Leven in een onbarmhartige maatschappij
Op donderdag 2 oktober 1997 nam de heer D. Schaap, na een dienstverband van bijna 28 jaar, afscheid als stafmedewerker van de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond (HGJB). Deze avond stond in het teken van (jeugd)diaconaat, waarmee collega Schaap zich de laatste jaren intensief heeft beziggehouden. Door ds. A. Romein (Ede) en mevrouw Hijltje Vink-Kersbergen (Stolwijk) werden lezingen gehouden. Gezien het belang van de thematiek plaatsen we deze lezingen enigszins verkort in dit blad. A. J. Terlouw
Stel u voor een jongen van zeg zeventien jaar, pas van school. Hij heeft tevergeefs hondervijftig sollicitatiebrieven geschreven, maar kreeg geen baan. Nu werkt hij via een uitzendbureau op een plasticfabriek. Daar staat hij aan een lopende band en draait de hele dag drie onderdelen van een tuinsproeier aan elkaar. Een calculator heeft berekend, dat hij er minimaal een x aantal per uur moet draaien en dat betekent wel behoorlijk aanpoten. Hij doet dit werk niet alleen, maar met een hele ploeg ongeschoolden en herintredende huisvrouwen. Zo nu en dan is er een uurtje popmuziek. Het is er zeer levendig en ze maken een leven van belang. Toch zou ik eronder willen schrijven: 'Dit is geen leven'.
Men moet zich niet vergissen: talloze jonge mensen hebben inderdaad een moeilijk leven in een harde maatschappij, die vaak onbarmhartig met mensen omgaat.
In welke wereld groeien onze jonge mensen op?
Het is mijn taak slechts aanduidenderwijs, weer te geven in wat voor wereld onze kinderen en jongeren opgroeien.
Onze maatschappij wordt vooral bepaald door het economische. Toen bleek, dat allerlei vormen van overheidsingrijpen niet hielpen tegen het spook van de werkloosheid, zocht men z'n heil weer bij de vrije markt. In onze tijd is sprake van een overmaat aan vertrouwen in de markt en het zogeheten 'marktdenken' regeert. Het is als een nieuw geloof. Alles wordt vertaald in markttermen en voorzien van economische prikkels. Mammon, de geldgod, is weer springlevend. En het marktdenken kent geen barmhartigheid.
Dit geloof doordringt alle instituties: de overheid moet privatiseren, zorginstellingen moeten hun 'product' waarmaken, de landbouw moet doelmatiger (d.w.z. grootschaliger en marktconform) en collectieve arrangementen moeten worden afgebroken. Mensen zijn autonome burgers, 'ondernemende werknemers', die geacht worden zichzelf te kunnen redden en zelf te kunnen bepalen wat goed of slecht voor hen is. De vrije ondernemer is het prototype van de geslaagde mens.
Toch kent ook de markt haar eigen dubbelzinnigheden. Men belijdt wel met mooie woorden dat de arbeid van de mens goed is voor zijn ontplooiing. Maar in werkelijkheid is volledige en volwaardige werkgelegenheid geen doelstelling van de markt. Arbeid is primair kostenpost. En om mee te kunnen doen op de markt moet die kostenpost zo laag mogelijk zijn, met als gevolg bezuinigingen en telkens terugkerende ontslaggolven. Werkloosheid dus. Vooral onder de jonge ongeschoolden of laag opgeleiden. Dan is er weliswaar het vangnet van ons sociale-zekerheidsstelsel. Maar dat kan alleen bestaan bij een zo volledig mogelijke werkgelegenheid. Geen wonder, dat de verzorgingsstaat in een crisis is geraakt en de roep om vernieuwing sterker wordt. En dus kwam Bolkestein met zijn oproep de verzorgingsstaat om te ruilen voor een waarborgmaatschappij, een vangnet, niet voor sociale zekerheid, maar voor bijstand. Immers, er moeten financiële prikkels blijven. Feitelijk leidt dit tot verarming van velen.
Wat wil ik met dit plaatje getekend hebben? Geen compleet tijdsbeeld, maar een schets van die economistische samenleving van onze tijd.
Een harde wereld, waarin het grote doel altijd weer materiële winst is. Wie daaraan meewerkt, heeft waarde, wie daarin achterblijft, is een betreurenswaardige kostenpost.
Maar we moeten nog wat dieper graven. Want achter elk maatschappijbeeld zit altijd een visie, een filosofie, een levensbeschouwing. De levensbeschouwing, die het marktdenken beïnvloedt wordt genoemd het 'postmodernisme'. 'Post' is 'na'. Dus het denken, dat het modemisme achter zich gelaten heeft. Wat is dat achterhaalde modernisme? Dat is de denkwereld van de Verlichting die na de Franse Revolutie de westerse cultuur heeft gedomineerd. Dit denken heeft altijd gestreefd naar een ordening van de samenleving die gebaseerd was op redelijk denken en technisch-logische wetenschap. Dat heeft grote concepties tot stand gebracht, zoals klasse, industriële maatschappij, verzorgingsstaat. Omvattende, totale sociale theorieën.
