'Beleid maken tot getuigend gemeente-zijn' (1)
Ambtsdragersvergadering Overleg Grote Stedenj
Inleiding
In de eerste uitnodiging voor de bezinningsdag 'Grote Steden' stond dat ik zou spreken over 'getuigende gemeente zijn'. Maar in een nadere aankondiging moest het met name gaan over 'beleid maken, een onmogelijkheid of noodzakelijkheid? ' Je kunt je afvragen wat die twee met elkaar te maken hebben. Om tot een getuigende gemeente te worden, kun je daar wat aan doen? Is dat een kwestie van beleid of juist niet? Dat is de vraag waarvoor we staan. Om met dat laatste te beginnen.
1. Beleid maken: onmogelijkheid of noodzakelijkheid?
Beleid maken, kan dat eigenlijk wel? Zijn dat wel woorden die bij de kerk en het gemeente-zijn passen? De kerk is toch geen bedrijf, ook al spreken we wel van het 'kerkelijk bedrijf'. Gaat het niet eerder om belijden dan om beleid? Bij beleid gaat het tenslotte om óns, om wat wij uitdenken en 'maken'. Daarin wordt de suggestie gewekt dat de gemeente - net als de samenleving - maakbaar zou zijn. Daarin komt bovendien niet tot uitdrukking dat we afhankelijk zijn van de Heere en van Zijn beleid. Het lijkt op z'n minst in strijd te komen met het gegeven dat God door Zijn Geest de gemeente leidt en de weg wijst. Daarom kun je de vraag stellen of je met beleid maken de Geest niet juist voor de voeten loopt, doordat je doet datgene wat wij, ambtsdragers als 'beleidsmakers', denken wat goed is voor de kerk. Zonder te vragen: Heere wat wilt Gij dat wij doen zullen?
We zijn in onze gemeenten op z'n minst huiverig voor het maken van beleid, we hebben in onze kerk al beleidsmakers genoeg, mensen die achter hun bureau de lijnen uitzetten. De heer Van der Graaf kan daar een boekje over open doen. Dat heeft hij ook gedaan toen hij in het noorden des lands sprak over het liberale beleid van de synode dat zwaarder lijkt te wegen dan het belijden der kerk. Opmerkelijk overigens, in dezelfde krant waarin ik een verslag daarover las (ND) stond op dezelfde pagina een verslag van de Haamstede-conferentie, waar ds. Den Butter (chr. ger.) opmerkte dat we bij conflicten in de gemeente niet naar de Vijverberg hoeven om een cursus conflicthantering te volgen. We moeten oppassen leentjebuur te spelen bij deze wereld, zo zei hij volgens deze krant. Dus - zo lees en versta ik dat - je moet daarin maar niet een bepaald beleid voeren, want dat zou weleens haaks kunnen staan op wat God in/met de gemeente wil, ook als het gaat om interne problemen. Daarin moeten we alleen de richtlijnen van het Evangelie toepassen en luisteren naar wat de Geest tot de gemeente zegt. We hebben daarin dus naar Zijn beleid te vragen.
En wie zal het ontkennen? Je krijgt soms de indruk dat beleidsmakers in de kerk de koers bepalen en dat inderdaad de Heilige Geest weleens voor de voeten gelopen zou kunnen worden. Dat kan ook. Je kunt niet van het geloof, maar wel van het beleid in de kerk veel te veel verwachten. Je kunt het zwaar overschatten alsof de kerk van beleid afhankelijk is. Ook hier geldt: als de Heere het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen de bouwlieden, ook de beleidsmakers. Dat zullen we nooit vergeten.
