De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

Bij uitgeverij Den Hertog te Houten verscheen een boek, getiteld 'Oude schrijvers - een kennismaking'. Daarin brachten vijf theologen uit de gereformeerde gezindte (prof. dr. W. van 't Spijker e.a.) korte teksten van in totaal vijftien oude schrijvers bijeen.

Hier volgen een drietal teksten:

Wilhelmus Schortinghuis (1700-1750)

• Zielsbegeerte om in Christus gevonden te zijn

Ach! wat kan 't mijn ziele baten,
Of ik alles weet en ken,
Zo Ik buiten Jezus ben.
Krijg ik eer of hoge staten,
't Baat mijn arme ziele niet
Zo ik Jezus niet geniet

Hoop ik op een zalig sterven,
Of een zaal'ge heerlijkheid
Voor des Heeren volk bereid:
Ach! dit alles moet ik derven.
Zo mijn hart op 't heilverbond
Niet in Jezus is gegrond.

Jezus, Jezus, Gij alleen
Kunt mijn ziel uit alle nood.
Redden, ja, van hel en dood;
Geef dan, dat ik anders geen
Nevens u, op aarde meer
Tot mijn heil en troost begeer

Schenk mij door Uw goedheid 't leven
Door Uw kruisbloed aangebracht,
Ruk mij uit des satans macht;
Ach! Laat ik U 't harte geven
En maak Gij 't van zonden rein,
Heilig, teder ende klein.

Woon Gij enig in mijn hart
Door 't gelove dat mijn ziel,
U, o Jezus, recht beviel;
Drijf uit 't hart al wat mij smart.
Druk en kommer baren zou
En breng mij in d' ondertrouw.

Dat ik mij aan U verbinde
Om alleen voor U te zijn
En U ook mag noemen mijn:
Heere Jezus, laat mij vinden
't Goede waar Gij door genaad'
Al Uw volk mee overlaadt

(Geestelike Gesangen, Groningen 1772)

• De vijf dierbare nieten

'Ootmoed was voor mij een weergaloos sieraad omdat ik niets anders wenste dan ootmoedig te wandelen en mij te bukken voor de hoge God (Micha 6:6). Nu leerde ik die dierbare vijf nieten bij eigen bevinding enigszins kennen en praktiseren: k wil niet, ik kan niet, ik weet niet, ik heb niet en ik deug niet.' (Het innige Christendom, Groningen 1740)

• Wilhelmus a Brakel (1635-1711)

Het zingen 'Het is verwonderlijk dat de godvruchtigen in Nederland zo weinig lust hebben tot zingen en het ook zo weinig doen. Het is waar, het is de loomheid [traagheid] die onze natie boven andere kenmerkt om weinig te zingen. Hoewel, de wereldse mensen zingen wel, maar dat zijn ijdele liederen die het hart tot ijdelheid en onkuisheid opwekken. De godvruchtigen zijn echter doorgaans met stomheid geslagen in dit opzicht De een zegt: Ik ben bedrukt, de ander: Ik heb geen stem, de derde: Ik ken geen wijs [ik ken de wijs niet, óf: ik kan geen wijs houden], de vierde: Ik durf niet, omdat de buren het zouden horen en mij voor een huichelaar zouden houden. Maar het schort hem niet zozeer daaraan; het ligt veeleer aan zijn tegenzin. Was het hart geestelijker en vrolijker, dan zou men de Heere wel meer met vrolijk gezang loven en ons en anderen daardoor opwekken. Ik spreek niet alleen van het zingen in de kerk. [Maar daar is het overigens meti het zingen zó treurig gesteld dat] velen zelfs niet meezingen en sommigen op zijn best de psalm meelezen zonder hun mond open te doen. Daarom is het nodig dat ik eenieder tot zingen opwek, niet alleen van
psalmen, maar ook van geestelijke liederen... Weet, dat het geen middelmatige zaak betreft, die
ge doen of ook laten moogt. Het is een bevel van God.'
(Redelijke Godsdienst, deel 2)

'Wie lezen er Luther nog? ', was een kop in dagblad Trouw:

• Ds. R. H. Kieskamp, 'Luther lees ik voor iedere preek die ik voorbereid, ik lees tien commentaren voor elke preek en daar zitten de klassieken, in het bijzonder Luther en Calvijn, natuurlijk al gauw bij.
Ik vind Calvijn overzichtelijker Luther is erg breedsprakig, het is moeilijker de krenten te vinden. Maar de ene keer heb ik meer aan Luther, de andere keer meer aan Calvijn. Ze staan allebei zo breed in de traditie dat je niet om hen heen kunt. Bij Luther vind je meer iets van het eerste uur, de spanning in de goede zin van het woord. Luther sprankelt. Hij was de eerste die uit de enge logica van de scholastiek in de eindeloze ruimte van het geloof stapte, ik kan me voorstellen dat sommigen In gereformeerde kring het lezen van Luther als een bevrijding ervaren. Natuurlijk moet de mens de ernst van de zonde serieus nemen, maar dat zondebesef is niet een station waar je te lang moet vertoeven, het is een doorgangsstation langs de lijn die voert naar de verzoening van de schuld door Christus. Maarrr... ook Luther zegt: je blijft zondaar tot de dood. Dat besef mag alleen niet ten koste van de geloofszekerheld gaan. Ik geef catechese uit de Heidelbergse Catechismus, niet aan de hand van werken van Luther of een ander. Maar ik neem altijd acht minuten de tijd voor kerkgeschiedenis en daarin komen Luther en Calvijn uitvoerig aan bod. Ik kan niet zeggen dat de jongelui enthousiast zijn. Maar ik hoop toch een beetje hun belangstelling te wekken, zodat ze er later misschien zelf mee aan de slag gaan. In deze tijd, waarin we onze wortels niet meer verstaan, moeten we meer dan ooit aandacht voor die wortels vragen. Dat geeft geen problemen bij de catechisanten.'

• Ferdinand Domela Nieuwenhuis, zijn volwassen leven begonnen als Luthers predikant, in 1879 uitgetreden, socialistische arbeidsleider (de "apostel van de arbeiders") en anarchist geworden. Hij schreef rond 1910 in een educatieve serie biografieën een deeltje over Luther en vat Luther samen als "een kracht-mens van een voortreffelijke natuurlijke aanleg en tevens met een gemoed teder als een vrouw".

"De algemene Indruk is dat Luther een vrolijke Frans was, een patertje Goedleven, die zijn droogje en zijn natje wel lustte. Zijn uiterlijk werkt hiertoe mede, en voegt daarbij zijn bekende versje: wie niet mint wijn, vrouw en gezang, die blijft een dwaas, zijn leven lang - dan begrijpt men hoe die voorstelling In de wereld is gekomen. En toch zijn er weinig mensen die zulk een streng ascetisch leven leidde als Luther, toen hij in de kloostercel zichzelf kastijdde zelfs. Maar hij bezat een kerngezonde natuur en had een blijmoedige levensopvatting, zo lijnrecht staande tegenover de kop-hangende stijfheid der Calvinisten, die overal slechts zonde zien en schuld.'"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's