Globaal bekeken
'n Rympie uit toeka1) dae, geknipt uit 'Die Hervormer'(Zuid-Afrika):
Toe Noag strand teen Ararat
Die ark begin in puin raak
Toe se hy: Aarde maar dis nat,
Nou kan 'n mens weer tuin maak.
Het ek nie met die ark geswoeg,
was ons ook in die pekel
Van water het ek nou genoeg,
'n lewenslange hekel.
Kom Sem en Gam, maak vir pa mooi reguit slootjies,
Jaaf 2) my kind, plant jy die wingerdlootjies.
Die kromhout groei en Noag skink
die sap 'n bietjie later
Daarin het sedert meer verdrink
dan in al die vloed se water "
1) heel lang geleden
2) Jafeth
Een stukje over de euro, geknipt uit Daniël, jongerenblad van de Gereformeerde Gemeenten:
'Het zal even wennen worden met die nieuwe euro. Zeker ook, omdat er een omrekening moet plaatsvinden van guldens naar euro's. Dit moet plaatsvinden voor de hoogte van zakgeld en bijverdiensten tot en met salarissen en pensioenuitkeringen. Ook alle contributies en bijdragen zullen aangepast moeten worden. De opbrengst van de collecten worden straks vermeld in euro, een predikant wordt straks beroepen op een honorarium, uitgedrukt in euro, enzovoort.
Ook de geschiedenisboeken moeten worden aangepast, want de gulden is straks historie. Dan wordt het:
1325 Jan III slaat de eerste gulden in Brabant
1521 Karel V voert het Nederlandse muntstelsel in en geeft de gouden carolusgulden uit
1694 Invoering van de zilveren statengulden met de Nederlandse maagd op de beeldenaar
1816 Het pasgevormde koninkrijk slaat guldens met het portret van Willem I
1968 Vervanging van de zilveren door nikkelen guldens
2002 Vervanging van de gulden door de euro.
In 1935 gaf J. H. Gunning JHzn. een bundeltje uit het Duits vertaalde gebeden uit onder de titel 'Een bede voor elke dag'. Bij uitgeverij J. J. Groen en Zn. te Heerenveen verscheen nu de 25e (!). druk in mini-formaat, handig om in de zak te steken. Gunning zelf schreef er het volgende over:
'... Het is zo'n handig hulpmiddeltje. Het is zo gemakkelijk te te nemen naar atelier of fabriek, naar kantoor of bureau, op reis of op de wandeling. Waarom het geen vaste plaats gegeven in vestzak of tasje? De huisvrouw vindt er te midden van haar drukke dagelijkse bezigheden, de zieke in zijn gedwongen afzondering, de jonge man in zijn jachterig leven, de oude van dagen in zijn eenzame teruggetrokkenheid, allicht een uitgangspunt of steunpunt in voor verdere gebedsoefening.
Laat men deze korte gebeden nu niet op een goud schaaltje, woord voor woord, gaan wegen en toetsen aan eigen of anderer leerstelsel en uitspraken. Bid liever mee, mijn broeder of zuster, en denk over wat gij hier leest in biddende stemming enige ogen blikken na. Laat ons toch de gemeenschap der heiligen zoeken en niet wat verdeelt of verscheurt! Ongetwijfeld keert dezelfde gedachte in verschillende dezer beden meer dan ééns weder. Ach, is alle bidden en danken in zekere zin niet eentonig? Als de grondtoon maar dank en ootmoed is!
Het gebed behoeft niet altoos een formeel-uitgesproken smeek-of dankgebed te zijn, met een verheven aanspraak begonnen en een plechtig Amen besloten. Het kan ook te midden van de meest alledaagse bezigheden worden onderhouden. Er bestaat Gode zij dank een "bidden zonder ophouden evenals er "liederen zonder woorden" zijn. Het kan ook met geopende ogen, ja zonder bewuste ordening van gedachten en klanken een Gode welgevallig en vruchtdragend bidden zijn, een verkeren met de hemelse Vader, een rusten van het vermoeide zondaarshart aan de trouwe borst van de Heiland. Hoe killer en eenzamer het in deze droeve wereld wordt voor de christen, hoe moeilijker het valt in onze verscheurde, twistzieke dagen een mede-pelgrim te vinden, die eens met u mede-voelt en mede-leeft en mede-bidt om de eenheid van Gods Kerk en om de onderlinge gemeenschap met de verstrooide kinderen Gods, des te nodiger is het zich te oefenen in de "heilige bidkunst" en de snaren van ons zieleleven te stemmen in harmonie me de eeuwige liefde Gods, ons in Christus Jezus geopenbaard. (...)'
Hier volgen drie willekeurig gekozen gebeden:
• 'Grote God, schenk mij een zachtmoedige geest. Laat mij met tere handen de wonden der wereld aanraken. Bewaar mij voor ongoddelijke strengheid en voor een liefdeloos oordeel.'
• 'Barmhartige Vader, Gij kent mijn zonden. Help mij ze te haten. Ik lever U de zonde, die ik liefheb, uit. Help mij ze te ovenvinnen. Geef dat ik alleen het goede beminne en naar al wat rein is jage.'
