Globaal bekeken
In een regionaal kerkblad troffen we het volgende 'kostersgedicht':
Hij is geen ongewiclitig man,
de tooster van de kerk .
Al staat hij niet in 't ambt,
hij doet belangrijk werk.
Een groetje hier, een praatje daar,
wijst hof'lijk plaatsen aan.
En maakt er nog wat plaatsen bij
voor hen die moeten staan.
Hij lest de dorst van dominee,
bezorgt hem ook wat licht.
Geeft briefjes aan de organist,
en schuift gordijnen dicht.
Zorgt voor de juiste atmosfeer,
houdt vloer en banken schoon,
opdat Gods huis op 's Heeren dag
zich op het schoonst 'vertoon'.
In de altijd lezenswaardige rubriek van F(lorijn) te S(cherpenzeel) in De Wachter Slons stond het volgende over het sterven van Philippus Melanchthon (19 april 1560), onder de titel 'Stervensbalans':
'(...) Hij had eens geschreven': "Ik zal gaarne uit dit leven scheiden, wanneer het Gods wil is. Zoals een wandelaar in de nacht wacht op het morgenrood, zo verlang ik vurig naar het licht van de Hemelse Academie".
Kort na zijn sterven vond men onder zijn papieren een blad dat hij in twee kolommen verdeeld had, bijna alsof hij een balans had willen opmaken: een stervensbalans. Erboven stond: Redenen waarom je niet al te bang hoeft te zijn voor de dood.
En links: - Je zult vrij worden van de zonden.
- Je zult bevrijd worden van de plagerij en razernij van de theologen.
Rechts:
- Je zult in het licht komen.
- Je zult God zien.
- Je zult Gods Zoon door aanschouwing leren kennen.
- Je zult die wonderbare geheimenissen verstaan, die je in dit leven niet hebt kunnen begrijpen: waarom we geschapen zijn zoals we zijn, en hoe het mogelijk is dat God en mens één zijn in Christus.'
In De Zondagsbode (Westland) troffen we onder gemeenteberichten 'Een Joods verhaal':
'Koning Salomo dacht na over de plaats waar hij de tempel zou bouwen. Hij kon er niet van slapen en ging 's nachts voor het raam in zijn paleis staan. Door het donker van de nacht zag hij een man die een schoof koren van het ene stuk land wegnam en die bracht naar een ander stuk. Zorgvuldig zette hij die schoof bij de andere op dat stuk land. Een dief, dacht de koning. Die zal ik morgen eens aan de tand voelen. Maar een poos later zag hij opnieuw een man komen. Die nam een schoof koren van dat tweede stuk land en sleepte die naar het eerste. Vol verbazing keek koning Salomo toe: was hij nu getuige van een tweede diefstal?
Toen het dag geworden was, riep hij de twee mannen bij zich en vroeg wat zij te zeggen hadden op zijn beschuldiging. De eerste nam het woord en zei: Koning, wat vind ik het jammer dat u dit gezien hebt vannacht. Deze man is mijn broer. Hij heeft een groot gezin en ik ben maar alleen. Ik wilde hem iets geven van mijn oogst, maar ik weet dat hij nooit iets zal aannemen. Daarom ben ik in de nacht opgestaan om een schoof van mijn land op het zijne te leggen. Zijn broer zei: Koning, mijn broer is maar alleen, hij heeft niemand die op zijn oude dag voor hen zal zorgen. Daarom heb ik in de nacht Iets van mijn oogst aan de zijne toegevoegd, zodat hij zal kunnen sparen.
Toen de broers eikaars verhaal hoorden, omhelsden zij elkaar Koning Salomo was zeer verheugd en vroeg: Mag ik jullie akkers kopen, want op deze plek van broederliefde wil ik Gods tempel bouwen. En zo geschiedde.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's