Wat bij schriftuitleg bedacht moet worden (8)
De vroeg-of oudchristelijke kerk
De christelijke gemeente zag in de Heere Jezus de vervulling van het Oude Testament. Daarin onderscheidde ze zich van meet af aan van het jodendom en de synagoge. Zelf heeft de Heiland menigmaal en op velerlei wijze uitleg van de Schriften, toen nog het Oude Testament, gegeven. De apostelen zijn op Zijn spoor verdergegaan, ook Paulus met name.
Twee jaar terug zei een joodse rabbijn: 'Jammer dat Paulus er geweest is, die heeft heel de zaak verknoeid, met Jezus is best wat te beginnen'.
De volgelingen van de Heiland en de apostelen hebben altijd weer de grootheid en heerlijkheid en volkomenheid van de Heere Jezus uit de Schriften willen aantonen en belijden. Vaak zagen zij in geschiedenissen en bijbelse personen Zijn beeld en aanduiding. Men wilde alles in de Schrift in betrekking tot Hem zien en de geestelijke betekenis voor hoofd en hart delven uit de Bijbel. Dat was lofwaardig maar men ging overdrijven. Al gauw liet men de letterlijke betekenis en het historisch verband los. Mogelijk gebeurde dat ook onder invloed van Philo. De willekeur kreeg zodoende te veel ruimte. Clemens in Rome was een van de eerste schrijvers na de apostelen. Ook hij vergeestelijkte spoedig. Izaak zou bijvoorbeeld blijmoedig zich geschikt hebben tot het offer, want hij wist al van te voren hoe alles aflopen zou. In een van zijn brieven is de fabel van de uit de as herrijzende vogel Phoenix een profetie van de opstanding van de Heere Jezus uit de doden! Nog een andere vroegchristelijke auteur, Barnabas gaat verder. Van de wetten van Mozes beweert hij dat de gelovige joden die hadden moeten opvatten als een heenwijzing naar Christus zonder de verplichting deze wetten ook te onderhouden. In de 318 mannen die Abraham meenam in de velddocht ziet hij een profetie van Christus en Zijn kruisdood. Immers, de Griekse getallen geven deze uitkomst. Het getal 300 wordt in het Grieks door de T aangeduid en die letter heeft de vorm van het kruis. De I staat voor het getal tien en de H, uit te spreken als è, is acht. De I en de H zijn in het Grieks de beide beginletters van lESOUS, de Griekse naam voor Jezus. Mogelijk zegt u: 'Dat is heel vernuftig gevonden'. Maar... Barnabas vergat daarbij dat God niet in het Grieks maar wel in het Hebreeuws sprak tot Israël en in deze taal het Oude Testament liet opschrijven.
Met die, ik noem dit maar, getallenspeculaties zij men maar voorzichtig. Ooit zat ik als student onder het gehoor van een oudgerefoimeerde dominee. Het ging over de wonderbare visvangst, 153 grote vissen. Hij legde dat uit. Tien is het getal van de volheid, denkt aan de tien stammen, de tien geboden, de tien maagden, vijf wijs en wijs dwaas. Tien keer tien is honderd. Dan nog vijf. Men zal Zijn Naam noemen 'Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid. Vredevorst'. Dan nog drie: de Vader, de Zoon en de Geest. Ik dacht oneerbiedig: 'Ik kan ook rekenen. Is twaalf geen mooi getal, de volheid van de kerk toch, de twaalf stammen Jakobs, de twaalf apostelen ook? Twaalf maal twaalf is 144. Drie keer drie is negen. Samen ook 153'. Maar wat hebben we daaraan? Meer de vrome fantasie gaat op hol dan eerbiedig luisteren naar de Schrift.
Drie scholen tot de vijfde eeuw
In de oudchristelijke kerk ontstonden drie richtingen of scholen in de manier waarop de Schrift werd uitgelegd, en wel:
a. De Westerse richting, waartoe we kerkvaders als Irenaeus, Tertullianus en Cyprianus kunnen rekenen. In deze school benadrukte men de overeenstemming met de regel der waarheid en de traditie. Vooral opkomende ketterijen op grond van eigen willekeurige Schriftverklaringen en Schriftverdraaiingen noodzaakten er toe.
Weliswaar verwierp men de allegorische verklaring niet helemaal maar men was er toch wat huiverig voor en daarin daarom erg gematigd.
b. De Alexandrijnse school, waartoe Clemens van Alexandrië en Origenes te rekenen zijn. In deze richting beijverde men zich om de diepere geestelijke betekenis van de Schriftwoorden na te speuren. Men beleed van harte dat de Schrift het geïnspireerde Woord van God is. Maar alles had zijn betekenis, volgens Origenes, een diepere zin, tot zelfs een haakje of een komma. Hij beriep zich voor deze regel op Johannes 2 : 6, waar staat dat er een groot wijnvat stond, waarin dus door de Heiland het water in wijn veranderd werd, inhoudende drie metreten. De tempelreiniging betekent eigenlijk de zuivering van de ziel, op mystieke manier,
c. De Antiocheense richting, waartoe Lucianus, Diodorus van Tarsen en Theodorus van Mopsuestia behoorden. In deze richting kwam men sterk op tegen het vergeestelijken. Krachtig pleitte men ervoor om het grammaticale en historische element bij de Schriftverklaring niet te verwaarlozen. Wel liep men hier het gevaar erg koud, formeel en naar de letter van de tekst 'slechts' de Schrift uit te leggen. Ook zag men de Schrift wel eens te menselijk.
U ziet, ook in de eerste eeuwen gaf men zich moeite de Schrift te verstaan en te verklaren, en waren er richtingen in de kerk, die er nog wel zijn. Natuurlijk zijn er ook overgangen tussen deze en kan men niet elke oudchristelijke schrijver onder een van deze drie scholen precies rangschikken.
Volgende keer iets over de Middeleeuwen en over de Reformatie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's