De Hervormde Kerk vleugellam naar een verenigde kerk?
Behandeling kerkorde in eindstadium
Uitgerekend in een tijd, waarin het wettelijk geregelde homohuwelijk van regeringszijde wordt opgevoerd, permitteren de zich verenigende kerken het zich om in de concept-kerkorde inzake het huwelijk er het zwijgen toe te doen. Ook in de tekst van de kerkorde, die nu voor tweede lezing voorligt voor de triosynode, die van 13 tot 15 november a.s. wordt gehouden, heeft de Werkgroep Kerkorde geen paragraaf over het huwelijk opgenomen. En dat terwijl ongeveer de helft van de hervormde classes bij de consideraties over de kerkorde te kennen heeft gegeven een paragraaf over het huwelijk wenselijk te achten.
Het is niet niets, wanneer de Hervormde Kerk, die in haar kerkorde van 1951 nog spreekt over het huwelijk als inzetting Gods, nu zou meegaan met een kerkorde, waarin het huwelijk niet wordt genoemd, dit vanwege het feit, dat dan ook niet-huwelijkse relaties zouden moeten worden geregeld.
Een homohuwelijk mag geen huwelijk heten, omdat voortplanting de kern van het huwelijk is. Dat is de mening van prof. mr. S. C. J. J. Kortmann, voorzitter van de 'Commissie inzake openstelling van het burgerlijk huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht', die in deze commissie een minderheidsstandpunt inneemt (R.D. 29 oktober). De kerkordes voorzien niet in inzegening van een homohuwelijk. Wel liet ds. W. Barendrecht, lid van het moderamen van de gereformeerde synode, al weten, dat zijns inziens de kerken de maatschappelijke tendens in deze wel zullen moeten volgen. 'Als de overheid het homohuwelijk vrijwel zeker accepteert is het "vrijwel zeker" dat het kerkelijk onderscheid tussen heterorelaties en homorelaties op den duur zal wegvallen.' (N.D. 30 okt.) Moet echter juist nu de kerk niet duidelijk maken, dat het huwelijk inzetting Gods is en als zodanig ook moet worden gesteld in de kerkorde? Wordt door dit niet te doen de deur niet open gehouden voor het uiteindelijk toch creëren van ruimte voor het homohuwelijk?
Vanuit het hervormd moderamen is terecht gesteld, dat het geen automatisme is, dat de kerk de overheid moet volgen wanneer deze aan homoseksuele relaties een bewijs van een geldig huwelijk geeft. Laat het hervormd moderamen dit dan ook doorvertalen in de richting van de kerkorde, die nu voorligt! Anders dan in de andere kerken zal ze een brede flank, zo niet de meerderheid van de kerk daarin mee hebben.
In het dezer dagen verschenen boek 'Geen kerk zonder bisschop? ', waarin de teksten zijn gebundeld van een tweetal congressen aan de Utrechtse Universiteit over het ambt, wordt over het ambt, behalve als Christusrepresentatie, ook gesproken onder de noemer van 'tegencultuur'. In het geestelijk leiderschap in de kerk van Christus gaat het ook, zo wordt gezegd, 'om iets wat we buiten de muren van de kerk, zeker institutioneel, amper tegenkomen'. Bij het legitieme aspect van deze ambtslijn wil ik graag de vinger leggen. Geestelijk leiding geven in een meer en meer Godloze samenleving betekent haaks op de tijdgeest staan, een 'tegencultuur' vormen, tegendraads zijn; het ambt dus in profetische zin. Zou dat juist niet ook tot uitdrukking dienen te komen rondom het huwelijk, nu zich hier in onze samenleving meer en meer ontbindende verschijnselen aandienen? Zou, omgekeerd, bij het scheppen of open laten van ruimte voor een homohuwelijk het ambt nog Christusrepresenterend mogen heten?
De gemeenten
Hoewel een kerkorde uiteindelijk niet beslissend is voor het leven van en in de kerk, is het niet om het even hoe de orde der kerk, met name ten aanzien van de gemeente, eruit ziet. Daarom weten hervormde gereformeerden zich ook geroepen inhoudelijk hun bijdrage te geven, ten spijt dat ze zich in het Samen op Weg-gebeuren meegenomen weten.
