'Beleid maken tot getuigend gemeente-zijn' (2)
Ambtsdragersvergadering Overleg Grote Steden
Bezwaren
Bovenstaande doelstelling neemt lang niet iedereen in de kerk zonder meer over. In onze kerkenraad is daarover ook een pittige discussie gevoerd. Vaak wordt namelijk als bezwaar tegen deze doelstelling aangetekend, zeker in de grote stad, waar de aantallen drastisch geslonken zijn en de Gemeente tot bijna over de rand van de samenleving is teruggedrongen, dat de Gemeente allereerst aan zichzelf moet denken, zeker als kleine minderheid in de stad. Zij heeft te zorgen dat de verkondiging van het Evangelie kan worden voortgezet en alle andere activiteiten van pastoraat en diaconaat enz. door kunnen gaan. Waar ze dat niet nauwelijks kan hoeft ze aan een dergelijke pretentieuze doelstelling niet eens te denken. Zij heeft zich in de eerste plaats te richten op haar primaire taken. Dat is haar eerste doel en haar hoogste prioriteit. Daaraan heeft zij ook de handen vol. En wie zal ontkennen dat het voortbestaan van de Gemeente en de voortgang van haar primaire taken niet van wezenlijk belang zijn?
Toch gaat het hier niet om een tegenstelling, maar om voorliggende doelen en het ultieme doel. Zo is bijvoorbeeld de bedoeling van de verkondiging en toerusting van de Gemeente naast de bediening der verzoening ook dat zij wordt opgebouwd in het geloof en in de praktijk van haar gemeente-zijn. Maar ook dit zal het uiteindelijke doel van de werfkracht van de Gemeente moeten dienen.
Dat het uiteindelijke doel van de Gemeente de verheerlijking van God zou zijn, dat het gaat om Zijn eer, is een niet te ontkennen bijbelse notie. Dat zou ook eens niet zo moeten zijn! Wie zou dat durven beweren? Maar opnieuw gaat het hier om een schijntegenstelling. Natuurlijk gaat het om de gloria Dei, in alles. Ons hele leven zal tot eer van God zijn. Daartoe heeft Hij ons ook geschapen. Behoort echter de 'eer van God' niet tot het wezen van het gemeentezijn? En als dat zo is, is dat hetzelfde als haar doel?
Overigens, wat is méér tot eer van God dan dat de wereld gewonnen wordt voor Hem? Is er geen blijdschap in de hemel over die enkele zondaar die zich bekeert? En is de heerlijkheid van een koning niet gelegen in de veelheid van zijn onderdanen?
Velen achten bovengenoemde doelstelling niet realistisch, niet haalbaar, een niet te bereiken ideaal. Het houdt ook te weinig rekening met de gebrokenheid van deze wereld, met de moderne cultuur waarin God de grote afwezige lijkt te zijn, met het moderne levensgevoel van de geseculariseerde mens, die geen weet meer heeft van God en Zijn Woord. Het houdt ook te weinig rekening met de verdeeldheid, de machteloosheid en verlamming waarin de kerk gevangen lijkt te zijn. Zo zijn er nog meer zaken te noemen. Wie zegt dat we in Europa niet ook in een crisis zitten door een oordeel van God dat over ons continent heengaat, doordat de Here God Zijn handen (tijdelijk) van ons aftrekt en Zich verbergt?
Terechte opmerkingen en kritische vragen. Toch laat dat het doel dat de Here op grond van Zijn Woord met de Gemeente voorheeft onverlet, zelfs al is zij tot een kleine minderheid geslonken. Niet minder zullen we de belofte geloven dat de Here trouw is aan Zijn Woord. Al is de cultuur veranderd. Hij is niet veranderd! Zijn grote bedoeling met de Gemeente dan wel?
Daarbij is de bijbel niet een boek met schone, hoge, maar onbereikbare idealen, maar met beloften die God realiteit wil maken, ook in de stad, ook in uw en ons midden. Daarop mogen wij pleiten, daarop zullen we vast vertrouwen, opdat de Gemeente meer en meer gaat toekomen aan het doel dat de Koning van de kerk met haar voorheeft: in al haar aspecten kerk te zijn voor de onkerkelijken.
