De kerk méér dan een Gideonsbende
'Ik zou graag de best mogelijke uitleg geven van de handelingen van goede mannen en wij zijn er zeker van dat Gideon zo iemand was. Maar... Wij lezen zeer weinig van Silo en de ark, die daar was, in de hele geschiedenis van de richteren. Velen worden op verkeerde wegen gebracht door één verkeerde stap van een goed man....Het werd een valstrik voor Gideon zelf, toen zijn ijver voor het huis van God verminderde, toen hij ouder werd. En nog veel meer werd het tot een valstrik voor zijn huis, dat daardoor tot zonde gebracht werd en het bleek het verderf van het geslacht te zijn geworden.'
Dit citaat is ontleend aan de bijbelverklaring van Matthew Henry bij Richteren 8 : 22 - 28.
Van tijd tot tijd duikt in kerkelijke gesprekken de Gideonsbende op, als voorbeeld van de gestalte van de kerk in deze tijd. De kerk is her en der 'klein en als tot niet gekomen in de ogen der mensen' (art. 27 NGB). Als er dan nog maar een Gideonsbende overblijft! Hoe zit dat echter met de Gideonsbende?
Twee kanten
Gideon: de man, die door een engel geroepen werd, toen hij bezig was tarwe te dorsen, met het oog op de invallen van de Bedoeïenen: De Heere is met u gij strijdbare held' (6 : 12). Vanuit de afzondering gehaald , ver van 'het lawaai en gewoel van de wereld', zegt Henry.
Gideon: de man, die als eerste daad van reformatie de zinnebeelden van de Basisdienst vernietigde en een altaar oprichtte voor de God van Israël.
Gideon: de bescheiden mens, die van God een teken vraagt, dat hij écht geroepen is en die dat teken ook ontvangt door middel van het wollen vlies (6 : 37vv).
Gideon: de man aan wie slechts een legertje van drie honderd man, 'de Gideonsbende', werd gelaten om de vijand te verslaan, om hem duidelijk te maken dat het alleen de Heere is, die Israël verlossen zou. 'Niets dan een woord van God zal een grondslag zijn voor zijn geloof, zegt Henry.
Gideon: de man die na de grote overwinning het koningschap weigerde, omdat hij daarin een bedreiging zag voor de theocratie: De Heere zal over u heersen' (8 : 23).
Maar dan ook de andere kant van de medaille.
Gideon: de man die uit de binnengehaalde buit achtentwintig kilo goud bijeenbracht en daarvan een efod vervaardigde. 'Heel Israël' bedreef er afgoderij mee: en het werd Gideon en zijn huis tot een valstrik' (8 : 27). Matthew Henry merkt op, dat er reden is aan te nemen dat hij bij de efod ook terafim voegde (Hos. 3 : 4) en dat hij van plan was die efod als een orakel te raadplegen in moeilijke omstandigheden.
Gideon: de man die weer terugkeerde naar de ploeg. Het land was veertig jaar stil in Gideons dagen. Maar na Gideons dood maakten de kinderen Israels weer rechtsomkeert. Ze gingen weer terug naar de Baaldienst. De vervaardiging van de efod door Gideon was er een opstap voor geweest.
Bij het ouder worden verslapte Gideons ijver voor de dienst des Heeren. Nochtans heeft Gideon een plaats onder de geloofshelden in Israël (Hebr. 11 : 32).
De duivel is de aap van God, zo besluit Matthew Henry zijn uitleg. In de afval van Israël tot de afgoderij betoonde het volk zich ondankbaar jegens God, hoewel ook jegens Gideon. En het resultaat was onderlinge twist.
Lijnen
Elke toepassing van zo'n Schriftplaats is riskant. Maar wie niet alleen het sola Scriptura (alléén de Schrift) maar ook het tota Scriptura (de héle Schrift) belijdt, speurt toch naar lijnen naar de eigen tijd.
Mij dunkt, dat we niet te gemakkelijk over een Gideonsbende moeten spreken in eigentijdse ontwikkelingen. Dat gebeurt soms wel. In de kerkelijke kaalslag, die zich voltrekt, waarbij hier en daar, met name in de grote steden, slechts een restgemeente is overgebleven, wordt soms van de Gideonsbende gesproken, de keurtroep, die nog over is. Terwijl op zich toch het gehalte van zulk een gemeente niet behoeft uit te steken boven dat van gemeenten, waar het corpus christianum nog in tact is en er nog sprake is van grote gemeenten.
Of, ook in de kerkelijke verwikkelingen wordt gesproken over de Gideonsbende, die nog op de rechte wijze de kerk dient. Maar een Gideonsbende wordt speciaal gerecruteerd. Gideon werd er speciaal voor weggeroepen, vanaf de dorsvloer. En aan de keurtroep werd geen ander wapen gelaten dan wat bazuinen en kruiken om de vijand in verwarring te brengen. Opdat duidelijk zou zijn, dat de overwinning op de vijand des Heeren was.
We mogen niet uitsluiten dat zulks ook vandaag kan gebeuren. Gebéurde het inderdaad maar. Om de wereld te (over)winnen en de eigentijdse afgoderij teweer te staan. Een mens kan op bijzondere wijze geroepen worden om een werk Gods uit te voeren. Hij behoeft niet eens een charisma te hebben. Over een charisma lezen we bij Gideon niets. Slechts zijn ootmoed wordt met name genoemd. Vanwege de theocratie sloeg hij het koningschap af.
