De bandbreedte van de Reformatie
Herdenking kerkhervorming
'Er is niemand rechtvaardig, ook niet een', zegt Romeinen 3 (vs. 10). En het beeld, dat daarna van de mens wordt gegeven, liegt er niet om: hun keel een geopend graf, met hun tong plegen zij bedrog, slangenvenijn onder hun lippen, de mond vol van vervloeking en bitterheid, hun voeten snel om bloed te vergieten...
Nadat Calvijn er bij zijn Schriftuitleg ook nog eens andere Schriftplaatsen naast heeft gelegd, die hetzelfde zeggen, gaat hij toch ook enigszins relativeren. 'De gesteldheid der heiligen zou niets beter zijn, indien in hen de verdorvenheid niet verbeterd was', zegt hij. Dus in de 'heiligen' wordt het kwaad getemperd. Hun 'afsterving' verhindert, dat het kwalijke zaad, dat van nature in hen is, onophoudelijk zulke kwalijke vruchten voortbrengt. En — voegt hij er aan toe — niet alle zonden, die hier worden opgesomd, komen bij alle mensen voor de dag. Maar 'ze worden terecht en naar waarheid aan de menselijke natuur toegeschreven'.
Met het bijbels gegeven van de innerlijke verdorvenheid van de mens, van de menselijke natuur, heeft de Reformatie voluit ernst gemaakt, evenals met het Schriftwoord uit hetzelfde hoofdstuk, dat uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd wordt voor God (vs. 20). Maar centraal stond in de Reformatie ook het slot van Romeinen 3: de rechtvaardiging door het geloof, om-niet gerechtvaardigd, uit genade door de verlossing in Christus Jezus (vs. 24). Met die noties gaat 'De Reformatie' ook vandaag op het scherp van de snede in eigentijdse theologische ontwikkelingen.
Bij de vele herdenkingen van kerkhervorming volgende week zullen deze noties ongetwijfeld weer aan de orde komen. Het ging Luther en Calvijn om de rechtvaardiging van de goddeloze, beide woorden in hun nauwe samenhang. Wat is echter de bandbreedte van de Reformatie vandaag? Waar is de erfenis nog onbesmet bewaard?
Foto
Het beeld van de mens, zoals dat wordt getekend in Romeinen 3, kwam vorige week aan de orde tijdens een breed gewaardeerde bijeenkomst ter gelegenheid van het vijf en tachtigjarig bestaan van uit geverij Den Hertog te Houten. Op grond van Romeinen 3, zo meldde de heer J. Mastenbroek, bibliothecaris van de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten, waren er in de vorige eeuw in afgescheiden kring voorgangers, die bezwaar maakten tegen fotograferen. Ze wilden zelf niet op de foto, het beeld zou al te mooi zijn. Met een glimlach werd zulks gebracht en aangehoord: hoe kon het waar zijn! Daar wrong overigens wel een schoen. Het Schriftberoep is hier ongetwijfeld wel erg gezocht. Maar het werd ooit ook bevindelijk geduid. Hoeveel vergelijkbaar Schriftberoep is er zo soms ook niet vandaag, zodra er nieuwe verschijnselen opduiken?
Genoemde bezwaren tegen fotograferen hebben niet kunnen verhinderen, dat uitgeverij Den Hertog een pontificaal boek uitbracht, getiteld 'In beeld gebracht — twee eeuwen kerkelijk leven'. De meeste voorgangers waren kennelijk toch niet wars van de foto. Het fotoarchief van de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten telt ongeveer 2000 foto's, schrijft de heer Mastenbroek in het voorwoord. In het nu voorliggende boek lijkt dan ook geen foto onbenut gelaten, het beeld uit Rom. 3 ten spijt. Maar 'het kerkelijk leven van twee eeuwen' is wel in hoofdzaak dat van de Afgescheidenen; in een fotoboek als dit voornamelijk kenbaar aan 'gelaat en gewaad'. De schroom voor de foto is in ieder geval overstemd door een complete fotogalerij van alle mogelijke voorgangers, maar zelfs ook van een 'keur' van ouderlingen. De bandbreedte van deze fotogalerij is die van de Afgescheidenen, en dan nog speciaal die van de Ledeboerianen en Kruisgezinden. De Hervormde Kerk is marginaal in beeld, en wat de hervormde gereformeerden betreft selectief, zeker als het om de laatste twintig jaar gaat.