• 'God van alle genade, laat Uw Heilige Geest aan mijn ziel arbeiden en tot in haar diepste schuilhoeken doordringen. Geef dat ik niets voor mijzelve houde, maar U mijn leven volkomen overgeve. Doorzoek mijn hart en zinnen en maak mij geheel tot Uw eigendom.'
De Chr. studentenbeweging IFES-Nederland gaf een boekje uit, getiteld 'Gesprekken met studenten van toen - voorbeelden van nu' (uitgave Barnabas, Heerenveen). Hier volgen drie korte fragmenten.
• Mevr. Mirjam den Boer-Neele (V.B.O.K.)
'Ik herinner mij nog heel goed de noodzaak van verduistering en de spertijd. Wij mochten als kinderen dus niet vaak buiten spelen. Door de onrust van herhaaldelijk luchtalarm ben ik nauwelijks naar de kleuterschool geweest Ik denk dat ik daardoor best wat basisvaardigheden mis: als ik een artikel uit de krant knip, gaat dat gegarandeerd scheef! Verder was er weinig te eten. Ook roept bijvoorbeeld het geluid van marcherende soldatenlaarzen nog altidj merkwaardige associaties bij mij op... Maar daarna was er natuurlijk de emotie van de bevrijding! Uit het raam hangend heb ik de intocht van de Canadezen mee beleefd. Ik weet nog goed dat ik de straat niet op mocht. Mijn vader, inmiddels weer terug, was bang dat ik onder de voet gelopen zou worden. Maar ik dacht zelf dat ik, wanneer ik een jongen was geweest, wel had mee gemogen. Ik voelde me bepaald achtergesteld! Na de bevrijding ging het beter: we konden weer fijn buiten spelen, de huizen hoefden niet meer verduisterd te worden en we kregen weer te eten. Ik kan me het heerlijker wittebrood uit Zweden nog goed voor de geest halen; je moest er een week mee doen! En dan de kleding uit Amerika! Wij hadden daar familie wonen en zo nu en dan stuurden zij pakketten met kleding en voedsel op. Fantastisch om uit te pakken, zeker in die tijd van schaarste! Ik denk dat de oorlog, maar ook het gegeven dat ik uit een meisjesgezin afkomstig ben, mede bepalend zijn geweest voor mijn verdere levensloop.'
• Prof. dr. Willem J. Ouweneel:
'Na in Deventer en in Apeldoorn te hebben gewoond, heeft Ouweneel jr. in Utrecht van 1962 tot 1967 biologie gestudeerd. Daarna werkte hij aan zijn promotie, die werd gefinancieerd door een ZWO-beurs. Ook verdiende hij bij als leraar biologie. In 1970 promoveerde hij op het terrein van de ontwikkelingsbiologie. In die tijd deed hij research bij een laboratorium van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Hij heeft daar in totaal tien jaar gewerkt, maar besloot om een aantal redenen te stoppen. In de eerste plaats vanwege zijn benoeming in de "Vergaderingen", die steeds meer tijd in beslag ging nemen. Daarnaast voelde hij zich steeds meer opgesloten in het werk. "Ik dreigde een specialist te worden, dat is iemand die bijna alles weet van bijna niets. En dat ligt niet in mijn aard. Mijn aard is veel meer om bijna niets te weten van bijna alles. Ik vond het werk wel leuk, maar op het laatst kon ik maar met vijf mensen op deze wereld echt praten over mijn werk. Mensen dachten dat Ik de wetenschap ging verlaten in de veronderstelling dat ik me geheel zou toewijden aan de bediening als prediker Zelf hoopte ik nu echt pas een wetenschapper te worden." In het begin hield hij zich in zijn vrije tijd bezig met wijsbegeerte. Eerst vanuit de theoretische biologie met vragen als "waar ben ik mee bezig? "; vervolgens naar de theoretische grondslagen van de biologie, de vakfilosifie van de biologie, en van daaruit naar de algemene filosofie.'
• Ds. Arie van der Veer (voorzitter E.O.)
'Naast inzicht in het Woord ben ik sterk gegroeid in de kennis van het werk van de Heilige Geest. Eén boek heb ik in mijn leven meer dan andere boeken gelezen en dat is het boek van professor Floor. De doop met de Heilige Geest. Dit boek heeft mij enorm geholpen in de strijd die ik had met betrekking tot vragen over de Heilige Geest: de doop in de Heilige Geest, het spreken in tongen en andere geestesgaven. Het boek van professor Floor biedt een gedegen bijbels fundament. Het inzicht dat ik over de Heilige Geest verwierf, heb ik vaak ook weer doorgegeven. (...)
Persoonlijk heb ik niet een groot verlangen om bijvoorbeeld in tongen te kunnen spreken. Als ik die gave zou hebben, denk ik dat ik haar wellicht verkeerd zou gebruiken. Je moet niet aan dergelijke gaven een stuk geloofszekerheid willen ontlenen. God heeft de gaven gegeven tot opbouw van de gemeente.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's