Maar maakt dat beleid maken onmogelijk? Is dat tegen de wil en weg van God? Beleid maken kan niet zonder belijden, zeker niet zonder het belijden van je afhankelijkheid van de Heere, in alles. Beleidsstukken zullen dan ook bepaald niet zwaarder mogen wegen in de kerk dan het belijden. Maar omgekeerd: belijden kan ook niet zonder beleid. Spreuken 11:14 zegt: Als beleid ontbreekt, komt het volk ten val'. Trouwens, we kunnen wel denken van niet, maar als kerkenraden voeren we allemaal een bepaald beleid, ook al hebben we geen beleidsplan. Immers alle nadenken over de gemeente heeft met beleid te maken. Als we ons afvragen hoe het verder moet met de gemeente, of waar de mensen blijven die afhaken (of stellen we die vraag niet? ), of als er in een nieuwe woonwijk een kerk gebouwd moet worden, enz. dan hebben we het over beleid. Trouwens we organiseren ook, maken afspraken hoe laat de diensten beginnen, of het zin heeft bijbel-en gesprekskringen op te zetten, wanneer we deze of die actie zullen houden, enz. Het staat alles onder de noemer 'beleid'.
Vaak betekent dat in de praktijk echter een ad hoc beleid, reageren we op wat er zich op een bepaald moment in de gemeente aandient. Daarbij komt het voor dat ambtsdragers, die in het kader van hun beroep niet anders doen dan nadenken over beleid en ook beleid 'maken', zodra ze de kerkenraadsvergadering binnenkomen de knop omzetten. Het enige beleid is dan: hoe kunnen we de zaak enigszins gaande houden en - soms ook - nieuwe ontwikkelingen tegenhouden. Het enige beleid is -zo lijkt het wel - het ontbreken van beleid. En als ik dan nog eens het woord van de spreukendichter lees, is het gevolg daarvan niet zo best.
Beleidmaken is daarom niet een wenselijkheid, laat staan een onmogelijkheid, maar een noodzakelijkheid, een opdracht. Als ik alleen al denk aan onze jongeren, immers onze jongeren - voorzover zij nog betrokken zijn en meeleven - zijn de kerk van morgen, ook de kerkenraad van morgen. Zullen we dan nu al niet moeten nadenken over de gemeente van morgen, daartoe lijnen uitzetten, de jongeren toerusten, enz.? En dat met het voortdurende gebed om Gods leiding en wijsheid in alles? Bovenal ook in het geloof dat het de Heere is die Zijn gemeente bouwt? Maar ook in de wetenschap dat Hij ons daar wel met de ons geschonken gaven bij inschakelt?
2. Wat verstaan we eronder?
Met beleid maken bedoel ik het ontwikkelen van visie en het maken van plannen waarvan we hopen en bidden dat God die in de gegeven situatie van de gemeente gebruiken en vruchtbaar maken kan. Zoals gezegd zullen we die plannen altijd moeten stellen onder de leiding en het beleid van Hem die het Hoofd is van Zijn gemeente. Kan Hij ze gebruiken tot Zijn doel, is daarbij de vraag. Zo niet, dan kun je ze net zo goed of beter in de prullenbak gooien, alle mooie plannen en prachtige formuleringen ten spijt. Onze beleidsplannen zijn ondergeschikt aan Zijn grote plan met Zijn gemeente in deze wereld. Maar in dat bewustzijn zullen we ze wel maken en niet de toevlucht nemen tot het bovengenoemde ad hoc beleid, wat zoveel is als geen beleid. Want dan overkomen je de dingen, hol je achter de feiten aan, kunnen er dingen gebeuren waar je geen enkel zicht, laat staan enige grip op hebt.
Bij het ontwikkelen van visie om dat vervolgens te vertalen in beleid zijn m.i. een aantal zaken uitermate belangrijk.
a. Om te beginnen zullen we daarbij ons uitgangspunt nemen in de Schrift. Want ook al komt het woord beleid in de Bijbel niet zo vaak voor - van de Heere wordt gezegd dat bij Hem kracht is en beleid (Job 12 : 16) en dat Hij wonderbaar van raad is en groot van beleid (Jes. 28 : 29) - de zaak is wel degelijk overal in de Schrift aanwezig. In ons 'beleidsvenster' (in februari '97 vastgesteld) hebben we daarvoor een aantal complementaire bijbelse begrippen over de gemeente bij elkaar gezet, zoals Hoofd en lichaam, lichaam en leden, gemeenschap en enkeling, eenheid en verscheidenheid, ambten en gaven, toewijding en dienst, verkondiging en toerusting, bouwen en bewaren, loven en bidden, handel en wandel, verwachting en volharding, getuigenis en werfkracht. Wezenlijke elementen van het gemeente-zijn zoals de Heere die heeft bedoeld.