4. Belemmeringen
Hoezeer de Heilige Geest, God Zelf, door middel van Zijn Gemeente de wereld wil winnen voor Christus, dat ook haar hoge doel is, hebben we te maken met een weerbarstige realiteit. Er zijn vele belemmeringen te noemen die het toekomen aan deze doelstelling danig in de weg staan. Ik noem er enkele.
a. Velen, ook kerkenraden ontbreekt een duidelijke visie op de Gemeente naar bijbels beeld. De kerk staat voor velen gelijk met de kerkdienst. Dat de Gemeente het lichaam van Christus is, is bepaald geen gemeen(te)goed. Ook niet het besef van wat de Here aan de Gemeente heeft toevertrouwd: met Zijn Geest ook de gaven van de Geest, het bewustzijn dat de Gemeente in Christus schat-en schatrijk is, deel als zij heeft aan alles wat de Here Jezus door Zijn dood en opstanding verworven heeft. De kerk wordt echter door velen nog steeds alleen gezien als - via de verkondiging - hèt middel tot behoud en niet als lichaam, waarin de leden elkaar no dig hebben, naar elkaar omzien en als zodanig als Gemeente een getuigenis zijn in deze wereld.
b. Nog altijd beheerst de overlevingsstrategie grote delen van de kerk in de stad en in de grote (en misschien ook wel de kleinere) plaatsen, onder het motto: laten we asjeblieft houden wie we hebben. Dat betekent in de praktijk vaak de handhaving van de status quo, soms de verabsolutering ervan, uit vrees nog meer mensen kwijt te raken. Het staat de geestelijke vernieuwing en herleving van de Gemeente echter danig in de weg, zeker de positieve doelstelling terug te krijgen wie we kwijt zijn.
c. Soms (of vaak? ) zijn de onderlinge verhoudingen in de Gemeente belemmerend: wantrouwen, roddel, negatieve kritiek, vooroordelen, gebrek aan liefde, warmte, gemeenschap en vergeving. Vooral dat laatste. Ondanks de bediening der verzoening en het delen in de verzoening rond de avondmaalstafel, blijft de verzoening in de onderlinge verhoudingen in de Gemeente niet weinig achterwege. En Paulus heeft nog wel gezegd: 'maar gij geheel anders'! Het blijkt in de praktijk van het gemeenteleven vaak niet anders te gaan als in deze wereld. En dus is dat veel erger, want wij zouden beter moeten weten. Daarbij realiseren wij ons niet of te weinig hoezeer dat de werfkracht van de Gemeente in de weg staat.
d. De groep gemotiveerden en toegewijden in de kerk is soms minimaal. Bij velen is er gebrek aan mede-verantwoordelijkheid voor het welzijn van de Gemeente en haar getuigenis. Niet minder gebrek aan toewijding en trouw. Velen zijn méér kinderen van onze tijd en beïnvloed door het klimaat waarin wij leven, dan zij zelf waar willen hebben. Sterk ik-gericht en op de eigen behoefte afgestemd. In plaats van de vraag: wat kan/mag ik voor de Gemeente betekenen, is de vraag: wat heb ik eraan. Heeft een Gemeente een streekfunctie, zoals de onze (Jeruzalemkerk) en de Noorderkerk, dan is dat extra complicerend, daar sommigen van buiten de wijk weinig of niet betrokken zijn op de buurt waar de kerk staat en waar de Gemeente haar 'woonplaats' heeft. Voor sommigen is dat een brug, afslag of tunnel te ver.
e. Het gebrek aan gemotiveerd en toegewijd kader is uitermate belemmerend in het functioneren van de Gemeente. Maar het woord van Juda: de kracht der dragers schiet te kort en puin is er teveel!' (Neh. 4 : 10) Dat betekent dat de opbouw van Gemeente dan ook langzaam verloopt en haar doel vaak lang buiten beeld blijft.
f. Met name in de grote steden is er gebrek aan continuïteit. De mutaties zijn enorm. Vele gemeenteleden en ook ambtsdragers komen en gaan. Het bemoeilijkt de opbouw van de Gemeente en werkt soms verlammend, hoezeer je kunt begrijpen dat een jong gezin buiten de stad gaat wonen en vutters en ouderen 's zomers de stad ontvluchten en maanden naar de camping gaan.
g. Tenslotte, wat komt er niet vanuit deze wereld op de Gemeente af aan materialisme, vitalisme, occultisme, enz. Zij moet optornen tegen de geest van deze tijd, die vol is van leegheid, normloosheid, multireligiositeit en liberalisme, Hoe kan een Gemeente door allerlei oorzaken van binnen en van buiten ooit nog aan haar doel toekomen?
