De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Op zoek naar evangelische ruimte

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Op zoek naar evangelische ruimte

Ds. P. Kolijn en ds. J. C. Schuurman over verschillen in eigen kring

12 minuten leestijd

Een sober vergaderlokaal in een zalencentrum in het midden des lands. Een aantal hervormd gereformeerden is intensief met elkaar in gesprek over verbond en kerk, over belijdenis en ambt. Hoe luisteren we eerlijk naar het onfeilbare Woord en proberen we van daaruit een weg te zoeken voor de kerkelijke en gemeentelijke praktijk? Op de achtergrond dreigt Samen op Weg. Totdat een van de deelnemers zegt: 'Twaalf jaar ben ik nu predikant. Moet ik niet eerlijk erkennen dat we gesprekken als deze met hen die binnen de Hervormde Kerk gereformeerd willen zijn, nauwelijks gevoerd hebben? Hebben we ons niet vooral bewogen binnen een groep gelijkgezinde vrienden? ' Instemming links en recht. Hoe gaan we als hervormd-gereformeerden met elkaar om? Binnen welke grenzen erkennen we een legitieme verscheidenheid? Wat is de invloed van de reformatorische zuil op onze gemeenten? Vragen die aan de orde komen in een gesprek met twee predikanten, behorend tot een verschillende generatie. Ds. P. Kolijn (1930) diende de hervormde gemeenten van Aalst, Raamsdonk, Scherpenisse, Kootwijkerbroek en Krimpen aan den IJssel. Sinds 1995 is hij emeritus-predikant. Ds. J. C. Schuunnan (1955; als zijn vader in de buurt is, heet hij J. C. Schuurman jr.) diende de hervormde gemeenten van Zalk-Veecaten, Rijssen en Capelle aan den IJssel. Sinds 1996 staat hij in Alblasserdam.

Een zekere breedte heeft de hervormd-gereformeerde richting altijd gekenmerkt. Om dat aan te tonen, zijn deze regels niet nodig. Wat dreigt, is echter dat verschillen in toenemende mate in georganiseerde vorm een blijvend karakter krijgen. Ds. P. Kolijn en ds. J. C. Schuurman hebben er zorg over. Als we in de Alblasserdamse pastorie hierover praten, gaan al gauw de gordijnen dicht. Maar niet omdat er iets te verbergen valt!

Ds. Kolijn: 'Toen ik in 1955 in Aalst bevestigd werd, had ik het voorrecht te beginnen met een aantal studievrienden om mij heen: ds. Exalto in Brakel, ds. J. Jongerden in Bruchem en ds. G. den Boer in Veen. Je ving elkaar op, als het nodig was. Toen ik eens in een moeilijke situatie met mijn kerkenraad zat, heeft ds. Leen Vroegindeweij uit Gameren het op een geweldige manier voor me opgenomen. Er was een vanzelfsprekende collegialiteit. Het was verschrikkelijk druk: je had twaalf vacaturebeurten in dertien zondagen, dus altijd drie keer preken.

Een zekere breedte is er onder ons altijd geweest. Collega Vroegindeweij had zo zijn eigen aanpak, maar de verschillen waren niet georganiseerd, zoals nu. Als er bepaalde circuits ontstaan, komt vanzelf de vraag naar voren wie er wel en wie er niet bijhoren, wie wel of niet ergens voor gevraagd wordt. Dat geldt ook de toegang tot de kansels. Ik heb zelf het idee dat ik hierin een vrij breed terrein bestrijk. Zolang men me vraagt, blijf ik komen, tenzij er vrouwelijke ambtsdragers zijn.'

Collegialiteit

'Ik meen dat we ons toen allereerst hervormd voelden; vervolgens waren we ook lid van de Gereformeerde Bond. Zo had prof. Severijn ons de liefde voor het gereformeerde volk in de Hervormde Kerk bijgebracht. Waarom heb je dat volk lief? Omdat je daarachter toch de kerk als planting van God ziet, al wil ik die idee niet romantiseren. Hoe zieker je moeder wordt, hoe meer je van haar gaat houden.

De onderlinge collegialiteit kreeg vooral gestalte op de ring vergaderingen, maar ook in ruilbeurten. Dat strekte zich over de hele ring uit. Een van ons hield een onderwerp en er werd geducht gediscussieerd. Er was een vorm van collegialiteit, waarop je aanspreekbaar was.

