Hoe samenbindend is de prediking?
Ds. P.kolijn en ds.j.c.Schuurman over de invloed van de zuil
Hoe gaan we als hervormd-gereformeerden met elkaar om? Binnen welke grenzen erkennen we een legitieme verscheidenheid? Wat is de invloed van de reformatorische zuil op onze gemeenten? De eerste twee vragen kwamen vorige week uitvoerig aan de orde in een gesprek met twee predikanten, behorend tot een verschillende generatie. Vandaag praten ds. P. Kolijn, emerituspredikant te Krimpen aan den IJssel, en ds. J. C. Schuurman, die de gemeente van Alblasserdam dient, verder. Nu staat de laatste geformuleerde vraag centraal
Een zekere breedte heeft de hervormd-gereformeerde richting altijd gekenmerkt. Wat dreigt, is echter dat verschillen in toenemende mate in georganiseerde vorm een blijvend karakter krijgen. Met deze zinnen werd ook vorige week de discussie ingeleid. Deze week ligt de spits elders. Ds. Kolijn: 'Onder invloed van de reformatorische zuil wordt er sterker georganiseerd. Dat gaat me steeds meer irriteren'.
Als ds. Kolijn spreekt over de invloed van de zuilvorming op hervormd-gereformeerden, noemt hij allereerst een uitwendige invloed. 'Ik denk aan kleding en gedrag. Daarnaast constateer je ook een denken meer vanuit de verkiezing dan vanuit het verbond, meer vanuit de wedergeboorte dan vanuit de rechtvaardiging, om het theologisch op noemer te brengen. Het gemeentelid zal zich daarvan niet altijd bewust zijn.'
Waardeert u het verschijnsel verzuiling positief of negatief?
'Ik denk dat het noodzaak is, wil je bijvoorbeeld bij de overheid wat het onderwijs betreft nog gehoor vinden. Maar dat is tegelijk een dubieuze zaak. Ik heb in dit opzicht ervaring als oud-voorzitter van het Plancius-college en vraag: Waarom tolereren de Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland ons? Omdat ze ons nodig hebben voor het getal.'
Krachten bundelen
Ds. Schuurman: 'Bij mij ligt de verzuiling ook heel ambivalent. Het positieve vind ik dat je de krachten kunt bundelen, dat je een zekere veiligheid kunt bieden. Daarbij vraag ik me wel af of het echt veiligheid is, of meer een kortetermijnoplossing. Ik denk dan vooral aan het onderwijs, omdat de jongeren tóch midden in de maatschappij komen te staan'.
Ds. Kolijn: 'De correctie die je thuis geeft, is heel belangrijk. In Scherpenisse, waar ons kind naar een kerkenraadsschool van de gereformeerde gemeente ging, hoorden ze dingen die ze thuis niet hoorden'.
Hoe vertaalt zoiets zich naar de kerkelijke gemeente?
Ds. Schuurman: 'Ikzelf heb de indruk dat het behoorlijk doorwerkt. Je merkt aan je catechisanten precies wie er op een reformatorische school zitten en wie niet. Je schrikt soms van een type geloofsbeleving. Ik erken dat hun kennis op godsdienstig gebied groter is, maar loop er vooral tegenop dat kinderen zo'n verwrongen godsbeeld hebben dat dat bijna niet bij te stellen is. Elke drie maanden vragen sommigen vanuit angst of ik bepaalde zaken nog eens vanuit de Bijbel wil uitleggen. Ik denk dat dit in kerkenraden doorwerkt, dat mensen onvoldoende de breedte van de Hervormde Kerk op het oog hebben en ook een versmalling in het beleid gaan toepassen. Dat werkt door in het vragen van predikanten. Het neemt het zicht op een legitieme verscheidenheid weg'.
Ds. Kolijn: 'Ik heb op de Rotterdamse scholen mijn partijtje in de verzuiling meegeblazen, maar wat ik nu merk via mijn kleinkinderen, is dat leraren godsdienst in het voortgezet onderwijs stokpaardjes berijden, met name van de Gereformeerde Gemeenten (in Nederland). Als bestuur zeiden we altijd: "Je moet de breedte van de leerlingen in de gaten houden". Ik zie nu meer en meer het doordrukken van een extreem verkiezingsdenken. Een afwijking naar links noemen we een ketterij, naar rechts spreken we van dierbaarheden, maar het hypercalvinisme vind ik een gereformeerde ketterij'.
Mildheid
Ds. Schuurman: 'Ik loop vaak op tegen de verabsolutering van standpunten en mis de mildheid. Daarmee pleit ik niet voor kleurloosheid. Wat ik constateer, kan uiteraard sterk per plaats verschillen. Ik spreek ook collega's bij wie deze vragen helemaal niet leven en die zeggen: "Hadden mijn catechisanten hier maar iets meer van". Je zou dan willen dat ze meer zaten met de vraag: "Ben ik wel echt een kind van God, hoe kom ik tot geloof en wat is bekering? " Het is moeilijk om er in algemene termen over te spreken. Geloof en bekering worden te veel uit elkaar getrokken. Kinderen zeggen wel te geloven, maar niet bekeerd te zijn.
