Kanttekeningen: toelichting, geen vooroordeel (1)
Op woensdag 15 oktober 11. bestond uitgeverij Den Hertog te Houten 85 jaar. Bij die gelegenheid verscheen de driedelige editie van de Statenbijbel, nu met herziene kanttekeningen. Prof. dr. W. van 't Spijker hield een toespraak, getiteld 'Kanttekeningen, toelichting, geen vooroordeel'. Hij stond zijn tekst af voor plaatsingen in de Waarheidsvriend'. Red.
Inleiding
We mogen de gelegenheid aangrijpen om bij de aanbieding van de eerste exemplaren van de Statenbijbel met kanttekeningen in een hernieuwde uitgave, de betekenis en waarde van deze kanttekeningen in het bijzonder ons nog eens opnieuw voor de aandacht te roepen. In eigenlijke zin gaat het dus nu niet om de tekst van de Statenvertaling als zodanig, maar om het apparaat, dat aan deze vertaling een bijzondere betekenis heeft verleend.
Intussen is het wél duidelijk, dat we over de kanttekeningen niet kunnen spreken, zonder ons de discussie over de vertaling zelf weer voor de .geest te roepen. De synode van Dordrecht is vooral bekend vanwege de Leerregels die zij opstelde. Daarin werd de leer van de Remonstranten afgewezen. Voornamelijk met het oog op dit leerconflict was de synode bijeengeroepen. Het verdeelde de kerk en het bracht onrust in de Staat.
Voordat de synode echter overging om dit agendapunt te behandelen, kwamen er andere kwesties aan de orde. We hebben een redelijke goed inzicht in het verloop van de gang van zaken. We beschikken over de officiële Acta van de synode, die in een Latijnse en in een Nederlandse versie werden uitgegeven. De verschillen tussen beide uitgaven zijn gering, maar ook weer niet helemaal zonder betekenis. Van groter gewicht zijn de verschillen die wij leren kennen, wanneer we de officiële edities van de Acta vergelijken met een aantal andere geschriften. We beschikken over verslagen en brieven, dagboeken en rapporten die door verscheidene afgevaardigden zijn gemaakt en die voor een groot deel zijn bewaard. Als we van al dit materiaal gebruik maken kunnen we ons een beeld vormen van de belangrijkste motieven en argumenten die in de discussie rond de vertaling en de besluitvorming inzake de kanttekeningen een rol hebben gespeeld.
Eerst vertel ik iets over de besluiten omtrent de vertaling zelf. Vervolgens komt dan aan de orde op welke manier men zich het nut en de noodzaak van kanttekeningen heeft ingedacht. In de derde plaats zou ik vooral de vraag willen stellen, of de uitvoering heeft beantwoord aan wat men zich had voorgesteld.
Bijbelvertaling
Het gesprek over de bijbelvertaling werd op de synode van Dordrecht gevoerd nadat eerst een aantal administratieve kwesties was geregeld. Men moest de afgevaardigden wegwijs maken. Dit gold vooral de vele buitenlandse gedelegeerden die eind oktober, begin november in Dordrecht aankwamen in 1618. Lastbrieven moesten gelezen en procedures moesten vastgesteld worden. Daarmee ging wat tijd heen, zoals dit meestal aan het begin van een synodale vergadering tot op vandaag nog wel het geval is.
Toen de zesde zitting was aangebroken op 19 november 1618 kwam de zaak van de bijbelvertaling aan de orde. De Nederlandse Acta zeggen: 'Nadat het gewone gebed gedaan was door den Praeses, is men begonnen te spreken van eene nieuwe en betere overzetting des Bijbels uit de oorspronkelijke talen in de Nederlandsche'.