In de studietijd hadden we nauwelijks geleerd hoe je je als dienaar van het Woord moest gedragen. De communicatieve vakken ontbraken. In het seminarie werd geprobeerd onderlinge verbondenheid te kweken, al zag ik daardoor de verschillen in de Hervormde Kerk eerder duidelijker.' Ds. Schuurman: 'Ik heb de noodzaak om met elkaar over allerlei zaken door te spreken, het meest tijdens de studietijd op Voetius, de vereniging voor studenten theologie, ervaren. Je werd op Voetius gedwongen om het gesprek aan te gaan. Als je geneigd bent een eigen weg te zoeken en je wat af te sluiten, kan zich dat later in de kerk wellicht wreken.'

Ds. Kolijn: 'Het gevoel samen ergens voor te staan, ervoer je het meeste op het persoonlijke vlak. Wat er in de kerk speelde, kwam in de gemeente nauwelijks aan de orde. Op de classis liep je daar vanwege de consideraties wel tegenaan. Dat stond ver van de gemeente en de kerkenraad af. De gemeenten waren veel geïsoleerder.'

Wat bindt gereformeerde bonders nu vooral samen?

Ds. Schuurman: 'Dat is lastig om te formuleren. Je kunt wel spreken over Schrift en belijdenis, maar de vraag is hoe die min of meer staande uitdrukking functioneert. De onderlinge gesprekken tussen collega's zijn naar mijn inschatting over het algemeen beperkt. In ringverband kan het gebeuren: in de ene ring spontaan en soepel, in een andere ring soms formeler. Dan wil het wel zo zijn dat je het meest diep doorpraat met mensen uit je vriendenkring, met wie je samen dingen deelt.'

Inhoudelijke gesprekken

'We zouden er meer voor moeten vechten in de ringverbanden inhoudelijk met elkaar door te spreken. We gaan vaak zo omzichtig met elkaar om dat we iedereen in zijn waarde laten en tegelijk geen centimeter dichter bij elkaar komen. Dat vind ik een grote zorg. Echt elkaar zoeken te ontmoeten rond het Woord van God, dat zou daar moet gebeuren. Wat betekent het vandaag om te staan in de kerk op de grondslag van het Woord en de belijdenis? Wat is het eigene van wat we willen overdragen aan onze jongeren? Daarover moeten we nadenken.

Ik heb het in Rijssen wel meegemaakt dat we tot inhoudelijke gesprekken kwamen met collega's uit Holten, Hellendoorn en Nijverdal. Het heeft ook met je instelling te maken waarmee je naar zo'n vergadering gaat. Als je in ringverband met wat meer gelijkgezinde collega's bent, zou je wat meer kunnen doen aan de samenbinding binnen eigen kring. De ringvergadering wordt in de kerkorde terecht als een soort bezinningscentrum gezien.'

Ds. Kolijn: 'In Krimpen heb ik meer dan tien jaar met andere wijkgemeenten modaliteitengesprekken gevoerd. Waar je altijd tegenaan loopt, is de achterliggende vraag van het Schriftgezag. Het is uitermate vermoeiend dat daar elke discussie op strandt.' Ds. Schuurman: 'Ja, dat herken ik. Dan kan het op termijn onvruchtbaar worden.'

Dat gezag van de Bijbel zal hervormd-gereformeerden toch wel samenbinden.'

Ds. Kolijn: 'Naast de Schrift hebben we - soms zou je zeggen: helaas - ook de dogmatiek. Onder invloed van de verkiezingskramp, het hypercalvinisrae gaan mensen zich in bastions verschuilen. Zodra je iets buiten een zekere dogmatisch stramien zegt, val je buiten de boot. Nu ben je onder ons niet direct een vijand van God en Zijn volk, maar bepaalde circuits gaan wel werken.'

Is de onbevangenheid voor u als predikanten weg?

Ds. Kolijn: 'Ik heb daar nooit veel last van gehad.'

Ds. Schuurman: 'Het is niet de vraag of je er zelf last van hebt, maar of het herkend wordt. Ik heb wel eens de indruk dat we niet open genoeg met elkaar spreken, dat mensen niet altijd zeggen wat ze echt denken, dat er een sfeer van vertrouwen over en weer is gaan ontbreken, misschien ook door de diversiteit waarin we terechtgekomen zijn. Mensen zijn wellicht bang voor wat er met hun uitspraken gedaan wordt.'

