Als een vader
'Gelijk gij weet, hoe wij een ieder van u, als een vader zijn kinderen, vermaanden en vertroostten.' 1 Thessalonicenzen 2:11
De apostel Paulus vertelt in hoofdstuk twee, hoe hij zijn werk ziet als dienaar in de gemeente.
Hij vergelijkt zichzelf met een vader, die z'n kinderen vermaant en vertroost.
Vermanen betekent: Iemand bij je roepen, om zo, op een liefdevolle wijze te zeggen, wat die ander fout gedaan heeft.
De apostel Paulus vermaant de gemeente vanuit het Evangelie. Dat zegt hij in vers 4. De HEERE heeft hem het Evangelie toevertrouwd, daar spreekt hij uit.
Dat is de opdracht van iedere evangelieprediker. Pluimstrijkerij, vlijerij is uit den boze.
Gods Woord is scherp, het brengt haarfijn aan het licht wat er scheef ligt in ons leven.
Zo vermaant Paulus de gemeente, als een vader.
Maar hij doet nog meer. Naast vermanen, vertroost hij de gemeente.
Troosten, dat betekent letterlijk: Iemand vaste grond onder de voeten geven.
Het is: Iemand, die alle houvast kwijt is iets geven waar hij of zij zich aan vast kan houden.
Maar, wat kunnen we dan geven aan mensen, die geen hoop en geen moed meer hebben?
De Enige Die dan helpen kan, dat is de HEERE. Hij kan in de grootste diepten van ons leven uitkomst geven, door ons het vertrouwen te schenken, dat Hij ons draagt. Door onze ogen ervoor te openen, dat Hij, als de Goede Herder, ons leidt, zelfs door de donkerste dalen heen. Wat geeft dat een troost. Dan krijgen we grond onder onze voeten. Het is zoals de dichter van Psalm 27 het zingt: 'Zo ik niet had geloofd dat in dit leven, mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou, mijn God waar was mijn hoop mijn moed gebleven, ik was vergaan in al mijn smart en rouw.'
De HEERE troost. Hij geeft vaste grond onder onze voeten, zelfs al staan we voor de dood. Hij kan en wil en zal in nood, zelfs bij het naad'ren van de dood, volkomen uitkomst geven.
Die troost ligt verankerd in het volbrachte werk van de Heere Jezus Christus. Hij heeft Zijn leven gegeven, om zo aan ieder, die in Hem gelooft het eeuwige leven te schenken. Tegenover de dood valt alle menselijke troost weg. Wie kan daar nog iets zeggen? Dan zijn onze woorden teveel, of ze schieten hopeloos tekort. Maar Gods Woord heeft alles in Zich wat we nodig hebben.
Misschien is er iemand die dit leest en denkt: 'Ik heb geen verdriet, alles gaat goed met mij, waarom zou ik troost nodig hebben? ' Maar, heeft u dan nog nooit verdriet gehad over uzelf, over uw zonden. Verdriet, omdat u de HEERE elke dag zoveel tekort doet. Als er nooit een treuren is over onszelf, dan klopt er iets niet. Als de Heilige Geest in ons gaat werken en ons onze zonden laat zien, dan kan het niet anders of we worden daar verslagen onder.
Dan gaan we het ontdekken dat we troost nodig hebben. En de HEERE geeft troost.
De Heilige Geest wordt niet voor niets de Trooster genoemd. Hij gebruikt Gods Woord om ons te troosten. Die preek, dat gedeelte uit het dagboek, het raakte ons hart.
Wat is de HEERE een geweldige Trooster. In navolging van Hem kan Paulus de gemeente troosten.
En zo worden wij ook geroepen om elkaar te troosten. Om elkaar te kunnen troosten moet er liefde zijn. Dan moet je elkaar een warm hart toedragen. Dat is bij Paulus ook aanwezig. Dat zegt hij in vers 7. Daar staat: 'Maar wij zijn vriendelijk geweest in het midden van u, gelijk als een voedster haar kinderen koestert.'
Wat is dit waardevol. Paulus vergelijkt zich niet alleen met een vader, maar ook met een moeder. Een moeder, die haar kindje voedt en die het in liefde tegen zich aandrukt en het streelt. Wat is het geweldig als een dienaar op die manier zorg draagt voor z'n gemeente. Laten we het zo zeggen: Met minder kan het niet toe! In vers 8 lezen we, dat Paulus niet alleen het Evangelie brengt, maar hij geeft ook zichzelf aan de gemeente. Hij is met hart en ziel bij de gemeente betrokken. Dat is voelbaar, want daar gaat er warmte vanuit. Wat een zegen voor een gemeente en ook, wat een zegen voor een dienaar, als het zo mag zijn. Dan worden de vruchten vanzelf zichtbaar in het groeien en bloeien van de gemeente.
Dan staat de Heere Jezus in het middelpunt. Dan wordt Gods Naam verheerlijkt. En daar gaat het toch om!
Paulus mocht als een vader de kinderen vermanen en vertroosten. Maar, zo lezen we in vers 12, achter al zijn werk staat de HEERE, Die de gemeente roept. En dat is maar goed ook, want anders was het mensenwerk en verder niets. Maar nu zien we dat al het werk wat Paulus doet, gedragen wordt door de HEERE.
Dat geeft ook vandaag aan dienaars de kracht om dit werk te doen. We arbeiden niet namens onszelf in de gemeente, maar namens de roepende God. En juist omdat we namens Hem spreken, wordt alles wat er in de Kerk gebeurt uitgetild boven het kleine en beperkte van ons menszijn.
Hij, Die ons roept, geeft ons uitzicht over de grenzen heen van ons aardse leven, uitzicht op Zijn Koninkrijk dat komt.
Dat is het, wat ons moed geeft temidden van alle moedeloosheid. Dat is het wat ons hoop geeft, ook al is ons leven nog zo hopeloos. Dat is het wat heel maakt, ook al zijn we nog zo gebroken.
Dan kunnen we meezingen met Psalm 116:5
'Gij hebt, o HEER', in 't dodelijkst tijdsgewricht mijn ziel gered, mijn tranen willen drogen, mijn voet geschraagd; dies zal ik voor Gods ogen, steeds wandelen in 't vrolijk levenslicht.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's