Hoe gaan we hiermee om? Het is niet goed om je steeds te richten op het benoemen van de fronten, om op allerlei dingen in te gaan en van alles te willen rechtzetten. Ik zou willen starten bij het hart, zowel in de prediking als op de catechese. Wat staat er in de Schrift? Wat is er in het Woord geopenbaard? Laten we zoeken naar een gezonde, bijbelse en geestelijke prediking, biddend of de Geest er een innerlijke kracht aan wil geven, zodat het niet onze woorden zijn, en er tijdens de eredienst iets gebeurt. Je hoopt dan dat mensen merken dat het Woord met kracht naar hen toekomt en zij moeten buigen. Dan gaat de Schrift open en tonen we de waarde van de belijdenis aan. Dan halen we de dingen weg uit de dogmatische sfeer, terwijl er wel een goede dogmatiek onder ligt, hoor.'
Ds. Kolijn: 'Ik onderschrijf dit, al kun je de confrontatie niet altijd uit de weg gaan.'
Zijn we meer verantwoordelijk voor de Hervormde Kerk dan voor de gereformeerde gezindte?
'Ik denk dat dat heel ambivalent is. Er zijn collega's in onze kerk, van wie je moet zeggen dat ze ten diepste een heel andere godsdienst aanhangen, terwijl ik onder de verwrongen gedachten in de rechterflank altijd iets herkend heb, als ik hen aansprak op Schrift en belijdenis. Denk aan het prachtige artikel 26 uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis over de voorbede van Christus, dat eindigt met: "Toen God ons Christus gaf, wist Hij wel dat we zondaren waren": hoe vaak ik dat al niet geciteerd heb! Of neem artikel 17: "Toen Adam al bevende voor Hem vlood, God Zich zelf op weg begeven heeft", dat zijn dingen uit de belijdenis die me zo dierbaar zijn. Of: "Zovelen als God er roept, roept Hij ernstig".'
Ds. Schuurman: 'Je start hier positief, vanuit het hart'.
Ds. Kolijn: 'Maar dan heb ik de dingen wel bij name genoemd. Ik heb bij de opening van het winterwerk over Laodicea gepreekt, de gemeente waartegen God zegt: "Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop", jij zeker ook...'
Ds. Schuurman: 'Nee, ik ben momenteel met Nehemia bezig'.
Ds. Kolijn: 'Oké, ook goed, maar Boston zegt: "Het hardste woord dat God tot ons zegt is: Kom". Die korst, die verhindert dat we horen, hebben we allen om ons hart'.
Ds. Schuurman: 'Het heeft te maken met ons eigen geestelijke gehalte. Staan we zelf in de vrijheid, zodat we niet naar andere kerken behoeven te kijken, omdat het lijkt dat men elders meer grip op het geheel heeft? Het is het eigene van een hervormde gemeente met alle spanningen die daarbij horen; dat je te maken hebt met een grote rand'.
Openheid
'Ik vind het grote gevaar van de verzuiling niet alleen dat de dingen worden aangescherpt, maar ook dat de openheid naar buiten toe verdwijnt. In hoeverre zijn we echt bereid om open te staan naar mensen die heel zoekend de weg naar de kerk vinden, maar die niet in onze schema's passen? Als er een bepaalde wijze van geloofsbeleving gesystematiseerd gaat worden, doodt dat de prediking ook. Het grootste is als verschillen vanuit een levende verkondiging overstegen worden. Soms kan een tekst je een totaal andere kant uit leiden dan je eigen paadje aangeeft. Durven we dat dan?
Dat heeft ook te maken met het beleid van de kerkenraad. Waar luisteren we naar? Luisteren we naar de Heilige Schrift, binnen de kaders van de belijdenis? Laten we ons ook verrassen, als de dingen eens wat minder vertrouwd gezegd worden? '
Ds. Kolijn: 'Heb jij het wel eens ervaren dat je dingen van je eigen kerkenraad eigenlijk niet zo mocht
zeggen? '
Ds. Schuurman: 'Nee, ik heb daar heel weinig mee te maken gehad, maar herken wel de verzoeking dat je in de prediking, als je niet uitkijkt, bepaalde knipogen gaat geven. Als ik het eens zó zeg, dan kan ik die groep wat vasthouden of daar wat meer opening krijgen. Soms moet ik daar tegen vechten, al heb ik vooral ervaren, hoewel ik nog niet zo lang als ds. Kolijn meeloop, dat de prediking samenbindt'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's