Het postmodernisme nu verwerpt alle denkvormen die proberen in onze huidige samenleving en cultuur enige samenhang en orde aan te brengen. Die tijd is, zo beweert men, voorgoed voorbij. We leven in het tijdperk van het 'einde van de grote verhalen'. Daarbij gaat het om ieder groot verhaal, of het nu de humanistische mens is of de modeme wetenschap, de houdbare samenleving of het modernisme, het moslimfundamentalisme of de liberale democratie.
Duidelijk zal zijn, dat ook het Grote Verhaal van Bijbel, geloof en kerk valt onder dit oordeel van deze postmodeme denkers. Wat overblijft is een wereld die wordt gekenmerkt door pluralisme, veelheid, heterogeniteit, verschillen, pluriformiteit, diversiteit, openheid, niets vastleggen, kortom: uitsluitend 'kleine verhalen'.
Samenvattend: onze maatschappij is doordrenkt van harde economie, die weinig of niets meer van doen heeft met het bijbelse woord oikonomos, d.i. rentmeesterschap. Markt-en winstdenken bepalen de waardering van de mens en zijn werk. Men wordt gewaardeerd naar wat men opbrengt! De achterliggende denkwereld is egocentrisch, ik-gericht, uitgaande van de eigenwettelijkheid van de mens, die zelf zijn normen stelt, zelf zijn relaties vaststelt, zelf zijn levensinvulling kiest. 'Alles mag' en 'anything goes' is de leus.
Met deze houtskoollijnen heb ik een tijdsbeeld neergezet, dat wij allen zullen herkennen. Natuurlijk is het vrijwel nergens puur en ongemengd voorhanden. Er is veel ongelijktijdigheid te constateren. Er is nog altijd veel invloed van de grote verhalen, van het modemisme, van de denkwereld voor de Verlichting, zoals de reformatie en het katholicisme. En niet alleen in christelijke kring voelt men zich bezorgd over deze ontwikkelingen. Maar de tendens van de tijd gaat in de door mij getekende richting. En overal is die tendens voelbaar.
Welnu, in die wereld, waar de mens een product op de markt is geworden en ieder vooral voor zichzelf leeft, groeien onze jongeren op. Velen van hen zijn sterk. 'Winners' zijn ze. Zij zoeken en vinden hun plaats, nemen deel aan de samenleving, verwerven hun deel van de welvaart, handhaven zich goed. Zuigen zij echter niet te veel en te vaak de damp van het postmodeme leven in? Tot schade van hun ziel? We zijn immers totaal omgeven door de smaakmakers van het materialisme: in de media, de reclame, het koopgedrag van de massa, de sporthelden, de carrièredrang, de mode.
Er is echter sprake van een tweedeling in de samenleving die mij en velen beangstigt. Aan de andere kant van de kloof zijn de achterblijvers, de zwakken, de 'losers', ie eenvoudigweg niet mee kunnen komen en vermalen worden door de raderen van de economistische maatschappij. Wie reikt en de hand en leert hen te zien, waar werelijke waarden en waardevolle normen zijn te vinden? En hoe ook zij hun plaats ogen hebben op deze aarde?
In het kader van deze bezinning zal ik geen antwoord zoeken op de vraag naar het hoe van opvoeding en vorming.
Ik wijs wel op de noodzaak, gelet op het tot nu toe gestelde, van een tweetal concentratiepunten in de benadering van jonge mensen op weg in deze wereld.
Het eerste wat zij nodig hebben is weerbaarheid.
Opvoeding en vorming zullen moeten helpen te zien waar het op aankomt in het leven. Dan gaat het er vooreerst om de goden van deze tijd te ontmaskeren. Het is niet waar dat het Grote Verhaal voorbij is. Liever spreek ik over de hand van God, die zich naar ons uitstrekt, over Hem, die ons roept en alles geeft wat ons nodig is.
De levensband met de Heere, door Jezus Christus. En van daaruit de relativering van allerlei winsten en bezittingen, die niet de werkelijke waarden van het mensenleven uitmaken.
Het tweede wat zij behoeven is sociaal besef. Niemand leeft voor zichzelf alleen (vgl. Rom. 14 : 7). Het postmoderne individualisme is een leugen en slecht voor de wereld. Diep in het bijbels getuigenis leeft de roeping tot een diaconaal leven, er zijn voor de ander, de naaste. In barmhartig heid en met gerechtigheid.
Het geschetste tijdsbeeld is niet rooskleurig. Het toont weer eens aan hoe diep de secularisatie heeft ingegrepen in het denken en leven van mens en wereld. Maar toch is deze tijd ook een uitdaging. Om met Gods Woord opnieuw op weg te gaan, dwars door de nieuwe tijd. De Heilige Geest heeft ook op deze tijd gerekend!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's