Tegenover deze belemmerende factoren die maar al te zeer realiteit zijn en elk beleid onmogelijk dreigen te maken zullen we ons echter realiseren wat God de Gemeente gegeven heeft. Zoals gezegd: ze is schatrijk. En zullen we die bronnen niet aanboren, ons welbewust van alle gebrokenheid temidden waarvan de Gemeente leeft en waarvan ze zelf ook deel uitmaakt?
Maar bovenal: is de Gemeente niet de hoop voor de wereld? Hoe zal de wereld anders gered worden dan juist door middel van de Gemeente. Wil de Here haar daarin niet gebruiken? Wij kijken met waardering naar allerlei hulpteams die ingezet worden in noodgebieden. Maar u en ik zitten daar ook bij, maar dan in het 'hulpteam' van God. Wij mogen als Gemeente participeren in het grootste reddingsplan ter wereld. Er is geen belangrijker werk dan het werk van God. En als we dat bedenken, is het dan niet een eer daarin mee te mogen doen? Voor mij in ieder geval wel.
5. Concreet beleid in de Jeruzaiemkerkgemeente
In het door de kerkenraad ontwikkeld beleid wordt voorzien in een aantal algemene beleidsvoornemens die betrekking hebben op het geheel van de Gemeente. Bijvoorbeeld dat in verkondiging en toerusting onderstreept zal worden dat de Gemeente als lichaam van Christus Zijn representatie is op aarde. Ook dat de eenheid van de Gemeente, juist gezien de verschillen in kerkelijke afkomst en cultuur, een van haar prioriteiten is en dat er volop aandacht gegeven zal worden aan de 'gaven' in de Gemeente. Zo zijn er ook algemene beleidsvoornemens geformuleerd op het gebied van pastoraat, diaconaat en met name het apostolaat.
Bij de concrete beleidsvoornemens wordt uitgegaan van twaalf 'diensten' in de Gemeente. Diensten, omdat het in alles gaat om de diaconia, de dienst aan de Koning van de Kerk. Van alle voorstellen en plannen moet gezegd kunnen worden dat ze dienstbaar zijn aan Hem en gebruikt kunnen worden voor de opbouw van het lichaam van Christus en dus ook voor Zijn doel met de Gemeente.
Ik noem achtereenvolgens de ere-dienst, de dienst der gebeden, de dienst toerusting, de dienst gemeente-opbouw, de pastorale dienst, de dienst der barmhartigheid, de dienst junioren en senioren, getuigenis en dienst, de dienst pr en informatie, de dienst kerkvoogdij en beheer en de dienst van het leiderschap (kerkenraad). Elke dienst wordt geleid door een commissie, behalve de pastorale dienst (consistorie), de dienst der barmhartigheid (diaconie), de dienst kerkvoogdij en beheer (kerkvoogdij) en de dienst van het leiderschap (kerkenraad). In elke commissie zit minstens een vertegenwoordiger van de kerkenraad om de lijn naar de kerkenraad en zijn uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het geheel van het gemeente-zijn goed duidelijk te houden. Enkele van deze commissies zijn inmiddels opgezet en functioneren, niet allemaal. We kunnen niet alles tegelijk, maar dat zou ook niet goed zijn. Het is zaak dat de dingen groeien en de noodzaak ertoe als vanzelf naar voren komt. Een voorbeeld: in het kader van het apostolaat 'loopt' al 2 1/2 jaar het Missionair Diakonaal Project te Amsterdam-West (samen met de Chr. Geref. en Ned. Geref. kerk in A'dam-West). Dit project wordt begeleid door een zgn. begeleidingscommissie terwil de evangelist Albert Witting, samen met een groot aantal vrijwilligers voor de uitvoering van het project zorg draagt. In het kader van dit project vinden diverse activiteiten plaats zoals huiswerkbegeleiding, alphacursus, inloopmogelijkheid, open maaltijden, kinderclub en kinderkamp, enz. Regelmatig wordt de kerkenraad geïnformeerd over de voortgang van het project en vindt er ook evaluatie plaats van de verschillende activiteiten. De kerkenraad behoudt op deze wijze het overzicht en kan aan zijn beleid daadwerkelijk vorm geven. In de hoop dat de Here het gebruiken kan voor Zijn doel. Dat is ons diepe verlangen en ons voortduende gebed.
P.S. Wie een beleidsvenster van de Jeruzalemgemeente wil hebben kan dat bestellen bij de scriba D. M. van Andel, Sandinostraat 10, 1069 NJ Amsterdam, tel. 020-6670075, door overmaking van ƒ 10, - op giro 4757390 wordt het u per omgaande toegezonden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's