Er mag hierbij wel een vurig gebed opstijgen tot de Koning der Kerk, dat Hij gedenke aan Zijn Verbond en dat er met wijsheid en voorzichtigheid gehandeld wordt, opdat niemand in geweten gebonden zal worden, doordat men beantwoorden moet aan regels, die niet conform de Schrift zijn.
Gezien het bovenstaande is met name de positie en het recht van de hervormde (wijk-)gemeente in het geding. Momenteel doen verhalen de ronde, dat gemeenten straks gedwongen zullen worden tot... en dan volgen voorbeelden van mogelijk verlies van vrijheid inzake huwelijksbevestiging, liturgie, ambtsinvulling, sacramentsbediening. Dat zal - zo is gesteld - niet het geval zijn. Vanwege de rechtspositie!
In het voorliggende ontwerp van de kerkorde is geregeld, dat er vier soorten gemeenten zullen zijn: verenigde (protestantse of reformatorische) gemeenten, hervormde gemeenten, gereformeerde gemeenten en evangelisch lutherse gemeenten.
Hier houden we intussen de vingen bij de pols. In het advies van de Werkgroep Kerkorde wordt opgemerkt, dat zij de opdracht kreeg aandacht te geven aan een eerder advies van de hervormde commissie voor kerkordelijke aangelegenheden (KOA), namelijk om meer ruimte te creëren 'om eigen vormen van kerkelijk leven voort te zetten binnen het gezamenlijk kerk-zijn'. Dat betekent kort en goed, dat het eigene van (wijk-)gemeenten, die hervormde (wijk-)gemeenten willen blijven ook echt gegarandeerd zal moeten zijn.
In het kerkordeartikel over de gemeente wordt ervan uitgegaan, dat de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland de voortzetting is van de drie zich verenigende kerken. Vervolgens wordt dan gezegd, dat de kerk en de gemeenten elk hun zelfstandigheid hebben, 'maar nooit zonder elkaar'. Zulks ligt ook opgesloten in het feit, dat in de naam voor 'Kerk' (enkelvoud), zoals in Hervormde Kerk, en niet voor 'Kerken' (meervoud), zoals in Gereformeerde Kerken, is gekozen. De zelfstandigheid van de gemeente ligt dus ingebed binnen de zelfstandigheid van de kerk. Dat is formeel juist. Dat betekent echter wel, dat de zelfstandigheid van de hervormde gemeenten, met name ook tot uitdrukking komend in de vrijheid om het gemeentelijk leven geheel naar eigen, hervormde (-gereformeerde) identiteit in te richten, ook met zoveel woorden zal moeten worden gegarandeerd. De meerdere 'eigen ruimte', waarom hervormd KOA vroeg, is echter in de kerkorde zelf nog niet terug te vinden.
Ordinanties
Als we gezegd hebben van oordeel ie zijn, dat het hier nauw luistert, betekent dit, dat de kerkorde in deze niet los van de ordinanties en de ordinanties niet los van de kerkorde kunnen worden gezien. Juist ook in de ordinanties wordt de rechtspositie van de (wijk)gemeente nader uitgewerkt. In de ordinanties zal de meerdere ruimte, waarom hervormd KOA heeft gevraagd voor eigen inrichting van de gemeente, nader moeten worden vastgelegd.
We hebben één en ander maal gezegd, dat het te kort door de bocht is, dat de ordinanties al ter consideratie aan de gemeenten en de classes zijn voorgelegd, terwijl de kerkorde nog niet definitief is vastgesteld. Gegeven het feit, dat dit nochtans is geschied, zijn we van oordeel, dat geconsidereerd moet worden, juist vanwege de samenhang van ordinanties en kerkorde.