Zo lezen we in het boek Prediker, dat God een hele stad redde door één arme, wijze man (Pred. 9 : 15). In de strijd tegen de secularisatie, in de verwikkelingen binnen de kerk ook, kan één enkele mens zo tot het gebed worden geroepen, dat er wonderen geschieden, in de gemeente, in de kerk. Dat niet meer te geloven zou betekenen dat God veranderd is.
'Profeet sta op' schreef jaren geleden ds. J. H. Velema. Een profeet verheft zichzelf niet. God heeft de tijden door mensen tot specifieke profetie geroepen, zoals Hij ook door de tijden heen Zijn Gideons heeft verwekt. Ze hebben er zichzelf niet toe opgeworpen maar werden ertoe verwaardigd.
En dan nog
Maar dan nog. Waar een Gideon geroepen wordt, kan het op den duur toch weer helemaal mis gaan. Zegen is gave en opgave. De zegen van de roeping van Gideon was dat het land veertig jaar stil was in zijn dagen. Zo mag de zegen kennelijk ook nog een keer gemeten worden: aan de stilte, de vrede, de harmonie, de eensgezindheid. De zegen kenmerkt zich in liefde en de liefde brengt naar bijbelse belofte omgekeerd ook zegen.
Tijdens Gideons leven liep het echter al mis. We zien de zegen bij Gideon zelf al verlopen. Want al weigert hij het koningschap, hij gedraagt zich wel als een koning. En hij zet het volk daarmee op het spoor van een orakel. Hij zet zelf het volk op het spoor van afgodsdienst. Na zijn dood valt het volk weer helemaal terug in de afgodsdienst. Het volk valt dan ook in tweeën uiteen. De twist slaat toe, de stilte en de vrede zijn weg.
Heeft dit zich niet telkens herhaald in de geschiedenis? In de geschiedenis zijn er de kennelijke Gideons geweest, mensen die door God tot een speciale dienst werden geroepen en met een Gideonsbende, zonder machtsmiddelen, grote dingen mochten bewerken. We mogen hier denken aan de Reformatoren, die de macht der heersende kerk maar ook van vorsten in hun dagen trotseerden. Ze hebben overwinningen behaald, Gideonsoverwinningen. Hun werk werd gezegend. Maar er was, als het erop aankomt bij alle Godswerk, ook mensenwerk. Luther en Calvijn hebben elkaar niet in één kerkelijke beweging kunnen vinden. Dat eist tot vandaag zijn tol. En beschaamd moeten we het hoofd buigen als we zien op de erfenis, die van de gereformeerde reformatie is over gebleven. Het water van de bron werd vertroebeld, de kerkelijk opdeling sloeg toe, broedertwisten verlamden de kerk. 'Eigen' kerken werden tot een efod. De kerkelijke afgoderij sloeg toe. Dat gold in afgescheiden kerken, die hun eigen Gideons hebben gehad. Daarom zei me ooit wijlen prof. C. Veenhof, dat hij door al zijn kerkelijke zekerheden was heengezakt. Van tijd tot tijd wordt er in elke kerk geblazen. Opdat geleerd wordt: de Heere alleen is God en Hij alleen zal heersen. Hij geeft Zijn eer niet aan een ander. Moeten we er zo ook niet rekening mee houden, dat hetzelfde voor de hervormd gereformeerde kring geldt? Hebben ook wij niet over 'onze' kerk gesproken, de vaderlandse kerk, die we ons toe-eigenden? Terwijl er zoveel was dat niet was en is 'naar de reinheid van het heiligdom'. En wordt er daarom nu in geblazen? Tot in eigen gelederen toe?
Silo
In dit verband wijs ik nog eens op wat Henry zegt in het bovenvermelde citaat: 'We lezen zeer weinig van Silo en de ark, die daar was'. Dan wordt het ernstig.
Silo, het geestelijk en politiek middelpunt van het volk; de plaats waar God woont. Die kan uit het blikveld raken en onze heiligdommen komen er voor in de plaats.
De ark, met het verzoendeksel, kan buiten beeld raken. Er is dan meer te doen om de kerk als instituut dan om de ark in de kerk, dan om de dienst der verzoening, als het hart van de kerk.
De kerk is méér dan een 'getrouwe' Gideonsbende. We zien ook vandaag, dat de verzoening door voldoening op huiveringwekkende wijze wordt geloochend. En zeker, er is de tegenstem, maar dan vooral (nog) de theologische tegenstem. Waar is de echte profetie? Als het om deze dingen gaat, om Silo en de ark, lopen we niet te hoop. We hebben andere dingen om druk aan te zijn. Paulus smeekte: wij bidden u van Christuswege, laat u met God verzoenen. Daarom zei Groen van Prinsterer: buiten de leer van de om-niet verleende genade, die de dood van Jezus Christus belijdt als volkomen verzoening voor al onze zonde 'is er voor ons geen kerk.
De vraag is of ook in kerken van gereformeerde confessie de verzoening nog de rechte hartstocht wakker roept. 'Wat is uw enige troost...? ' Waar komt in gesprekken de verzoening echt ter sprake?
En intussen, een ieder loopt voor eigen huis, maar het huis des Heeren wordt woest gelaten, klaagt de profeet Jeremia.
Ik zei hierboven, dat het riskant is om oudtestamentische geschiedenissen te actualiseren. Wie was en is een Gideon? Waar was en is de Gideonsbende? Maar alleen al het lezen van de indrukwekkende geschiedenis van Gideon geeft stof tot bezinning te over, tot zelf-bezinning bovenal. Vanwege Silo en de ark.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's