De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Met hart en mond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Met hart en mond

5 minuten leestijd

'Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid.' Romeinen 10:10

De belijdenis van het geloof in de Heere Jezus is weliswaar een zaak van de mond, maar heeft haar uitgangspunten in het hart. Met het hart gelooft men en met de mond belijdt men. Deze twee horen onlosmakelijk bij elkaar. In deze vierde meditatie wil ik daar nu uw aandacht nog voor vragen.

De belijdenis van het geloof met de mond en met de daad, mag niet worden losgemaakt van het geloof in het hart. De apostel Paulus verbindt in onze tekst het geloof en de belijdenis heel nauw aan elkaar.

Nu kunnen we misschien denken, maar hoe kun je nu spreken van belijdenis zonder geloof? We zijn het er wel over eens, dat dit niet kan. Maar ik hoop dat u het me niet euvel duidt op te merken, dat het wel veelvuldig voorkomt. Laat ik een voorbeeld geven. In bijna iedere kerk wordt zondag aan zondag de apostolische geloofsbelijdenis uitgesproken. En nu oordelen we niet over het hart van mensen, maar uit hoeveel geschriften blijkt niet overduidelijk dat men deze belijdenis niet gelooft. Hoe vaak horen we vandaag niet zeggen, dat moet je niet zo letterlijk nemen, of, dat heeft een symbolische betekenis? Hoe worden niet de grote heilsfeiten in de prediking die in de kerkdienst op de geloofsbelijdenis volgt ontkent, of historisch onbetrouwbaar gehouden. En dat is in het geheel niet naar de opvatting van de kerk, want in de geloofsbelijdenis van Athanasius kunt u lezen: zo wie dit niet geheel en ongeschonden bewaart, die zal zonder twijfel eeuwig verloren gaan. Daarnaast wordt ook de mening nogal eens gehuldigd, dat we het wel met ons hart geloven, maar dat we met ons verstand er een andere uitleg aan geven. Maar dan moeten we toch vragen: is hier nog wel sprake van bijbels geloof? De kerk spreekt toch uit: geloof is door genade voor waar houden wat God belooft en vertrouwen dat Hij in genade ook mij doet delen in de gerechtigheid van Christus.

We zouden ook nog kunnen wijzen op een andere misvatting die in de kerk langzamerhand een plaats heeft gekregen. Namelijk de gedachte dat we de waarheid van het Woord Gods kunnen belijden als iets waar we geen deel aan hebben. Spreken over de noodzaak van geloof en bekering, maar ondertussen zelf een onbekeerde blijven en daar soms ook nog heel wat mee worden.

Nee,Ā belijdenis behoort onlosmakelijk verbonden te zijn aan het geloof des harten. Anders wordt het een hoop woorden zonder kracht of soms zelfs een tegenkracht.

En zijn we dan niet aangekomen bij een punt, waarop we tot onszelf moeten inkeren. Is het niet hier dat we ons voor de Heere hebben te verootmoedigen.

Wij hebben wel van U gesproken. Wij hebben soms ook grote woorden gesproken, maar Heere wij hebben getracht ons hart er buiten te houden. Wij hebben wel gezegd: Allen zijn zij afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe. Maar we hebben maar al te vaak gedacht bij ons is het minder dan bij die ander. Wij hebben een streepje voor bij de Heere, want wij zijn nog niet geheel en al wereld geworden. Om het eens zo te zeggen: wij hebben onszelf er niet voor overgehad.

En dan is het toch geheel naar de Schrift om te zeggen, daarom hebben we de genade van de Heere Jezus tegengestaan. Daarom is zijn genade in ons niet verheerlijkt geworden en heeft de kracht van Zijn genade in ons niet die plaats gekregen, die haar rechtens toekomt.

En zou dan onze belijdenis daardoor niet krachteloos worden?

Zou dat niet de reden zijn, waarom er van onze belijdenis zo weinig kracht uitgaat om te winnen? Is ons hart wel overgebogen tot het geloof in de Heere Jezus? Verwachten wij van Hem ons heilrijk lot? Voor ons persoonlijk. Voor onze gezinnen. Voor onze gemeenten. Voor onze kerk.

In het Oude Testament komt belijden bijna uitsluitend voor in de zin van schuld-belijden. Belijdenis van zonde doen voor het aangezicht van God. Denk maar aan Psalm 32. Waar we met ons hart de woorden van de Schrift gaan geloven, daar wordt de belijdenis geboren: gezondigd te hebben tegen de Heere. En met die belijdenis behoeft u de straat niet op, maar die belijdenis voor de Heere, zal wel onze belijdenis aangaande het heil des Heeren stempelen. Immers als we zelf enkel van genade kunnen leven, omdat we de grootste der zondaren zijn geworden, dan is onze belijdenis gespeend van alle hoogmoed. Dan niet: des Heeren tempel, des Heeren tempel zijn wij, maar veeleer: laat ons wederkeren tot de Heere, die wij hebben verlaten. En wat mag dan van de bevonden waarheid beleden:

'k Riep God niet vrucht'loos aan;

Hij wil mij niet versmaan.

In al mijn tegenheden;

Hij zag van Sion neer,

De woonplaats van Zijn eer.

En hoorde mijn gebeden.

Zulk een God is de Heere! Laat dat geloof des harten onze belijdenis mogen doorgloeien. Laat zo iets mogen doorklinken van de genademacht van de Heere Jezus, om zondaren te zaligen. Laat ons uit dat geloof mogen leven. De kennis aan de

Heere Jezus ons denken en doen mogen door-desemen.

Tenslotte. Met de mond belijdt men ter zaligheid. Hier is geenszins bedoelt dat de belijdenis het werk is waardoor men de zaligheid verkrijgt. De kanttekeningen spreken van een weg, waardoor we tot de gerechtigheid, die ons door Christus is verworven, moeten komen. Een weg waarlangs. Dat lijkt me de weg achter Christus aan. Al belijdend (denk ook nog aan Psalm 32) gaat de christen achter Christus aan.

Wat belijdt de christen? Wat hij met het hart gelooft! Niet wat hij met de ogen ziet! Wat gelooft de christen? Dat Christus Jezus, de Eniggeborene des Vaders, om zondaren te zaligen. Zichzelf gegeven heeft aan het kruis van Golgotha. Ja, hij mag het geloven: niet alleen anderen, maar ook mij. Maar nu moeten ook die anderen het horen: de liefde van Christus dringt ons!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Met hart en mond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's