In een begeleidend schrijven bij de kerkorde van de Werkgroep Kerkorde (10 oktober 1.1.) valt de werkgroep zichzelf eigenlijk al in de rede door te zeggen, dat niet moet worden uitgesloten, dat consideraties en reacties op de ontwerp-ordinanties op een enkel punt gevolgen zouden kunnen hebben voor de uiteindelijke tekst van de kerkorde: 'Vandaar dat ten aanzien van de kerkorde in tweede lezing een slag om de arm moet worden gehouden'. Opdat derhalve de dingen niet gaan over-ons-zonder-ons, roepen we de kerkenraden dan ook dringend op te considereren en geen gevolg te geven aan de hier en daar gehoorde oproep dit niet te doen.1)
Tegelijkertijd doen we een beroep op de synode het traject voor de behandeling van de ordinanties aanmerkelijk te verlengen. Het hervormd moderamen heeft beseft, dat het nodig is een ruime termijn te nemen tussen de behandeling in tweede lezing van de kerkorde op de triosynode en de bekrachtiging ervan op een vergadering van de hervormde synode, die een verdubbelde synode zal zijn. Dan gaat het niet aan de ordinanties, die met betrekking tot de rechtspositie van de hervormde gemeenten van zo cruciale betekenis zijn, op korte termijn al behandeld te willen zien. De complexiteit van de materie op zich al laat dat ook niet toe.
Bovendien willen we nog eens benadrukken, dat het creëren van meer ruimte voor de eigen inrichting van de hervormde gemeente ook vraagt om doorvertaling van die (hervormde) eigenheid naar de tussenniveaus, te weten de classis en de ring. Waarom is hier het model van de Duitse Evangelische Kerk, waarbinnen een Gereformeerde, een Lutherse en Geünieerde Kerk zijn geregeld, nog niets eens serieus bekeken? Dat zou veel (hervormde) kou uit de lucht hebben weggenomen. Het gaat toch niet aan ver doorgevoerde vereniging op te leggen in regio's (classes), waar van SoW niet of nauwelijks sprake is? De regionale dienstencentra, die nu in voorbereiding zijn, zijn in dit verband duidelijk al een stap te ver!
Geluisterd?
De Werkgroep Kerkorde zegt te hebben willen luisteren naar de consideraties aangaande de kerkorde van de mindere vergaderingen, dat wil zeggen van de kerkenraden en de classes. Er is echter wel 'een selectie' gemaakt, 'aan de hand van de vraag wat de verbetering van het draagvlak dient'. Derhalve zijn dertig wijzigingen doorgevoerd. Welke criteria zijn daarvoor echt toegepast?
Van fundamentele, want grondleggende betekenis is de vraag hoe 'Leuenberg' nu is geformuleerd in de grondslag. Nadat in artikel 1-4 een opsomming is gegeven van de belijdenissen van de oud christelijke kerk en de kerk van de Reformatie, 'in gemeenschap' waarmee de verenigde kerk wil belijden, wordt in een afzonderlijke paragraaf (1-5) gezegd (in gewijzigde zin), dat de kerk 'met de Konkordie van Leuenberg' erkent, 'dat de lutherse en gereformeerde tradities door een gemeenschappelijk verstaan van het Evangelie bijeen komen'. In deze formulering gaat het niet meer, zo luidt de toelichting, om de inhoud van Leuenberg maar om de bedoeling ervan. Voor de werkgroep is Leuenberg dan ook geen 'hermeneutische sleutel', geen leesregel voor de Dordtse Leerregels. Wel stelt Leuenberg, zoals al eerder in 1966 in het hervormde geschrift over de Uitverkiezing werd gedaan, 'exegetische vragen aan de besluiten van Dordt'. Geen leesregel voor Dordt dus, wel vragen aan Dordt.
Wij moeten zeker toegeven, dat Leuenberg in de nu voorliggende tekst een sterk gereduceerde betekenis heeft. Nochtans stellen we de vraag of vragen, in dit geval vragen aan Dordt, in een grondslagartikel van een kerkorde thuis horen. Zou het dan niet consequenter zijn Leuenberg geheel te verplaatsen naar de ordinanties en dan - overeenkomstig een eerder advies van hervormd KOA - de gemeenten zich te laten uitspreken over de vraag of men zich op Leuenberg al of niet wenst te laten aanspreken? Een kerkelijke tweedeling dus. Dat vraagt dan ook om kerkordelijke verankering. Als Leuenberg dan nu toch geen confessionele status meer heeft - het heeft het bij de opstelling in de zeventiger jaren ook nooit gehad - wat doet Leuenberg dan nog in de grondslag? 2) en 3)
Intussen beseffen we, dat - Leuenberg of géén Leuenberg - het grondslagartikel, evenals in de hervormde kerkorde van 1951, uiteindelijk staat of valt met de formulering 'in gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht'. Als 'in gemeenschap met' geen binding aan die belijdenis mag heten, welke status heeft de belijdenis dan echt? Dat was de steeds weer terugkerende vraag, die opnieuw levensgroot voor ons staat.
