Wat bij Schriftuitleg bedacht moet worden (10)
Moderne methoden
In dit voorlaatste artikel geef ik graag nog enige aandacht aan moderne vormen van omgang met en verklaring van de Bijbel. Die beide gaan tot op vandaag door. Het komt voor dat studenten, die van huis uit in het eenvoudige Bijbelse geloof zijn opgevoed, bij hun studie van de theologie ondersteboven gaan, soms 'om gaan'. Nu is het op zich niet zo erg als we door een crisis heengaande teruggeworpen worden op God en Zijn Woord en niet bij voorbaat menen alles al te weten. Vriendschap met medestudenten, opvang op disputen, onderricht door docenten, die zelf aan Schrift en belijdenis vasthouden, bieden tegenwicht en kunnen tot veel zegen zijn.
En het verschilt nogal of we in een stuk informatie ook zien hoe methoden van Schriftuitleg te werk gaan dan wel of ons ongereformeerde, onbijbelse denkbeelden worden opgedrongen en bij docenten de vijandschap tegen de gereformeerde Bijbelbeschouwing niet onder stoelen of banken wordt gestoken.
Enige methoden
Natuurlijk kan ik onmogelijk een volledige uiteenzetting geven en lang niet alle lezers zijn vaktheologen. Maar ik poog op eenvoudige wijze een schets te geven.
a. Het zogeheten 'bronnenonderzoek' Velen van ons weten dat bij het onderzoek naar het ontstaan van de Bijbel vooral de Pentateuch kritisch is bezien. Eigenlijk begon het literair-kritisch onderzoek daarmee in de 18e en vooral 19e eeuw. Het verschil in het gebruik van de Godsnamen vooral in Genesis, daar in het ene hoofdstuk God genoemd wordt, in een ander HEERE in soms gelijkopgaande geschiedenissen leidde tot de acceptatie van bronnensplitsing in de Schrift. Dr. M. J. Paul met name heeft daartegen ingebracht dat het verschillend gebruik van de Godsnamen echter functioneel is. Met opzet zijn verschillende Godsnamen gebruikt, die alle iets van God Zelf onthullen.
Door strijd en gebed heen hebben velen gezien en geleerd dat de wetenschap wel ons de Bijbel kan pogen af te nemen maar er niets voor in de plaats stelt dat het hart met vrede vervult.
b. de godsdienst-historische methode Door nadere kennis en ontdekking van oude heidense religies zag men allerlei overeenkomsten in de wijze van voorstelling tussen de Bijbel en antieke oud-oosterse religies. Dat leidde weer tot de gedachte dat de Bijbel(schrijvers) hun inhoud ontleend hadden aan heidense denkbeelden en vormen van religie. De Bijbel zou voor een groot deel afhankelijk zijn van wat heidenen al hadden gezien en ervaren. Het gevaar is daarbij groot dat overeenkomsten worden gezien en aangetoond waar die er niet zijn en dat uiterlijke overeenkomsten als innerlijke eenzelvigheden worden beschouwd. Daarbij gaat het volstrekt unieke van de Godsopenbaringen van de Heere Jezus teloor.
c. de Formgeschichtliche methode Met deze methode poogt men oog te doen krijgen voor de verschillende stijlsoorten in de literatuur. Proza wordt anders geschreven dan poëzie. Een verhaal is anders opgebouwd dan een profetische prediking. Wat is de functionele betekenis van een bepaalde tekst? Wat was de achtergrond en het leven van de auteurs die schreven en wat is de betekenis van wat zij schreven in het licht van parallellen, die ons bekend zijn uit de teksten van de wereld rondom Israël? Veel van wat bericht wordt is historisch niet juist. Er is legende- en sagenvorming. Ook hier gaat het unieke van de Bijbel weg, modern literatuuronderzoek wordt toegepast op de Schrift.
d. de methode van de traditiegeschiedenis Bij deze methode poogt men door te dringen tot de tradities die achter wat geschreven is liggen, rond bepaalde themata. Zo zou er een uittocht-traditie zijn, een Sinaïtraditie. Noth gaf de hypothese dat er een groot Deuteronomistisch geschiedwerk zou hebben bestaan, dat Deuteronomium t/m 2 Koningen omvatte, waarin deuteronomistische en kronistische auteurs hun inbreng hadden.
Von Rad zocht in een credo de kern van het Oude Testament, nog aanwijsbaar in Deuteronomium 26 : 5b-9. Het onderzoek wil de dragende ideeën achter de verschillende Bijbelgedeelten en - boeken pogen op te sporen. Welke geestelijke motieven gaan erachter schuil?
e. de methode van de narratieve theologie Tenslotte is daar de manier van omgang met de Bijbel, waarin het niet om de moraal maar om het verhaal zou gaan. Grote nadruk ligt op de woordbetekenis en de Godservaring van Bijbelschrijvers tot en met mensen van vandaag toe. Vooral ds. N. M. A. ter Linden paste deze toe in de Westerkerk in Amsterdam. Het gaat niet zozeer om de vraag of 't echt waar is wat er slaat, of het zo gebeurd is, maar om de werkelijkheid ervan. De ervaring die men nu van God opdoet is net zo wezenlijk als die de Bijbelse auteurs hadden. Er is dus een open canon.
U ziet: er komt heel wat af op hen die met moderne vormen van omgang met en verstaan van de Bijbel te maken krijgen.
In een afsluitend artikel nog enige evaluerende opmerkingen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's