Nuchter
Woorden van Leven
Christenen zijn nuchtere mensen. Dat is wel nodig ook, want ze leven temidden van een wereld die ze van alle kanten het hoofd op hol wil brengen. De ongelovigen storten zich maar al te graag in het nachtleven van de zonde. Daarin wordt hun lijf lied uit volle borst gezongen: Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij' (1 Kor. 15 : 32). Het is de roes van een leven dat op moet gaan in het genot hier en nu, omdat er geen hoop is voor de toekomst. Daartegenover stelt de apostel: Waakt op rechtvaardiglijk en zondigt niet' (1 Kor. 15 : 34). Beter vertaald staat daar: Wordt oprecht nuchter'. De nuchterheid is de geloofshouding, waardoor we ons niet laten bedwelmen door eigen gedachten aangaande leven en dood, die niet Gods gedachten zijn.
Het woord 'nuchter' wordt in het Nieuwe Testament voornamelijk in figuurlijke zin gebruikt. Het heeft uiteraard wel alles te maken met een sobere en matige levenshouding. De gelovigen zijn niet in de wereld om het 'er van te nemen'. Al mogen ze op doorreis naar de grote Bruiloft met dankbaarheid genieten van de door God geschonken gaven, ze blijven nuchter. En ze zijn dat bovenal in geestelijke zin. De schriftteksten waarin we dit woord vinden staan in het kader van het Koninkrijk Gods. Wij moeten wel nuchter blijven omdat we nog dienst hebben. We hebben waakzaam te zijn, in verwachting van de grote dag van de wederkomst. Paulus roept de gemeente: Zo laat ons dan niet slapen, gelijk de anderen, maar laat ons waken, en nuchteren zijn' (1 Thess. 5 : 6). Die nuchterheid is er overigens niet zonder een goede bewapening. Vandaar dat Paulus zijn oproep als volgt concretiseert: Maar wij, die des daags zijn, laat ons nuchteren zijn, aangedaan hebbende het borstwapen des geloofs en der liefde, en tot een helm de hoop der zaligheid' (1 Thess. 5 : 8). De manier om niet in een roes van de wereld te bedwelmen is het waarachtige leven van het geloof, dat weet van de realiteit van Gods toekomst, en zo in liefde en hoop verwachtend uitziet naar de voleinding. Daarbij wordt de strijd niet geschuwd. De vijand mag niet onderschat worden, ook dat hoort bij nuchterheid: Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden' (1 Petr. 5 : 8).
Nuchterheid hoort ook tot de vereisten van een goede dienstbaarheid binnen de gemeente Gods. De opzieners moeten nuchter zijn ('wakker' vertaalt de Statenvertaling in 1 Tim. 3 : 2), en ook de vrouwen in de gemeente moeten met dezelfde deugd versierd zijn (1 Tim. 3 : 11). De oude mannen, die in wijs beleid leiding geven aan het leven van de gemeente worden vermaand: Dat de oude mannen nuchter zijn, stemmig, voorzichtig, gezond in het geloof, in de liefde, in de lijdzaamheid' (Tit. 2 : 2). Er is een nodige zelfbeheersing vereist, om in de dienst van het Koninkrijk in nuchterheid nuttig te zijn.
Nuchterheid geeft overigens geen saai en vreugdeloos bestaan. Dat mag de wereld wellicht denken als het leven van de christen wordt vergeleken met de genotscultuur van het hier en nu. De ware vreugde van dechristen wacht echter nog, als de roes van de wereld eindigt in een eeuwige kater. 'Daarom opschortende de lenden uws verstands, en nuchteren zijnde, hoopt volkomelijk op de genade, die u toebedacht wordt in de openbaring van Jezus Christus' (1 Petr. 1 : 13).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's