b. De analyse van de gemeente. Het is belangrijk na te gaan waar de accenten liggen in de gemeente, wat haar zwakke en sterke kanten zijn op het gebied van de verkondiging, de toerusting, het apostolaat en het diaconaat, de gemeenschap, enz. Zelfreflectie is niet minder nodig. Waarom doen we eigenlijk wat we al jaren doen, bijvoorbeeld: geven we in het pastoraat terecht veel aandacht aan de ouderen en minder aan de jongeren? Hoe kijken we aan tegen de jongeren? Horen ze er echt bij of mogen ze meedoen voorzover wij - ouderen - het acceptabel achten? We zullen ook kijken naar de leeftijdsopbouw van de gemeente. Verandert dat in de loop der jaren? Treedt er verjonging of vergrijzing op in de gemeente en zijn daarvoor oorzaken aan te geven? Is er numerieke groei of juist teruggang? Komen er vanuit deze wereld mensen bij, ongelovigen die tot geloof in de Heere Jezus komen en aan de gemeente worden toegevoegd, of niet? En zo niet, waarom niet? Gaan er gemeenteleden weg? Waardoor? Verhuizing, overlijden of om andere redenen? Deze en soortgelijke vragen dienen bij een analyse van de gemeente aan de orde te komen.
c. Het derde punt is de vraag waar we met de gemeente naar toe willen? Beter gezegd: Wat is haar doel? Hoe zien we haar toekomst in een snel veranderende samenleving en cultuur? Ik kom daar zo dadelijk op terug.
d. In de vierde plaats zullen we algemene en concrete beleidsvoornemens formuleren om tot dat doel te komen. En ik herhaal: nog altijd in de overtuiging daarbij in alles afhankelijk te zijn van de Koning der Kerk, maar ook in het vaste vertrouwen dat Hij ons de weg wijst, er open voor dat Hij ons ook andere wegen kan laten zien die beter zijn voor de gemeente.
e. De kerkenraad heeft hierbij een voortrekkersrol, maar hij heeft niet het beleid in pacht. Wij bepalen dat niet zonder de gemeente. Daarom zal de kerkenraad in voortdurend overleg met de gemeente - via informatie en consultatie - dit beleid opstellen, opdat de gemeente in zo'n proces van beleidsvorming kan meedenken en - vooral - kan meekomen. Wee de kerkenraad die enkele kilometers voor de gemeente uitloopt. Dat moet misgaan. Beleid vraagt dat het kerkbreed in de gemeente gedragen wordt.
3. Doel van de gemeente
Het is vanuit de Schrift niet zo onduidelijk wat het doel van de gemeente is. Zij is immers als het lichaam van Christus Zijn representatie op aarde. Afgezien van al haar gebrokenheid zou je kunnen zeggen: wie Christus wil zien, moet naar Zijn gemeente kunnen kijken, naar haar bewogenheid, liefde, vergeving, getuigenis, enz. Dat betekent dat haar doel ook in het verlengde ligt van Zijn zending. Hij kwam om het verlorene te zoeken en te redden, om leven te geven en overvloed. En niet alleen aan de 'schapen' van Israël, maar ook aan hen die van die stal niet zijn, de heidenen dus. Er zijn vele bijbelplaatsen die dat onderstrepen, denk slechts aan het zendingsbevel aan het slot van Mattheüs en Markus. Het gaat de Heere God om heel Zijn schepping en om alle volken. Zijn grote doel is daarom, om het met de woorden van Paulus te zeggen: ... dat in de Naam van Jezus alle knie zich zal buigen en iedere tong zal belijden, dat Jezus Christus de Heere is, tot eer van God, de Vader!' (Fil. 2:10-11).
Dat geeft aan dat de gemeente er in de eerste plaats niet is voor zichzelf, maar voor hen die buiten staan. Haar uiteindelijke doel ligt m.a.w. niet 'binnen de deur', maar erbuiten. Zoals iemand zei: 'De kerk is de enige gemeenschap in deze wereld die bestaat ten behoeve van haar niet-leden'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's