Torenspitsen- Gemeenteflitsen
PAPENDRECHT
Aan de zuidwestelijke dijk van de Alblasserwaard ligt het dorp Papendrecht. Het wordt omspoeld door de rivieren de Merwede en de Noord. Aan de overzijde van de Merwede ligt de stad Dordrecht.
Ondanks de brede rivieren en het lage land daarachter heeft Papendrecht al vanouds bewoners gehad. Op meerdere plaatsen zijn bewoningssporen aangetroffen uit de Romeinse tijd en bij sommige opgravingen stuitte men op nog oudere culturen.
Reeds bij de naam komen we bij het godsdienstige leven terecht. Meerdere gemeenten uit deze streek eindigen op 'drecht', dat is een doorwaadbare plaats in de rivier. Deze drecht was destijds van de papen, oftewel van de Domkerk uit Utrecht. Van daaruit is het christendom verspreid en is ook het gehele gebied ontgonnen. Dus de papen gebruikten deze drecht om van en naar Dordrecht te gaan.
Vanouds was Papendrecht een langgerekt dijkdorp, dat veel te lijden had van dijkdoorbraken, veeziektes en branden. In 1741 bijvoorbeeld, spoelde een groot aantal huizen weg door een noordwesterstorm en in 1809 kwam koning Lodewijk Napoleon persoonlijk de schade opnemen langs de zwaar gehavende dijken. De bewoners hielden zich bezig met veehouderij, met de riet-en griendcultuur in de Biesbosch en met scheepvaart en visvangst. Door het grillige spel van de natuur bleef de bevolking grotendeels arm. In oude notulenboeken lees je regelmatig over collectes voor gedupeerden van een brand, voor hulp aan de arbeidende klasse voor de lange, strenge winter, enz.
Papendrecht is waarschijnlijk het oudste dorp van de westelijke Alblasserwaard. Het had al in 1105 een kerk en een pastoor. Tot 1848 was ons dorp een Hoge en Vrije Heerlijkheid, dat ter leen werd gehouden door de Grafelijkheid van Holland. Aan het hoofd ervan stond de Vrijheer van Papendrecht, die met zijn schout en schepenen het bewind voerde.
De kerk heeft altijd op de dijk langs de Merwede gestaan. Dit dijkgedeelte, vanouds de Kerkbuurt geheten, was het oorspronkelijke centrum. Behalve de kerk, die vroeger oost-west stond, bevond zich daar ook de eerste school met schoolhuis, het kerkhof, een café en ongeveer honderd meter oostelijker het grote huis van de Vrijheer. In 1724 werd nog gesproken over een 'gelechhuys' vlak voor de kerk, kennelijk nog uit de roomse periode.
De oude rooms-katholieke kerk moet voor zo'n dorp een vrij imposant gebouw geweest zijn. Een oude prent laat zien, dat het in gotische stijl gebouwd was. Rond 1965 werden naast de kerk enkele kloostermoppen uit de dertiende eeuw gevonden. De kerken, die hierna verrezen, waren eenvoudig. Kennelijk moest men voortaan zelf voor een kerk zorgen, zonder hulp van anderen. Ook de Vrijheer bleef de oude roomse godsdienst aanhangen, want in 1732 was Gerardus Koek huiskapelaan bij de familie Hoynk van Papendrecht. In alle stilte mocht hij alleen voor dat gezin blijven werken. De Vrijheer bleef wel zeggenschap houden in de kerk, maar zal weinig bijgedragen hebben aan onderhoud of verfraaiing van de kerk.
In 1572 moest de laatste pastoor. Jacobus Gerardus van Hoog Blokland, zijn ambt neerleggen. Pas in 1590 kreeg Papendrecht zijn eerste predikant, Johannes Naeranus. Tal van predikanten zijn hem opgevolgd. Enkelen springen er uit. Van 1637 tot 1716 stonden vader en zoon Van den Hatert bijna 80 jaar in Papendrecht! Van een andere predikant, die tevens dichter was, is nog meer bekend. Deze kwam van de gemeente Benschop en deed op tweede kerstdag 1734 intrede en bleef tot zijn dood in 1767 in onze ge meente. Hij werd begraven in de Grote Kerk te Dordrecht. Tijdens zijn bediening in 1752 waren er wonderen van emotionele bekeringen. Dit duurde van 27 februari tot 20 augustus. Reeds in Sliedrecht en Giessendam was Gods Geest krachtig werkzaam geweest. Ds. Elikink was zeer begerig of de wind van de Heilige Geest ook over zou waaien naar Papendrecht. Hij sprak er over tegen de gemeente en bad de Heere ernstig of Hij dit werk ook hier wilde voortzetten. Op 27 februari 1752 wilde hij spreken over het lijdensevangelie maar voelde zich gedwongen te preken uit Joh. 16 : 8: En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, gerechtigheid en van oordeel'. Toen hij aan de toepassing kwam, kregen velen sterke aandoeningen. Men hoorde luide zuchtingen en daarop een hartbrekend gekerm, zodat de dominee genoodzaakt was een eind aan de preek te maken om tot gebed over te gaan. De predikant riep met een sterke stem tot God en dit maakte een grote indruk op de hoorders. Ook de woensdagavonddienst was afgeladen vol. Alleen met sterke vermaningen kon de predikant de dienst tot een einde brengen. Velen waren geraakt in hun gemoed en bleven nog lang na de dienst in de kerk. Op zondag 5 maart was de kerk zo stampvol, dat de predikant over de stoelen moest klimmen om op de preekstoel te komen. Op de donderdag erna kwamen veertig tot vijftig mensen de predikant opzoeken, zo waren ze geraakt door de Heilige Geest. Alle zondag-en woensdagavonddiensten waren afgeladen vol. Uit de wijde omgeving kwam men naar Papendrecht en vaak moest de predikant stoppen met de preek, zo luid waren de aandoeningen. Velen werden door God bekeerd en maandenlang stond Papendrecht in het centrum van de belangstelling.
