen gehechtheid aan het leven?

4. Bij zendingsgraven

Wij bezochten ten noorden van Rante Pao buiten het dorp Bori het huis waar zendeling Van de Loosdrecht heeft geleefd. Hier is de moordenaar binnengedrongen (1917). De foto van hem en zijn vrouw hangt aan de muur van de waranda. Wat was hij nog jong! Daarna bezochten wij het graf van de dader, die 13 jaar gevangen zat en bezochten wij het graf van de dader, die 13 jaar gevangen zat en zelf christen werd. Op de grafsteen staat zijn tweede naam: Paulus. Zijn nageslacht bleek nog in dit gehucht te wonen! In een huis hing dezefde foto. Maar nu met een andere moordenaar erbij. Hoe zat dat? Kennelijk heeft de een de opdracht gegeven en de ander hem uitgevoerd. Wat was de reden? Van de Loosdrecht zou gekozen hebben voor de 'underdog' en daarmee de gevestigde orde hebben doorbroken. Daarna keerden we door het prachtige land en langs het dorpje Kalimbuang rond megalitische stenen en met kindergraven-in-de-bomen terug naar Rante Pao om het graf van Van de Loosdrecht te bezoeken: op een heuvel met het uitzicht op de stad. Binnen het hek lagen ook andere zendelingen: Belksma, Balke... Wie over de eerste periode lezen wil kan terecht in de dissertatie van dr. B. Plaisier.

5. Over een Torajabelijdenis

In het sobere schoolgebouw van het Theologisch Seminarie van Rante Pao achter de witte kerk ontmoetten wij de docenten:12 docenten voor 400 studenten. Er was ook een oude Toraja-ouderling bij, Sarara, die ons onthulde; toen de zending kwam, verbood zij de levensrituelen (rambu tuka, opgaande rook, op zonsopgang gericht, b.v. bij geboorte), maar niet de doodsrituelen (op zonsondergang gericht, rambo solo, neergaande rook). Dat gaf disharmonie in onze Torajaziel. Zo kwam er meer aandacht voor de dood dan voor het leven. In de jaren '50 ontstond een herleving van de traditie en kwam er weer aandacht voor alle aspecten en de hele cultuur. (Pas van die tijd dateert de groei van de kerk. C.B.) Dat verwerkten wij in een nieuwe eigen belijdenis. De dogmaticus (Kabanga) vertelde: nze nieuwe confessie is ook geïnteresseerd in dit leven, m.n. de cultuur. Het gaat om beide: iernu en hierna. Wij waren de schepping kwijtgeraakt. Het concept van de belijdenis is van de Torajadominee Theo Kobong, die in Nederland huisvriend was van Van Ruler! Ds. Plaisier werkte er in de eindfase ook aan mee. Wij hadden tot hun verrassing de belijdenis in het Nederlands bij ons (Plaisier schreef daar destijds over in Alle den Volcke, 1981). Welnu, zo kwam er ook meer aandacht voor het Oude Testament. Ds. Lambe promoveerde daar dan ook op. Deze 'contextualisatie' gaat nog steeds door. Sarara noemde het zingen van psalmen bij rambu tuka. Maar waar ligt de grens? vroeg collega Lucas. Juist het Oude Testament is anti-heidens. Daar hebben wij allen moeite mee. Wij hebben Bonifatius vermoord, zoals jullie Van de Loosdrecht (gelach). En heidendom kan ook herleven: at hebben wij in het Westen in Hitler-Duitsland gezien. Welnu, wij waren het gauw eens over het gevaar van syncretisme. Het thema 'dodenfeesten' keert dan ook steeds weer terug ter synode.

Hoe was het nu met het geloofsleven? Wij hadden in Indonesische preken vaak zonde-en-genade gemist. Antwoord: dat thema is expliciet of impliciet aanwezig. In de lijdenstijd en op Pasen expliciet. Verder ook in de liturgie: bij schuldbelijdenis en genadeverkondiging. Wij zeiden dat de Westerse context vraagt om vertaling van die oude woorden. Sarira vertelde van natuurlijk zondebesef in de Torajabeleving, dat vroeger vergeving beleefde bij offer en priester. Nu is het: sola gratia en sola fide.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Toraja: Kerstening in buitengewest (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's