Sfeer van vertrouwen

Ds. Kolijn: 'Ik dacht dat dat je doelde op het feit dat je in een preek kunt zeggen wat je wilt. Toen ik in Aalst kwam, heersten daar rare vormen van gemeentetheologie. Ik begon daarom de Dordtse Leerregels te citeren om de verkiezingskramp te bestrijden, ik begon Brakel te citeren om te strijden tegen een eenvormige bekeringsweg. Wat dat betreft heb ik ontzettend veel herkend in dat boekje over de prediking van prof. Blaauwendraad. Die houding is me niet altijd in dank afgenomen, maar dat kruis moet je dan maar dragen.'

Ds. Schuurman: 'Maar merk jij ook dat de onbevangenheid een beetje weg is? '

Ds. Kolijn: 'Ja, ik denk dat dat waar is. Als je niet precies weet waar iemand staat, denkt men: laat ik dan maar niet te veel zeggen.'

Ds. Schuurman: 'Toch is dat kwalijk. Het heeft te maken met de sfeer van vertrouwen, maar ook met de vrijheid waarin we zelf staan. Het is triest, als we afhankelijk zijn van hoe dingen opgepakt worden en we ons niet in vrijheid durven uitspreken. Dat heeft te maken met het geestelijk gehalte.'

Ds. Kolijn: 'Alles wordt een sjibbolet. Iets daarvan is er altijd wel geweest; je bent beoordeeld op de kleur van je das en je sokken, al is dat er nu een beetje af. Het gewogen worden was er trouwens veertig jaar geleden ook. De meetpunten zijn misschien wat verschoven.'

Wat heeft de gemeente nodig om dit te overstijgen ?

'Waarachtig geestelijk leven. Ik denk dat veel gemeenteleden niet verder komen dan een gewoontepatroon. Als je vraagt naar wat de Heere voor hen betekent, antwoordt men: "Dat is een persoonlijke zaak". Hierover is in onze tijd met jongeren makkelijker te spreken.'

Ds. Schuurman: 'Dat herken ik, al is onze generatie jongeren heel divers. Sommigen zetten zich sterk af tegen vormen, anderen zitten er in gevangen. Ik vind het heel lastig hoe je daarmee omgaat.'

Als uw kerkenraad u vraagt hierover te preken, wat zou dan uw insteek zijn?

'Ik zou het eerder thematisch op de catechisatie doen en dan beginnen vanuit het hart: Wat wil het zeggen om Christus lief te hebben en Zijn eigendom te zijn? Van daaruit krijgt het leven met God invulling. Ik ben bang dat het vaak omgekeerd gebeurt; er wordt eerst naar de buitenkant gekeken. Het is een stuk verlegenheid als we aan het innerlijk nauwelijks toekomen. Ik zou niet geweldig te keer gaan tegen mensen die te sterk aan vormen hechten, voor veel mensen betekenen vormen ook echt wat. Soms heeft een bepaalde vorm ook een geestelijker lading dan wij denken, hoort een invulling van iets ook bij eerbied.'

Fundament

'Uiteindelijk is er echter maar één fundament, en dat is Christus en het leven met Hem. Daar zoek je naar, om dat geestelijk en niet hakkerig onder de aandacht te brengen. Wie is de Heere Jezus voor je en wat wil het zeggen als een goddeloze gerechtvaardigd te worden en elke dag daaruit te leven? '

Ds. Kolijn: 'Ik zeg niet dat die preek volgende week klaar is, misschien niet eens volgend jaar, maar ik loop al heel lang te denken aan de tekst "Vanuit het hart zijn de uitgangen des levens". De mens werkt vaak van buiten naar binnen - en ik onderstreep het als collega Schuurman vormen niet waardeloos noemt - maar God werkt van binnen naar buiten. Ik wil dat nog eens vorm geven in een preek, die zich afzet tegen dode vormendienst, maar ook helder maakt dat op de rechtvaardiging de heiliging volgt.'

We spreken over het herkennen en accepteren van elkaar. Als de inhoud van de preek bijbels is, moeten we elkaar toch vasthouden?

