In memoriam ds. Johannes Jacobus Poort
Geboren 30 dec. 1928 Overleden 13okt.1997
Maandagavond, 13 oktober 1997, overleed, op 68-jarige leeftijd, in zijn woonplaats Oisterwijk, mijn vriend en broeder drs. Johannes Jacobus Poort V.D.M. Hij werd op 30 december 1928 in Beverwijk in een predikantsgezin geboren en studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Nadat hij een jaar vicaris was geweest in Hellendoorn, werd hij op 7 november 1954 als predikant bevestigd te Oudenbosch. Van 23 januari 1959 tot 6 september 1964 was ds. Poort legerpredikant, daarna diende hij vier jaar de gemeente Kamerik. Van 1968 tot aan zijn emeritaat op 1 december 1979 was hij opnieuw legerpredikant.
Ik ontmoette ds. Poort voor het eerst in Willemstad N.Br. op 8 juni 1969. Hij was toen op bezoek bij een vriend van mij, die plotseling aan een hartaanval overleed. Zo ontmoetten wij elkaar. Ds. Poort heeft deze geschiedenis in zijn boekje 'De zon wil ook door kleine raampjes schijnen' onder het hoofdstukje 'Vrienden door de dood' beschreven. Sinds die tijd hebben wij elkaar niet meer uit het oog verloren. Toen in 1991 bij hem de gevreesde ziekte werd ontdekt en hij na een reeks van bestralingen weer aan de beterende hand was, vatte hij het plan op om zijn doctoraal studie ter hand te nemen. Nadat hij in 1995 alle tentamens met goed gevolg had afgelegd restte hem de scriptie die hij wijdde aan de correspondentie van Johannes Calvijn (voor wie hij een zwak had) en de Franse koningsdochter Renata van Ferrara. In het woord vooraf schreef hij waarom ik de scriptie op de computer had ingetypt. Die zin luidde: Voorts wil ik mij richten tot mijn vriend en ambtsbroeder B. Heimensem, die aangezien ik door lichamelijk ongemak daartoe zelf niet bij machte ben, de complete tekst voor deze scriptie, met schier eindeloos geduldig luisteren naar mijn gesproken dictaat inclusief de vele daarna aangebrachte correcties, per computer op schrift heeft gekregen. Wij hadden, bij het maken van de scriptie, regelmatig contact. De gesprekken die wij samen voerden waren voor mij van grote waarde en deden hem zichtbaar genoegen. In een van zijn brieven aan mij, voor mijn verjaardag, schrijft hij o.a.: Amice Fraterque, (Vriend en broeder) Dank aan God die jullie op mijn levenspad, steeds intensiever, lijkt het wel, heeft gebracht'. En mijn vrouw en ik mochten daar amen op zeggen, want zo zagen wij het ook. In zijn boekje 'Nochtans' schrijft hij: Niet wie we zijn is van belang, maar uitsluitend van wie wij zijn. (Joh. 8 : 30) Wanneer hij in de Wittelaan in Baarn kwam dan vroeg hij niet hoe gaat het met je? Maar hoe gaat Hij met je? We eindigen met de opdracht uit Hebr. 13:7 Gedenkt uw voorgangers, die u het Woord Gods gesproken hebben; en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst van hun wandel. Want zij stierven niet, maar gingen het eeuwige leven binnen, want Jezus heeft gezegd: Ik leef, en gij zult leven'. (Joh. 14 : 19).
Hier neem ik de pen over van ouderling B. Heimensem die (samen met zijn vrouw) gedurende bijna dertig jaren een heel trouwe en ook betrouwbare vriend is geweest voor ds. drs. Johannes Jacobus Poort. Bij hem heeft deze in zichzelf zo kwetsbare dienaar van het goddelijke Woord zich altijd veilig gevoeld.