Ons dorp is lange tijd overwegend hervormd gebleven. Afscheiding en doleantie hadden hier weinig invloed. In 1857 had Papendrecht ± 2100 inwoners. Hiervan waren er 2003 gedoopt en 511 personen hadden belijdenis gedaan. Ten tijde van ds. L. Vroegindewij 1949-1954, kreeg onze gemeente een tweede predikant, namelijk ds. P. M. van Galen. Pas na de watersnood van 1953 brak de bevolkingsgroei door. Momenteel telt de gemeente ± 30.000 inwoners. De onkerkelijkheid is dan ook sterk toegenomen.
De laatste tien jaar zijn er drie predikanten aan onze gemeente verbonden. Ds. A. F. Kaars voor de oostwijk, ds. G. C. Kunz voor de middenwijk, terwijl ds. C. van Vliet sinds kort verbonden is aan de westwijk, waar in 1979 een nieuwe kerk (de Sionskerk) gebouwd is. In 1961 voelde een deel van de hervormden zich niet langer thuis onder de gereformeerde prediking. Hieruit ontstond de Bethlehemkerk, waar een midden orthodoxe prediking gebracht wordt.
De huidige kerk is de derde na de rooms-katholieke kerk. De eerste protestantse kerk stond evenals de rooms-katholieke kerk oost-west, dus evenwijdig aan de dijk. Deze kerk brandde in 1855 af. Het vuur ontstond in het tweede huis ten westen van de kerk en sloeg over naar de galmgaten van de toren. De andere morgen was de kerk, benevens tien woningen en enkele schuren, afgebrand. Hierbij ging o.a. de oude avondmaalstafel verloren. Bij een eerdere brand in het oude schoolhuis (1838) ging het oude avondmaalsservies verloren. Het schoolgebouw werd toen de hulpkerk.
Op 14 maart 1858 werd een nieuwe kerk ingehuldigd. Deze kerk stond anders georiënteerd, namelijk haaks op de dijk. Dit gebouw heeft evenwel geen lange levensduur gekend. Door slechte fundering ontstonden scheuren en op 31 augustus 1890 werd de kerk wegens bouwvalligheid gesloten. Toen heeft men tijdelijk gebruik gemaakt van de westelijke school. In 1891 werd besloten ook te gaan preken in de zondagsschool aan het Oosteind. 'Het Oosteind toont nooit enige belangstelling, maar heeft het nodig, dat wij ons vrij maken van het bloed van deze mensen.'
Op 14 februari 1892 werd de nieuwe kerk in gebruik genomen. Het is een eenvoudige dorpskerk geworden, met een houten torentje en een fraai versierde toegangspartij. In 1929 is deze kerk grondig verbouwd en uitgebreid. De grote ramen vervielen en daarvoor in de plaats kwamen kleine glas-in-loodramen. Aan weerszijden werden beuken aangebouwd en ook de achterzijde werd uitgebouwd. Het daktorentje werd er afgezaagd en vóór de kerkgevel bouwde de burgerlijke gemeente een vierkante, smakeloze toren zonder spits. Door zijn apartheid wel een herkenningspunt voor schippers!
Toen in 1979 de Sionskerk gereed kwam, werd ook de zalencapaciteit achter de Grote Kerk uitgebreid. Door het hoogteverschil met de dijk beschikt men daar nu op twee niveau's over ruime zalen. Daarna werd in 1983 het liturgisch centrum met het orgelfront gemoderniseerd. Om meer ruimte te krijgen voor de avondmaalsviering werd het doophek weggehaald en de banken voor de ambtsdragers anders opgesteld. Het orgelfront werd vernieuwd, waarbij de oude eiken panelen werden vervangen door moderne materialen. Op het dak kwamen sneldekpannen in plaats van de Oudhollandsche pannen en de smeedijzeren gootbeugels gingen de afvalcontainer in. Jammer, dat men toen niet met meer gevoel te werk is gegaan. Want evenals met de verbouwing in 1929 spaarde men niet datgene, wat kenmerkend is voor een oud gebouw. Op deze manier wordt een kerk een lappendeken. Het orgelfront heeft zodoende drie stijlen gekregen. Behalve door branden zijn dus ook door een verkeerd beleid typische onderdelen van onze kerk verdwenen.
Het oudste voorwerp van onze kerk is de klok. Deze schijnt in 1375 gegoten te zijn en voorzover bekend afkomstig van de oude rooms-katholieke kerk. Daarmee is het ook het enige monument in Papendrecht. Het zilveren doopbekken stamt uit 1869, een geschenk uit de nalatenschap van Joost Verheul. Het zilveren avondmaalsstel is van 1897, toen ds. Van Popta 12, 5 jaar in Papendrecht stond. Het oude, tinnen avondmaalsstel, heeft lange tijd in een mand onder de vloer gestaan en is toen aan een opkoper verkocht! Weer een bewijs, hoe slordig men hier omspringt met het culturele verleden.
Doch het belangrijkste, de prediking van Gods Woord, mag ook hier onverkort doorgaan. Het is een Woord, dat niet naar de mens is, maar wanneer men als zondaar hiervoor ingewonnen mag worden, dan is iedere dienst een genadegift.
J. M. van der Esch, ouderling-kerkvoogd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's