'Ik denk dat er onder ons ook een verschuiving heeft plaatsgevonden. We spreken dan niet over de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof, maar den­ken vanuit de wedergeboorte. Dat komt ook in hervormd-gereformeerde kring voor. Ja, beslist waar.'

Ds. Schuurman: 'Collega Kolijn kan dat beter beoordelen dan ik, maar zit het ontstaan van de verschillen niet vooral in de wijze waarop het geloof zich realiseert, op het werk van de Heilige Geest? In principe zullen hervormd-gereformeerde predikanten en gemeenten op een prediking alleen door het geloof en alleen door Christus immers amen zeggen.

Ik heb me laten vertellen dat er in onze kring ook vroeger een lijn was met wat meer aandacht voor de verkiezing en een wat meer verbondsmatige prediking. Ik kom die twee nog wel tegen, maar is dat verscherpt? Bedoel je dat? '

Ds. Kolijn: 'Ik heb verschillende keren aan de gemeente gevraagd: "Hoe wilt u zalig worden? Als vrome, als bekeerde? " Nee, we kunnen alleen als goddeloze gerechtvaardigd worden. Dan zeg ik niet dat er geen vroomheid en bekering moet zijn, maar het gaat om de volgorde. De Nederlandse Geloofsbelijdenis spreekt toch over wedergeboorte door het geloof.

Er was vroeger zeker ook een vleugel in de Gereformeerde Bond waar de invloed van Kuyper groot was. Die lijn wordt gevoed door de rechterflank van de gereformeerde gezindte.'

Woord en Geest

'De beslissingen vallen inderdaad bij het werk van de Heilige Geest. Hij werkt middellijk. Je moet Woord en Geest heel dicht bij elkaar houden. Anders kom je in een soort moeras terecht.

In Krimpen leefden wij tientallen jaren in de schaduw van een grote oud-gereformeerde gemeente. Dat werkt dóór in een hervormde gemeente. Je staat altijd in de schaduw. Hervormd zijn is voor sommigen eigenlijk maar "op het kantje af'.'

Dus: waar het Woord open gaat en om de Geest gebeden wordt, moeten de dingen in de omgang op hun plaats vallen en gaan we de ander accepteren?

Ds. Schuurman: 'Dat heeft te maken met het vertrouwen dat we elkaar durven te geven. Willen we uitgaan van elkaars integriteit? Dat wordt in de wereld van de predikanten te weinig gevonden. We delen elkaar zo snel in, terwijl als je van hart tot hart spreekt, je vaak dichter bij elkaar blijkt te staan dan het misschien wel lijkt.

Ik denk dat we alles wat in ons vermogen ligt moeten doen om de Schrift te onderzoeken, om te worstelen om een prediking die geestelijk doorgloeid is, waarbij verschillen wat overstegen worden. Het moet toch kunnen dat in de prediking het Woord aan bod komt, waarbij het er niet toe doet waar iemand staat.'

Ds. Kolijn: 'Soms is er een competitie: wie heeft de meeste kerkgangers? Een predikant wordt ergens niet gevraagd omdat de plaatselijke predikant bang is dat de gastpredikant meer kerkgangers heeft. Dat is op het ordinaire af.'

Ds. Schuurman: 'De oefening in zelfverloochening wordt zeker van ons gevraagd.' Ds. Kolijn: 'Ik denk dat je in de prediking je eigen geestelijk leven niet mag verloochenen, maar je mag ook niet alleen prediken zover als je zelf gekomen bent. De Schrift moet verkondigd worden. Je moet vragen wat de Heere in Zijn Woord zegt. Dan komt de veelkleurigheid van de wijze waarop God Zijn kinderen leidt tot haar recht.

Brakel noemt zelfs als een van de bekeringswegen dat iemand zo door de genade van God overweldigd wordt dat hij nauwelijks tijd heeft om aan zijn zonden en el­lenden te denken. Dat is op het randje van de bij ons toch geldende volgorde van wet en Evangelie. Maar hierin zit wel ruimte, een evangelische ruimte. Ik denk dat die bij ons wel onder grote druk staat.'

Volgende week het vervolg: de invloed van de reformatorische zuil op de hervormd-gereformeerde beweging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Op zoek naar evangelische ruimte

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's