De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

14 minuten leestijd

Kerkbladen

Het zou een studie waard zijn om het verschijnsel van kerkelijke bladen eens te onderzoeken. Het is werkelijk imponerend wat er op kerkelijk en semi-kerkelijk gebied aan lectuur verschijnt. Er zijn de plaatselijke kerkboden, die zich vooral beperken tot het geven van informatie over kerkdiensten en andere berichten die tot het directe gebeuren in de plaatselijke gemeente, c.q. kerk behoren. Daarnaast zijn er de kerkbladen, die gebonden of niet-gebonden aan gemeente of - kerk niet alleen maar plaatselijke informatie geven, maar zich ook richten op gebeurtenissen buiten de plaatselijke situatie. Daaronder nemen opinievormende artikelen een belangrijke plaats in. Je zou ook nog onderscheid kunnen maken tussen regionale en landelijke bladen, gebonden aan een instantie of vereniging binnen een kerkverband. Soms gaat het dan om richtingsbladen of om bladen die zich richten op een specifiek terrein, zoals zending of theologie en dan zijn we er nog niet, want er zijn ook nog internationale kerkelijke bladen en zo zou men kunnen doorgaan. Als men het geheel in kaart zou brengen zou men tot een enorm aantal (soorten) bladen komen, verspreid over een zeer breed spectrum. Het ene kerkblad draagt een nog klinkender naam dan het andere. Noem ze maar op: Kerkklanken, de Zaaier, De Waarheidsvriend, Het Centraal weekblad. De Saambinder, De Wekker, Het Gereformeerd Weekblad, In de Waagschaal, De Bazuin, Diakonia, Alle den Volcke, Ecclesia, enz. enz. Het kerkelijk leven zou niet meer in te denken zijn zonder deze bladen.

Kerkbindend en kerkscheidend

Als meelevend gemeentelid ken je het 'ritueel' . Ik bedoel dat de postbode of de bezorger je eigen kerkblad in de brievenbus deponeert. Je ziet het en meteen ga je er op af en je kijkt wie er aanstaande zondag preekt. O die! Nou, dat kon slechter. Ook andere, zelfs tegenovergestelde reacties komen voor. Vervolgens kijk je dan naar de rubriek gemeenteberichten (zieken, kringen enz. enz.) en bij een wat uitgebreider blad naar een interessant artikel. Zo heeft een kerkblad de functie van berichtgever. Maar ook van opinievormer. Wat er plaatsvindt op kerkelijk-en theologisch gebied wordt belicht vanuit een bepaalde optiek. Een kerkblad kan zo een eigen kerkelijke kleur, een eigen theologisch gezicht krijgen. En dat kan tot gevolg hebben dat er een bepaalde werking van een kerkblad uitgaat. De een is het met een artikel eens, de ander niet. En binnen de kortste keren kan er sprake zijn van polarisatie. Kerkbladen zijn niet alleen maar samenbindend, maar ook kerkscheidend. Ze kunnen ook leiden tot het oprichten van weer een nieuw blad.

Het Gereformeerd Kerkblad voor Drenthe en Overijssel

Op zaterdag 11 oktober j.l. verscheen een jubileumnummer van het Gereformeerd Kerkblad voor Drenthe, Overijssel en Flevoland. Het is uitgegeven ter gelegenheid van de 80e verjaardag van het blad. (in de oorlog is het een tijdlang niet verschenen) Het gaat dus om een provinciaal blad dat al die jaren is uitgegeven binnen de Gereformeerde Kerken (synodaal). Over het algemeen draagt het blad een enigszins traditioneel karakter. Het laat nog al eens personen aan het woord die de progressieve koers van de Gereformeerde Kerken niet kunnen meemaken. Het is een blad dat alle gewone rubrieken van een kerkblad kent. De meditatie, de rubriek kerkdiensten, de plaatselijke berichten, de opiniërende artikelen, enkele columns, een jeugdrubriek, de familieberichten, aankondigingen, boekenrecensies, en tot slot de advertenties, de pijler waarop het blad uiteindelijk financieel rust.

Uit het eerste nummer

Interessant is het dat een afdruk van het eerste nummer van het Kerkblad uit 1911 is bijgevoegd. Je krijgt een beetje een indruk hoe het toen gesteld was met het kerkelijke leven in de Gereformeerde Kerken. Niet te vergelijken met nu. In een inleidend bericht wordt uiteengezet waarom dit nieuwe kerkblad reden van bestaan heeft. De hoofdredacteuren ds. G. Wielenga en ds. R. Zijlstra schrijven:

'Wij meenen dat er in onze beide Provinciën voor een Kerkblad plaats is: dat er zelfs behoefte aan bestaat, en dat het thans de geschikte tijd is om met de uitgave van zulk een blad een aanvang te maken. Onze algemeene kerkelijke bladen zijn van uitnemende waarde, doch juist in onze twee Provincies vertoont het kerkelijk leven zulk een eigenaardig karakter, vooral ook in verband met den volksaard en de geschiedenis onzer kerken, dat er inderdaad wel behoefte aan bestaat dat dit leven ook een eigen orgaan hebbe om zich te openbaren, en niet minder dat door een daartoe bepaald geredigeerd blad het licht van Gods Woord op die eigenaardige toestanden valle, en wij aldus op elkander acht geven tot opscherping der liefde en der goede werken.