Zo'n fotoboek roept dan ook de vraag op wat vandaag de bandbreedte is van de Reformatie. Is dit het dan? Het is de bandbreedte van een uitgeverij, die haar gewaardeerde plek had en heeft in een gezindte binnen een gezindte en deze gezindte, waaruit ze zelf is opgekomen, heeft gediend en nog dient met een keur van uitgaven. Daar is dan ook niets mis mee. Is hier echter de erfenis van de Reformatie volledig of het zuiverst bewaard? Doorslaggevend is daarbij niet, dat de Statenvertaling nog in ere is! Toen ondergetekende de door Den Hertog opnieuw uitgegeven prachtige driedelige Statenbijbel met herziene kanttekeningen, samen met andere vertegenwoordigers uit de (smalle) gereformeerde gezindte, in ontvangst nam, kwam die vraag onweerstaanbaar op. We hebben als hervormde gereformeerden zeker geestelijke affiniteit tot de Afgescheidenen. Maar hoeveel 'verschillen' stonden er intussen op het podium?
Overigens belegde de uitgever een waardevol symposium, waarin de bronnen van de Reformatie in beeld kwamen. De bijdragen van prof. dr. W. van 't Spijker over de kanttekeningen bij de Statenvertaling en van prof. dr. A. de Reuver over 'Wilhelmus a Brakel en het piëtisme' worden de komende weken in deze kolommen geplaatst. Maar gemeenschappelijke waardering van het verleden betekent nog niet, dat in het heden gemeenschappelijk uit de bron wordt gedronken. De winst van zo'n bijeenkomst is echter in ieder geval de ontmoeting van delen van een gezindte, die elkaar zelden in zo'n gezamenlijkheid ontmoeten. Als zodanig smaakt deze bijeenkomst naar meer, maar dan met onderlinge gedachtenwisseling.
Concreet
Dit brengt mij op een concrete kwestie. Dezer dagen schreef dr. C. S. L. Janse, hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad, in de krant, waarvoor hij dus de eindverantwoordelijkheid draagt en die voor een brede lezerskring bedoeld is, een bespreking van het boek 'Christendom op de terugtocht? '; een bundel, waarin de referaten zijn opgenomen van een congres over dit thema op De Driestar te Gouda. Dr. Janse beoordeelt deze bundel kritisch. Dat is zijn goed recht. Hij kritiseert met name een drietal hervormde bijdragen. Ook dat is zijn goed recht. Maar intussen rekent hij De Driestar af op deze bijdragen. En wel op grond van het gegeven, dat dit onderwijsinstituut een halve eeuw geleden is ontstaan, omdat een minderheid in onze samenleving zich niet thuis voelde 'bij het algemene christendom, omdat daar wezenlijke bijbelse gegevens als bekering, bevinding en levensheiliging gemist werden'. 'Eigen scholen' werden opgericht. En nu — schrijft Janse — wordt in de meeste bijdragen in het betreffende boekje en zo ook op De Driestar, 'de aansluiting bij het gedachtengoed van deze bevindelijk gereformeerde kring' gemist. Janse schrijft dit met een verwijzing naar 'algemeen christendom'. Hij meende er goed aan te doen, zegt hij zelf, daar in zijn recensie de nadruk op te leggen. Waarom?
Nog afgezien van het feit, dat een school, die ook in onze tijd gebaseerd wil zijn op 'Schrift en belijdenis', zich naar mijn oordeel niet breed genoeg kan oriënteren, om zo gefundeerd mogelijk te kunnen zijn, komt hier opnieuw de vraag boven naar de bandbreedte van de Reformatie vandaag. Wat is 'de eigen school' die Janse, ideoloog van de 'bevindelijk gereformeerden', beoogt? En wat betekent dat voor zijn hoogst 'eigen' dagblad?