Zelf ben ik enkele jaren geleden in het leven van ds. Poort binnengeleid, toen ik hem tijdens zijn ziekte een briefje stuurde. Hieruit is een intensief contact gegroeid, dat resulteerde in de vraag of ik hem als pastor wilde begeleiden. Hij formuleerde dat op zijn eigen wijze, zoals alleen Poort dat kon. 'Er zijn maar weinig mensen die je rond je sterfbed wilt hebben. Dat kunnen alleen zij zijn in wier handen je je magere handen durft te leggen om de laatste biecht te doen om samen te bidden om genade. Jij bent voor mij één van dezulken.' Ondanks de behoorlijke afstand, tussen Soest en Oisterwijk durfde ik geen nee te zeggen, toen hij mij vroeg hem te begeleiden. Toen ik aan mijn kerkenraad hier toestemming voor vroeg, heb ik deze ook spontaan gekregen. Hier heb ik geen spijt van gehad. We hebben Johan Poort leren kennen in zijn kracht en in zijn zwakte, in zijn walgen van zichzelf en in zijn dorsten naar Gods gemeenschap. Ik heb zijn vechten meegemaakt om te mogen blijven leven en daarna zijn strijd om zich werkelijk en waarachtig te mogen overgeven aan Gods wil en welbehagen. Hij was zo eerlijk in zijn beschrijven van zijn meest innerlijke gedachten en emoties. Zo ook in zijn levenslange gevoel steeds weer examen te moeten doen en niet te kunnen. En nu het laatste examen. Bevrijdend was het om hem te mogen laten zien, hoe hij zelf in zijn boeken en in zijn preken altijd weer een '1' onder zijn examenopgave zetten om alleen te hopen op Gods genade. De man die zo groots en tegelijk zo klein was, die hoopte en vreesde, die zijn leven lang ook werd voortgejaagd door gevoelens van depressie en van tekortschieten, mocht opnieuw tot rust komen in Gods ontfermende liefde in Christus Jezus. Vanwege dit evangelie van een rijke Christus voor een arme zondaar was hij ook geliefd bij een heel breed publiek. Het is niet toevallig dat zijn eerste boek ging over Zacheüs die door velen veracht werd en het voor zijn eigen besef er nog naar gemaakt had ook. Maar deze Zacheüs werd evenals Johan Poort door Christus bij de naam genoemd! Bij het condoleren in de Hervormde Kerk van Oisterwijk zag ik dit terug in de rij die stond te wachten om mevr. B. L. Poort-Bruning en de kinderen hun deelneming te betuigen. Een ongeveer vijftigjarige man met een paardestaart op de rug en een vrouw diep in het zwart stonden in één en dezelfde rij. Confessionelen, Bonders, Vrij-Evangelischen en mensen uit Gereformeerde Gemeenten vormden met anderen een bonte rij... Als zoon van een ethisch predikant was hij niet gewend aan strakke regels, maar Gods genade leerde hem wel de rechtvaardiging van de goddeloze. Zijn sterke gevoel van onwaardigheid hield hem bij het gevoelen van de noodzaak van het steeds weer hernieuwd worden van deze waarheid in Hem Die de Waarheid is. Met vrouw en kinderen heeft Johannes Jacobus Poort nog rijke maanden beleefd. De laatste maanden van zijn leven waren door Gods genade in Christus Jezus de moeilijksten en tegelijk de rijkste. Ook mocht op bijzondere wijze Gods vaderlijk zorgen ervaren worden tot in de kleinste dingen toe. Zijn vrouw kreeg de kracht om hem liefdevol te verzorgen en heel dicht bij hem te zijn. Samen mochten zij werkelijk en intens genieten van iedere dag van samenzijn. Hij noemde het een wonder niet onverwachts weggerukt te zijn door een messteek op straat of door een hartaanval in de stoel. Hij ervoer de moeilijke weg van de gevreesde ziekte als een wonderlijke en liefdevolle gang van zijn hemelse Vader met Zijn aangenomen, weerbarstige kind Johannes Jakocobus Poort (zijn doopnaam!). De hemelse Vader gaf hem de tijd en alles mocht tot voltooiing komen in het volbrachte werk van Christus.
Donderdag 16 oktober waren wij met een kleine kring bijeen in de afscheidsdienst. De samenstelling van de kring was voor mij typerend. Een begrafenis met militaire eer werd niet begeerd. Uit het leger was niemand uitgenodigd. Zijn ouderling 'voor het leven', oud. B. Heimensem uit Baarn, die een vriend werd door de dood en zoals nu bleek tot de dood was aanwezig. Vanuit de besloten dienst wil ik niet meer meede len dan dat de drie kinderen een Schriftlezing verzorgden en een klein meisje Tess genaamd een gedicht van Revius voordroeg over de opstanding uit de doden. Br. Heimensem en ik mochten aan het volgende geslacht iets doorgeven van het geheim waarom vader en opa zo in vrede mocht heengaan. De meer dan zeventig boeken mochten getypeerd worden als een autobiografie: daarin leren wij hem kennen in zijn eigen onwaardigheid, maar ook in het geheim dat de Heere in Christus Jezus in zijn leven de Eerste en de Laatste was. Aan het einde van de rouwdienst kregen wij een exemplaar van zijn nieuwste boekje: 'Rouwverwerking, kan dat? '. Hij gaf ons zelf het antwoord mee. Apart en tegelijk écht Johan Poort. Aan het open graf op het kerkhof van de Achterhoekse gemeente Almen, waar eens zijn vader predikant was en waar in die tijd ook zijn doodgeboren zusje in het familiegraf begraven werd, hebben wij zijn lichaam ter aarde besteld. Rond het open graf was het goed. De dag die kil begon, werd mild ervaren. We mochten ons verblijden in het getuigenis van 1 Korinthe 15 en de zekere belofte dat de Heere een Man wil zijn van weduwen. Aan Hem bevelen wij Rineke, zijn lieve en trouwe echtgenote, en de kinderen van harte aan. Toen Johan tot overgave en rust kwam werd hij, de rusteloze, pas echt helemaal van jullie. Zo mogen jullie de kostbare herinneringen bewaren. Rineke, het kinderlijk geloof dat je deze maanden mocht dragen, mag zich ook bij de voortduur van de levensreis vastklampen aan Hem Die niet liegen kan! Wij leggen de pen nu neer, maar spreken tevens de wens uit, dat Johans pennevruchten mogen spreken, nog lang nadat hij gestorven is.
Oud. B. Heimensem
ds. R. van Kooten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's