Er zijn in onze Provinciën wel enkele plaatselijke kerkbodes en 'Onze Courant' verricht onder den zegen des Heeren nu reeds jaren lang uitnemenden arbeid; doch van die plaatselijke kerkbodes genieten alleen de groote kerken: bovendien kunnen zij wegens hun beperkte redactie en oplage niet uitgebreid genoeg zijn, om alles te geven wat een medelevend lid onzer Kerken gaarne weet en weten moet, terwijl 'Onze Courant' als politiek orgaan, zich op een eigen terrein beweegt. Wij wenschen vooral den bloei van dit laatste blad zooveel in ons is te bevorderen, en geven bij voorbaat de verzekering ons op ons eigen terrein, het kerkelijk leven in den meest uitgebreiden zin van het woord te zullen houden, zoodat de verspreiding van ons kerkblad 'Onze Courant' geen schade kan doen. Wij zijn veeleer overtuigd, dat wie kerkelijk meer mede gaat leven, ook op het gebied van de politiek meer belangstelling zal gaan toonen.'

Classis Ommen

Je vindt in het eerste nummer ook de verslagen van de classicale vergaderingen in Drenthe en Overijssel. Over de vergadering van de classis Ommen, gehouden te Hardenberg op 4 oktober 1911 lezen we het volgende:

Classis Ommen

Verslag van de vergadering der Classis Ommen, gehouden te Hardenberg 4 oktober 191L

De vergadering wordt door ds. Bulder geopend, 't Moderamen wordt alsvolgt samengesteld: ds. Smilde Voorzitter, ds. Bulder scriba, ds. De Vries assessor. De lastbrieven worden nagezien en in orde bevonden. De voorzitter deelt mede, dat er aanvrage is gedaan door de kerk te Gramsbergen om br. A. te D. te doen onderzoeken om volgens art. 13 der classicale regeling als oefenaar te kunnen optreden.

Omdat dit verzoek zoo haastig is ingekomen, wordt besloten dit onderzoek drie maanden uit te stellen. Ingekomen is een schrijven der Gen. Synode, waarin er op wordt aangedrongen, dat in alle kerken geregeld tweemaal gecollecteerd worde voor de Theol. School. Voor kennisgeving aangenomen.

De stukken inzake de beroeping van ds. Bakker naar de kerk te de Krim worden nagezien en geapprobeerd.

De commissie door de classis benoemd inzake een gerezen geschil te den H. rapporteert dat de zaak bevredigend geregeld is. 't Rapport inzake grensregeling tusschen de Krim en HoUandsche Veld wordt uitgebracht. De classis gaat met het rapport accoord.

Aan de kerk van R. wordt advies gegeven in een tuchtzaak. De kerk van Gramsbergen deelt mede een roeping te hebben uitgebracht op ds. Westerhuis te Zuidwolde.

Een klacht uit N.I. wordt niet ontvankelijk verklaard.

Inzake de emeritaatsaanvrage van ds. Schoemakers te Latten wordt een commissie benoemd om met den kerkeren te Lutten een financiële regeling in deze zaak te treffen. Als roepende kerk voor de volgende classis wordt aangewezen de kerk van Avereest. Namens de classis, N. G. Kerssies.

Wat is gereformeerd?

In het jubileumnummer laat men op pagina 8 allerlei personen aan het woord om te antwoorden op de vraag wat voor hen gereformeerd zijn betekent. Ze spreken zich daarmee tegelijk ook uit over hun visie op het kerkelijk leven. Zo zegt Cor M. Siebert (84 jaar):

'Een zeer persoonlijke vraag. Daarbij hoort eveneens een persoonlijk antwoord. Gereformeerd betekent voor mij: een kerkelijk onderdak. In die gemeenschap ben ik gedoopt, heb ik belijdenis gedaan van mijn geloof en is er een zegen gevraagd over ons huwelijk. We mochten er vier kinderen laten dopen. Vele jaren mocht ik hier ambtelijk werk verrichten en in diverse functies bezig zijn. Ik heb er steeds geestelijk voedsel gevonden voor de weg door dit leven: vermaning en vertroosting, ziende op het Heil in Christus, onze Verlosser.'

Dr. H. J. Kouwenhoven, oud-synodevoorzitter formuleert als volgt:

'Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ik kan met de beste wil van de wereld niet iets specifiek-gereformeerd meer noemen.

