Wat bij Schriftuitleg bedacht moet worden (11)
Valt er te leren van modern onderzoek?
Wie op gereformeerde wijze theologie beoefent en de Schrift wil lezen en verklaren, komt voor de vraag te staan of er van modern, wetenschappelijk onderzoek te leren valt. Het waarachtig geloof buigt onder het gezag van de openbaring Gods, ons in de Schriften toebetrouwd. Maar het beliefde God Zijn Woord niet uit de lucht te laten vallen, maar in de loop der eeuwen tot stand te brengen. Zover kwam God de mens tegemoet dat Hij inging in wat bij hem in woord en beeld aanwezig was, in de voorstellingswereld van de mens en in zijn oud-oosterse cultuur.
Vervolgens heeft het onderzoek ons geholpen bij de kennis van het eigene van een spreuk, een lied, een boodschap, een geschiedenis en bij het inzicht ontvangen in de betekenis van de woorden. Het Hebreeuws is geen westerse taal met abstracte begrippen maar een heel concrete taal, direct op de praktijk gericht.
De Schrift geeft niet alleen maar kennis over wat in de loop der eeuwen geschied is, maar brengt de boodschap van God, Die bij ons bereiken wil het betrouwen op Hem en ons door Hem te laten leiden. God en het geloof worden ook ervaren, al is de ervaring geen norm en bron voor de openbaring maar omgekeerd. De Schrift getuigt belijdend van God en Zijn daden in schepping en onderhouding, in verzoening en vernieuwing, in verheerlijking en voleinding.
Vruchten genieten bij verwerping van methode?
De gelovige Schriftuitlegger komt voor de vraag te staan of we resultaten van modern Schriftonderzoek mogen gebruiken, terwijl we de methode, die 't unieke van God en Zijn openbaring veelszins ontkent, verwerpen en de uitgangspunten van het onderzoek niet delen. Kan dat? Mag dat?
Voor mijzelf denk ik aan het Bijbels voorbeeld van Mozes, die zich de mindere wist van zijn zwager Hobab, als het om kennis van zaken ging betreffende het woestijnleven. Hoewel hij wist dat God hem en Israël leidde, vroeg hij toch of Hobab mee en vooruit wilde gaan. 'Ge zult ons als ogen in de woestijn zijn'. Het ware leven van God in het geloof kan voor het verstand onderdoen, omgekeerd, het verstand zal nooit voor het geloof bukken. Kon Mozes onder Hobab staan, zegt de Zaligmaker dat van de onrechtvaardige rentmeester te leren is, ja, dat de kinderen van deze wereld voorzichtiger zijn dan de kinderen van het licht in hun geslacht, zo denk ik. dat we ook bovenstaande vraag moeten beantwoorden.
Wat de Schrift zelf ons aanreikt
De Heilige Schrift is terecht 'het Boek der boeken' genoemd. Naar de Auteur en de inhoud is het volstrekt anders dan alle andere geschriften. Meteen gaan de wegen uiteen bij hen die De Bijbel als de Godsopenbaring gelovig leerden ontvangen en bij hen die het als een door mensen geschreven getuigenis van het/hun geloof zien. God inspireerde door Zijn Geest Zijn instrumenten. Diezelfde Geest hebben we nodig om ons de bron te ontsluiten. Enig onderscheid tussen de Goddelijke Auteur en de secundaire menselijke auteurs is niet een te kort doen aan God en aan de eerbied voor Hem. Een grote-stadsprofeet als Jesaja of Jeremia spreekt anders dan een plattelander als Amos en Micha.
De Schrift is één in oude en nieuwe testament. Daarom is er ook geen tegenspraak in de Bijbel waardoor we voor geloof en leven in verwarring worden gebracht.
Niet zomaar begint de Schrift met de schepping in het Bijbelboek Genesis, en niet met de veriossing om van daaruit terug naar de schepping te gaan. We eerbiedigen de eigen plaats die de schepping en onderhouding heeft en maken deze niet ondergeschikt aan de verlossing. Door de verzoening heen gaat het naar de voleinding der eeuwen in de eeuwigheid.
Zoals er in het menselijk lichaam organen zijn die veel overeenstemming met elkaar hebben, zoals rechter-en linkerhand, de beide voeten en benen, de twee ogen en oren, zo zijn er ook in de Schrift prachtige overeenkomsten, zoals tussen Samuel en Koningen, Koningen en Kronieken, de drie eerste Evangeliën. Anderzijds is er ook grote verscheidenheid, die niet veronachtzaamd moet worden. Spreuken en Psalmen en Hooglied lezen we en leggen we anders uit dan Genesis of Esther.
Nog eens: middelpunt der Godsopenbaring
We mogen de Schrift lezen als christenen. In de vorige eeuw preekte de rechtzinnige hervormde dominee uit het Friese Oenkerk in het vrijzinnige Oudkerk. Hij stond er op dat de gemeente vooraf de Wet Gods werd voorgehouden, waarmee de kerkenraad het niet eens was. Toen de dominee op dat punt niet kon toegeven, kondigde de voorlezer-ouderling aan 'de gemeente der christenen gelieve te horen naar de wet der joden'. Zo nam hij wraak.
Wij lezen de Schrift, ook het Oude Testament, niet als de joden. Middelpunt van de gehele Schriftinhoud is de Heere Jezus Christus. Om Hem gaat het. Tekent het Oude Testament Hem in de belofte zoals Hij persoonlijk is en wat Hij zal komen doen, in het Nieuwe Testament wordt getuigd van Zijn komst en werkzaamheid in woorden en tekenen, en machtige daden. Hij bleef wat Hij was. God. Hij werd wat Hij eerst niet was, mens. Schoon is eens gezegd in het Nieuwe Testament is verborgen in het Oude en het Oude Testament gaat open in het Nieuwe.
Er is geen ontwikkeling, wel voortgang in de Godsopenbaring. De Schrift geeft heilshistorie.
Wijlen ds. I. Kievit benadrukte vaak, zonder er een systeem van te maken, dat er een parallelle gang is in de heilshistorie en in de heilsorde. Zoals langzamerhand het licht steeds helderder gaat schijnen in de Godsopenbaring tot op de volle dag van Christus' heerlijkheid, zo openbaart God Zich, hoewel Hij vrij is, gaandeweg steeds heerlijker in de harten van Zijn kinderen, totdat de Morgenster, ja de Zon der gerechtigheid in volle glans opgaat.
We kunnen ook zeggen dat God ons gaarne bij de hand neemt opdat we door het geschreven, gesproken en gepredikte Schriftwoord zouden gebracht worden tot het vleesgeworden Woord Christus, om uit Hem te leren leven.
Laat dan die Christus in al Zijn schoonheid en aantrekkelijkheid voor hen, die daarvan niets bij zich en in zich hebben, maar worden voorgesteld, als 'de Hoop der heerlijkheid... opdat we een ieder mens volmaakt stellen in Christus Jezus'.
Wanneer dit bij Schriftuitleg bedacht wordt, krijgt God de eer en zijn wij daar goed mee af, zo we Zijn kinderen en leerlingen mogen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's