Staan bepaalde delen van de Gereformeerde Gezindte, hoezeer men ook naar de belijdenis reformatorisch wil zijn, daarbuiten? Ooit sprak ds. H. G. Abma over mensen, die wat de politiek betreft tevreden waren met nog 'één waarachtig zeteltje'. Hoe is dat over de hele linie van het reformatorische leven? Waar staan hervormde gereformeerden vandaag in dit 'eigene'? Anderen, zoals Christelijke Gereformeerden en Vrijgemaakt Gereformeerden, stellen de vraag maar voor zichzelf.
Kwalificaties
Bij de vraag naar de bandbreedte van de Reformatie vandaag laat ik de kwestie van de kerkelijke verdeeldheid rusten. Die is onoplosbaar. De vraagstelling zelve is dunkt mij op zich al vermolmd. Ik ben langzamerhand geneigd de stelling van prof. dr. J. Douma te beamen: 'Het zal blijven kraken en scheuren tot de jongste dag.' Als zodanig hebben de reformatieherdenkingen in hun 'gemeenschappelijkheid' iets van salonontmoetingen. Het kraakt en scheurt intussen verder. In alle verdeeldheid en verscheurdheid blijft echter dan nochtans de vraag van de bandbreedte recht overeind. Waar is er nog echte reformatorische samenhang en samengang, met breed reformatorische allure en loyaliteit?
Vandaag is er sprake van trefwoorden, waarmee de één de ander kwalificeert. Ik noem hypercalvinisme, verbondsautomatisme, mysticisme, remonstrantisme of arminianisme. De laatstgenoemde kwalificatie is schering en inslag. Ook Janse bedient er zich van. Zeker, zowel het remonstantisme als het hypercalvinisme zijn ontsporingen van de Reformatie, de eeuwen door. Ze zijn diep genesteld in de flanken van het gereformeerd protestantisme. Maar vandaag heet prediking met een onvoorwaardelijke aanbieding van het heil of prediking met bevel van geloof en bekering op zich al remonstrants. Of prediking, waarin de beloften en de weldaden en de pleitgrond van het verbond worden uitgezegd, krijgt de betiteling 'verbondsautomatisme' en de predikers ervan heten verbondsmannetjes. Of van de weeromstuit wordt prediking, waarin de verkiezende God wordt verkondigd, betiteld als hypercalvinistisch. Of prediking, waarin de eigenheid van het werk van de Heilige Geest in de toepassing van het heil aan de orde komt valt onder het oordeel van (valse) mystiek. De één kan het Evangelie niet meer verdragen, de ander de verkiezing niet, een ander het verbond niet, en weer een ander de bevinding niet.
We zien vandaag, dat het gebruik van trefwoorden al voldoende is om 'de ander' te typeren en vervolgens uit te sluiten. Hoe diep gaat intussen de kennis van de Reformatie, en de geloofskennis aangaande het hart van de reformatorische leer? Samen terug naar de bronnen, willen we nog gereformeerd mogen heten.
Ontmoeting
Alle gesprekken en conferenties over kerkelijke eenheid blijken steriel te zijn geworden. Wat we nog het meest nodig hebben is de ontmoeting rondom thema's, die met de Reformatie zijn gegeven. Het was jammer, dat na de waardevolle bezinning bij Den Hertog geen gesprek volgde. Ik denk met name aan het betoog van De Reuver over het piëtisme. Vandaag volop actueel. Wat mag echt bevindelijk heten? Als het Sola Scriptura, de Schrift alleen, ook normerend is voor de piëtas, de vroomheid, valt er nog heel wat door te spreken. En als de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof, zoals we die in Romeinen 3 aantreffen, de nerf is van reformatorische geloofsbeleving, wat betekent dan 'goddeloos' en wat betekent dan 'gerechtvaardigd'?
De bandbreedte van de Reformatie zelf is versmald in afzonderlijke circuits, met elk hun eigenheden. En zo gaan de trefwoorden van het eigen gelijk functioneren. Is er nog een basis voor gemeenschappelijk herdenken? Nauwelijks overtuigend. Dat betekent niet dat we het moeten nalaten. Als de muis van de herdenkingen nog maar een staart heeft van wezenlijke ontmoetingen. Is er nog een band? Zo ja, hoe breed dan?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's