De Gereformeerde kerken zijn van lieverlee al meer uit hun isolement getreden en oecumenisch ingesteld geraakt. Vanzelfsprekend is dat niet zonder gevolgen gebleven, met name voor wat ooit de gereformeerde identiteit leek te zijn. Allengs heeft de 'gereformeerde theologie' zich bewust een bredere kijk eigen gemaakt. Mijns inziens heeft ze daarmee winst geboekt. Ik kan me er dan ook onmogelijk over opwinden dat in de wereld van de geloofsbezinning grenzen vervaagd zijn. Het valt - vind ik - te waarderen, dat daarbij nieuwe vragen aan bod kwamen en problemen die te maken hebben met fundamentele veranderingen in het blikveld van onze tijdgenoten, de aandacht kregen die ze verdienen. Met alle respect, maar ik vind de vraag die me is voorgelegd, niet zo spannend. Graag behoed ik me trouwens voor de uitglijder te suggereren dat gereformeerden ergens voor staan - wat andere christenen weigeren te doen. Geborneerdheid ligt zomaar op de loer. Wanneer wij ons voorstaan op onze rechtzinnigheid, wie veroordelen we dan impliciet?

Gereformeerd is voor mij in elk geval niet: een welomschreven, vaststaande geloofskennis bezitten. Veeleer betekent het vertrouwen op Hem, die volgens zijn zeggen zijn belofte waarmaakt. In het wisselend getij vraagt dat geregeld om een hernieuwde oriëntatie - met Christus in het middelpunt - als het vaste gegeven of misschien nog beter: als de vaste Rots van ons behoud.'

De als evangelisch bekendstaande oud-synodevoorzitter ds. Pieter Boomsma verklaart:

'Welbewust Gereformeerd? Met de Afscheiding begon het - in het midden van de vorige eeuw. Gewone, vrome mensen die met heel hun hart en al hun fouten de Heere God zochten. Aan het eind van die eeuw de Doleantie met onder andere Abraham Kuyper, de denker en organisator. Deze combinatie van Afscheiding en Doleantie is mijns inziens 'gereformeerd': Van harte (met al je gevoel) geloven, maar niet zweverig. Weldoordacht en goed geregeld. Met open oog en hart voor de samenleving. Weten hoe belangrijk gebed en belijden zijn, maar ook blijven zoeken naar - zoals Kuyper het zei 'de heerschappij van Christus op alle terreinen des levens.'

Dr. A. Kruyswijk, al weer een oud-synodevoorzitter zegt:

'Wat gereformeerd voor mij is? In wezen niets anders dan vroeger: Krachtens de relatie met God, waarin ik mij door Hem weet opgenomen en aanvaard, mijn weg zoeken in de Schriften. Temidden van de gemeente en verbonden met de gereformeerde traditie. Wel is er veel veranderd. Deels door theologisch onderzoek, dat ons ook op uiterst belangrijke punten opnieuw aan het denken heeft gezet. Daarmee dienen wij zorgvuldig en zonder krampachtigheid om te gaan. Veel dingen moeten bij nader inzien anders worden gezegd dan wij dat vroeger deden.

Van elk theologisch onderzoek mag je echter vergen dat het zich afspeelt binnen diezelfde relatie met God en dat het geworteld is in de gemeente van Christus. En op het gereformeerde erf: in de geest van de gereformeerde traditie.'

Een heel spontaan antwoord geeft Jopie Louwerse-Koole (47 jaar):

'Gereformeerd voor mij? Dat is de kerk waar ik 'toevallig' in ben opgegroeid, die ik jaren links heb laten liggen en waar ik nu weer met veel plezier kom. Omdat ik daar hoor van onze geweldige Vader, van onze Heiland Jezus en van onze Trooster de Heilige Geest. Dat delen met anderen doe ik in de Gereformeerde kerk. Wat daar zo gereformeerd aan is? Niks eigenlijk.'

Tot zover een selectie uit de antwoorden. We merken dat ze nog al uiteen lopen. Terwijl de een aan de leer denkt gaat het de ander om de beleving en weer een ander om de praktijk. De een stelt zich kritisch op ten opzichte van de huidige ontwikkelingen op kerkelijk erf, de ander gaat er meer in mee.

Een antwoord dat doordacht en wijs op mij overkwam gaf ds. C. Mak, opnieuw een oud-synodevoorzitter:

'Gereformeerd betekent voor mij hetzelfde als in de tijd van de reformatie in de 16e eeuw en bij het ontstaan van onze Gereformeerde Kerken in de 19e eeuw: zich gehoorzaam gewonnen geven, steeds meer en steeds dieper, aan Gods Woord.