Uit de andere bronnen weten we iets meer dan hier wordt gezegd. We weten dat ds. Bogerman, de voorzitter van de vergadering, een buitengewoon ernstig en lang gebed heeft gedaan, anders dan hij placht te doen bij de eerdere zittingen. We kennen de tekst van dit gebed uit een handschrift dat in de universiteitsbibliotheek in Utrecht wordt bewaard. Het is bijgehouden door Theodorus Heyngius, een ouderling van de kerk van Amsterdam die de synode als afgevaardigde heeft bijgewoond. Het was niet een gewoon gebed. Het omvatte in het handschrift van Heyngius zeven foliobladzijden en het betrof de gehele materie die op de synode ter sprake zou komen. Het is alsof Bogerman wilde zeggen, dat nu eindelijk de synode haar werk kon aanvangen.
Het eerste punt dat nu op de agenda stond was dat van de nieuwe vertaling. Het was ter vergadering gebracht door de synoden van Gelderland, Holland, Zeeland en Overijssel. Men vroeg om een perfectere vertaling van de bijbel. De kerken beschikten weliswaar over een goede, en gangbare vertaling, waaraan de mensen ook gehecht waren. Vooral omdat men die vertaling in de handen had gezien van de eerste martelaars. De kruisgemeenten waren onder die vertaling tot openbaring gekomen. Toch erkende men, dat er iets beters mogelijk zou moeten zijn, vooral wanneer men de bijbel uit de oorspronkelijke talen zou overzetten in het Nederlands.
De synode van Edam vroeg, of men niet de noodzaak zou moeten inzien van een nieuwe vertaling, uit het Hebreeuws voor het Oude en uit het Grieks voor het Nieuwe Testament, zoals voorheen wel was beproefd, maar nimmer geheel en al was uitgevoerd. De synode van Zeeland stuurde een instructie van deze inhoud:
Aangezien dikwijls is besloten tot de vertaling van de bijbel in het Nederlands en dit tot nu toe niet is uitgevoerd, omdat deze opdracht aan te weinig personen was gegeven, werd geconcludeerd dat de Nationale Synode een weg zou bepalen, zodat uit iedere provincie enige geleerde en voortreffelijke theologen, terdege ervaren in de talen zouden worden gekozen, die ieder voor zich de taak zouden krijgen om een of twee boeken te vertalen en dat al deze stukken door twee of drie daartoe bekwame personen zouden worden gereviseerd en verzameld.
Deze instructies werden in bespreking gegeven. De buitenlandse afgevaardigden gaven hun mening te kennen en de voorzitter wees erop dat men in het buitenland, in Duitsland, Geneve, Zwitserland en Engeland beschikte over een goede vertaling. Vooral de King James-vertaling oogstte roem. Daartegenover stelde men, zij het wel heel voorzichtig de gebreken van de gangbare Nederlandse vertaling in het licht. 'Wij hebben wel een vertaling', zei de voorzitter, 'maar die wemelt van gebreken, ' Zij was niet uit de grondtalen zelf geput, maar zij was een vertaling van een vertaling, afgeleid dus uit het werk van anderen. Men bemerkt, dat de kritiek die ter synode werd uitgesproken niet zonder meer in de Acta werd opgenomen. Het werk dat in het verleden door Mamix van St.-Aldegonde was gedaan en door Werner Helmichius en Amoldus Comelii, bevatte veel goede elementen, maar het was nimmer voltooid. Met het oog op deze situatie werd de vertaling noodzakelijk geacht.
Kenmerkend is de uitspraak die Bogerman deed om de noodzaak te betogen: 'Ut Deus audiretur quoque loqui lingua Belgica'. Opdat men God ook in de Nederlandse taal zou kunnen horen spreken! Unaniem was men het erover eens, dat ook de Nederlandse kerken jarenlang hadden uitgezien naar een volmaakter vertaling van de bijbel in het Nederlands. Zij hadden die van harte begeerd, ook al opdat de Nederlanders zich niet achtergesteld zouden voelen bij andere volken. Een bijzonder argument, dat licht werpt op de omstandigheden waarin de kerken zich bevonden: de dienaren van het Woord en iedere gelovige kregen te maken met anabaptisten en papisten, die men met meer vrucht en met ininder vrees om het schaamrood op de kaken te krijgen met een Nederlandse bijbel zou kunnen uitdagen. Tot slot zou men ook die dienaren van dienst kunnen zijn, die onkundig waren van het Latijn en van de andere talen en die alleen een gewone Nederlandse bijbel plachten te gebruiken, waaruit zij weliswaar vrome en nutteloze leerstellingen afleidden, maar geheel'en al vreemd aan de betekenis van het heilig tekstverband.
