De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niets uit ons, maar al uit Hem, zo reist men naar Jeruzalem

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niets uit ons, maar al uit Hem, zo reist men naar Jeruzalem

Ds. A. van der Kooij, 7 januari 1911 - 9 november 1997

5 minuten leestijd

Zondagmorgen 9 november jl. wilde ds. Arie van der Kooij opstaan om de zondag in te gaan, maar 't ging moeilijk. In diezelfde momenten brak voor hem na zijn aardse loopbaan de eeuwige rust bij de Heere aan. 'Niets uit ons, maar al uit Hem, zo reist men naar Jeruzalem.' Deze door hem vaak aangehaalde dichtregels lijken me typerend, als we zijn leven en ambtsbediening gedenken.

Van huis uit wist hij dat dominees, zoals hij zei, trekvogels zijn. Op 7 januari 1911 werd hij in de pastorie van Ouddorp geboren. Over zijn doop schreef hij: 'Daar en toen werd het verbond der genade mij betekend en bezegeld. Wat waarde, wat waardij, bij beleving, reikende tot in eeuwigheid!'

Na Ouddorp woonde het predikantsgezin in Zuilichem-Nieuwaal, Schoonrewoerd, Kampen en Maarssen. Zijn vervolgstudie koos hij met het oog op het predikantschap, 'en je weet dan nog niet wat er allemaal aan vast zit'.

Deze keuze was niet gebaseerd op een heel bepaalde roeping van jongsaf: 'Houd het er maar op dat ik huisde in de sfeer van de pastorie. (...) Ik mag wel spreken van de kennelijke ervaring van hemelse bemoeienis in mijn ambtelijke bediening.' Zijn eerste standplaats werd Nieuwpoort, waar zijn vader hem op 17 maart 1935 bevestigde. Hij worstelde met het Heilig Avondmaal: hij bediende het, nam zelf niet deel en dankte wel voor de bediening. Op dat punt werd hij door iemand scherp aangesproken en dat was heilzaam. Juist hij ging steeds sterker benadrukken: de nodiging van de Heere is een bevel! Wat geeft de Heere hierin de zo nodige voeding en verkwikking voor het geloof. Hij sprak uit: 'het geloof is het geloof der beloften, niet der gestalten'. Dan mogen er bij ons wankele gangen zijn, maar Gods Woord houdt stand in eeuwigheid. Vanaf 17 juli 1938 was hij predikant in Nieuwe Tonge, waar hij trouwde met Annigje Roest. Hier maakte hij ook de schokkende jaren van de Tweede Wereldoorlog mee.

Op 25 september 1949 werd hij leraar waar hij zelf leerling was geweest: Zuilichem-Nieuwaal. Hij had grote bezwaren tegen de invoering van de nieuwe kerkorde in 1951. Tenslotte diende hij vanaf 23 september 1956 tot aan zijn emeritaat in 1976 de Hervormde Gemeente te Noorden.

Sindsdien woonde de familie Van der Kooij in Woerden. Heel ingrijpend was het sterven van zijn vrouw ten gevolge van een verkeersongeval in juni 1987. Tot aan de zondag van zijn sterven was hij helder van geest en actief betrokken op de kerkdiensten, een bijbelkring en de mannenvereniging. Toen werd hij vanaf de woelige levenszee de veilige haven binnengeleid.

Er woelde vaak wat van binnen bij hem, denk ik. Zo zwaar als het ambt hem woog. Hoe combineer je dat met de zorg voor een gezin met tien opgroeiende kinderen? Zijn hoge ambtsbesef werd gevoed door de ernst van een dubbele verantwoordelijkheid: zowel naar de Heere God als naar de mensen toe. Wat kon hij lijden aan zijn tekort in dezen. Wat kan een dominee dan zichzelf ook in de weg zitten. Er tussen zitten. Het haast vereenzelvigen van zijn ambt en zijn persoon - daarin lag ook zijn kwetsbare kant.

Hij voelde zich menigmaal onbegrepen. In zijn studietijd viel hij al op vanwege zijn studiezin en die is tot het laatst toe gebleven. De dogmatiek, en vooral de geschiedenis van kerk en vaderland hadden zijn voorliefde. Enorm veel kennis heeft hij vergaard en gewogen. Nauwgezet volgde hij de ontwikkelingen in kerk, land en wereld en zocht die profetisch te duiden. 'Wachter, wat is er van de nacht? ' (Jes. 21 : 11, 12). Hij ging zo zijn eigen weg, zijn weg alleen. Hij gaf zich ook niet zo makkelijk, al genoot hij juist van blijken van warmte en belangstelling.

Zo was hij een man met een uitgesproken visie. Juist dat uitgesproken maakte het soms moeilijk om te reageren. Als hij een vraag stelde, lag soms meer het accent op 'stelde' dan op 'vraag'. Jammer overigens, als daardoor zijn zeggingskracht onopgemerkt zou blijven. Neem nu bijvoorbeeld zijn vraag na een lezing door rabbijn Van de Kamp, jl. 6 november, voor de Commissie Kerk en Israël: Moet die naam niet gewijzigd worden in Commissie Israël en Kerk?

'Niets uit ons, maar al uit Hem, zo reist men naar Jeruzalem.' Daarin vatten we zijn uitgesproken visie samen. Zijn kloppend hart in Reformatie en Nadere Reformatie: 't gaat om de rechtvaardiging van de goddeloze door genade alleen, door het geloof alleen, waarbij de arme zondaar op 't diepst vernederd en de rijke Christus op 't hoogst verheerlijkt dient te worden. Zijn scherpe polemiek tegen Rome en het pausdom alsmede tegen een Verenigd Europa. Zijn zeer grote zorg over het verval van kerk en christendom in Nederland. Zijn hartelijke betrokkenheid op Israël, waarbij hij naar Gods profetieën leefde uit de verwachting van het herstel van Israël en het duizendjarig rijk. In dit alles wist hij zich zeer aangesproken door de tot Jezus Christus bekeerde jood Isaac da Costa (al Gods wegen zijn Israëlitisch'). Vaak citeerde hij hem en om de andere avond las hij uit zijn Bijbellezingen.

Op zondagavond 10 december 1848, acht dagen nadat zijn 24-jarige zoon was ontslapen, behandelde Da Costa Psalm 84. Een feestpsalm, zo duidde hij hem aan. Zo stond ook op donderdag 13 november in de Maranathakerk te Woerden toch een feestpsalm centraal, voorafgaand aan de begrafenis van het lichaam van ds. Arie van der Kooij. De verzen 6 t/m 8 van Psalm 84 zetten de toon. Zochten ons hart. Als een lamp voor de voet van pelgrims. 'Niets uit ons, maar al uit Hem, zo reist men naar Jeruzalem'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Niets uit ons, maar al uit Hem, zo reist men naar Jeruzalem

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's