Geen kerk en geen christen bereikt daarin meer dan wat de Heidelbergse Catechismus ons in zondag 44 voorhoudt: 'ook in de allerheiligsten is pas een eerste begin van deze gehoorzaamheid aanwezig...!' Ach ja. Wie of wat zich gereformeerd noemt, past bescheidenheid. Het betekent in de diepte: putten uit Gods genade in Christus. Maar is dat niet de bedoeling van leven onder het Woord? Dicht komen bij de Vader, Die steeds meer gekend en ervaren wordt als de Barmhartige en Liefdevolle? '

Dr. O. C. Broek Roelofs

In het blad tref ik ook een interview aan met een emeritus predikant van 87 jaar. In het gesprek met hem zie je goed wat er in de loop van de jaren aan gebeurtenissen en ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken heeft plaatsgevonden. Wat indruk op mij maakte was zijn persoonlijk getuigenis aan het eind van het gesprek. Op de vraag wat voor hem na zo'n lang en boeiend leven midden in de kerk echt belangrijk is geweest zegt hij:

'Dat is uiteindelijk wat er staat in Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus: dat je geborgen bent in het verlossingswerk van Jezus Christus. Dat is mijn enige troost in leven en in sterven! Ik heb moeten Ieren bescheiden te zijn. We zijn in onze kerk teveel met onszelf bezig geweest. We waren triomfalistisch, we konden alles organiseren, we waren trots op onszelf Maar het gaat helamaal niet om ons. Alles wat wij denken te kunnen of te bezitten is uiteindelijk gegeven goed.'

De kachel in het catechisatielokaal

Tenslotte citeer ik nog een gedeelte uit een artikel van ds. Onno Doorn: 'Kris kras uit het eigen archief.' Het gaat over een ontboezeming van ds. H. Veldkamp in 't Fr. Kerkbl.' van 18-12 1936, dat is overgenomen in het nummer van 23 januari 1937. Ds. Veldkamp schrijft:

De trouwste catechisant

In 't 'Fr. Kerbl.' van 18-I2-'36 heeft ds. H. Veldkamp het over zijn 'kacheltje' in het catechisatielokaal. Het is vervangen door een groote kachel, maar het inspireert hem evenwel nog tot de volgende boutade:

'Er is ten aanzien van de inventaris het laatste jaar een zeer doelmatige wijziging aangebracht. Niet, dat de ploeger, de herder of de wieg plaats gemaakt hebben voor voorstellingen die meer rechtstreeks met het catechetisch onderwijs in verband staan. Evenmin, dat er 'n schoolbord geplaatst is, om een en ander te verduidelijken, en nog minder dat er banken gekomen zijn instee van de vierkante-tafel-conferentie met 'n onderonsje van veertig man. Dat niet. Maar er is 'n andere kachel gekomen; één groote in plaats van twee kleine.

De verbetering is doelmatig. Het catechetisch onderwijs kan er niet anders dan wél bij varen.

Niettemin heb ik heimwee van m'n oud kacheltje. 'Je brüle tout l'hiver', stond er op het ding tot ons aller beschaming; dat is overgezet zijnde: ik brand de heele winter door. Dat was geen pocherij van een verwaand kacheltje. Wel brandde hij niet de heele winter, maar hij had het stellig gedaan, als hij er toe in staat gesteld was, en op de catechisatie-uren was hij trouw op z'n post. Hij was de trouwste catechisant van allemaal en daarom zei ik dat dit opschrift tot beschaming was vooral voor degenen die Fransch vermochten te lezen, en dat zijn er heel wat. De meesten kennen zelfs beter Fransch dan de Catechismus. En aangezien zij den heelen winter brandden van ijver om hun kennis van Fransch en Engelsch, van boekhouden en typen, van gymnastiek en muziek te vermeerderen, konden zij eenvoudig niet zoo trouw ter catechisatie komen als die kachel, die daar maar stond te branden, en geen andere taak in de wereld had dan een lokaal te verwarmen.

En ook wannéér ze aanwezig waren, konden ze nog niet altijd zeggen, dat ze van lust en ijver brandden. Ware de nieuwe kachel voor het catechetisch onderwijs niet zoo'n reusachtige verbetering geweest, ik zou haast de euvele moed hebben om te zeggen dat de verwijdering van deze de gansche winter doorbrandende kachel een paedagogische misgreep is geweest. Overigens ben ik van oordeel, dat een catecheet, die den ganschen winter zich verheugen mag in de gloed van een nieuwe, groote kachel, en dan nog den ganschen winter brandt van begeerte naar een beter lokaal, behoort tot de meest ondankbare schepselen op deze aarde. Men moet eens nagaan, wat dat moet kosten.'

Leerzaam voor ons, die anno 1997 in het bezit (kunnen) zijn van goed toegeruste ruimten om catechese te geven en ander kerken werk te verrichten. Moge het van ons gelden: 'Je brüle toute l'année' - ik brand het hele jaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's