Hier treffen we enkele argumenten aan, die van betekenis zijn, om de motivatie te begrijpen die de synode bewoog. Men wilde de bijbel zo dicht mogelijk bij de grondtekst: men moest God in de Nederlandse taal kunnen horen spreken. En men moest met die bijbel het gesprek kunnen aangaan met papisten en anabaptisten. Ook zou men de bijbelse of gereformeerde leer beter op een directe manier in relatie kunnen houden met de bijbel zelf. Iets zou wel vroom kunnen zijn en nuttig, maar het moest ook op een rechtstreekse wijze naar de heilige context van de Schrift zelf zijn. Daarmee was een bepaalde beoordeling gegeven van de bijbels die in omloop waren. Hoe voorzichtig ook, men nam in zekere zin afstand van de Deux-Aes-bijbel, die voor zo velen zo lang het middel was geweest, om de troost en de kracht van Gods Woord te ervaren. Ik zeg: voorzichtig. Zo althans komt het in de Acta uit. Maar dit neemt niet weg dat er stevige kritiek was, omdat, zoals Bogerman het formuleerde, een slecht vertaald Woord Gods niet het Woord van God was maar van de mensen.
Men was derhalve niet meer van oordeel, dat iedereen maar Grieks, Latijn en Hebreeuws zou moeten leren, zoals sommige van de eerste reformatoren het zich hadden ingedacht. Dat zou de vertaling van de bijbel onnodig maken. Ieder zou de Schrift in de authentieke taal kunnen lezen. Bucer meende zulks te kunnen verwachten, en ook Luther hield er rekening mee dat althans een deel van de christenen, namelijk zij die het met ernst wilden zijn, op dit hoge niveau zouden kunnen komen. De werkelijkheid was anders. En daarom moest de Schrift naar de mensen worden toegebracht: het Hebreeuws en het Grieks zouden in hun speciale taalidiöom moeten kunnen doorklinken.
Het taaieigen van de oorspronkelijke talen zou moeten doorklinken, opdat de Nederlanders bekend zouden worden met de spraak van de Heilige Geest. We kunnen zeggen, dat de eerbied voor de grondtalen zo groot was, dat men zorg wilde dragen dat God ook de Nederlandse taal zou spreken met een Hebreeuws en Grieks accent. Zo werd immers besloten: de vertalers moesten zich steeds zorgvuldig aan de oorspronkelijke tekst houden en precies dezelfde uitdrukkingen weergeven van de oorspronkelijke talen, voorzover de duidelijkheid van de rede en de eigenschap der Nederlandse taal zulks toelaten, zelfs moeten Hebraïsmen en Graecismen in de nieuwe vertaling behouden blijven. We kunnen, nogmaals vestig ik daarop de aandacht, uit deze beoogde en gevolgde principes afleiden hoe groot de eerbied was voor de oorspronkelijke tekst. Juist dit gegeven leidde tot het besluit, om waar het nodig was, de vertaling te voorzien van kanttekeningen. Men zag af van een revisie van de in zwang zijnde vertalingen. Een geheel nieuw werk moest tot stand komen. En zo is inderdaad de vertaling geschied. De synode heeft wat dit betreft iets groots tot stand gebracht en de vertalers hebben hun werk gedaan, niet alleen als vrome mannen, maar ook als kundige lieden. Het verhaal daarvan moet ik echter laten rusten, omdat het ons nu vooral te doen is om de kanttekeningen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's