Naam
De werkgroep heeft in ieder geval niet geluisterd naar de stemmen, die breed klinken in de Hervormde Kerk, om hervormd in de naam te houden. In de nieuwe naam mag, zegt de Werkgroep Kerkorde, niets meer herinneren aan de namen van de drie zich verenigende kerken. Voor Verenigde Protestantse Kerk in Nederland wordt nu wel als alternatief voorgesteld 'Verenigde Reformatorische Kerk in Nederland'. Dat is volstrekt geen verbetering. Afgezien van het feit, dat zulk een naam onhanteerbaar is - 'ik ben verenigd protestants of verenigd reformatorisch'? - wordt de verwarring met 'reformatorisch' in de naam compleet, gezien de reformatorische zuil. Als echter reformatorisch kan moet hervormd ook kunnen, want de Reformatie was de Hervorming. Ook luthersen kunnen tegen een naam, die aan hun komaf herinnert, geen bezwaar hebben. Duidelijk is dat juist gereformeerden hier dwars liggen. We persisteren - als sluitstuk, na behandeling van de grondslag - bij de door ons opgevoerde naam Hervormde Kerk in Nederland. 3)
Beschadigd
De beslissingen, die de komende tijd genomen gaan worden, zijn doorslaggevend voor de kerk, die wordt beoogd. We kunnen niet nalaten hier nog eens duidelijk te stellen, dat een groot deel van de hervormden wordt meegenomen op een weg, die zij niet hebben gewild, en waar ze nochtans 'op hun post' blijven om daar zich in te zetten voor het recht van de gereformeerde belijdenis. De Hervormde Kerk heeft zich begeven op een weg, die haar intern zwaar heeft verdeeld. Verdeeldheid is er al jaren over de meest principiële zaken, maar nu raakt de verdeeldheid het kerk-zijn zelve. Dat is aangrijpend.
Velen hebben het gevoel machteloos te moeten toezien wat vanuit de top in praktische zin al wordt geregeld. Dat betreft dan het management van de arbeidsorganisatie, die bovendien geheel een middenorthodoxe aangelegenheid is. Maar hoe serieus wordt de stem van de classis genomen? Wanneer de Werkgroep Kerkorde zegt selectief te hebben geluisterd naar de stem van de classes, moet worden gevraagd: hóé, selectief?
De Hervormde Kerk is door het Samen op Wegproces niet alleen zwaar verdeeld geraakt maar ook ernstig beschadigd. Ze dreigt letterlijk vleugel-lam te worden, omdat de hervormd gereformeerde vleugel het meest beschadigd is geraakt, geremd in haar motivatie.
De Gereformeerde Bond gaf in enkele geschriften desgevraagd inhoudelijke inbreng. Wordt er geluisterd met effect? De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat er hier en daar ook verzet is tegen het geven van een inhoudelijke inbreng, omdat die staat in het kader van de vereniging, waar men niet om heeft gevraagd. Dat blijkt als het gaat om het considereren inzake de ordinanties. Als echter een brede vleugel van de Hervormd Kerk verlamd dreigt te raken, zou dat betekenen, dat een reservoir van geestelijke krachten (A. A. van Ruler) zou uitvallen.
In de verdeeldheid worden haarscheuren zichtbaar. Ook als die haarscheuren vandaag met name in hervormd gereformeerde kring aan het licht treden, gelden ze de kerk als geheel. Hoe zal een kerk, die vleugellam dreigt te raken, haar vleugels nog uitslaan? Die vraag moge de kerk zich in haar ambtelijke vergaderingen blijven stellen.
(1) Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond geeft dezer dagen een herziene versie van het geschrift 'Kritisch Bekeken - nader bezien' uit, waarin de ordinanties worden behandeld.
(2) Voor een kritische behandeling van de kerkorde zie men het geschrift van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond 'Voor de goede orde'.
(3) Inzake de Konkordie van Leuenberg gaf het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond dezer dagen uit het geschrift 'De Leuenberger Konkordie - gewikt en gewogen'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's