Boekbespreking
Dr. J. Reiling, De eerste brief van Paulus aan de Korintiërs, (serie 'Prediking van het Nieuwe Testament); uitg. G. F. Callenbach B.V., Baarn, 1997, 320 blz. Prijs ƒ79, - .
In de bekende commentaarserie 'De prediking van het Nieuwe Testament' is onlangs een nieuw deel verschenen over de eerste brief van Paulus aan Korinthe. Kennelijk heeft de redactie van de serie besloten tot een vervanging van de waardevolle commentaar van dr. F. J. Pop (in 1965 verschenen) vanwege nieuwere ontwikkelingen in de nieuwtestamentische wetenschap nadien.
Dit nieuwe deel in de serie is van de hand van dr. J. Reiling, de Nieuwtestamenticus van de Theologische Faculteit te Utrecht (tot 1988) in de uitleg van het Nieuwe Testament en de vroegchristelijke letterkunde; vanaf 1958 de eerste rector van het theologisch seminarium van de Unie van Baptisten Gemeenten in Nederland.
In de nauwgezette exegese die de auteur ons in dit boek biedt, verraadt zich de classicus die vanuit de Griekse grondwoorden de teksten zoekt te verstaan. Hij doet dit in knappe taalkundige woordontledingen; soms ook in nadere explicaties van de kernwoorden/uitdrukkingen in kleine letter. Hij benadert Paulus' brief vanuit een historisch/theologisch gezichtspunt; 'e mente Pauli', vanuit de geest van Paulus zonder hedendaagse toepassingen.
Als wetenschapper gaat dr. Reiling terecht uiterst behoedzaam te werk. Als hij uitspraken doet, die niet onmiddellijk in de tekst te funderen zijn, gebruikt hij nogal eens het woord 'waarschijnlijk' of 'vermoedelijk'. Hoewel hij zich in het algemeen onthoudt van polemieken of discussies met andere inzichten van (nieuwere) exegeten, veronderstelt zijn uitleg een grondige kennisname van publicaties op dit terrein, waaronder die uit de Anglicaanse wereld (C. K. Barrett; G. D. Fee o.a.).
We zouden kunnen spreken van een sterk situatiegerichte exegese. Hermeneutisch blijven er dan wel vragen over. Zo bv. of wat Paulus schrijft in 1 Korinthe 7 over zaken betreffende het huwelijk, toch niet ook boven de situatie van toen uitgaande huwelijksethiek wil geven (blz. 112). Verder zou ik denken, dat de apostel Paulus - in de situatie van Korinthe's gemeente, maar ook voor later - de overgeleverde 'leer' (de inhoud van het Evangelie) sterk verdedigd heeft. Daartegenover schrijft Reiling: Daarom is het fundament van de gemeente geen leer of confessie, maar Jezus Christus in persoon (3 : 11)' (blz. 20).
Tenslotte: dat 1 Korinthe 14 : 34 ('dat uw vrouwen in de gemeente zwijgen') als een latere interpolatie, is te verstaan, moge een begrijpelijke exegetische 'escape' zijn, gelet op de vele exegetische problemen. Maar er is m.i. vanuit de context nog wel een andere uitleg mogelijk, die past binnen het bestek van de brief (ook van 1 Korinthe 11).
Intussen spreek ik graag mijn grote waardering uit voor wat ons in deze forse en grondige commentaar op 1 Korinthe geboden wordt. Naast het boek van F. J. Pop uit 1965: een verrijking van de serie. Voor elke theologisch geïnteresseerde een winst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's